1. TERMINOLOGIE & DATAVERZAMELINGSMETHODEN
A. SOORTEN ONDERZOEK
= empirical, quantitative, exploratory, fundamental, primary, inductive
SOORTEN onderzoek kunnen op verschillende manieren gedefinieerd worden
VOLGENS DE DOELSTELLINGEN VH ONDERZOEK
1. Fundamenteel VS toegepast
(F) = nieuwe kennis, theorieën ontwikkelen
(T) = problemen oplossen, technieken en procedures ontwikkelen
“Het centrale doel van toegepast onderzoek is om een oplossing te vinden voor een dringend praktisch probleem,
terwijl fundamenteel onderzoek gericht is op het vinden van informatie die een brede basis van toepassingen
heeft en dus bijdraagt aan het reeds bestaande georganiseerde corpus van wetenschappelijke kennis.”
2. Verkennend VS verklarend VS toetsend
(V) = belangrijkste aspecten in een domein verkennen waarin een onderzocht probleem te weinig
onderzocht en beschreven is
(V) = oorzaak-gevolg uitleggen van een goed gedefinieerd probleem verklaren
(T) = hypothese of theorie toetsen
3. Conceptueel VS empirisch
(C) = concepten definiëren en verduidelijken
+ concepten aan grote systemen relateren en nieuwe concepten of kaders introduceren
(E) = naar nieuwe gegevens uit observatie en/of experimenteel werk zoeken
+ naar bewijs zoeken om hypotheses te ondersteunen/ontkrachten of nieuwe hypotheses generen
“Conceptueel onderzoek heeft tot doel concepten te definiëren en te verduidelijken, ideeën te interpreteren of te
herinterpreteren, concepten te relateren aan grotere systemen, nieuwe concepten of metaforen of kaders te
introduceren die een beter begrip van het onderzoeksobject mogelijk maken.”
“Empirisch onderzoek is gericht op nieuwe gegevens, nieuwe informatie uit de observatie van data of uit
experimenteel werk; er wordt gezocht naar bewijsmateriaal dat hypothesen ondersteunt of niet bevestigt, of dat
nieuwe hypothesen genereert”
VOLGENS HET TYPE VERZAMELDE GEGEVENS
1. Kwalitatief VS kwantitatief (mixed = gecombineerd)
(KWALI) = woorden om concepten, gedachten of ervaringen te begrijpen
(KWANTI) = getallen en grafieken om theorieën en aannames te testen of bevestigen
!! kan vaak teruggevonden worden in de titel
2. Primair VS secundair
(P) = zelf verzamelde info, directe gegevensverzameling
(S) = reeds verzameld materiaal door iemand anders gebruiken voor jouw onderzoek
VOLGENS HET TYPE BENADERING/REDENERING
1. Inductief VS deductief
(I) = je vertrekt van concrete gegevens, daarna zoek je patroon en zo ontwikkel je een theorie
(D) = je hebt een theorie, je analyseert die en zo zie je of analyse bevestigd w of niet o.b.v. verzamelde data
,B. TYPES ONDERZOEKSDESIGN
BESCHRIJVEND ONDERZOEKSDESIGN
A1: observationeel
DOEL? nauwkeurig en systematisch een populatie, situatie of fenomeen beschrijven
Wat (kenmerken, eigenschappen), waar, wanneer, waarom?
Geen verandering of wijziging van kenmerk of “variabele”
Alleen observatie en meting
A2: correlationeel
DOEL? mogelijke verbanden tussen twee of meer phenomena onderzoeken
Welke verschillen in 1 kenmerk of variabele zijn geassocieerd met verschillen in 1 of meer andere
kenmerken of variabelen?
GEEN verandering of wijziging van kenmerk of variabele
ALLEEN observatie en meting van relaties, maar geen oorzaak-gevolgrelaties
Correlatie = er is een statistisch verband tussen variabelen
Causaliteit = een verandering in de ene variabele veroorzaakt een verandering in de andere variabele
A3: cross-sectioneel (andere deelnemers) VS longitudinaal (zelfde)
DOEL? het onderzoeken van een kenmerk of eigenschap over tijd (met dezelfde deelnemers of niet)
Geen verandering/wijziging van kenmerk of “variabele” door de onderzoeker
NIET-BESCHRIJVEND ONDERZOEKSDESIGN
DOEL = WEL oorzaak-gevolgrelaties identificeren !!
B1: experimenteel design
Experiment = één/meer onafhankelijke variabelen manipuleren en het effect ervan op een of meer
afhankelijke variabelen meten
Variabelen = alle kenmerken die verschillende waarden kunnen aannemen
De onafhankelijke variabele (IV) = oorzaak, variabele die gemanipuleerd w en zo een andere
variabele beïnvloedt ten minste twee niveaus of condities
De afhankelijke variabele (DV) = variabele die w beïnvloed, het gevolg
(B2: Quasi-experimenteel)
Latin Square design: 4 voorwaarden en 4 groepen
Between-group design = 2 (of meer) verschillende groepen krijgen verschillende condities
<-> Within-group = telkens dezelfde groep doorloopt alle condities
<-> Mixed design = between en within-groups samen
Experimentele groep: krijgt de treatment/interventie/manipulatie
Controlegroep: krijgt geen interventie (basis voor de vergelijking)
Pretest-posttest = pretest (E+C) treatment (E) posttest (E+C)
, C. PROCESGERICHT ONDERZOEK
DOEL? het gedrag, competentie, expertise en onderliggende cognitieve processen vd vertaler/tolk begrijpen
+ de relatie tss de cognitieve processen en het vertaal- of tolkproduct
Het doel van procesonderzoek kan ook zijn het effect vd context op het proces te begrijpen
Ook het individu, met zijn persoonlijkheid en zijn manier van werken kan een centrale rol spelen
!! procesonderzoek beperkt zich niet tot het onderzoeken van cognitieve processen tijdens vertalen/tolken
D. PROCESONDERZOEK DOEN
Je hebt geen directe toegang tot de cognitieve processen bij het vertalen of tolken etc. black box
Tools – data verzamelen – cognitieve processen afleiden – proces “reconstrueren”
Online VS offline methoden
(ON) = tijdens het proces meten bv. keystroke logging en eye-tracking
(OFF) = na/voor het proces meten bv. retrospectives bij TAP
BELANGRIJKSTE THEMA’S PROCESONDERZOEK
Vertaalproces: hoe vertalers middelen gebruiken en verdelen, hoe ze problemen opsporen en oplossen
+ Hoe ze omgaan met onzekerheid, welke strategieën ze gebruiken etc.
Metacognitie: wat de vertalers weten over hun eigen vertaalproces
Cognitief proces: pauzes, fasen vh vertaalproces (orientation, drafting, revision)
Vertaalcompetentie, expertise bv. PACTE
Verschil tussen vertalen en verwante schrijfprocessen
Creativiteit
Cognitieve belasting bij vertalen
Examen: twee voorbeelden kunnen geven
DATAVERZAMELINGSTOOLS
1. TAP (think aloud protocols) 4. Eye tracking
2. Keystroke logging 5. Fysiologische metingen
3. Screen recording (audio recording) 6. Andere: persoonlijkheidstest etc.