Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

SAMENVATTING BIJZONDERE OVEREENKOMSTEN

Rating
-
Sold
5
Pages
53
Uploaded on
12-08-2025
Written in
2024/2025

Deze samenvatting bevat alle geziene leerstof. Alle artikels en belangrijke schema's staan erin. Duidelijke structuur en beknopt in omvang.

Institution
Course

Content preview

INLEIDING
TEMPORELE WERKING
Boek 1 & 5 zijn vtp. op rechtshandeling en rechtsfeiten na 01/01/2023
INDELING
Benoemde contracten = onderworpen aan specifieke wettelijke regeling, bijgevolg residuaire werking
algemeen contractenrecht
Onbenoemde contracten/sui generis = niet onderworpen aan specifieke wettelijke regeling, bijgevolg
onderworpen aan algemeen contractenrecht.
Gemengde contracten = contract dat typische kenmerken vertoond van twee of meer benoemde contracten,
maar een juridische eenheid vormt (art. 5.67 BW)
 Combinatietheorie: regels van de benoemde contracten die voorkomen in de gemengde ovk. moeten
worden toegepast op de elementen van de respectievelijke benoemde contracten = uitgangspunt
 Absorptieleer: is er een overheersen benoemd contract, dan wordt op heel het contract het
dominante contracttype toegepast. Nuance: soms heel specifiek en beperkt cumuleren wanneer de
hoofdregels een aspect echt niet regelen
BESCHERMING ZWAKKE CONTRACTPARTIJ
Uitgangspunt = wilsautonomie
Consumentenbescherming sensu lato (gemeenrechtelijke
 Onrechtmatige bedingen (art. 5.52 BW): algemene bepaling voor alle contracten (B2B, C2C, B2C)
o Toepassingsbereik is nogal beperkt dus WER primeert (in B2C en B2B verhoudingen komt dit
in principe dus niet aan bod)
 Invoering dwingend recht of gemeenrechtelijk rechtsbescherming
Consumentenbescherming sensu stricto (+ het boek VI WER)
 Geïncorporeerd in wetgeving onder invloed van EU
 Echt bescherming van de consument (de NP)
 HvJ: als je een nietige clausule opneemt in je contract en die wordt nietig verklaard, dan verlies je ook
je onderliggende rechten (bv: je recht op SV)
 Afdwingbaarheidsparadox
BOEK VI WER: TOEPASSINGSGEBIED ART. I.1 WER
Consument = NP buiten handels-, bedrijfs-, ambacht-, beroepsactiviteit  altijd NP, nooit RP
MAAR art. I.8 (mhoo boek VI)  39° ruimere definitie van ‘onderneming’
Onrechtmatige bedingen: producten + diensten (art. I.1, lid 8, 22° WER)
 Gelden zeer algemeen, zowel voor RG als ORG
 WER is lex specialis
KWALIFICATIE
 Kwalificatie door partijen: vrije keuze
 Herkwalificatie door de rechter
o Partijen gekwalificeerd?
 Nee  rechter o.b.v. gemeenschappelijke bedoeling (Cass. geeft voorrang aan
partijkwalificatie)
 Ja  rechter confrontatie met gemeenschappelijke bedoeling
 Onverenigbaar: herkwalificeren
 Verenigbaar: partijkwalificatie (art. 5.68 en 5.69 BW)



VERHOUDING MET BCA (BOEK 6 BW)

1

,SAMENLOOP CONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID EN BCA
Principe: samenloopmogelijkheid indien (1) fout niet zuiver contractueel is en (2) de schade die is ontstaan
anders is dan contractuele schade
Waarborging contractueel evenwicht:
 Samenloopmogelijkheid van aanvullend recht (exoneratiebeding: art. 5.88 BW)
 Inroepbaarheid verweermiddelen (contract/wet/bijzondere verjaringsregels)
o Tenzij: fysieke/psychische integriteit of opzet
Absolute vereisten voor samenloopmogelijkheid is dus gemengde fout!
RECHTSTREEKSE AANSPRAAK TEGEN HULPPERSONEN VAN MEDECONTRACTANT (ART. 6.2-6.3)
Uitgangspunt: buitencontractuele aansprakelijkheid (ipv quasi-immuniteit) van hulppersoon indien
contractuele fout ook een buitencontractuele fout uitmaakt.
Waarborging contractueel evenwicht:
 Samenloopmogelijkheid van aanvullend recht
 Inroepbaarheid verweermiddelen hoofdcontract
 Inroepbaarheid verweermiddelen ‘eigen’ contract
o Tenzij: idem

