Toegepaste economie: investeringanalyse
INVESTERINGEN
Soorten investeringen
Het uiteindelijke doel van elke investering is om meer geldmiddelen te genereren dan
oorspronkelijk geïnvesteerd. Er zijn twee soorten investeringen:
1. vervangingsinvestering: verouderde vaste activa vervangen
2. uitbreidingsinvestering: capaciteit verhogen
Belangrijke terminologie
- kasstromen of cashflow: hoeveelheid contant geld dat binnenkomt en wordt
uitgegeven
- factor tijd: de meerwaarde op geld in verloop van tijd
- terugverdienperiode: de tijd waarin een investering zichzelf terugbetaalt
- risicoprofiel: hoe hoger het risicoprofiel, hoe meer rendement investeerders zullen
eisen
- restwaarde: de waarde van een verouderd actief dat nog overblijft na
vervangingsinvestering
Methode van de terugverdientijd (TVT)
Hierbij berekenen we eerst de cashflow na belastingen. Om de volledige berekening te
maken deel je de aanschafwaarde van het goed door die cashflow. Het resultaat dat je
zult bekomen geeft weer in hoeveel jaar de investering wordt terugbetaald. De
cashflow bereken je als volgt:
gemiddelde jaaropbrengsten
- lineaire afschrijving
= belastbaar bedrag
- belastingen (35%)
= opbrengsten na belastingen
+ lineaire afschrijving
= jaarlijkse cashflow na
belastingen
Methode van de return n investment (ROI)
Bij de ROI-methode delen we de cashflow door de aanschafwaarde en doen we dat
resultaat maal 100%. Het omgekeerde dus van de TVT-methode. Het resultaat is hoeveel
de investering per jaar opbrengt.
Methode van de netto contante waarde (NCW)
De formule om de NCW van een investeringsgoed te berekenen, is iets ingewikkelder.
n
cashflow t
Hij ziet er namelijk als volgt uit: NCW = ∑ (1+r )t
−initiele investering
t =1
met: - cashflowt = cashflow in periode t
- r = de discontovoet
- t = de periode van de investering
Belangrijke inzichten bij de NCW-methode:
- positieve NCW: investering levert meer op dan de kosten + bedrijf maakt winst
- negatieve NCW: investering levert minder op dan de kosten + bedrijft maakt verlies
1
INVESTERINGEN
Soorten investeringen
Het uiteindelijke doel van elke investering is om meer geldmiddelen te genereren dan
oorspronkelijk geïnvesteerd. Er zijn twee soorten investeringen:
1. vervangingsinvestering: verouderde vaste activa vervangen
2. uitbreidingsinvestering: capaciteit verhogen
Belangrijke terminologie
- kasstromen of cashflow: hoeveelheid contant geld dat binnenkomt en wordt
uitgegeven
- factor tijd: de meerwaarde op geld in verloop van tijd
- terugverdienperiode: de tijd waarin een investering zichzelf terugbetaalt
- risicoprofiel: hoe hoger het risicoprofiel, hoe meer rendement investeerders zullen
eisen
- restwaarde: de waarde van een verouderd actief dat nog overblijft na
vervangingsinvestering
Methode van de terugverdientijd (TVT)
Hierbij berekenen we eerst de cashflow na belastingen. Om de volledige berekening te
maken deel je de aanschafwaarde van het goed door die cashflow. Het resultaat dat je
zult bekomen geeft weer in hoeveel jaar de investering wordt terugbetaald. De
cashflow bereken je als volgt:
gemiddelde jaaropbrengsten
- lineaire afschrijving
= belastbaar bedrag
- belastingen (35%)
= opbrengsten na belastingen
+ lineaire afschrijving
= jaarlijkse cashflow na
belastingen
Methode van de return n investment (ROI)
Bij de ROI-methode delen we de cashflow door de aanschafwaarde en doen we dat
resultaat maal 100%. Het omgekeerde dus van de TVT-methode. Het resultaat is hoeveel
de investering per jaar opbrengt.
Methode van de netto contante waarde (NCW)
De formule om de NCW van een investeringsgoed te berekenen, is iets ingewikkelder.
n
cashflow t
Hij ziet er namelijk als volgt uit: NCW = ∑ (1+r )t
−initiele investering
t =1
met: - cashflowt = cashflow in periode t
- r = de discontovoet
- t = de periode van de investering
Belangrijke inzichten bij de NCW-methode:
- positieve NCW: investering levert meer op dan de kosten + bedrijf maakt winst
- negatieve NCW: investering levert minder op dan de kosten + bedrijft maakt verlies
1