TAALSTOORNIS
1. INLEIDING
1.1. AFASIE EN COGNITIEVE COMMUNICATIESTOORNISSEN
- Communicatie in taal verloopt hoofdzakelijk via taal
- We gebruiken woorden, zinnen, verhalen om gedachten, ideeën, gevoelens met
anderen te delen
- We begrijpen woorden, zinnen en verhalen die gezegd of geschreven worden
luisteren/lezen
- Indien taal verstoord communicatiemoeilijkheden + impact op relationeel,
sociaal, psychisch, emotioneel en professioneel vlak
2. BESCHRIJVEN VAN AFASIE
2.1. AFASIE
2.1.1. SITUERING EN DEFINITIE
2.1.1.1. SITUERING VAN AFASIE ALS EEN NEUROGENE
COMMUNICATIESTOORNIS
- Afasie samen met spraakapraxie, dysartrie, cognitieve
communicatiestoornissen en neurogene communicatiestoornissen
o Neurogene communicatiestoornissen: zijn communicatiestoornissen
van talige- (afasie), spraakmotorische (spraakapraxie of dysartrie) of
cognitieve origine die ontstaan t.g.v. een NAH
Geïsoleerd of samen voorkomen
- NAH: een letsel in de hersenen dat ontstaan is
na de geboorte t.g.v.
o Beroerte
o Trauma
o Tumor
o Infectie
o Intoxicatie
o Vitaminedeficiëntie
o Neurodegeneratieve ziekte
1
,2.1.1.2. DEFINITIE VAN AFASIE ALS EEN VERWORVEN TAALSTOORNIS
- Afasie: een taalstoornis en geen spraakstoornis, veroorzaakt door een focaal
hersenletsel nadat de taal verworven is
o “Afasie is een taalstoornis” het is een centrale stoornis waarbij 4
taalmodaliteiten (luisteren, spreken, lezen en schrijven) in meer of
mindere mate aangetast zijn
Verschil met dysartrie/spraakstoornis
Spraakstoornis is enkel spreken aangetast en lezen,
schrijven, luisteren intact
o PMA heeft bepaalde afasiesymptomen semantische parafasieën en/of
fonologische parafasieën
- NAH moet aantoonbaar zijn om te spreken van afasie !!!
o Aantoonbaar = zichtbaar op beeldvorming
- Hersenletsel is focaal
o Hersenletsel heeft een duidelijke focus, wat een meerwaarde is voor
anatomo-klinische correlaties onderzoeker krijgt inzicht in de organisatie
en lokalisatie van normale taalgebruik
Waar is taal gerepresenteerd
Welke hersengebieden zijn betrokken bij taak
Welke processen liggen ten grondslag aan woordvinding
o Dementie/hersentrauma ≠ afasie
- Afasie is een verworven stoornis
o “Verworven” onderscheidt afasie van een TOS
TOS kennen verschillende oorzaken zuurstoftekort bij geboorte,
genetische afwijking (vaak geen duidelijke oorzaak)
o Indien kind hersenletsel oploopt tijdens taalontwikkeling kan ook
taalstoornis krijgen “kinderafasie”
2.1.2. OORZAKEN
2.1.2.1. CEREBROVASCULAIR ACCIDENT (CVA)/BEROERTE
= Ongeval van de bloedvaten in de hersenen. Waarbij we een CVA herkennen als een
“beroerte”
- Afasie ontstaat taalcentra (in taaldominatie hersenhelft) plots (acuut) niet meer
van voedingsstoffen of zuurstof worden
voorzien
o Arteria cerebi media (ACM):
bloedvat dat meestal
verantwoordelijk is voor het ontstaan
van afasie
- Meest voorkomende oorzaak van afasie
(85%)
- Incidentie in België
o 200 tot 230 per 100 000 inwoners per jaar
o = 19 000 gevallen per jaar, of 52 gevallen per dag
2
, - Prevalentie Nederland en België:
o jaarlijks min 20 000 mensen met afasie ((1/567, 15 tot 38% na een
beroerte)
- 2 oorzaken van CVA:
o Ischemish CVA/herseninfarct (90%)
Bloedtoevoer naar hersenen is afgesloten
door een embool of een trombus
(bloedprop)
Vakjargon: “hypoperfusie”
Beelvorming: hypoperfusie
o Hemorragische
CVA/hersenbloeding (20%)
Bloed uit de bloedbaan kan ontsnappen door
een scheuring van een bloedvat
zenuwcellen worden niet meer voorzien van
voedingstooffen en stroomt het bloed uit het
bloedvat in de hersnenen
Beelvorming:
hyperperfusie
2.1.2.2. TRAUMATA
- Traumatisch hersenletsel, een hersenletsel door een ongeval
- Leeftijd 60-75 jaar veel ongevallen door een val in huis
- Mannen 3x > mannen
- Ingedeeld door aanwezigheid + duur van bewustzijnsverlies (bzv) +
geheugenverlies
- Traumatisch hoofdletsel/trauma capitis: trauma met hoofd dat niet leidt tot
bzv of amnesie
- Traumatisch hersenletsel: trauma waarbij sprake is van bzv en amnesie (hoe
kort ook)
o Schade aan hersenen na trauma is groter + diffuser dan bij focaal letsel
Afasie gaat gepaard met andere cognitieve stoornissen
geheugen- en gedragsproblemen
2.1.2.3. HERSENTUMOREN
- Goedaardig of kwaardaardig
- Ruimte-innemend proces, waarbij geen extra ruimte is binnen de schedel
- Groeiende tumor gezond weefsel beginnen drukken
o Indien zenuwcellen uit taal kritische regio’s betreft ontstaan van
afasie
- Hersenen kunnen zich herorganiseren door neuroplasticiteit taalfuncties
passen zicha aan bij tumorgroei zonder direct taalsymptomen
- Epileptische aanvallen of bloedingen in de tumor kunnen afasie veroorzaken
- Bij tumoren in taalkritische gebieden wordt de patiënt vaak wakker geopereerd en
voert taaltaken uit om de tumor zonder schade aan taalfuncties te verwijderen
- Neurologopedisten en neurlinguïsten assisteren de neurochirurg
3
, 4