1. TAALONTWIKKELINGSSTOORNISSEN: INDELING EN DEFINITIES
1.1. WAT IS EEN TAALONTWIKKELINGSSTOORNIS
- Verborgen stoornis, niet zichtbaar (niet zoals fysieke beperking)
o Reden dat taalontwikkelingsstoornissen minder goed gekend zijn dan
andere stoornissen
- Verwerven van mondelinge taal opvallend trager en moeizamer
1.1.1. DEFINITIE ASHA (AMERICAN SPEECH-LANGUAGE-HEARING
ASSOCIATION)
- Taalontwikkelingsstoornis:
o Een significant tekort in de ontwikkeling en het gebruikt van taal in al
zijn modaliteiten
o Het gaat hierbij om problemen met taalbegrip en/of taalproductie
binnen de verschillende taaldomeinen
o Mogelijks voor het leven
Op volwassen leeftijd kan je nog altijd hinder hieronder vinden
o Symptomen kunnen veranderen doorheen de tijd
o Typische taalontwikkeling
o Afwijkende taalontwikkeling
1.1.2. WAT IS EEN SIGNIFICANT TEKORT?
- Significant te kort = niet tijdig behalen van de taalmijlpalen.
Examen: aan de hand van een casus kunnen afleiden of het kind kan wat het moet
kunnen of niet.
Leeftijd Minimum spreeknorm
Het kind ontwikkelt (non-)verbale taalvoorwaarden:
- Huilen, lachen en kraaien
- Oogcontact
- Spelen met de lippen, de tong en het verhemelte
- Spelen met de stem
0-12 maanden - Luisteren naar de stem van een ander en kijken naar het
mondbeeld
- Brabbelen in een steeds gevarieerder patroon
- Imiteren
- Beurtnemen
Het kind begrijpt opdrachten met twee woorden
12-18 Het kind kan één of meer lichaamsdelen aanwijzen
maanden Het kind kan veel en gevarieerd brabbelen met af en toe een
herkenbaar woord
18-24 Het kind gebruikt 5 tot 10 woorden
maanden
2 jaar - 2j6m Het kind begrijpt zinnen met 3 woorden
1
, Het kind gebruikt tweewoorduitingen waarbij de woordopbouw nog
onvolledig is
Het kind gebruikt driewoorduitingen waarbij de woordopbouw nog
2j6m – 3 jaar
onvolledig is
Het kind gebruikt drie- tot vijfwoorduitingen
3 jaar – 3j6m Ongeveer de helft van wat het kind zegt, is verstaanbaar
Het kind vertelt spontaan wel eens een verhaal
3j6m – 4 jaar 50-70% van wat het kind zegt, is verstanbaar
Het kind kan een verhaal navertellen aan de hand van plaatjes
Het kind gebruikt enkelvoudige zinnen waarbij nog problemen met
4 jaar – 5j6m meervoudsvormen en vervoegen mogen bestaan
75-90% van het kind zegt, is verstaanbaar
Het kind gebruikt goed gevormde, ook samengestelde zinnen
> 5j6m Het kind is goed verstaanbaar
Het taalgebruik is concreet
OPDRACHT SAMENWERKEN IN GROEP
Typische taalontwikkeling: voldoen aan zaken binnen het kader. Afwijkende
taalontwikkeling: wanneer zaken van het kader nog niet in orde zijn.
- Casus 1: Sofie (2;08)
o Typische taalontwikkeling maakt gebruik van driewoorduitingen waarbij
de woordopbouw nog niet volledig is
- Casus 2: Marie (1;05)
o Afwijkende taalontwikkeling kan geen lichaamsdelen aanduiden
- Casus 3: Jan (4;01)
o Afwijkende taalontwikkeling niet verstaanbaar voor anderen
1.2. PREVALENTIE VAN TAALONTWIKKELINGSSTOORNISSEN
- Geeft aan hoeveel kinderen met een TOS er zijn op een bepaald moment. Hoewel
TOS’en nog niet zo bekend zijn als bv dyslexie, liggen de prevalentiecijfers in
dezelfde lijn.
- Varieert in de literatuur, afhankelijk van gebruikte definitie en methodologie.
- Algemeen: 5-10% van schoolgaande kinderen heeft TOS
2
,1.3. INDELING VAN TAALONTWIKKELINGSSTOORNISSEN (TOS)
1.3.1. PRIMAIRE TAALONTWIKKELINGSSTOORNIS
- Gemeenschappenlijke aspecten in verschillende definities:
o 1: Achterstand in de taalverwerving
o 2: Geen duidelijke verklaring voor deze achterstand
- Diagnose op basis van uitsluitingcriteria
o = Aantonen dat achterstand niet het gevolg is van problemen in andere
ontwikkelingsdomeinen of onvoldoende taalaanbod
- Comorbiditeit mogelijk meerdere bijkomende ontwikkelingsproblemen
hebben
Terminologie
- Internationaal
o DLD = developmental language disorder
- Nationaal (+ Nederland)
o TOS = taalontwikkelingsstoornis
Verdere onderverdeling van TOS
Vertraagde taalontwikkeling
Gestoorde taalontwikkeling
Prevalentie
7% heeft een primaire TOS
Komt 3 keer meer voor bij jongens dan bij meisjes
1.3.1.1. VERTRAAGDE TAALONTWIKKELING (VTO)
Voorbijgaande aard
- Achterstand in de taalontwikkeling taalniveau komt overeen met taalniveau
van jonger kind
- Harmonisch profiel1, gelijkmatige uitval van alle taaldomeinen
- Taalontwikkeling later op gang en trager verloop
- Inhaalmanoeuvre is mogelijk mits gepaste hulp (m.a.w. achterstand in te halen
met de juiste therapie)
OPDRACHT VIDEOFRAGMENT MEIKE
Bekijk de video fragment
- Waar worstelt ze mee?
o Gesprekken volgen die vooral heel snel gaan
o Op haar woorden komen (woordvindingsproblemen) + niet alle woorden
kennen (beperkte woordenschat)
o Zoeken naar hoe ze haar woorden moet formuleren, last pauzes in
1
Harmonisch profiel: alle aspecten van taalontwikkeling (woordenschat, grammatica,
uitspraak) zijn ongeveer gelijktijdig vertraagd
3
, 1.3.1.2. GESTOORDE TAALONTWIKKELING
- Therapieresistent
- Blijvende problemen, ook op volwassen leeftijd
- Prevalentie = 3%
- Zeer hardnekkige, aangeboren taalontwikkelingsstoornis. Twee groepen:
1. Kinderafasie
= Gevolg van een hersenletsel waardoor de taalgebieden in de
hersenen beschadigd raken duidelijk terugval in taalontwikkeling
wegens hersenletsel verworven kinderafasie
Strikt genomen geen primaire taalontwikkelingsstoornis – wel
zelfde klinische beeld als TOS
Mogelijke oorzaken:
Hersentrauma (meest voorkomend)
Cerebrovasculaire aandoening (CVA) – aangeboren
hartafwijking
o Onderbrekingen van bloedstroom in de hersenen
door een verstopping van een bloedvat (trombose
o Ruptuur van een bloedvat (bloeding)
Tumoren of infecties
o Bijv.: hersenvliesontsteking
Alleen indien TAALGEBIEDEN in de hersenen zijn aangetast!!
2. Ontwikkelingsdysfagie (OD) belangrijkste
Geen duidelijk aantoonbaar hersenletsel
Disharmonisch profiel 2
Grillig taalprofiel
Vertraagde of blijvende TOS
Hardnekkige, aangeboren taalontwikkelingsstoornis
Kinderen heterogene groep met gevarieerde taalprofielen
Taalproblemen:
Taalbegrip
Taalproductie
Vooral problemen ervaren bij het vertellen van een verhaal of het
voeren van een gesprek
Taalproblemen zijn therapieresistent
- Verdere onderverdeling volgens klinische classificatie van
taalontwikkelingsstoornissen = gebaseerd op taalbegrip (receptief) VS
taalproductie (expressief)
o Twee subtypes, soms drie:
1. Kinderen met taalproductiestoornis en relatief goed taalbegrip
(= expressieve TOS)
2. Kinderen met zowel een taalproductie- als een
taalbegripstoornis (=
recessief-expressieve TOS)
3. (soms) kinderen met relatief
geïsoleerde fonologische
stoornis
2
Disharmonisch profiel: sommige aspecten zijn meer vertraagd dan andere, wat kan
leiden tot ongelijkmatige taalvaardigheden
4