• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 43 pagina's
Samenvatting

Samenvatting + EX-vragen Farmacologie (Allegaert Karel en Vankelecom Hugo)

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 43 pagina's

Deze samenvatting bevat een handig medicatie-overzicht (in lijstvorm) en 22 hoofdvragen met bijbehorende subvragen. De kleine vragen zijn verwerkt in de hoofdvragen, waardoor je de oude examenvragen als complete samenvatting kunt leren. Zo valt alle leerstof logisch in elkaar en wordt het studeren overzichtelijk en efficiënt. (Met dit document behaalde ik een 16/20)

Voorbeeld van de inhoud

Medicatielijst (ter duidelijkheid)

Benzodiazepine - BZD
 lorazepam
 diazepam
 alprazolam
⇔ competitive antagonist van benzodiazepine:
 Flumazenil

Antischimmel
 antimycoticum

Macrolide antibiotica
 Erythromycine
 Clarithromycine
 Azithromycine

Glucocorticoïden
 hydrocortison (= cortisol)
 Prednisolon
 Triamcinolon
 Betamethason
 Dexamethason
 9α-fluorocortisol
 Aldosteron
Lithiumzouten
 lithiumcarbonaat

Tricyclische antidepressiva (TCA)
 Amitriptyline
 Nortriptyline
 Clomipramine
 Imipramine
MAO-inhibitoren (IMAO’s)
 Fenelzine
 Moclobemide (IMAO-A)
 Selegiline
 Rasagiline (IMAO-B)
Tweede generatie / atypische antidepressiva
 Trazodone
 Maprotiline
 Mianserine
 Mirtazapine
 Viloxazine
SSRI’s (Selectieve Serotonine Reuptake Inhibitoren)
 Fluoxetine
 Fluvoxamine
 Paroxetine
 Citalopram
 Escitalopram
 Sertraline
SNRI’s (Serotonine-Noradrenaline Reuptake Inhibitoren)
 Venlafaxine
 Duloxetine
NARI’s (Noradrenaline Reuptake Inhibitoren)
 Reboxetine
NASSA’s (Noradrenerge en Selectief Serotonerge Antidepressiva)

1

,  Mirtazapine
Eiwit bindende GM:
 fenytoïne
 aspirine
 fenothiazinen
Opioïden (vb):
 Zuivere opioïde agonisten: morfine, codeïne en oxycodon
 Partiële agonisten: buprenorfine
 Gemengde agonisten-antagonisten: pentazocine
 Antagonisten: naloxon, naltrexon, methylnaltrexon
Zwakkere opioïden:
 codeïne
 Tramadol
 Dextromethorfan
 Tilidine
 Tapentadol

Tetracyclines:
 Doxycycline
 Chloortetracycline
 Minocycline

Quinolonen :
 Fluorochinolonen

H2-receptor antagonisten:
 Imetidine
 Ranitidine
 Nizatidine
Protonpompinhibitoren
 Omeprazol
 Esomeprazol
 Lansoprazol
 Pantoprazol

Mucosaprotectiva
 Misoprostol

Specifieke anti-migraine geneesmiddelen:
 Triptanen
 Moederkoornalkaloïden (ergotamine)

NSAID:
 arylpropionzuurderivaten (Ibuprofen, Naproxen, Dexketoprofen)
 arylazijnzuurderivaat: diclofenac, Aceclofenac
 Indometacine

DOAC’s:
 Rivaroxaban
 Apixaban
 Dabigatran

Fluorochinolonen:
 Ciprofloxacine
 Levofloxacine

Aminoglycosiden:

2

,  Gentamicine
 Amikacine

1ste generatie H1-antihistaminica:
 Difenhydramine
 Promethazine
 Meclozine
 Hydroxyzine
 Cinnarizine
2ste generatie H1-antihistaminica:
 Loratadine
 Cetirizine
 Ebastine
3ste generatie H1-antihistaminica:
 Fexofenadine (van terfenadine)
 Desloratadine (van loratadine)
 Levocetirizine (enantiomeer van cetirizine)

Vitamine K-antagonist:
 Acenocoumarol


HOOFVRAGEN

1) Verschil tss parenterale en enterale anticoagulantia
Enterale anticoagulantia: wordt oraal ingenomen (en enteraal opgenomen). Zoals vitamine K-antagonisten
(coumarines/ warfarine)
Parenterale anticoagulantia: wordt intraveneus of subcutaan toegediend. Zoals heparine, LMWH
Parenteraal Enteraal Enteraal
Wat Heparine, LMWH Vitamine K-antagonisten DOAC/ NOAC (Directe /
= warfarine Nieuwe Orale
Anticoagulantia



Werking Anti-trombine activatie Inactivatie vitamine K- Trombone inhibitor en
reductase factor Xa inhibitor
Farmacokinetiek Niet lineair CYP2C91-afhankelijk Wel transplacentair
Niet transplacentair Wel transplacentair
Farmacodynamiek Direct werking = bindt aan Indirect werking = inhibeert Directe werking =
anti-trombine vitamine K-reductase inhibeert factor Xa of
-Inhibitie trombine en -Geen carboxylatie vd trombine
factor Xa stollingsfactoren -Directe inhibitie
-Verminderde -verminderde stollingsfactoren
stollingsneiging/ stollingsneiging/ hemostase -verminderde stolling/
hemostase hemostase
Effect na begin Komt direct tot stand want Komt traag tot stand, want Komt direct tot stand,
therapie het effect is direct op de actieve stollingsfactoren want het effect is direct
actieve stollingsfactoren moeten eerst nog op de actieve
opgebruikt. Er is enkel een stollingsfactoren
inhibitie vd synthese
Effect na stoppen Niet direct, effect zal nog
therapie enkele dagen aangehouden
tot nieuwe stollingsfactoren
zijn aangemaakt.

1
Enzym

3

, Neveneffecten -Osteoporose bij -Proteïne C en S
langdurig gebruik worden mee
-Overgevoeligheid geïnhibeerd
-Hypoaldosteronisme ( → -Necrose van de huid en
hyperkaliëmie) onderhuid
-Thrombose met -CAVE: interactie (CYP2C9)
trombopenie door
heparine antistoffen
Indicaties Preventie van:
-DVT2 en longembolie
-Thrombo-embolie
(VKF3)
-Thrombose bij
kunstkleppen
Contra-indicaties (mensen die geen Zwangerschap, lactatie,
spuitjes willen zetten) leverproblemen
Antidotum Protamine sulfaat Vitamine K Andexanet alfa &
(tegengif) idarucizumab


2) Waarmee moet je opletten als je erythromycine gebruikt?


Erythromycine is een macrolide antibiotica. Het is een bacteriostatische antibiotica die
bactericide wordt in hoge dosis. Het werkt door te binden aan de 23s rRNA van 50S-subeenheid =>
verhindert vormen van een initiatie-complex, en het verhinderen van de translocatie.
De toediening gebeurt via ofwel
- peroraal enterisch gecoat preparaat
-
intraveneus: Waarvoor opletten: bij intraveneuze toediening, kunnen grote
concentraties worden bereikt. Als gevolg hiervan kunnen er QT-verlengingen
optreden (kan leiden tot trage en onregelmatige hartritmes)
Ook moet men goed opletten als de patiënt ook andere medicatie neemt die via
CYP3A4 wordt afgebroken, want macrolide antibiotica is namelijk een niet-
competitieve inhibitor van het CYP3A4. Dit kan leiden tot een verhoogde biologische
beschikbaarheid van de andere medicatie.

Daarnaast kan macrolide ook passeren doorheen de placenta. (cave zwangerschap!)


Indicatie erthromycine:
1. preventie endocarditis
2. penicilline overgevoeligheid

3) Kan je glucocorticoïden combineren met lithiumzouten?
Opletten bij voorschrijven lithium in combinatie met glucocorticoïde. Therapeutic drug
monitoring nodig, verschillende geneesmiddelen kunnen leiden tot hogere lithium
plasmaspiegels en dus tot intoxicaties.
Neveneffecten van glucocorticoïden kan gebeuren thv elektrolyten:
Natrium en waterretentie mogelijk: hierdoor ontstaat perifeer oedeem, MAAR dit is ook

