De eerste wereldoorlog (1914-1918)
Heel het Europese continent en een groot deel van de wereld raakten
verwikkeld in een aanslepend conflict dat het leven van miljoenen kostte.
Elk dorp heeft een monument dat gewijd is aan zijn slachtoffers tijden de
wereldoorlogen.
1. Naam wereldoorlog
De naam wereldoorlog slaat enerzijds op de vele Engelse en Franse
troepen die vanuit de koloniën naar Europa werd gehaald, anderzijds op de
gevechten die werkelijk in koloniën plaatsvonden zoals in Afrika, de Grote
oceaan en het Midden-Oosten.
2. De oorzaken van WOI
De oorzaken waren van binnenlandse en buitenlandse aard en gingen
terug tot in de 19e eeuw. We kunnen drie oorzaken herkennen:
- Steeds heftiger nationalisme
- Botsing tussen de belangen van verschillende landen
- Militarisering van Europese naties
Het nationalisme voedde de spanningen tussen Europese staten zoals
Duitsland en Frankrijk. In Oostenrijk-Hongarije streefden men naar
onafhankelijkheid door het nationalisme. De spanningen tussen de
Europese staten liepen het hoogst op in de Balkan, waar Oostenrijk-
Hongarije, Rusland en het Ottomaanse Rijk elkaars invloed betwistten. In
1853 brak er conflict uit in de Krim tussen de landen maar Frankrijk en
Groot-Brittannië zich in mengden.
In de meeste Europese staten werd de dienstplicht ingevoerd, de vloot
uitgebreid en de bewapening opgevoerd. Boven de militarisering werd EU
verdeeld over twee grote bondgenootschappen: triple Alliantie (Duitsland,
Oostenrijk-Hongarije en Italië) en de triple entente. Door de geïsoleerdeij
alliantie vonden Rusland, Engeland en Frankrijk elkaar als bondgenoten.
Behalve Engeland beloofden de leden in beide allianties om elkaar te hulp
te komen als één van hen in een oorlog verwikkeld geraakte. Door de
onderlinge verdragen escaleerde meteen een conflict tussen twee landen
van die blokken tot een oorlog tussen bijna alle Europese landen.
3. Het schot dat de oorlog ontketende
De Oostenrijkse annexatie frustreerde Servische nationalisten die niet
overheerst wilden worden door de vreemde Oostenrijkers. Gavrilo Principe
schoot de kroonprins, Franz-Ferdinand zijn vrouw Sophie, neer tijdens hun
, Elke van Grimbergen Wo: tijd 9.2 de nieuwe tijden deel 3
bezoek aan de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Een maand na de moord
verklaarde Oostenrijk-Hongarije de oorlog aan de Serviërs.
Frankrijk en Engeland probeerde eerst nog te bemiddelen, maar Rusland
verzamelde zijn soldaten om de Serven te hulp te schieten. Duitsland gaf
Rusland 12u de tijd om zijn mobilisatie van zijn troepen te stoppen. Er
kwam geen reactie, dus verklaarde Duitsland de oorlog aan Rusland. Twee
dagen later volgde de Oorlogsverklaring van Duitsland aan Frankrijk. De
bondgenootschappen zorgde voor een kettingreactie, waardoor heel
Europa in het conflict gesleurd werd.
Duitsland wou via een vrije doortocht door België Frankrijk aanvallen,
maar België wou dit niet dus verklaarde Duitsland ook de oorlog aan
België. Hierdoor nam Engeland ook de wapens tegen Duitsland.
4. België, een klein land in de Groote oorlog
Veel mensen verwachtten dat het een snelle en korte oorlog ging zijn.
Maar dit optimisme was van korte duur. Hun plan om Frankrijk via België
uit te schakelen en vervolgens zich te richtte op Rusland faalde. België
verzette zich met hand en tand en wist zelfs een kleine overwinning te
halen bij het Limburgse Halen. De Belgische tegenstand vertraagde het
Duitse leger.
Na tien weken van zware gevechten verschanste het uitgeputte Belgische
leger zich op het nippertje achter de rivier de IJzer. De beter uitgeruste
Duitse soldaten bleven onverbiddelijk oprukken en wonnen gestaag aan
terrein.
Koning Albert I keurde het plan goed om de IJzervlakte onder water te
zetten om de Duitse opmars te stoppen. Het plan leek te lukken, maar de
onderwaterzetting ging niet snel genoeg, waardoor het nodig was om een
grotere sluis in het gevaarlijke niemandsland te gaan openen. De soldaten
zetten in het holst van de nacht de sluizen open en na enkele nachten
stond de IJzervlakte onder water. In alle chaos trokken de Duitse soldaten
zich terug. Op deze manier bleef een klein stukje Belgisch grondgebied in
de westhoek onbezet.
Koning Albert I bekommerde zich als opperbevelhebber om zijn troepen.
De ‘Koning soldaat’ werd in eigen land erg populair. Vanwege de neutrale
status van België vond hij dat België uitsluitend zijn grondgebied moest
verdedigen. De Belgische troepen werden niet meer ingezet tot aan het
eindoffensief, waardoor heel wat Belgische levens gespaard bleven. Er
stierven in totaal 38.000 Belgische soldaten.
5. Op de vlucht