Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 2 out of 11 pages
Summary

Samenvatting Alle leerdoelen Goederenrecht P2

Document preview thumbnail
Preview 2 out of 11 pages

Alle leerdoelen, week 1 t/m 6, van Goederenrecht P2 zijn uitgewerkt

Content preview

Leerdoelen P2 Goederenrecht
Leerdoelen week 1:

De plaats van het goederenrecht binnen het (privaat)recht verklaren:

Het goederenrecht en het verbintenissenrecht vormen samen het vermogensrecht. Het
vermogensrecht is een van de twee hoofdonderdelen van het privaatrecht (andere is personen- en
familierecht).

 Het privaatrecht bestaat uit het vermogensrecht en het personen- en familierecht. Het
goederenrecht is onderdeel van het vermogensrecht.




De basisbegrippen van het goederenrecht omschrijven en in voorbeelden herkennen:

 Vermogensrecht= rechtsgebied dat de op geld waardeerbare verhoudingen tussen burgers
en onderling regelt (een recht met een bepaalde waarde die in geld is uit te drukken). Het
goederenrecht en het verbintenissenrecht vormen samen het vermogensrecht.
> Vermogensrechten worden omschreven in art. 3:6 BW:
1. Overdraagbaar: rechten die afzonderlijk (zelfstandig) of tezamen met een ander recht
overdraagbaar zijn; > de eigenaar van een bepaald recht dit recht aan een ander mag
overgeven (vb. eigendomsrecht of vorderingsrecht)
2. Stoffelijk voordeel: die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te
verschaffen; > meestal de eigenaar, stoffelijk (materieel) voordeel verstrekken (vb. het recht
op smartengeld of een vermogensrecht)
3. In ruil voor stoffelijk voordeel: die verkregen zijn in ruil voor verstrekt of in het
vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel (vb. vermogensrecht)
 Relatief recht= recht die slechts tegenover een bepaalde persoon werkt. Geldt niet ten
opzichte van iedereen.

,  Zaak= de voor menselijke beheersing vatbare (iets wat we kunnen vastpakken) stoffelijke
objecten (voorwerp dat uit een bepaald materiaal, een bepaalde stof bestaat).
 Goed= alle zaken en alle vermogensrechten.
 Registergoed= goederen waarvan de overdracht of de vestiging in de daartoe bestemde
openbare registers moet worden ingeschreven.
 Absoluut recht= de rechten die een persoon op een goed kan hebben. Geldt ten opzichte
van iedereen.
 Roerende zaak= zaken die verplaatsbaar zijn. Alle zaken die niet onroerende zaken zijn. (vb.
auto, fiets, laptop) (art. 3:3 lid 2 BW)
 Beperkt recht= recht dat is afgeleid van een meer omvattend recht, dat met het beperkte
recht is bezwaard.
 Volledig recht= meest omvattende recht dat een persoon op een zaak kan hebben.
 Genotsrecht/gebruiksrecht= rechten die de rechthebbende gebruiksgenot verschaffen van
de zaak of het recht waarop ze rusten (vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal en
appartement).
 Zekerheidsrecht= rechten die de rechthebbende zekerheid bieden ter voldoening van een
vordering die hij op een schuldenaar heeft (pand en hypotheek).
 Pandrecht= recht op een niet-registergoed dat bij het niet-voldoen van de onderliggende
geldvordering zekerheid biedt aan een schuldeiser.
 Hypotheekrecht= recht op een registergoed dat bij het niet-voldoen van de onderliggende
geldvordering zekerheid biedt aan een schuldeiser.
 Zakelijk recht= een recht dat samenhangt met een zaak of ander goed. Een zakelijk recht
staat hiermee in tegenstelling tot een persoonlijk recht dat samenhangt met een persoon.
 Vorderingsrecht= het recht van de schuldeiser tegenover de schuldenaar.

Onderscheid maken tussen absolute en relatieve rechten:

 Absolute rechten gelden ten opzichte van iedereen > eigendomsrecht
Kenmerken van absoluut recht:
- Zaaksgevolg (droit de suite): het absolute recht volgt het goed waarop het rust,
ongeacht waar dit goed zich bevindt.
- Prioriteitsbeginsel (droit de priorité): indien er meer dan één absoluut recht op een
goed rust, gaat het eerder gevestigde absolute recht vóór een later gevestigd
absoluut recht.
Daarnaast neemt de rechthebbende van een absoluut recht op een goed, een
bevoorrechte positie in bij een faillissement van een ander: ieder derde moet zich
onthouden van inbreuk (droit de preference).
> In totaal 8 absolute rechten: vruchtgebruik, pand, hypotheek, eigendom,
erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal (en appartement).
 Relatieve rechten gelden ten opzichte van één persoon > vorderingsrecht

Onderscheid maken tussen volledige en beperkte rechten:

 Volledige rechten= meest omvattende rechten die personen op zaken kunnen hebben. De
rechthebbende van een volledig recht kan – binnen de grenzen van de wet – alles doen met
het goed waar het volledige recht op rust. (art. 5:1 BW).
> Eigendomsrecht
 Beperkte rechten= rechten die zijn afgeleid van meer omvattende rechten, die met beperkte
rechten zijn bezwaard. (art. 3:8 BW)

Connected book
 image
Publisher: maart 2016 ISBN: 9789001862817 Edition: 3

Document information

Study
Summarized whole book?
Unknown
Uploaded on
November 1, 2020
Number of pages
11
Written in
2019/2020
Type
Summary
$5.94

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Sold
135
Followers
83
Items
4
Last sold
1 year ago


Reviews from verified buyers



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions