Hoofdstuk 6: Leren
1. Inleiding
Leren en omgeving:
- Hoe wordt nieuw gedrag aangeleerd?
- Stel je voor dat spinnenangst aangeleerd is, zou je daar dan van af kunnen geraken?
- Werkt straffen beter/slechter dan belonen?
1.1. Definitie
Behavioristische definitie
- “leren is een verandering in gedrag” (Skinner, 1950, p. 195)
Bijkomende eigenschappen:
- relatief duurzaam i.t.t. kortstondige veranderingen zoals emoties
- niet het gevolg van lichamelijke veranderingen door letsel, ziekte of lichamelijke rijping
- ≠ reflex of instinctief gedrag
- leren kan soms optreden zonder dat er wijzigingen optreden in het gedrag
DUS Leren is een relatief duurzame verandering in gedrag of mentale processen dat het gevolg
is van ervaringen in een omgeving.
1.2. Habituatie en sensatie
Eenvoudige vormen van leren:
- habituatie = leren om niet te reageren op de herhaalde aanbieding van een stimulus
- sensitisatie = leren om steeds sterker te reageren op de herhaalde aanbieding van een
stimulus
Complexere vormen:
- klassieke conditionering
- operante conditionering
2. Klassieke conditionering
Ontdent door Ivan Pavlov (1849-1936)
Leren van een verband tussen stimulus en respons waarbij een neutrale stimulus het vermogen
krijgt om dezelfde aangeboren reflex op te roepen als een relevante S
- Neutraal: belsignaal, lichtflits, trilling,…
- Aangeboren: salivatie (speeksel), kniepeesreflex, oogknipperreflex
- Relevant: voedsel, slag op de knie, lucht in het oog
2.1. Terminologie
UNCONDITIONED
- US = ongeconditioneerde stimulus voedsel
- UR = ongeconditioneerde respons speeksel
, CONDITIONED
- CS = geconditioneerde stimulus geluid
- CR = geconditioneerde respons speeksel
2.2. (Appetitieve) klassieke conditionering
2.3. Aversieve conditionering
Vreesconditioneren:
- CS = toon
- US = elektrische shock (aversief)
- CR = freezen (bevriezen)
geconditioneerde suppressie = onderdrukking van het
duwen op het hendeltje voor eten
2.4. Belangrijke processen
VERWERVEN/AANLEREN:
- een neutrale stimulus (NS) wordt samen met, of (vlak) na,
de ongeconditioneerde stimulus (US) aangeboden =
contiguïteit
- na een aantal NS-US aanbieden, zal de neutrale stimulus NS een geconditioneerde stimulus
CS geworden zijn en dus zelf in staat zijn de geconditioneerde respons CR uit te lokken
- hangt af van de aard van de CS-US connectie:
o sommige connecties zijn biologisch voorbereid
o andere connecties zijn niet biologisch voorbereid
- is contiguïteit voldoende?
o = kort na elkaar/samen aanbieden van CS en US
- neen, contingentie is ook nodig
o = maat voor het samen voorkomen van 2 gebeurtenissen
1. Inleiding
Leren en omgeving:
- Hoe wordt nieuw gedrag aangeleerd?
- Stel je voor dat spinnenangst aangeleerd is, zou je daar dan van af kunnen geraken?
- Werkt straffen beter/slechter dan belonen?
1.1. Definitie
Behavioristische definitie
- “leren is een verandering in gedrag” (Skinner, 1950, p. 195)
Bijkomende eigenschappen:
- relatief duurzaam i.t.t. kortstondige veranderingen zoals emoties
- niet het gevolg van lichamelijke veranderingen door letsel, ziekte of lichamelijke rijping
- ≠ reflex of instinctief gedrag
- leren kan soms optreden zonder dat er wijzigingen optreden in het gedrag
DUS Leren is een relatief duurzame verandering in gedrag of mentale processen dat het gevolg
is van ervaringen in een omgeving.
1.2. Habituatie en sensatie
Eenvoudige vormen van leren:
- habituatie = leren om niet te reageren op de herhaalde aanbieding van een stimulus
- sensitisatie = leren om steeds sterker te reageren op de herhaalde aanbieding van een
stimulus
Complexere vormen:
- klassieke conditionering
- operante conditionering
2. Klassieke conditionering
Ontdent door Ivan Pavlov (1849-1936)
Leren van een verband tussen stimulus en respons waarbij een neutrale stimulus het vermogen
krijgt om dezelfde aangeboren reflex op te roepen als een relevante S
- Neutraal: belsignaal, lichtflits, trilling,…
- Aangeboren: salivatie (speeksel), kniepeesreflex, oogknipperreflex
- Relevant: voedsel, slag op de knie, lucht in het oog
2.1. Terminologie
UNCONDITIONED
- US = ongeconditioneerde stimulus voedsel
- UR = ongeconditioneerde respons speeksel
, CONDITIONED
- CS = geconditioneerde stimulus geluid
- CR = geconditioneerde respons speeksel
2.2. (Appetitieve) klassieke conditionering
2.3. Aversieve conditionering
Vreesconditioneren:
- CS = toon
- US = elektrische shock (aversief)
- CR = freezen (bevriezen)
geconditioneerde suppressie = onderdrukking van het
duwen op het hendeltje voor eten
2.4. Belangrijke processen
VERWERVEN/AANLEREN:
- een neutrale stimulus (NS) wordt samen met, of (vlak) na,
de ongeconditioneerde stimulus (US) aangeboden =
contiguïteit
- na een aantal NS-US aanbieden, zal de neutrale stimulus NS een geconditioneerde stimulus
CS geworden zijn en dus zelf in staat zijn de geconditioneerde respons CR uit te lokken
- hangt af van de aard van de CS-US connectie:
o sommige connecties zijn biologisch voorbereid
o andere connecties zijn niet biologisch voorbereid
- is contiguïteit voldoende?
o = kort na elkaar/samen aanbieden van CS en US
- neen, contingentie is ook nodig
o = maat voor het samen voorkomen van 2 gebeurtenissen