DEEL. 1 CONTRACTEN MBT. OVERDRACHT VAN
EIGENDOM
KOOP
BEGRIP ‘KOOP’
1. Eigendomsoverdracht van een goed
2. Prijs in geld
Regime: art. 1582 ev BW, maar veel bijzondere regimes
 B2C: WER algemeen vtp. wat betreft onrechtmatige bedingen & Wet Consumentenkoop (maar
beperkt tot lichamelijk RG)
 B2B: Weens Koopverdrag mbt. verkoop lichamelijk RG in internationale context & art. VI.91 WER (voor
producten)
 Wet productaansprakelijkheid (LRG)

1. EIGENDOMSOVERDRACHT VAN EEN GOED

HYPOTHESE 1: TEN TIJDE VAN HET CONTRACT NOG DIENSTEN WORDEN GEPRESTEERD
Primeert goed of dienst?
 Te leveren/vervaardigen + grondstoffen = gemengde overeenkomst:
 ! het is maar gemengd als degene die het goed levert ook de dienst levert !
o Specificiteitscriterium (cf. absorptieleer): hoe meer het goed op maat is gemaakt, hoe meer
we richting aanneming gaan
 Opmerking: afwijkend is bij consumentenkoop art. 1649ter, §3 + WER
 Opmerking: loutere feit dat er een keuzemogelijkheid is doet geen afbreuk aan het
koopkarakter ervan, zolang het standaardkeuzes zijn.

HYPOTHESE 2: DIENSTEN NAAR AANLEIDING VAN KOOP
= gemengde overeenkomst
In het gemene kooprecht heb je twee mogelijke situaties:
 Cumulatietheorie toepassen




2

,  Economisch criterium: wat is de belangrijkste waardecomponent, dienst of goed?  dit wordt
gebruikt als ‘gelijke’ van het specificiteitscriterium, maar omdat het hier om diensten gaat en niet om
grondstoffen gebruiken we het economisch criterium.
Bijzondere regimes WER en Cons.Koop zullen doorgaans als koop kwalificeren!!

EIGENDOMSOVERDRACHT ≠ ZAKELIJKE GEBRUIKSRECHTEN VESTIGEN
Koop is translatief: uitvoering van een dare-verbintenis (art. 5.79 j° 1583 BW), daaraan is eigen dat die
verbintenis onmiddellijk en consensueel wordt uitgevoerd door een juridische levering.
Uitzonderingen:
 Koop van toekomstige goederen (eigendomsoverdracht kan niet mee over)
 Genusgoederen (soortzaken) (eigendomsoverdracht kan niet mee over)
 Eigendomsvoorbehoud als bijkomende zekerheid (eigendomsoverdracht mag niet mee over)
o Uitgangspunt ORG: authentieke akte vereist

RISICO
Art. 5.80, lid 2  let op art. VI.44 WER bij B2C!
Bij eigendomsoverdracht gaat ook risico over (zijn een ‘koppeltje’)  eigendomsvoorbehoud wilt dus ook
zeggen dat de eigenaar het risico behoudt!
Twee nuanceringen van het ogenblik van eigendomsoverdracht:
 Art. 5.266, 5.227 en 5.267: indien goed tenietgaat door fout van verkoper of als verkoper in gebreke is
gesteld, draagt u niet het risico (uitzondering: als het goed desalniettemin was tenietgegaan)
 Art. VI.44: opsturen van het goed  risico gaat pas over als het postpakket is aangekomen (opgelet:
‘goederen’ idzv. WER, dus nvt. op ORG  enkel LRG)

EIGENDOMSOVERDRACHT EN VERHOUDING TOT DERDEN

HYPOTHESE 1 : VERKOOP VAN ANDERMANS GOED
Uitgangspunt = revindiceren, maar art. 1599 BW is anticipatieve toepassing van de vrijwaring voor uitwinning!
 Relatieve nietigheid die enkel kan worden ingeroepen door de koper (ongeacht TGT of TKT) 
ontbinding zou te dramatisch zijn
 Als het uitwinningsrisico weg is (bv. werkelijke eigenaar heeft ingestemd met de verkoop), dan is de
grond voor de nietigheid ook weg
Niet vtp. op onbevoegde vertegenwoordiging & verkoop van soortgoederen
Wel vtp. op vergissing & persoon die ME is van een onverdeeld goed

De werkelijke eigenaar kan:
 Indien de koper TKT was: het goed terugvorderen (revindiceren) ogv art. 3.30 (ORG) en art. 3.4 en
3.28 (RG)
 Indien de koper TGT was: afgifte van prijs met SV vorderen ogv art. 6.5 BW

HYPOTHESE 2 : DUBBELE VERKOOP
Derdenwerking: tegenwerpbaarheid van koopovereenkomst tav derden wordt beperkt  publiciteit mhoo
tegenwerpbaarheid
Eenmaal overgeschreven wordt iedereen geacht TKT te zijn!
 Onroerende goederen (art. 3.30 BW)
o Authentieke akte vereist
o Als tegenpartij niet meewerkt  geldt vonnis als authentieke akte (art. 3.31 j° art. 5.236 BW)
o Discrepantie werkelijke eigenaar vs. schijnbare eigenaar:llllllllllllllllllllllllllllll
 Principe is anterioriteitsprincipe (art. 3.4 BW), MAAR wordt ter bescherming van
derden gecorrigeerd naar diegene die als eerste TGT publiciteit heeft!



3

, o Tegenwerpbaarheid eigendomsvoorbehoud: als A verkoopt aan B met EVH en op KRZ is A ook
nog de eigenaar, dan is er geen discrepantie tussen de werkelijke en schijnbare eigenaar.
 Roerende goederen
o Opnieuw uitgangspunt anterioriteitsprincipe, maar geen publiciteit
o Hier is het beschermend mechanisme: het bezit TGT (art. 3.24 en 3.28 BW)
 Als A verkoopt aan B op t1 en verkoopt aan C op t2, dan wint B als er eerst aan hem
wordt geleverd, of C als er eerst aan hem wordt geleverd.
o Eigenlijk is een EVH bij een RG niet tegenwerpelijk aan derden (art. 69 Pandwet)!

2. PRIJS IN GELD
Geen opschortende voorwaarde, want het betalen van koopprijs raakt de essentiële kenmerken van de koop
Kenmerken van de prijs
 Bepaald of bepaalbaar (zie cassatiearresten over globale prijs)
 Bindende derdenbeslissing is mogelijk (partijbeslissing niet) (art. 1592 BW)
o Behalve wanneer de wet bepaald dat het niet mag: art. 7 Wet Breyne en art. VI.2-4 WER
 Reële prijs?
o In principe weinig tegen te beginnen, behalve evt. een wilsgebrek (misbruik van
omstandigheden)
o Bij koop nog een specifieke nietigheidsgrond: benadeling bij ORG

TOTSTANDKOMING EN GELDIGHEIDSVEREISTEN

WILSOVEREENSTEMMING
Over alle essentiële en substantiële elementen (objectieve en subjectieve)
Aanbod: art. 5.19 BW
 Aanbod vs. uitnodiging tot biedingen (aanbod op een algemene wijze)
o Het is een uitnodiging tot onderhandelen, om de reden dat er mogelijks subjectieve
elementen kunnen spelen die in het aanbod niet in rekening zijn genomen.
 Als een aanbod niet wordt aanvaard of aangepast, vervalt het initiële aanbod
Aanvaarding: art. 5.20 BW
 Contract komt tot stand als de tegenpartij kennis heeft of kon nemen van de aanvaarding
(mededeling: art. 1.5 BW)

PRECONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEID
Art. 5.16 BW: precontractuele informatieplicht die zegt dat ihrv de onderhandelingen je alles moet meedelen
dat de wet en de goede trouw je oplegt.
Art 5.17 BW: precontractuele AH als de precontractuele informatieplicht wordt geschonden  leidt niet tot de
nietigheid, tenzij er sprake is van een wilsgebrek
Bij ORG’en zijn er een hoop bijkomende wettelijke informatieplichten:
 Verkoop van vastgoed: veel bijkomende precontractuele verplichtingen
 Sanctie schending informatieplicht: SV, maar indien wilsgebrek is het nietigheid!
 Cass. 2018: niet omdat een element op straffe van nietigheid is, dat het essentieel is voor de
geldigheid. Kan dan toch een opschortende voorwaarde uitmaken, op voorwaarde dat de
bescherming die de informatieplicht beoogt, wordt gewaarborgd (en dus dat het normdoel wordt
beschermd)!

CONSUMENTENBESCHERMING
3 sporen:
 Contractinhoud: onrechtmatige bedingen
 Verhoogde informatieplichten (art. VI.2 WER)  gaat over ‘producten’ (dus ook voor ORG’en)


4

, o Sanctie: niet bepaald door WER, dus gemeenrecht (art. 5.17 BW: SV en nietigheid bij
wilsgebrek), tenzij specifieke sanctie WER
 Herroeping: retroactieve opzegging in bepaalde gevallen en dit is zonder SV

Twee bijzondere regimes uit het WER die op koop van belang zijn:
Let op! deze regimes gelden enkel voor diensten en verkoop van lichamelijk RG’en!!
1. Verkoop op afstand (art. I.8, 15° WER)  bv. online-shopping
o Art. VI.45 WER: specifieke informatieplicht
o Art. VI.47 WER: herroepingsrecht voor consument, binnen de 14d na de ovk, zonder reden
i. Ratio: omdat de koop of afstand werd gedaan, heeft de consument doorgaans het
goed niet gezien
ii. Uitzondering: art. VI.53 WER goederen op maat gemaakt en bederfbare goederen
o Zie ook art. VI.51, VI.50 en VI.48 WER
2. Verkoop buiten de verkoopruimten (art. I.8, 16° WER)
o Art. VI.64 ev WER: hier specifieke informatieplicht in beginsel schriftelijk!
o Art. VI.67 WER: herroepingsrecht
o Art. VI.66 WER: uitzonderingen

BIJZONDERE WIJZEN TOTSTANDKOMING

1. OPTIE (ART. 5.25 BW)
= Eenzijdige voorovereenkomst waarbij één van de partijen zegt dat hij klaar staat om te contracteren.
( aanbod is geen contract, maar een eenzijdige RH)
 Alle elementen moeten al vaststaan (obj. + subst.), aan de informatieplichten moet al zijn voldaan
 enkel de “ja” ontbreekt nog
 De ovk komt onmiddellijk tot stand bij het lichten van de optie, maar niet retroactief!
o Op het ogenblik van de optie gaat de eigendom niet over en het risico ook niet
 Aankoopoptie of verkoopoptie
o Aankoopoptie (calloptie)
 Een recht van de koper om een goed te kopen onder vooraf bepaalde voorwaarden
 Verkoper is al gebonden.
o Verkoopoptie (putoptie)
 Het recht van de verkoper om een goed te verkopen aan een bepaalde partij onder
afgesproken voorwaarden
 Koper is al gebonden
 Minstens 3 verbintenissen van de optiegever:
o De verbintenis om te wachten, belofte staande te houden
o Bewaringsplicht
o Negatieve verbintenis: niet aan iemand anders verkopen (= impliciet vervreemdingsverbod)
 Bepalingen: art. 3.53 BW
 Werkt louter verbintenisrechtelijk (optie is een persoonlijk recht!)
o Geen zakelijke subrogatie mogelijk (zie vb: brand in huis met verzekering  geen recht op de
premie verzekering)
 bijzondere gevolgen van zakelijke rechten gelden niet bij optie
o Mogelijke remedies (wanneer A aan C heeft verkocht en er tussen A en B een optie was)
 Art. 5.26 BW en art. 5.83 BW voorziet in sancties op voorwaarde dat wordt bewezen
dat derde (C) TKT is (maar vermoeden TGT: art. 1.9 BW)  art. 3.30, 5° ORG: optie
overschrijven op Kantoor Rechtszekerheid, dan wordt derde geacht TKT te zijn
 B – A: art. 5.26 en 5.83 BW, maar lastig want het goed zit niet meer bij A maar bij C
en dus enkel SV van A krijgen
 B kan ontbinding vragen en als hij die krijgt, dan geldt art. 3.17 BW

5

,  B – C: (derdemedeplichtigheid nodig) SV van C, indeplaatsstelling of niet-
tegenwerpelijkheid van de verkoop tussen A – C (art. 5.26, lid 2 BW)
 Als niemand overschrijft, dan geldt art. 3.4 (het oudste recht wint)  = C
o Termijn: zolang de partijen hebben bepaald, en indien niets bepaald is er ofwel een impliciete
duur of de optie van onbepaalde duur
o Onvolmaakt overdraagbaar (initiële optiehouder blijft mede behouden)
o Wederkerige opties (WOP): art. 1589 oud BW
= Een voorovereenkomst waarin beide partijen zich ertoe verbinden om in de toekomst een
koopcontract te sluiten, als één van hen dat wil.
 Komt uit het idee dat een compromis onvoldoende flexibel is.
 Temporeel gekruiste opties staan gelijk met de koop want er is
wilsovereenstemming (de twee ‘willen’ zijn vastgeklikt)
 Als een optie wordt gelicht leidt dat voor ons (anders dan in gemeenrecht) niet van
rechtswege en automatisch tot de koop, want we hebben pas de echte koop bij de
authentieke akte.  partijen hebben verbintenis om naar de notaris te gaan.
 Komt zeer vaak voor in Vlaanderen, qua bindend karakter komt het overeen met een
compromis maar het biedt meer mogelijkheden.

2. VOORKOOPRECHT (ART. 5.24 BW) SENSU LATO
= Eenzijdige voorovereenkomst waarbij iemand voor een bepaalde RH contractueel een voorkeur heeft.
 Is een voorkeurrecht mbt koop
 Anders dan bij optie is hier helemaal geen verplichting tot kopen of verkopen, het is maar ALS er
wordt verkocht of gekocht dan is er voorkeurrecht.
 Anders dan bij optie zijn moeten de essentiële en substantiële elementen nog niet bepaald zijn
 Zoals bij optie geldt een vervreemdingsverbod ihv degene die het voorkooprecht toestaat
 Geen retroactieve werking
o Maar voor beide contractpartijen moet bekwaamheid voor het contract tot stand komt
worden getoetst (omdat wilsuiting nog niet is vastgeklikt)
 Termijn hetzelfde als bij optie
 Geen zakelijkrecht, wel persoonlijk recht  hetzelfde als bij optie (zakelijke subrogatie kan niet,
risicoleer en derdemedeplichtigheid)
o Pas bij derde TKT kunnen we betrekken in de sanctie (art. 5.26 BW)
o 3.30, 5° BW: de overschrijving leidt tot een quasi-zakelijke werking
Bijzondere toepassingen:
 Right of First Refusal (voorkooprecht sensu stricto)
o Geeft een partij het recht om eerst te kopen als de verkoper van plan is het goed aan iemand
anders te verkopen.
o Als je wil verkopen moet je als je een concreet voorstel hebt van een derde naar mij komen
en zien of ik dat kan matchen, en dan krijg ik de voorkeur.
 Right of First Offer (voorkeurrecht sensu stricto)
o Geeft een partij het exclusieve recht om als eerste een bod te doen, vóór de verkoper naar de
markt gaat.
o Als u de RH wil stellen met een begunstigde moet u eerst met de begunstigde
onderhandelen.
 als het over koop gaat is het een voorkooprecht sensu lato
 Sanctie zie optie (art. 5.26 BW)




3. VERKOOP MET COMMANDVERKLARING

6

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
August 12, 2025
File latest updated on
June 13, 2026
Number of pages
53
Written in
2024/2025
Type
SUMMARY

Subjects

$11.90
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
studentuantwerpen Universiteit Antwerpen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
39
Member since
1 year
Number of followers
0
Documents
7
Last sold
1 week ago

4.5

2 reviews

5
1
4
1
3
0
2
0
1
0

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions