Hoofdstuk 3: Aandacht
1. Introductie
Een klassieke definitie:
“Everyone knows what attention is. It is the taking possession by the mind, in clear and vivid form, of
one out of what seem several simultaneously possible objects or trains of thought. Focalization,
concentration of consciousness are of its essence. It implies withdrawal from some things in order to
deal effectively with others…” William James, 1890
- “Taking possession of the mind…”
o Aandacht heeft een willekeurig aspect (gericht)
- “…of one out of what seem several simultaneous possible objects or trains of thought…”
o Aandacht heeft een beperkte capaciteit
o Aandacht voor de interne of externe wereld
- “…withdrawal from some things in order to deal effectively with others…”
o Negeren is een actief proces
o Kiezen is verliezen
2. Wat is aandacht
Traditionele visie vanuit informatieverwerkingstheorie:
- Mensen zijn informatie verwerkende wezens.
- Er is een massieve parallelle en continue input van
- zintuiglijke informatie.
- De verwerkingsmogelijkheden zijn gelimiteerd en niet in staat om alles te verwerken.
- Er bestaan mechanismen om de informatie te filteren, selecteren, blokkeren of
onderdrukken.
- Aandacht is een manier om een massieve parallelle input om te zetten in een gelimiteerde of
seriële input die kan verwerkt worden (zie hoofdstuk geheugen).
Mens heeft beperkte capaciteit voor mentaal werk.
(Selectieve) aandacht = vermogen om zich te richten op bepaalde kenmerken van de omgeving met
uitsluiting van andere
Vraag: hoe gebeurt de selectie, op basis van wat?
3. Selectieve aandacht
3.1. Filteren
Dichotische luistertaak
- Werkt als een filter: soort “voorzetstuk” dat je kan inschakelen waardoor enkel bepaalde
info je systeem binnenkomt
- Experimenteel aangetoond met dichotische luistertaken:
o 2 verschillende boodschappen, 1 in elk oor
o 1 schaduwen, 1 negeren
- Eén oor: geattendeerde boodschap
- Ander oor: niet-geattendeerde boodschap
- Wat kan waargenomen worden in het niet-geattendeerde oor?
, o Was er een stem?
o Was er een verandering in stemhoogte?
o Veranderde de stem in een toon?
- Wat werd niet waargenomen in niet-geattendeerd oor?
o Inhoud van de boodschap.
o Taal van de boodschap.
o Verandering taal van de boodschap.
Filtertheorie: Broadbent (1958)
De filtertheorie stelt dat aandachtsselectie beperkt is tot de fysieke eigenschappen van de informatie
(= vroege selectie)
Cocktail-party fenomeen
- Verdere experimenten toonden dat de filter
lekte
- (Moray, 1959)
o Genegeerde oor:
Conditie 1: ‘je mag nu stoppen’
(8 % reactie)
Conditie 2: ‘Hans, je mag nu
stoppen’ (33 % reactie)
o Conclusie: de genegeerde info wordt
niet volledig onderdrukt, want de
betekenis wordt verwerkt
Attenuatietheorie: Treisman (1960)
BELANGRIJK!!
Omwille van beperkte hoeveelheid aandachtsbronnen, wordt enkel het geselecteerde kanaal met
volledige capaciteit verwerkt. De verwerking van informatie in het niet-geattendeerde kanaal, is
verzwakt (geattenueerd).
Pertinentie: Norman (1968)
Elk signaal krijgt een « pertinentie » index.
Alleen signalen met een hoge index zullen tot diepere verwerking doordringen.
De selectie is afhankelijk van het momentele belang van de informatie (en is dus flexibel).
1. Introductie
Een klassieke definitie:
“Everyone knows what attention is. It is the taking possession by the mind, in clear and vivid form, of
one out of what seem several simultaneously possible objects or trains of thought. Focalization,
concentration of consciousness are of its essence. It implies withdrawal from some things in order to
deal effectively with others…” William James, 1890
- “Taking possession of the mind…”
o Aandacht heeft een willekeurig aspect (gericht)
- “…of one out of what seem several simultaneous possible objects or trains of thought…”
o Aandacht heeft een beperkte capaciteit
o Aandacht voor de interne of externe wereld
- “…withdrawal from some things in order to deal effectively with others…”
o Negeren is een actief proces
o Kiezen is verliezen
2. Wat is aandacht
Traditionele visie vanuit informatieverwerkingstheorie:
- Mensen zijn informatie verwerkende wezens.
- Er is een massieve parallelle en continue input van
- zintuiglijke informatie.
- De verwerkingsmogelijkheden zijn gelimiteerd en niet in staat om alles te verwerken.
- Er bestaan mechanismen om de informatie te filteren, selecteren, blokkeren of
onderdrukken.
- Aandacht is een manier om een massieve parallelle input om te zetten in een gelimiteerde of
seriële input die kan verwerkt worden (zie hoofdstuk geheugen).
Mens heeft beperkte capaciteit voor mentaal werk.
(Selectieve) aandacht = vermogen om zich te richten op bepaalde kenmerken van de omgeving met
uitsluiting van andere
Vraag: hoe gebeurt de selectie, op basis van wat?
3. Selectieve aandacht
3.1. Filteren
Dichotische luistertaak
- Werkt als een filter: soort “voorzetstuk” dat je kan inschakelen waardoor enkel bepaalde
info je systeem binnenkomt
- Experimenteel aangetoond met dichotische luistertaken:
o 2 verschillende boodschappen, 1 in elk oor
o 1 schaduwen, 1 negeren
- Eén oor: geattendeerde boodschap
- Ander oor: niet-geattendeerde boodschap
- Wat kan waargenomen worden in het niet-geattendeerde oor?
, o Was er een stem?
o Was er een verandering in stemhoogte?
o Veranderde de stem in een toon?
- Wat werd niet waargenomen in niet-geattendeerd oor?
o Inhoud van de boodschap.
o Taal van de boodschap.
o Verandering taal van de boodschap.
Filtertheorie: Broadbent (1958)
De filtertheorie stelt dat aandachtsselectie beperkt is tot de fysieke eigenschappen van de informatie
(= vroege selectie)
Cocktail-party fenomeen
- Verdere experimenten toonden dat de filter
lekte
- (Moray, 1959)
o Genegeerde oor:
Conditie 1: ‘je mag nu stoppen’
(8 % reactie)
Conditie 2: ‘Hans, je mag nu
stoppen’ (33 % reactie)
o Conclusie: de genegeerde info wordt
niet volledig onderdrukt, want de
betekenis wordt verwerkt
Attenuatietheorie: Treisman (1960)
BELANGRIJK!!
Omwille van beperkte hoeveelheid aandachtsbronnen, wordt enkel het geselecteerde kanaal met
volledige capaciteit verwerkt. De verwerking van informatie in het niet-geattendeerde kanaal, is
verzwakt (geattenueerd).
Pertinentie: Norman (1968)
Elk signaal krijgt een « pertinentie » index.
Alleen signalen met een hoge index zullen tot diepere verwerking doordringen.
De selectie is afhankelijk van het momentele belang van de informatie (en is dus flexibel).