100% satisfaction guarantee Immediately available after payment Both online and in PDF No strings attached 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

statistiek samenvatting

Rating
-
Sold
-
Pages
46
Uploaded on
22-07-2025
Written in
2024/2025

Dit is een samenvatting die je eigenlijk meer kan zien als een cursus. Alles maar wat in les is gezien staat in deze samenvatting. Elke notitie staat er in. Ik heb enkel dit geleerd tijdens blok/ examenperiode en was meteen geslaagd van 1e keer.

Show more Read less
Institution
Module











Whoops! We can’t load your doc right now. Try again or contact support.

Written for

Institution
Study
Module

Document information

Uploaded on
July 22, 2025
Number of pages
46
Written in
2024/2025
Type
Summary

Subjects

Content preview

Evidence based medicine en statistiek 1

Statistiek

Topic 1

Beschrijvende en inductieve statistiek

Beschrijvende statistiek

 Hier beginnen we mee en dan gaan we over naar de inductieve
statistiek
 Topic 4, 5, 6, 7

Inductieve statistiek

 = inferentiële statistiek
 Schatten en toetsen van parameters en hypothesen



De populatie waarin we geïnteresseerd zijn is vaak te groot. We moeten
dus een steekproef testen uit de populatie.

 Via steekproef weet je veel over de populatie



Populatie (N)

 = verzameling van entiteiten of subjecten die op zijn minst één
karakteristiek (eigenschap) gemeen hebben
Vb. Verschil in spierkracht nagaan tussen mannen en vrouwen. We
kunnen onmogelijk kijken bij alle mannen en vrouwen. Daarom
nemen we een steekproef.
 N = populatiegrootte, doorgaans onbeperkt groot

Steekproef (n)

 = deelverzameling van entiteiten of subjecten (toevallig) getrokken
uit de studiepopulatie. Best om via toeval te doen.
 N (klein) = steekproefgrootte, beperkt

Variabelen

 Variabele = karakteristiek van een populatie die verschillende
waarden (attributen) kan aannemen.
 Attributen = een specifieke waarde die men aan een variabele
toekent
Vb. Leeftijd is een variabele (X = leeftijd). Leeftijd kan verschillende
waarden aannemen. Dit zijn de attributen. (X1 = 18, X2 = 18, X3 =
19)

, Vb. Geslacht van een patiënt is ook een variabele. De attributen zijn
hier: man, vrouw.
 Onafhankelijke variabele = beïnvloedt of veroorzaakt de
studievariabelen
 Afhankelijke variabele = wordt beïnvloed door andere
variabelen
Vb. Je doet onderzoek naar verschil in spierkracht tussen
mannen en vrouwen. Je hebt 2 variabele. 1e variabele is
spierkracht en de 2e is geslacht. De onafhankelijke variabele is
het geslacht. De afhankelijke variabele (of uitkomstvariabele)
is de spierkracht.



Meetniveau variabele

Nominaal = categorische variabele

Definitie: Dit meetniveau categoriseert gegevens zonder enige volgorde
of rangorde. De waarden zijn labels of namen en kunnen niet logisch
worden gerangschikt. Maar 1 antwoordmogelijkheid

Eigenschappen:

 Geen volgorde tussen categorieën. (Ene vrouw niet perse beter dan
andere want beide zijn vrouwen)

 Alleen gelijkheid of ongelijkheid kan worden vastgesteld.

Voorbeelden:

 Geslacht: man, vrouw, non-binair.

 Haarkleur: blond, bruin, zwart, rood.

 Oogkleur: bruin, groen, grijs

 Bloedgroep: A, B, AB, O

 Merknamen: Apple, Samsung, Sony.

 JA- NEE vragen

Belangrijk verschil: Geen rangorde of schaal; alleen classificatie.



2. Ordinaal = categorische variabele

Definitie: Dit meetniveau categoriseert gegevens met een volgorde,
maar de afstanden tussen de categorieën zijn niet gelijk of meetbaar.

,Eigenschappen:

 Rangorde is belangrijk.

 Afstanden tussen categorieën zijn niet kwantificeerbaar of
consistent.

Voorbeelden:

 Leeftijd: je kan opdelen in leeftijdsklassen: 1, 2 en 3. Bij 1e
leeftijdsklasse breng je iedereen jonger dan 18. In de 2e iedereen
tussen 18-25. In de laatste iedereen ouder dan 25. Er is een
rangorde mogelijk. Iemand in catergorie 2 is ouder dan in categorie
1 en jonger dan categorie 3.

 Opleidingsniveau: basisonderwijs, middelbaar, hoger onderwijs.

 Klanttevredenheid: zeer ontevreden, ontevreden, neutraal, tevreden,
zeer tevreden.

 Winnaars in een race: 1e plaats, 2e plaats, 3e plaats.

 Inkomst van mensen

 Mensen met een bepaald type kanker. Er zijn verschillende stadiums.
Graad van letsel is ordinale variabele. Als je in één zit, zit je niet in
de andere. Iemand met graad 4 is er erger aan toe dan iemand van
graad 1.

Belangrijk verschil: Er is een volgorde, maar je kunt geen precieze
afstand tussen de waarden berekenen.



3. Interval = numerieke variabele

Definitie: Gegevens hebben een volgorde, en de afstanden tussen
waarden zijn gelijk en meetbaar. Het nulpunt is echter arbitrair en
betekent niet "afwezigheid van waarde".

Eigenschappen:

 Gelijke intervallen tussen waarden.

 Nulpunt is arbitrair (geen absoluut nulpunt).

Voorbeelden:

 Temperatuur in graden Celsius of Fahrenheit (bijvoorbeeld: 20°C,
30°C, en 40°C; het verschil is steeds 10°C, maar 0°C betekent niet
"geen temperatuur").

 Jaartelling: 1000 na Chr., 1500 na Chr., 2000 na Chr.

, Belangrijk verschil: Je kunt optellen en aftrekken, maar verhoudingen
(bijvoorbeeld "twee keer zo warm") zijn niet logisch vanwege het arbitraire
nulpunt.



4. Ratio = numerieke variabele

Definitie: Gegevens hebben een volgorde, gelijke intervallen, en een
absoluut nulpunt dat "afwezigheid van de waarde" betekent. Hierdoor
zijn verhoudingen mogelijk.

Eigenschappen:

 Gelijke intervallen tussen waarden.

 Absoluut nulpunt.

Voorbeelden:

 Lengte in centimeters (bijvoorbeeld: 0 cm betekent geen lengte, en
20 cm is twee keer zo lang als 10 cm).

 Gewicht in kilogram (0 kg betekent geen gewicht).

 Inkomsten: €0 betekent geen inkomen, en €2000 is twee keer zoveel
als €1000.

Belangrijk verschil: Verhoudingen zijn logisch omdat er een absoluut
nulpunt is.



Bloeddruk kan je meten in cm kwik (ratio) maar je kan ook zeggen: te
hoge, te lagen middelmatige druk (ordinaal).



Soorten variabelen

Discrete variabele

 Je kan het tellen/ curven
Bv. Het aantal kinderen in een gezin. Dit is discreet aftelbaar. Je kan
geen 2.3 kinderen hebben in een gezin.

Continue variabele

 Variabel die continu kan variëren. Tussen 2 waarden zitten oneindig
veel waarnemingen.
Vb. Lichaamsgewicht. Je hebt iemand van 70 kg en iemand van 71
kg. Daartussen zitten heel veel mogelijkheid.
$13.38
Get access to the full document:

100% satisfaction guarantee
Immediately available after payment
Both online and in PDF
No strings attached

Get to know the seller
Seller avatar
onawitdouck

Also available in package deal

Get to know the seller

Seller avatar
onawitdouck Universiteit Gent
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
0
Member since
10 months
Number of followers
0
Documents
3
Last sold
-

0.0

0 reviews

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these revision notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No problem! You can straightaway pick a different document that better suits what you're after.

Pay as you like, start learning straight away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and smashed it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Frequently asked questions