DNA
H1: HET GENETISCH MATERIAAL IN DE CEL
DNA en chromatine
Het DNA lezen we af van 5’ naar 3’. Daar waar het vijfde koolstofatoom is, is 5’. Bij 3’ is
dat het derde.
Chemische samenstelling en ruimtelijke structuur van DNA.
DNA is opgebouwd uit nucleotiden. Zo’n nucleotiden bestaan uit een fosfaatgroep,
suikermolecule en stikstofbase. Die suikermolecule heeft altijd hetzelfde monosacharide
desoxyribose. Ook de fosfaatgroep is steeds hetzelfde en hij is negatief geladen. De
organische stikstofbase is wel verschillend per nucleotide. Er zijn vier mogelijkheden:
adenine, thymine, guanine en cytosine. Adenine is complementair aan guanine en
thymine is complementair aan cytosine.
Een polynucleotidenketen is een keten van die vier soorten stikstofbasen aan elkaar
vast.
Het DNA is dus complementair, maar ook antiparallel. We lezen DNA af van 5’ naar 3’
maar aan de andere kant is dat van 3’ naar 5’. Daarnaast is het DNA een dubbele helix.
Gen en genoom
Een gen is een klein stukje van je DNA oftewel je genoom.
Chromatine
In de celkern ligt DNA opgeslagen in de vorm van chromatine. Die zijn opgebouwd uit
het histooneiwitten die aan elkaar hangen met de ‘slierten’ van het DNA. Enerzijds heb
je heterochromatine, wat compact opgerold is en moeilijk bestudeerbaar. Anderzijds
heb je homochromatine, wat minder compact opgerold is en de actieve delen van het
DNA bevat. Het is dus makkelijk bestudeerbaar.
DNA-replicatie
Het proces waarbij het DNA verdubbeld of gerepliceerd moet worden, is celdeling. Zo’n
DNA-replicatie gaat als volgt:
1. DNA-helicase dient als knipenzym en knipt het DNA als het ware in twee delen. Het
verbreekt de waterstofbruggen tussen de basenparen (A-T of G-C). Meestal is dat bij A-T
want daar zijn slechts twee waterstofbruggen
aanwezig.
2. DNA-polymerase is een enzym dat er voor
zorgt dat nieuwe nucleotiden worden gehecht
aan beide stringen. De leading of leidende
string is de originele streng waaraan de
nieuwe streng snel wordt toegevoegd omdat
dat van 5’ naar 3’ gebeurt.
De lagging of volgende streng maakt gebruik
van kleine stukjes DNA (Okazaki-fragmenten)
die per keer worden toegevoegd.
3. Die Okazaki-fragmenten hangen nog niet
meteen aan elkaar, daarvoor is er het enzym
DNA-ligase. Dat zal de stukjes DNA als het ware aan elkaar lijmen.
1
H1: HET GENETISCH MATERIAAL IN DE CEL
DNA en chromatine
Het DNA lezen we af van 5’ naar 3’. Daar waar het vijfde koolstofatoom is, is 5’. Bij 3’ is
dat het derde.
Chemische samenstelling en ruimtelijke structuur van DNA.
DNA is opgebouwd uit nucleotiden. Zo’n nucleotiden bestaan uit een fosfaatgroep,
suikermolecule en stikstofbase. Die suikermolecule heeft altijd hetzelfde monosacharide
desoxyribose. Ook de fosfaatgroep is steeds hetzelfde en hij is negatief geladen. De
organische stikstofbase is wel verschillend per nucleotide. Er zijn vier mogelijkheden:
adenine, thymine, guanine en cytosine. Adenine is complementair aan guanine en
thymine is complementair aan cytosine.
Een polynucleotidenketen is een keten van die vier soorten stikstofbasen aan elkaar
vast.
Het DNA is dus complementair, maar ook antiparallel. We lezen DNA af van 5’ naar 3’
maar aan de andere kant is dat van 3’ naar 5’. Daarnaast is het DNA een dubbele helix.
Gen en genoom
Een gen is een klein stukje van je DNA oftewel je genoom.
Chromatine
In de celkern ligt DNA opgeslagen in de vorm van chromatine. Die zijn opgebouwd uit
het histooneiwitten die aan elkaar hangen met de ‘slierten’ van het DNA. Enerzijds heb
je heterochromatine, wat compact opgerold is en moeilijk bestudeerbaar. Anderzijds
heb je homochromatine, wat minder compact opgerold is en de actieve delen van het
DNA bevat. Het is dus makkelijk bestudeerbaar.
DNA-replicatie
Het proces waarbij het DNA verdubbeld of gerepliceerd moet worden, is celdeling. Zo’n
DNA-replicatie gaat als volgt:
1. DNA-helicase dient als knipenzym en knipt het DNA als het ware in twee delen. Het
verbreekt de waterstofbruggen tussen de basenparen (A-T of G-C). Meestal is dat bij A-T
want daar zijn slechts twee waterstofbruggen
aanwezig.
2. DNA-polymerase is een enzym dat er voor
zorgt dat nieuwe nucleotiden worden gehecht
aan beide stringen. De leading of leidende
string is de originele streng waaraan de
nieuwe streng snel wordt toegevoegd omdat
dat van 5’ naar 3’ gebeurt.
De lagging of volgende streng maakt gebruik
van kleine stukjes DNA (Okazaki-fragmenten)
die per keer worden toegevoegd.
3. Die Okazaki-fragmenten hangen nog niet
meteen aan elkaar, daarvoor is er het enzym
DNA-ligase. Dat zal de stukjes DNA als het ware aan elkaar lijmen.
1