WO: ruimte landschappen
1. Landschapselementen en soorten landschappen
Landschapselementen worden onderverdeeld in menselijke en natuurlijke
landselementen.
Natuurlijke landschapselementen:
- Reliëf: hoogste punt, horizonlijn, hellingen, hoogteverschillen,
reliëfvorm, opvallende kenmerken (rotswand, duinen, …)
- Water: moeras, ven, rivier, meander, bron, waterval, zee, getijden,
bevaarbaar, …
- Natuurlijke begroeiing: naaldbos, loofbos, gemengd bos, heide,
schorre, … (vegetatie)
- Bodem en ondergrond los, vast, nat, droog, kneedbaar, …
Een natuurlandschap kan je op basis van de vegetatie, de ligging of de
reliëfvorm ook nog verder opdelen in kustlandschap, tangialandschap,
berglandschap, steppelandschap, woestijnlandschap, …
(pagina 22-23)
Voorstelling van natuurlijke landschappen:
Menselijke landschappen:
- Wonen: op basis hiervan worden een landelijk landschap (dorp,
gehucht), een stedelijk landschap (stadscentrum, -wijk) en een
verstedelijkt landschap onderscheiden
- Landbouw: de landbouwelementen (veeteelt, tuinbouw, bosbouw)
overwegen – een agrarisch landschap
- Werken: industrie en verkeer (+haven), handel en diensten – zo
ontstaat er eerder een industrieel landschap
- Vrije tijd: toerisme (toeristisch of recreatielandschap)
, WO: ruimte landschappen
2. Reliëf en hydrografie
Wanneer we het landschap waarnemen stellen we vast dat het ene
landschapselement hoger ligt dan het andere. Zelden is het landschap
volledig vlak het grondoppervlak vertoont een afwisseling in hoogten en
laagten. Deze afwisselingen noemen we het reliëf. Het reliëf is een
natuurlijk landschapselement. We houden geen rekening met
oneffenheden die door de mens zijn aangebracht bv: een dijk, een groeve,
…
Het aardoppervlak kan verschillende structuren hebben. M.a.w. er zijn
verschillende reliëfvormen. Je hebt bijvoorbeeld zeer steile valleien met
loodrechte hellingen, of valleien met een V-vorming profiel.
Om een reliëfvormen te herkennen
kijken we naar 4 reliëfelementen die
elk beginnen met een ‘h’:
- Hoogte
- Horizonlijn
- Helling
- Hoogteverschil (dit is niet
waarneembaar maar wel
meetbaar)
2.1 Wat is reliëf?
Je spreekt van een zwak reliëf als er weinig oneffenheden zijn in een
landschap. Een sterk reliëf als er grote oneffenheden in het landschap zijn.
Je kan reliëf voorstellen door hoogtelijnen of door kleuren. Een groene
kleur geeft bijvoorbeeld 10 tot 20m weer en bruin dan 60 tot 70m.
Hoe dichter de hoogtelijnen bij elkaar liggen, hoe steiler de helling is.
Als je het hellingspercentage wil berekenen moet je 100% maal het
hoogteverschil doen en dan delen door de afstand.
1. Landschapselementen en soorten landschappen
Landschapselementen worden onderverdeeld in menselijke en natuurlijke
landselementen.
Natuurlijke landschapselementen:
- Reliëf: hoogste punt, horizonlijn, hellingen, hoogteverschillen,
reliëfvorm, opvallende kenmerken (rotswand, duinen, …)
- Water: moeras, ven, rivier, meander, bron, waterval, zee, getijden,
bevaarbaar, …
- Natuurlijke begroeiing: naaldbos, loofbos, gemengd bos, heide,
schorre, … (vegetatie)
- Bodem en ondergrond los, vast, nat, droog, kneedbaar, …
Een natuurlandschap kan je op basis van de vegetatie, de ligging of de
reliëfvorm ook nog verder opdelen in kustlandschap, tangialandschap,
berglandschap, steppelandschap, woestijnlandschap, …
(pagina 22-23)
Voorstelling van natuurlijke landschappen:
Menselijke landschappen:
- Wonen: op basis hiervan worden een landelijk landschap (dorp,
gehucht), een stedelijk landschap (stadscentrum, -wijk) en een
verstedelijkt landschap onderscheiden
- Landbouw: de landbouwelementen (veeteelt, tuinbouw, bosbouw)
overwegen – een agrarisch landschap
- Werken: industrie en verkeer (+haven), handel en diensten – zo
ontstaat er eerder een industrieel landschap
- Vrije tijd: toerisme (toeristisch of recreatielandschap)
, WO: ruimte landschappen
2. Reliëf en hydrografie
Wanneer we het landschap waarnemen stellen we vast dat het ene
landschapselement hoger ligt dan het andere. Zelden is het landschap
volledig vlak het grondoppervlak vertoont een afwisseling in hoogten en
laagten. Deze afwisselingen noemen we het reliëf. Het reliëf is een
natuurlijk landschapselement. We houden geen rekening met
oneffenheden die door de mens zijn aangebracht bv: een dijk, een groeve,
…
Het aardoppervlak kan verschillende structuren hebben. M.a.w. er zijn
verschillende reliëfvormen. Je hebt bijvoorbeeld zeer steile valleien met
loodrechte hellingen, of valleien met een V-vorming profiel.
Om een reliëfvormen te herkennen
kijken we naar 4 reliëfelementen die
elk beginnen met een ‘h’:
- Hoogte
- Horizonlijn
- Helling
- Hoogteverschil (dit is niet
waarneembaar maar wel
meetbaar)
2.1 Wat is reliëf?
Je spreekt van een zwak reliëf als er weinig oneffenheden zijn in een
landschap. Een sterk reliëf als er grote oneffenheden in het landschap zijn.
Je kan reliëf voorstellen door hoogtelijnen of door kleuren. Een groene
kleur geeft bijvoorbeeld 10 tot 20m weer en bruin dan 60 tot 70m.
Hoe dichter de hoogtelijnen bij elkaar liggen, hoe steiler de helling is.
Als je het hellingspercentage wil berekenen moet je 100% maal het
hoogteverschil doen en dan delen door de afstand.