2
Diepveneuze trombose
3
Voorkamerfibrillatie

4

Inhoudsopgave

  1. 01 HOOFVRAGEN 3
  2. 02 1) Verschil tss parenterale en enterale anticoagulantia 3
  3. 03 2) Waarmee moet je opletten als je erythromycine gebruikt? 4
  4. 04 3) Kan je glucocorticoïden combineren met lithiumzouten? 4
  5. 05 4) IMAO geeft kaasreactie 5
  6. 06 5) Leg het werkingsmechanisme van TCA uit en geef 2 relevante nevenwerkingen voor jou als tandarts 5
  7. 07 6) Farmacodynamische effecten van opioïden en bijvraag over welke receptoren er zijn 5
  8. 08 7) Bespreek de verschillen in bijwerkingen en interacties van TCA en SSRI 7
  9. 09 8) Medicatie voor peptische aandoeningen 8
  10. 10 9) Bespreek het werkingsmechanisme van lokale anesthetica 9
  11. 11 10) Geef de enterale toedieningswijze van geneesmiddelen en voorbeelden bij alles + specifieke nadruk op de farmacokinetische eigenschappen ervan + voor en nadelen geven indien mogelijk 10
  12. 12 11) Bespreek de stappen die je neemt bij acute migraine + voorbeelden en bijwerkingen 12
  13. 13 12) Bespreek geneesmiddelen voor anafylactische shock 12
  14. 14 13) Zijn NSAID gevaarlijker voor oudere mensen? 12
  15. 15 14) Geef de acute en profylactische behandeling van jicht 13
  16. 16 15) Bespreek de verschillende geneesmiddelen voor Parkinson en hun bijwerkingen 13
  17. 17 16) Interacties met NSAID 15
  18. 18 17) Naam ven een benzodiazepine (deze eindigen op pam). Leg de werking uit van de klasse van dit medicijn 15
  19. 19 18) Lorazepam werkingsmechanisme, indicaties en 2 dingen die je zeker moet vertellen aan de patiënt 16
  20. 20 19) Bespreek autonome effecten morfine en verschil met codeïne 16
  21. 21 20) Voor en nadelen van NSAID’s bespreken 17
  22. 22 21) Waarom kunnen medicijnen een probleem zijn bij de zwangerschap? 18
  23. 23 22) Ipratrium bromide bijwerkingen 18
  24. 24 BIJVRAGEN 19
  25. 25 1) Geef werkingsmechanisme, receptor en indicatie bij de volgende geneesmiddelen: 19
  26. 26 2) Warfarine (halfwaardetijd 48h) wordt eenmaal per dag ingenomen vanaf de diagnose van longembool. Hoe lang duurt het alvorens een stabiele warfarine plasmaspiegel bereikt wordt? Hoe lang duurt het alvorens stabiele anticoagulantia bereikt wordt? 21
  27. 27 3) Bespreek werkingsmechanisme, doelwit en therapie van cefalosporines op MRSA infectie 21
  28. 28 4) Een vrouwelijke pt neemt nuchter NSAID (tablet) in, met een Tmax van 2u en eliminatie halfwaardetijd van 12u dat volledig hepatisch via CYP3A4 w geklaard. Een andere pt neemt dit gm ook maar leverfunctie is met 50% gedaald, wat gebeurt er met de stabiele plasmaconcentratie? Wat gebeurt er met de T1/2? 21
  29. 29 5) Stel een gm wordt exclusief renaal geklaard en in een gelijke dosis per infuus toegediend aan gezond persoon en patiënt met gehalveerde nierfunctie. wat is het gevolg van verminderde nierfunctie voor: plasmaconcentratie bij evenwicht? de tijd tot het bereiken van evenwichtsconcentratie? de tijd nodig voor eliminatie na stoppen van infuus? 22
  30. 30 6) een vrouwelijke pt neemt nuchter een NSAID (tablet) in, met Tmax 2u en eliminatie halfwaardetijd 12 uur, dat volledig hepatisch geklaard wordt door CYP3A4 22
  31. 31 7) Hebben de klacht en medicatie iets met elkaar te maken? Leg uit 22
  32. 32 8) Welk geneesmiddel kies je bij volgende situaties: 24
  33. 33 Een lokaal anestheticum met pKa 8 of pKa 9 in een weefsel met pH 7 24
  34. 34 Een zwangere vrouw: heparine of coumarines? 24
  35. 35 Kind met infectie met gram negatieve bacteriën geef je: amoxicilline of doxycycline OF Amoxicilline is een betere keuze dan doxycycline bij een kind van 6 jaar met een infectie met beta-lactamase-negatief, gramnegatieve bacterie (dezelfde antwoord – vraag op 2 mogelijke manieren gesteld) 24
  36. 36 Iemand dat in het verleden het APA syndroom heeft gehad: ibuprofen of tramadol? 24
  37. 37 Iemand die indirecte sympathomimetica neemt: (1 of ander TCA) of Fluoxetine? 24
  38. 38 Neonaat behandelen met paracetamol of ibuprofen? 25
  39. 39 9) Beschrijf volgende effecten 25
  40. 40 Flumazenil bij ademhalingsdepressie door fentanyl (opioïde): 25
  41. 41 L-DOPA bij pt met parkinsonisme veroorzaakt door antipsychotica 25
  42. 42 Indomethacine bij zwangere vrouw met maagulcus 25
  43. 43 10) Een pt krijgt ibuprofen + colchicine => waarvoor w die behandeld en lijkt een combinatie met volgende geneesmiddelen jou een probleem 26
  44. 44 Clarithromycine 26
  45. 45 Naproxen 26
  46. 46 Tramadol 26
  47. 47 Dexamethason 26
  48. 48 Rifampicine 27
  49. 49 11) Is een combinatie met ibuprofen nuttig of ongunstig? Verklaar kort 27
  50. 50 Diuretica 27
  51. 51 Naproxen 27
  52. 52 Een opioïde, weet de naam niet meer 27
  53. 53 Prednisolon 27
  54. 54 Ranitidine 27
  55. 55 1 of ander glucocorticoïd 27
  56. 56 Oxycodon 27
  57. 57 12) Bespreek volgende interacties: 28
  58. 58 Alcohol + lorazepam 28
  59. 59 NSAID + een heparine 28
  60. 60 Ibuprofen + dexamethason 28
  61. 61 Dexamethasone – indometacine 28
  62. 62 Colchicine + itraconazole 28
  63. 63 Adrenaline en lidocaïne 29
  64. 64 Dexketoprofen en ibuprofen 29
  65. 65 Naloxone + tilidine 29
  66. 66 Al(OH)3 + Mg(OH)2 29
  67. 67 Diclofenac + misoprostol 29
  68. 68 Ibuprofen + corticosteroïd (cortisol) 30
  69. 69 Ergotamine + sumatriptan 30
  70. 70 Tramadol – Fluoxetine (of paroxetine) 31
  71. 71 Antacida – tetracycline 31
  72. 72 Lorazepam – Flumazenil 31
  73. 73 Metronidazole bij alcoholverslaving 31
  74. 74 Colchicine en een azole 32
  75. 75 IMAO en indirect werkende sympathomimetica 32
  76. 76 LA met adrenaline en niet selectief beta blokker 32
  77. 77 Cimetidine en sedatie 32
  78. 78 Quinolonen en antacida (Quinolonen = chinolonen) 32
  79. 79 Doxycycline en Ca2+ 33
  80. 80 K + Proefbuis met acenocoumarol (met K bedoelen ze Vit K denk ik) 33
  81. 81 Indometacine -> zwangere vrouw met jicht 33
  82. 82 Metronidazol -> een goed gevoel na een cocktail party 33
  83. 83 Epinefrine -> LA met lidocaïne 33
  84. 84 13) Bespreek volgende interacties met colchicine 33
  85. 85 ICM = in combinatie met 33
  86. 86 ICM een azitromycine 33
  87. 87 ICM Omeprazol 34
  88. 88 14) Bespreek de interactie tussen penicillines en MRSA 34
  89. 89 15) Anesthesie werkt beter/slechter in omgeving van ontsteking 34
  90. 90 16) Kun je NSAIDS gebruiken met: 34
  91. 91 H2 receptor antagonisten 34
  92. 92 Mg(OH)2 en Al(OH)3 35
  93. 93 Tilidine en Naproxen 35
  94. 94 NSAID en glucocorticoid (prednisolone) 35
  95. 95 17) JUIST OF FOUT 35
  96. 96 TCA, antipsychotica en F-antihistaminica, kunnen deze aanleiding geven tot verhoogde kans cariës? 35
  97. 97 Atropine geven bij cariës tgv monddroogte 36
  98. 98 Amitriptyline en difenhydramine geven een verhoogd risico op cariës 36
  99. 99 Hebben BDZ een direct effect op anxiolyse? 36
  100. 100 Een zwangere vrouw met infectie die gramnegatief en B-lactamase-negatief is, doxycycline geven? 36
  101. 101 Cimetidine geeft gynaecomastie 36
  102. 102 Levocetirizine geeft sedatie 36
  103. 103 Misoprostol is een uitstekend geneesmiddel tegen nausea en braken bij zwangere vrouwen 37
  104. 104 Beta-lactamase resistente penicillines zijn goed werkzaam tegen MRSA 37
  105. 105 Amoxicilline met clavulaanzuur zorgt ervoor dat je het AB wel kan gebruiken tegen MRSA 37
  106. 106 Antihistaminica 1e generatie heeft als type A bijwerking sedatie 37
  107. 107 Obstipatie door codeïne is een type B bijwerking 37
  108. 108 Is sedatie een type A bijwerking van H1-receptor agonisten 38
  109. 109 Een verhoogde bloedingsneiging bij het nemen van dabigatran is een type B bijwerking 38
  110. 110 LA wordt potenter in de buurt van een bacteriële ontstekingshaard 38
  111. 111 Lidocaine is niet effectief bij tandabces 38
  112. 112 Patiënt met een lithiumzout mag je een NSAID geven voor een ontsteking 38
  113. 113 Geneesmiddelen met een grotere eliminatieconstante hebben een korte halfwaardetijd 38
  114. 114 Groot distributievolume en grote klaring resulteren in een korte halfwaardetijd 38
  115. 115 Terminale halfwaardetijd wordt beïnvloed door distributievolume 38
  116. 116 Na 1 halfwaardetijd halveert de werking van het geneesmiddel 38
  117. 117 Na 5 halfwaardetijden kan een geneesmiddel onmogelijk nog enig effect veroorzaken 39
  118. 118 Effectiviteit en potentie van partiële en full agonist hetzelfde? 39
  119. 119 Inhalatie van ipratropiumbromide geeft veel meer systemische bijwerkingen dan die van salbutamol 39
  120. 120 Een Vit K antagonist 39
  121. 121 Een SSRI 39
  122. 122 Codeïnepreparaten + obstipatie 39
  123. 123 Zijn cysteïne en naloxone antidota? 39
  124. 124 Allopurinol en ? (een Beta agonist) kunnen tremor veroorzaken 40
  125. 125 PPIS en Aspirine komen overeen wat betreft eliminatie halfwaardetijd en duur van werking 40
  126. 126 De biologische beschikbaarheid is hoger bij een bruistablet dan bij een gewone, want door opname via de vena cava superior krijg je een hogere opname dan via GI-stelsel 40
  127. 127 Sublinguale tabletten worden opgenomen in de systeemcirculatie via de vena cava superior // Na orale toediening (sublinguale toediening) komt het geneesmiddel via de vena cava superior in het systeem terecht 40
  128. 128 NSAID kan lijden tot het syndroom van Reye // Syndroom van Reye door NSAIDs 40
  129. 129 Lithium TMD enkel nodig in combinatie met NSAID 40
  130. 130 De orthostatische hypotensie bij …. Komt door alfa-1-receptor antagonisme 41
  131. 131 Erythromycine is een goede keuze bij 65j man die colchicine neemt // Mag je erythromycine geven aan een man van 65 jaar die behandeld wordt met colchicine? 41
  132. 132 Een partieel agonist kan zich gedragen als een antagonist 41
  133. 133 Intubatie is wel nodig bij pachycurares en niet bij leptocurares 41
  134. 134 LA meerdere keren inspuiten geeft beter/slechter effect 41
  135. 135 Meer LA inspuiten zorgt voor betere analgesie 41
  136. 136 Hydro… (te veel zweten), fotofobie en xerostomie zijn anticholinerge bijwerkingen 42
  137. 137 2 dezelfde geneesmiddelen. 2 verschillende toedieningsvormen, maar bij beide toedieningsvormen dezelfde biologische beschikbaarheid. Mag je ze als identiek beschouwen? 42
  138. 138 Myasthenia gravis is een contra-indicatie voor cholinesterase-inhibitoren (+welke gebruik je?) 42
  139. 139 Is het disulfiram effect hetzelfde als wat je krijgt als je genetisch deficiëntie hebt een aldehyde dehydrogenase 42
  140. 140 Anticholinergica geven: xerostomie, hyperhidrose en cycloplegie 42

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
14 augustus 2025
Aantal pagina's
43
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
$18.50

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Verkocht
24
Volgers
2
Items
19
Laatst verkocht
1 dag geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen