Nederlands: deel 4
LES 22
Pragmatiek – de context
1. Het coöperatieprincipe
- maxime van de kwaliteit - maxime van de kwantiteit
- maxime van de relevantie - maxime van de stijl of manier
2. Het beleefdheidsprincipe
- modale werkwoorden / zinnen - keuze van zinstype (verzoek ipv bevel)
- intonatie - modale partikels, zoals ‘nou’ / ‘eens’
3. Pragmatische gepastheid
denotatie (woordenboekbetekenis) + connotatie (gevoelsbetekenis)
Pragmatiek – de ontvanger: soorten taalhandelingen
- informatieve taalhandelingen: zender wil ontvanger informeren
- persuasieve taalhandelingen: zender wil ontvanger overtuigen
- activerende taalhandelingen: zender wil ontvanger overhalen iets te doen
- expressieve taalhandelingen: zender speelt in op gevoelens van ontvanger
- verplichtende taalhandelingen: zender verplicht ontvanger iets te doen
LES 23
Cobra
Cobra komt van Copenhagen, Brussel en Amsterdam. Bij cobra willen kunstenaars weg van
de traditie en terug naar een spontane, niet-beredeneerde kunst, waarbij het scheppen
belangrijker is dan het product. Ze laten zich inspireren door de materie zelf (verf) en
volgen hun impulsen.
Vijftigers
Ook de Vijftigers zetten zich af tegen traditie. Ook voor hun moest kunst niet-beredeneerd
zijn, maar vrij, spontaan en creatief. Dichters doen dat aan de hand van beeldrijke taal. Ze
willen vooral een nieuwe kijk op de werkelijkheid afdwingen. Deze experimentele poëzie is
vaak minder toegankelijk.
Atonale poëzie
In atonale poëzie wordt de betekenis van een woord volledig losgelaten. Het klankdicht is
een extreme vorm van atonale poëzie: het bestaat enkel uit klanken en ritmische patronen.
LES 24
Mentaal lexicon
Het mentaal lexicon is het grote woordenboek in ons hoofd. Daarin zijn woorden in een
netwerk van associaties met elkaar verbonden. In dit associatienetwerk zijn er knooppunten
waarrond woordvelden groeien. Die woordvelden ontstaan op basis van relaties. Die relaties
hebben onder meer te maken met:
- gelijke betekenis, maar verschillende vormen (synoniemen)
- tegengestelde betekenissen (antoniemen)
- gelijke vormen met volledig verschillende betekenis (homoniemen)
- gelijke vormen met verwante betekenissen (polysemie)
In ons hoofd worden woorden ook ‘geordend’. Hyperoniemen zoals dier zijn
hoofdcategorieën terwijl hyponiemen zoals hond subcategorieën zijn.
1
LES 22
Pragmatiek – de context
1. Het coöperatieprincipe
- maxime van de kwaliteit - maxime van de kwantiteit
- maxime van de relevantie - maxime van de stijl of manier
2. Het beleefdheidsprincipe
- modale werkwoorden / zinnen - keuze van zinstype (verzoek ipv bevel)
- intonatie - modale partikels, zoals ‘nou’ / ‘eens’
3. Pragmatische gepastheid
denotatie (woordenboekbetekenis) + connotatie (gevoelsbetekenis)
Pragmatiek – de ontvanger: soorten taalhandelingen
- informatieve taalhandelingen: zender wil ontvanger informeren
- persuasieve taalhandelingen: zender wil ontvanger overtuigen
- activerende taalhandelingen: zender wil ontvanger overhalen iets te doen
- expressieve taalhandelingen: zender speelt in op gevoelens van ontvanger
- verplichtende taalhandelingen: zender verplicht ontvanger iets te doen
LES 23
Cobra
Cobra komt van Copenhagen, Brussel en Amsterdam. Bij cobra willen kunstenaars weg van
de traditie en terug naar een spontane, niet-beredeneerde kunst, waarbij het scheppen
belangrijker is dan het product. Ze laten zich inspireren door de materie zelf (verf) en
volgen hun impulsen.
Vijftigers
Ook de Vijftigers zetten zich af tegen traditie. Ook voor hun moest kunst niet-beredeneerd
zijn, maar vrij, spontaan en creatief. Dichters doen dat aan de hand van beeldrijke taal. Ze
willen vooral een nieuwe kijk op de werkelijkheid afdwingen. Deze experimentele poëzie is
vaak minder toegankelijk.
Atonale poëzie
In atonale poëzie wordt de betekenis van een woord volledig losgelaten. Het klankdicht is
een extreme vorm van atonale poëzie: het bestaat enkel uit klanken en ritmische patronen.
LES 24
Mentaal lexicon
Het mentaal lexicon is het grote woordenboek in ons hoofd. Daarin zijn woorden in een
netwerk van associaties met elkaar verbonden. In dit associatienetwerk zijn er knooppunten
waarrond woordvelden groeien. Die woordvelden ontstaan op basis van relaties. Die relaties
hebben onder meer te maken met:
- gelijke betekenis, maar verschillende vormen (synoniemen)
- tegengestelde betekenissen (antoniemen)
- gelijke vormen met volledig verschillende betekenis (homoniemen)
- gelijke vormen met verwante betekenissen (polysemie)
In ons hoofd worden woorden ook ‘geordend’. Hyperoniemen zoals dier zijn
hoofdcategorieën terwijl hyponiemen zoals hond subcategorieën zijn.
1