• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages
Summary

Samenvatting Geschiedenis van de nieuwe tijd, hoofdstuk 4

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 16 pages

Samenvatting geschiedenis nieuwe tijd, hoofdstuk 4, gebaseerd op de colleges en slides van professor Bert de Munck

Content preview

Hoofdstuk 4: Cultural and intellectual life, 1450-1600

• Opzet van de les:
➔ Overzicht kunstvormen Renaissance
➔ Problematisering claims van de Renaissance
➔ Wijzen op belang van het Humanisme
➔ Wijzen op het belang van de context

• Wat is de Renaissance?
➔ Wordt vaak gezien als een breuk met de middeleeuwse wereld
- Humanisme: De mens en zijn rede komen Centraal te staan
- Herontdekking van de oudheid: klassieke filosofie, architectuur, beeldtaal
- Nieuw wereldbeeld: nieuwsgierigheid naar de natuur, anatomie, perspectief

• Kunst en Renaissance
➔ Kunst voor de Renaissance:
- Doel: Religieus en didactisch
➢ Kunst was er niet om schoonheid te tonen of de kunstenaar te eren, maar om
geloofsinhoud over te brengen
➢ Veel mensen konden niet lezen, dus kunst was een visueel middel om
Bijbelverhalen en morele lessen over te brengen
➢ Symboliek was belangrijk
→Bv. Christus met een gouden achtergrond- symbool van het hemelse rijk, niet van
een realistisch landschap
- De kunstenaar is anoniem:
➢ Kunstenaars waren meestal ambachtslieden die in dienst stonden van de kerk of
adel
➢ Hun identiteit deed er niet toe, ze werkten vaak in ateliers, zonder handtekening
➢ Kunstenaarschap werd gezien als vakmanschap, niet als creatieve expressie
- Vlak en symbolisch:
➢ Figuren zijn vaak plat, gestileerd en frontaal afgebeeld
➢ Geen gebruik van perspectief of anatomische correctheid
➢ Emoties worden beperkt weergegeven, figuren kijken vaak strak naar voren
➢ Bv. Maria met Jezus, met grote ogen, symmetrisch, vaak zonder schaduw
- Gouden achtergrond en symbolische kleuren:
➢ Achtergronden zijn vaak goudkleurig of effen, niet realistisch
➢ Kleurgebruik is symbolisch: blauw = hemel, wit = zuiverheid, rood = liefde of
martelaarschap
- Thema’s : vooral religieus
➢ Christus, Maria, heiligen, engelen, Bijbelverhalen domineren
➢ Wereldse thema’s zoals landschappen, mythologie of naakten zijn bijna afwezig
➢ Kunst moest verheffen en vroom maken, niet verleiden of uitdagen




•

,➔ Kunst en de breuk van de Renaissance
- Nieuw realisme en perspectief?
➢ Waarneming, wetenschap en realisme wordt belangrijker
- De mens centraal: humanisme in beeld
➢ Mens als scheppend wezen
➢ Portretten, mythologische taferelen en maakten vieren de kracht en
schoonheid van het aardse leven
→Vb. Michelangelo’s David- niet alleen een Bijbelse held, maar ook een
symbool van menselijke kracht en waardigheid
- Heropleving van de oudheid:
➢ Architectuur en beeldhouwkunst grijpen terug op Griekse en Romeinse
vormen: zuilen, koepels, verhoudingen en mythologische thema’s
➢ Geen nostalgie, maar een culturele claim: de moderne mens is evenwaardig
aan de antieken
→Vb. Brunelleschi’s koepel in Florence is een letterlijk en symbolisch
hoogtepunt van deze hergeboorte van klassieke kennis
- Kunstenaar als genie:
➢ Niet langer ambachtslieden zonder naam, maar in de Renaissance worden
kunstenaars individuen met een visie en intellect
➢ Kunst wordt een vorm van intellectuele expressie, niet alleen decoratie of
devotie
→Vb. Vasari’s Le Vite (1550) is het eerste grote kunsthistorische werk dat
kunstenaars als helden van de cultuur presenteert
- Symboliek en individualiteit
➢ Kunst blijft religieus, maar krijgt meer gelaagdheid en psychologie
➢ Figuren krijgen emotie, omgeving en karakter- ze worden menselijker en
persoonlijker verbeeld




➔ Visuele kunsten
- Italiaans maniërisme (de Renaissance ca. 1520-1600)
➢ Aandacht voor ruimtelijke diepte, dramatische enscenering en
klassieke thema’s:
→Giorgio Vasari (1511-1574) (Wie was hij?) canoniseerde de schilderstijl van

, Giotto di Bondone (1266-1337) en het beeldhouwwerk van Donatello (1386-
1466) in zijn zeer invloedrijke Vite. (Wat is Le Vite?)
→Tijdens de 15de eeuw raakte bepaalde kunstenaars geïntrigeerd door
perspectiefproblemen, ontwikkelde perspectiefsystemen met een enkel
verdwijnpunt en beheerste verkorting (het maken van een 3D tekening op
een 2D blad in verhoudingen die overeenkomen met wat wij kunnen zien
met het blote oog.
➢ Kunst als imitatie van de natuur, via de creatie van een illusie
→Sandro Botticelli (1444-1510): werkte aan de contraposto (de vorm van het
lichaam wanneer het gewicht meestal op één voet staat) en de manier
waarop stoffen drapeerde.
→Leonardo Da Vinci (1452-1519):
◼ theoretiseerde zowel over als experimenteerde - in zijn schilderijen,
standbeelden en gebouwen – met:
1. de effecten van licht op verschillende soorten oppervlakken,
2. verhoudingssystemen gebaseerd op het menselijk lichaam en
3. compositorische structuren op basis van geometrische vormen
➢ In de architectuur waren verhoudingen tussen de ramen, hoogte, vloerplan
en overdekte loopbrug met een reeks afgeronde bogen zo uitgedacht dat ze
harmonie en evenwicht uitstraalden.
- “Verspreiding” van de visuele kunst in Italië
➢ Centrum aanvankelijk in Firenze, maar een verschuiving naar
→Rome rond 1500: Rijke kardinalen en pausen wilden een visuele
representatie van de kerk en de macht van hun familie en vroomheid
◼ Bv. Michelangelo ging naar Rome rond 1500 en begon een serie van
beelden, schilderijen en projecten rond architectuur waarvan hij een
internationale reputatie aan overhield.
→Venetië in de 16de eeuw:
◼ Venetië had intensieve handelsrelaties met het Ottomaanse rijk. Ze
ruilden glaswerk, textiel en kunstobjecten tegen specerijen, zijde,
tapijten en luxegoederen.  Venetië werd rijk  meer kunstmecenaat:
rijke kooplui en de staat gaven veel geld uit aan schilderkunst,
architectuur en muziek
◼ Kunst kon groeien dankzij geld uit de Oost-West handel, mede via het
Ottomaanse netwerk
◼ Hierdoor werden Venetiaanse kunstenaars werden geconfronteerd met
Oosterse esthetiek: kleuren, stoffen, architectuur, decoratie.
◼ Bv. Titian (1490-1576): maakte portretten, religieuse onderwerpen en
mythologische scenes en ontwierp een techniek om te schilderen met
verf op basis van olie zonder eerst een schets te maken  kunstwerken
waren sneller klaar en kooplui tevreden
◼ Bv. Paolo Veronese (1528-1588) en Jacopo Tintoretto (c. 1518-1594)
→Later ook Antwerpen etc.
- Andere kunstcentra in de wereld/ maniërisme:
➢ Lage landen (Vlaamse primitieven, Antwerps maniërisme, …)
→Antwerps maniërisme
◼ Gaat vooraf aan het Italiaans maniërisme (ca. 1500-1530)
◼ Wat?
→Gekarakteriseerd door kleurrijke, vrij rusteloze, breed geschilderde
scènes.

Document information

Study
Uploaded on
July 22, 2025
Number of pages
16
Written in
2024/2025
Type
Summary
$8.87

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
5
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their exams and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can immediately select a different document that better matches what you need.

Pay how you prefer, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card or EFT and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions