Week 5 literatuur
Hoofdstuk 8 – long-term memory storage and retrieval processes
Storage as a constructive process
We onthouden niet veel van wat wij zien. Veel onderzoekers denken dat het opslaan van informatie
een proces van constructie bevat. Onze perceptie van de omgeving bevat vaak minder of meer
informatie dan de omgeving ons geeft, de sensatie. Mensen plaatsen alle binnenkomende informatie in
een betekenisvolle situatie. Onze sensatie wordt bepaald door de veranderingen in focus saccades.
Door deze veranderingen nemen we niet alles waar, maar door mentale opvulling wordt de hele
omgeving waargenomen. Als je iemand ziet staan achter een desk, vul je automatisch aan dat diegene
benen heeft, zonder dat je ze ziet. Een ambiguous stimulus kan op twee of meer manieren
geïnterpreteerd worden.
Long-term memory storage processes
Bartlett liet zijn studenten een verhaaltje lezen en daarna vroeg hij het verhaaltje te herhalen, hier
gebeurden verschillende dingen mee:
De woorden zelf zijn veranderd
De focus lag op bepaalde gebeurtenissen die belangrijk waren voor het verhaal, onbelangrijke
details werden weggelaten
Delen van het verhaal waren veranderd, er was meer informatie toegevoegd om het verhaal
kloppend te maken aan Engelse literatuur.
Er was een neiging om gebeurtenissen uit
te leggen en te beschrijven.
Rehearsal kan een effectieve manier zijn om iets
voor een korte tijd te onthouden. Atkinson en
Shiffrin gaven aan dat deze methode ook effectief
was om dingen in het langer-termijn op te slaan.
Dit gebeurde dan alleen als de informatie
gekoppeld werd aan bestaande kennis
meaningful learning. Dit houdt in dat informatie
makkelijker wordt opgeslagen, maar ook
makkelijker onthouden wordt. Wanneer je nieuwe
informatie koppelt aan jezelf kan dat een effect
hebben op het leren, dit noem je self-reference
effect. Hierbij kan je dingen dus beter onthouden.
Internal organization is wanneer nieuwe
informatie wordt onthouden en opgeslagen op een
effectieve manier, wanneer de onderdelen op een of
andere manier verbonden zijn. Wanneer je iets in een bepaalde volgorde leert, kan je dat beter
onthouden dan dat je iets in een random volgorde moet leren.
Wanneer mensen nieuwe informatie krijgen, interpreteren ze deze informatie, maken assumpties en
trekken conclusies. Elaboration is het gebruiken van bestaande kennis om aan nieuwe informatie toe
te voegen en deze versie op te slaan. Wanneer mensen nieuwe informatie gebruiken om zelf een nieuw
concept, idee, procedure of argumentatie te vormen, onthouden ze deze informatie beter dan dat
iemand dat al voor hen doet. Dit noem je generation effect.
Visual imagery is een mentale ‘afbeelding’ dat bevat hoe iets eruit heeft gezien of eruit zal zien.
Mensen hebben een heel groot vermogen om visuele informatie te onthouden. Mensen onthouden iets
nog beter wanneer de informatie verbaal en visueel is aangeboden.
, Veel procedures bevatten fysiek gedrag en mentale activiteit. Complexe procedures zijn niet makkelijk
geleerd. Er zijn verschillende theorieën over hoe procedurele kennis verbonden is met leren en langer
termijn geheugen.
Sommigen zeggen dat de declaritive knowledge als eerst wordt verkregen en uiteindelijk
procedurele kennis wordt.
Mensen leren gedrag en de informatie tegelijk
Factors affecting long-term memory storage
Er zijn meerdere factoren die invloed hebben op het langetermijngeheugen, een daarvan is tijd.
Hieronder worden verschillende factoren besproken:
Werkgeheugen
Om dingen op te slaan moet de persoon zich bewust zijn van de relatie tussen de nieuwe informatie en
de informatie die ze al hebben. Deze twee moeten tegelijkertijd in het werkgeheugen zijn. Als het
werkgeheugen al vol is, dan is het moeilijk nieuwe informatie op te slaan of al bestaande informatie op
te halen.
Eerdere kennis
Eerdere kennis is nodig om nieuwe informatie op te kunnen slaan. Eerdere kennis beïnvloedt hoeveel
we kunnen onthouden, maar het kan ook beïnvloeden wat we onthouden.
Eerdere misopvattingen
Misopvattingen is niet nuttige kennis. Wanneer nieuwe informatie niet overeenkomt met hun eerdere
kennis kunnen mensen dit heel anders opslaan/ opvatten of juist helemaal negeren. Als de eerdere
kennis dus niet juist is, een misopvatting, dan leert de persoon het verkeerde. Zo kan je dan bij
negative reinforcement denken aan straf, terwijl dit niet hetzelfde is.
Verwachtingen
Veel mensen hebben verwachtingen van iets op basis van hun kennis, deze verwachtingen hebben
invloed op hoe mensen informatie zien, encoderen en opvatten. Wanneer mensen iemand aardig
vinden verwachten ze gewenst gedrag, daardoor zien ze dat ook alleen maar halo effect. En
wanneer mensen iemand niet aardig vinden verwachten ze ook ongewenst gedrag en zien ze dat dus
ook horns effect. Zo verwachten mensen van anderen die er netjes zijn een goede prestatie en van
mensen die minder goed eruit zien en slechtere prestatie.
Verbalisatie
Verbalization is het praten of schrijven over een ervaring dat is gebeurd of nu gebeurd. Self-
explanation is een voorbeeld hiervan en kan helpen dingen te begrijpen. Wanneer leerlingen iets
opschrijven komt het in hun werkgeheugen waardoor ze het makkelijker onthouden.
Vaststelling (enactment)
Enactment is het daadwerkelijk uitvoeren van iets waaruit blijkt dat je iets hebt geleerd. Jonge
kinderen kunnen bijvoorbeeld beter ene verhaal onthouden als ze het nadoen met poppetjes. Hierbij is
feedback ook heel belangrijk.
Herhalen en herzien
Wanneer je iets vaak herhaalt, met langere pauzes er tussen (om de dag/ elke week), onthoud je het
vaak ook beter. Leren of oefenen zijn meer effectief als ze gespreid zijn over een bepaalde tijd
spacing effect. Het leren kan dan wel langzamer verlopen, maar het wordt wel beter opgeslagen in het
langetermijngeheugen. Hierdoor is het makkelijker en sneller terug te halen. Interleaving is het
afwisselen van verschillende onderwerpen.
Cognitieve psychologen maken ene onderscheid in twee types van het verwerken van informatie:
Hoofdstuk 8 – long-term memory storage and retrieval processes
Storage as a constructive process
We onthouden niet veel van wat wij zien. Veel onderzoekers denken dat het opslaan van informatie
een proces van constructie bevat. Onze perceptie van de omgeving bevat vaak minder of meer
informatie dan de omgeving ons geeft, de sensatie. Mensen plaatsen alle binnenkomende informatie in
een betekenisvolle situatie. Onze sensatie wordt bepaald door de veranderingen in focus saccades.
Door deze veranderingen nemen we niet alles waar, maar door mentale opvulling wordt de hele
omgeving waargenomen. Als je iemand ziet staan achter een desk, vul je automatisch aan dat diegene
benen heeft, zonder dat je ze ziet. Een ambiguous stimulus kan op twee of meer manieren
geïnterpreteerd worden.
Long-term memory storage processes
Bartlett liet zijn studenten een verhaaltje lezen en daarna vroeg hij het verhaaltje te herhalen, hier
gebeurden verschillende dingen mee:
De woorden zelf zijn veranderd
De focus lag op bepaalde gebeurtenissen die belangrijk waren voor het verhaal, onbelangrijke
details werden weggelaten
Delen van het verhaal waren veranderd, er was meer informatie toegevoegd om het verhaal
kloppend te maken aan Engelse literatuur.
Er was een neiging om gebeurtenissen uit
te leggen en te beschrijven.
Rehearsal kan een effectieve manier zijn om iets
voor een korte tijd te onthouden. Atkinson en
Shiffrin gaven aan dat deze methode ook effectief
was om dingen in het langer-termijn op te slaan.
Dit gebeurde dan alleen als de informatie
gekoppeld werd aan bestaande kennis
meaningful learning. Dit houdt in dat informatie
makkelijker wordt opgeslagen, maar ook
makkelijker onthouden wordt. Wanneer je nieuwe
informatie koppelt aan jezelf kan dat een effect
hebben op het leren, dit noem je self-reference
effect. Hierbij kan je dingen dus beter onthouden.
Internal organization is wanneer nieuwe
informatie wordt onthouden en opgeslagen op een
effectieve manier, wanneer de onderdelen op een of
andere manier verbonden zijn. Wanneer je iets in een bepaalde volgorde leert, kan je dat beter
onthouden dan dat je iets in een random volgorde moet leren.
Wanneer mensen nieuwe informatie krijgen, interpreteren ze deze informatie, maken assumpties en
trekken conclusies. Elaboration is het gebruiken van bestaande kennis om aan nieuwe informatie toe
te voegen en deze versie op te slaan. Wanneer mensen nieuwe informatie gebruiken om zelf een nieuw
concept, idee, procedure of argumentatie te vormen, onthouden ze deze informatie beter dan dat
iemand dat al voor hen doet. Dit noem je generation effect.
Visual imagery is een mentale ‘afbeelding’ dat bevat hoe iets eruit heeft gezien of eruit zal zien.
Mensen hebben een heel groot vermogen om visuele informatie te onthouden. Mensen onthouden iets
nog beter wanneer de informatie verbaal en visueel is aangeboden.
, Veel procedures bevatten fysiek gedrag en mentale activiteit. Complexe procedures zijn niet makkelijk
geleerd. Er zijn verschillende theorieën over hoe procedurele kennis verbonden is met leren en langer
termijn geheugen.
Sommigen zeggen dat de declaritive knowledge als eerst wordt verkregen en uiteindelijk
procedurele kennis wordt.
Mensen leren gedrag en de informatie tegelijk
Factors affecting long-term memory storage
Er zijn meerdere factoren die invloed hebben op het langetermijngeheugen, een daarvan is tijd.
Hieronder worden verschillende factoren besproken:
Werkgeheugen
Om dingen op te slaan moet de persoon zich bewust zijn van de relatie tussen de nieuwe informatie en
de informatie die ze al hebben. Deze twee moeten tegelijkertijd in het werkgeheugen zijn. Als het
werkgeheugen al vol is, dan is het moeilijk nieuwe informatie op te slaan of al bestaande informatie op
te halen.
Eerdere kennis
Eerdere kennis is nodig om nieuwe informatie op te kunnen slaan. Eerdere kennis beïnvloedt hoeveel
we kunnen onthouden, maar het kan ook beïnvloeden wat we onthouden.
Eerdere misopvattingen
Misopvattingen is niet nuttige kennis. Wanneer nieuwe informatie niet overeenkomt met hun eerdere
kennis kunnen mensen dit heel anders opslaan/ opvatten of juist helemaal negeren. Als de eerdere
kennis dus niet juist is, een misopvatting, dan leert de persoon het verkeerde. Zo kan je dan bij
negative reinforcement denken aan straf, terwijl dit niet hetzelfde is.
Verwachtingen
Veel mensen hebben verwachtingen van iets op basis van hun kennis, deze verwachtingen hebben
invloed op hoe mensen informatie zien, encoderen en opvatten. Wanneer mensen iemand aardig
vinden verwachten ze gewenst gedrag, daardoor zien ze dat ook alleen maar halo effect. En
wanneer mensen iemand niet aardig vinden verwachten ze ook ongewenst gedrag en zien ze dat dus
ook horns effect. Zo verwachten mensen van anderen die er netjes zijn een goede prestatie en van
mensen die minder goed eruit zien en slechtere prestatie.
Verbalisatie
Verbalization is het praten of schrijven over een ervaring dat is gebeurd of nu gebeurd. Self-
explanation is een voorbeeld hiervan en kan helpen dingen te begrijpen. Wanneer leerlingen iets
opschrijven komt het in hun werkgeheugen waardoor ze het makkelijker onthouden.
Vaststelling (enactment)
Enactment is het daadwerkelijk uitvoeren van iets waaruit blijkt dat je iets hebt geleerd. Jonge
kinderen kunnen bijvoorbeeld beter ene verhaal onthouden als ze het nadoen met poppetjes. Hierbij is
feedback ook heel belangrijk.
Herhalen en herzien
Wanneer je iets vaak herhaalt, met langere pauzes er tussen (om de dag/ elke week), onthoud je het
vaak ook beter. Leren of oefenen zijn meer effectief als ze gespreid zijn over een bepaalde tijd
spacing effect. Het leren kan dan wel langzamer verlopen, maar het wordt wel beter opgeslagen in het
langetermijngeheugen. Hierdoor is het makkelijker en sneller terug te halen. Interleaving is het
afwisselen van verschillende onderwerpen.
Cognitieve psychologen maken ene onderscheid in twee types van het verwerken van informatie: