Bacteriële ziekten Varken 1ste Master 2024-2025
Varken
Huid, subcutis en oppervlakkige lymfeknopen
1. Pyodermie
Etiologie
• Veroorzaakt door Staphylococcus hyicus, een Gram+ bacterie
• Facultatief pathogeen, komt vaak voor op mucocutane overgangen (vb. neus)
• Veel varkens zijn drager thv de neus. In de regel zijn het asymptomatische infecties. Als
er ergens iets misloopt (zowel thv de huid als systemisch), dan kan dit leiden tot
kolonisatie van de Staphylococcen wat aanleiding geeft tot pyodermie.
• Groeit makkelijk in cultuur, maar vaak AB-resistent → altijd antibiogram aanvragen
• Multifactoriële aandoening: aanwezigheid van bacterie alleen volstaat niet
Definitie en voorkomen
• Pyodermie = bacteriële huidinfectie, vooral bij jonge biggen
• Hoe jonger de dieren, hoe erger het verloop
• Veelvoorkomend op bedrijven, meerdere dieren per nest vaak aangetast
Pathogenese
• Secundaire infectie na beschadiging huid of verzwakking algemeen
• Ingangspoorten voor S. hyicus:
o (Vecht)wonden (vb. door ruwe vloeren, scherpe voorwerpen, zuigende biggen)
o Ectoparasieten: schurftmijten, luizen
o Algemene verzwakking: stress, virale/bacteriële infecties
Symptomen
• Veralgemeende vorm (jonge biggen, vooral zuigende biggen):
o Etterblaasjes → barsten → korstvorming
o Veel vocht- en elektrolytenverlies via exsudaat
o Algemene symptomen, meerdere dieren in het nest, soms alle dieren in een nest
o Hoge mortaliteit tot 80%
• Gelokaliseerde vorm (oudere biggen, gespeend):
o Lokale huidletsels zonder algemene ziekteverschijnselen
o Lagere mortaliteit
Letsels
• Etterblaasjes en uitgebreide korstvorming
• Donker uitzicht van biggen door vuil in exsudaat (“roetbiggen”)
Diagnose
• Klinisch beeld: typische letsels, leeftijd, spreiding in nest
• Bacteriologisch onderzoek:
o Swab van gesloten proces (etterblaasje) of diep onder korst. Altijd snel en gekoeld opsturen in
transportmedium. ALTIJD antibiogram aanvragen wegens frequente resistentie
Therapie
• Systemische antibiotica bij jonge biggen met veralgemeende vorm parentaal
• Lokale behandeling met desinfectantia om infectie te beperken
• Vochttherapie bij ernstige vormen om dehydratie en mortaliteit tegen te gaan
1
,Bacteriële ziekten Varken 1ste Master 2024-2025
Preventie!
• Predisponerende factoren aanpakken:
o Voorkom wonden, verbeter vloeren, reduceer stress
o Behandeling van ectoparasieten
o Hygiëne optimaliseren
• Niet behandelen of voorkomen van predisponerende factoren = blijvend probleem
2. Oornecrose
Oornecrose is een probleem dat regelmatig voorkomt. Het begint vaak aan de tip van één oor en
breidt uit tot een bilateraal proces. Het wordt veroorzaakt door Treponema pedis. Dit zijn Gr-,
anaërobe sporocheten.
De diagnose wordt gesteld op basis van de klinische symptomen; oornecrose aan één of beide oren.
Een beperkt aantal dieren zijn aangetast. Deze infecties kunnen secundair gecompliceerd worden vb. door S. hyicus of
door Streptococcen.
Behandeling bestaat uit een lokale desinfectie, eventueel aangevuld met een algemene antibioticum therapie.
3. Faciale necrose
Etiologie
• Wondinfectie met synergistische werking van meerdere bacteriën:
o Fusobacterium necrophorum (Gram−, anaëroob, frequent in SVS)
o Trueperella pyogenes (Gram+, facultatief anaëroob)
o Andere anaërobe bacteriën
• Vergelijkbaar met necrobacillose bij kalveren
• Secundaire infectie na huid- of mucosabeschadiging (vb. bijtwonden, tandenknippen)
Definitie en voorkomen
• Komt vooral voor bij jonge biggen
• Meestal slechts enkele dieren per nest aangetast
• Secundaire infectie na trauma (vb. na bijtwonde, na verwonding van de muilmucosa na het knippen van tanden)
Pathogenese
• Verwonding → infectie met Fusobacterium en Trueperella → bacteriën versterken elkaar (synergisme)
• Productie van exotoxines → lokale necrose + toxines in bloedbaan → algemene symptomen
• Necrose thv huid en mondmucosa door weefseltoxines → biggen stoppen met zuigen → verlies lactogene
immuniteit
• Predispositie voor lethale diarree (door uitblijven melkopname)
Symptomen
• Lokale necrose thv huid en mondmucosa
• Algemene ziekteverschijnselen (door toxines)
• Verminderde zuigreflex → vatbaar voor diarree
Therapie
• Snel behandelen om verdere ziekte en diarree te vermijden
o Lokale behandeling van letsels
o Systemische behandeling met penicilline
▪ Effectief tegen zowel Trueperella als Fusobacterium
2
, Bacteriële ziekten Varken 1ste Master 2024-2025
Preventie
• Vermijden van bijtwonden tussen biggen: moeilijk in praktijk
• Tandenknippen (vroeger standaardpreventie)
o Enkel nog toegelaten op probleembedrijven (niet meer routinematig toegestaan)
4. Anderen aandoeningen thv de huid en adnexa (niet te kennen)
Gasgangreen, Boutvuur, Subcutane abcessen, Rhodococcus equi lymfadenitis, Actinomycose, Panaritium, Keelmiltvuur
5. Dermatomycose
Dit is een infectie met dermatofyten. Dit zijn filamenteuze schimmels van de huid. Elke diersoort
heeft zijn eigen ‘huidschimmel’, bij het varken is dat Microsporum nanum.
Het veroorzaakt typische circulaire, korstige letsels. Deze zijn niet pijnlijk, jeuken niet en gaan
spontaan verdwijnen (na 2-3 maanden). Dit is relatief zeldzaam bij varkens.
3
Varken
Huid, subcutis en oppervlakkige lymfeknopen
1. Pyodermie
Etiologie
• Veroorzaakt door Staphylococcus hyicus, een Gram+ bacterie
• Facultatief pathogeen, komt vaak voor op mucocutane overgangen (vb. neus)
• Veel varkens zijn drager thv de neus. In de regel zijn het asymptomatische infecties. Als
er ergens iets misloopt (zowel thv de huid als systemisch), dan kan dit leiden tot
kolonisatie van de Staphylococcen wat aanleiding geeft tot pyodermie.
• Groeit makkelijk in cultuur, maar vaak AB-resistent → altijd antibiogram aanvragen
• Multifactoriële aandoening: aanwezigheid van bacterie alleen volstaat niet
Definitie en voorkomen
• Pyodermie = bacteriële huidinfectie, vooral bij jonge biggen
• Hoe jonger de dieren, hoe erger het verloop
• Veelvoorkomend op bedrijven, meerdere dieren per nest vaak aangetast
Pathogenese
• Secundaire infectie na beschadiging huid of verzwakking algemeen
• Ingangspoorten voor S. hyicus:
o (Vecht)wonden (vb. door ruwe vloeren, scherpe voorwerpen, zuigende biggen)
o Ectoparasieten: schurftmijten, luizen
o Algemene verzwakking: stress, virale/bacteriële infecties
Symptomen
• Veralgemeende vorm (jonge biggen, vooral zuigende biggen):
o Etterblaasjes → barsten → korstvorming
o Veel vocht- en elektrolytenverlies via exsudaat
o Algemene symptomen, meerdere dieren in het nest, soms alle dieren in een nest
o Hoge mortaliteit tot 80%
• Gelokaliseerde vorm (oudere biggen, gespeend):
o Lokale huidletsels zonder algemene ziekteverschijnselen
o Lagere mortaliteit
Letsels
• Etterblaasjes en uitgebreide korstvorming
• Donker uitzicht van biggen door vuil in exsudaat (“roetbiggen”)
Diagnose
• Klinisch beeld: typische letsels, leeftijd, spreiding in nest
• Bacteriologisch onderzoek:
o Swab van gesloten proces (etterblaasje) of diep onder korst. Altijd snel en gekoeld opsturen in
transportmedium. ALTIJD antibiogram aanvragen wegens frequente resistentie
Therapie
• Systemische antibiotica bij jonge biggen met veralgemeende vorm parentaal
• Lokale behandeling met desinfectantia om infectie te beperken
• Vochttherapie bij ernstige vormen om dehydratie en mortaliteit tegen te gaan
1
,Bacteriële ziekten Varken 1ste Master 2024-2025
Preventie!
• Predisponerende factoren aanpakken:
o Voorkom wonden, verbeter vloeren, reduceer stress
o Behandeling van ectoparasieten
o Hygiëne optimaliseren
• Niet behandelen of voorkomen van predisponerende factoren = blijvend probleem
2. Oornecrose
Oornecrose is een probleem dat regelmatig voorkomt. Het begint vaak aan de tip van één oor en
breidt uit tot een bilateraal proces. Het wordt veroorzaakt door Treponema pedis. Dit zijn Gr-,
anaërobe sporocheten.
De diagnose wordt gesteld op basis van de klinische symptomen; oornecrose aan één of beide oren.
Een beperkt aantal dieren zijn aangetast. Deze infecties kunnen secundair gecompliceerd worden vb. door S. hyicus of
door Streptococcen.
Behandeling bestaat uit een lokale desinfectie, eventueel aangevuld met een algemene antibioticum therapie.
3. Faciale necrose
Etiologie
• Wondinfectie met synergistische werking van meerdere bacteriën:
o Fusobacterium necrophorum (Gram−, anaëroob, frequent in SVS)
o Trueperella pyogenes (Gram+, facultatief anaëroob)
o Andere anaërobe bacteriën
• Vergelijkbaar met necrobacillose bij kalveren
• Secundaire infectie na huid- of mucosabeschadiging (vb. bijtwonden, tandenknippen)
Definitie en voorkomen
• Komt vooral voor bij jonge biggen
• Meestal slechts enkele dieren per nest aangetast
• Secundaire infectie na trauma (vb. na bijtwonde, na verwonding van de muilmucosa na het knippen van tanden)
Pathogenese
• Verwonding → infectie met Fusobacterium en Trueperella → bacteriën versterken elkaar (synergisme)
• Productie van exotoxines → lokale necrose + toxines in bloedbaan → algemene symptomen
• Necrose thv huid en mondmucosa door weefseltoxines → biggen stoppen met zuigen → verlies lactogene
immuniteit
• Predispositie voor lethale diarree (door uitblijven melkopname)
Symptomen
• Lokale necrose thv huid en mondmucosa
• Algemene ziekteverschijnselen (door toxines)
• Verminderde zuigreflex → vatbaar voor diarree
Therapie
• Snel behandelen om verdere ziekte en diarree te vermijden
o Lokale behandeling van letsels
o Systemische behandeling met penicilline
▪ Effectief tegen zowel Trueperella als Fusobacterium
2
, Bacteriële ziekten Varken 1ste Master 2024-2025
Preventie
• Vermijden van bijtwonden tussen biggen: moeilijk in praktijk
• Tandenknippen (vroeger standaardpreventie)
o Enkel nog toegelaten op probleembedrijven (niet meer routinematig toegestaan)
4. Anderen aandoeningen thv de huid en adnexa (niet te kennen)
Gasgangreen, Boutvuur, Subcutane abcessen, Rhodococcus equi lymfadenitis, Actinomycose, Panaritium, Keelmiltvuur
5. Dermatomycose
Dit is een infectie met dermatofyten. Dit zijn filamenteuze schimmels van de huid. Elke diersoort
heeft zijn eigen ‘huidschimmel’, bij het varken is dat Microsporum nanum.
Het veroorzaakt typische circulaire, korstige letsels. Deze zijn niet pijnlijk, jeuken niet en gaan
spontaan verdwijnen (na 2-3 maanden). Dit is relatief zeldzaam bij varkens.
3