Hoofdstuk 2: Bewustzijn
1. Inleiding
1.1. Historisch
Sigmund Freud
Bewuste (gedachten en gevoelens waar we
over kunnen nadenken)
Voorbewuste: we kunnen ons er niet actief op
concentreren maar kunnen dat snel naar het
bewustzijn halen
Onbewuste: dat wat niet tot het bewuste kan getild worden, enkel
via psychotherapie kan dat naar het bewuste gehaald worden
Cognitieve psychologie stelt:
- bewustzijn en aandacht zijn twee verschillende fenomenen
o niet-aandachtig & onbewust: zombie-gedrag (je herinnert je niets meer)
o niet-aandachtig & bewust: pop-out
o aandachtig & onbewust: inattentional blindness, priming (autorijden en op je gsm
zitten, heel aandachtig op je gsm maar je ziet niet wat er voor je gebeurt)
o aandachtig & bewust: werkgeheugen
- nadruk op niveaus van bewustzijn:
o bewuste (dingen waar we kunnen over
reflecteren)
o voorbewuste
o onbewuste (Freudiaans cognitief),
automatische cognitieve processen (bv.
autorijden, je kan rondkijken en schakelen,
gas geven,…)
o niet-bewuste (vb. functioneren van ons
lichaam, hart klopt, het gebeurt gewoon)
2. Wat is bewustzijn?
Meerdere definities:
- begins when we wake up in the morning and continues throughout the day until we fall in a
dreamless sleep. (common sense)
- … a checklist of actions or behaviors that would certify as conscious (behavioural)
- A condition necessary for any one specific conscious sensation is an active and functioning
cortico-thalamic complex. (neuropsychological)
- Consciousness is what it is like to feel something. (philosophical)
, 3. Meten van bewustzijn
3.1. Common sense
Criteria:
- 1-3: neuropsychologische criteria (zie verder)
- 4.Accurate rapporteerbaarheid
- 5. Zeer diverse inhoud
- 6. Informatierijk
- 7. Stream of consciousness
- 8. Intern consistent
- 9. Gelimiteerde capaciteit & serieel
- 10. Integratie van verschillende zintuiglijke waarnemingen
- 11. Toegeschreven aan een “IK”
- 12. Subjectief
- 13. Soms vaag (focus-fringe): bv. tip-of-tongue
- 14. Noodzakelijk voor leren
- 15. Stabiel
- 16. Externe positie verbonden aan egocentrisch standpunt
- 17. Intentioneel
3.2. Gedragsmatig
Belangrijkste criterium is accurate raportering.
GLASGOW COMA SCALE
MINI-MENTAL STATE EXAMINATION (SCREENINGTEST DEMENTIE)
1. Inleiding
1.1. Historisch
Sigmund Freud
Bewuste (gedachten en gevoelens waar we
over kunnen nadenken)
Voorbewuste: we kunnen ons er niet actief op
concentreren maar kunnen dat snel naar het
bewustzijn halen
Onbewuste: dat wat niet tot het bewuste kan getild worden, enkel
via psychotherapie kan dat naar het bewuste gehaald worden
Cognitieve psychologie stelt:
- bewustzijn en aandacht zijn twee verschillende fenomenen
o niet-aandachtig & onbewust: zombie-gedrag (je herinnert je niets meer)
o niet-aandachtig & bewust: pop-out
o aandachtig & onbewust: inattentional blindness, priming (autorijden en op je gsm
zitten, heel aandachtig op je gsm maar je ziet niet wat er voor je gebeurt)
o aandachtig & bewust: werkgeheugen
- nadruk op niveaus van bewustzijn:
o bewuste (dingen waar we kunnen over
reflecteren)
o voorbewuste
o onbewuste (Freudiaans cognitief),
automatische cognitieve processen (bv.
autorijden, je kan rondkijken en schakelen,
gas geven,…)
o niet-bewuste (vb. functioneren van ons
lichaam, hart klopt, het gebeurt gewoon)
2. Wat is bewustzijn?
Meerdere definities:
- begins when we wake up in the morning and continues throughout the day until we fall in a
dreamless sleep. (common sense)
- … a checklist of actions or behaviors that would certify as conscious (behavioural)
- A condition necessary for any one specific conscious sensation is an active and functioning
cortico-thalamic complex. (neuropsychological)
- Consciousness is what it is like to feel something. (philosophical)
, 3. Meten van bewustzijn
3.1. Common sense
Criteria:
- 1-3: neuropsychologische criteria (zie verder)
- 4.Accurate rapporteerbaarheid
- 5. Zeer diverse inhoud
- 6. Informatierijk
- 7. Stream of consciousness
- 8. Intern consistent
- 9. Gelimiteerde capaciteit & serieel
- 10. Integratie van verschillende zintuiglijke waarnemingen
- 11. Toegeschreven aan een “IK”
- 12. Subjectief
- 13. Soms vaag (focus-fringe): bv. tip-of-tongue
- 14. Noodzakelijk voor leren
- 15. Stabiel
- 16. Externe positie verbonden aan egocentrisch standpunt
- 17. Intentioneel
3.2. Gedragsmatig
Belangrijkste criterium is accurate raportering.
GLASGOW COMA SCALE
MINI-MENTAL STATE EXAMINATION (SCREENINGTEST DEMENTIE)