Het recht van de Europese Unie
Als we het over ‘Europees recht’ hebben, bedoelen we het recht van de Europese Unie (EU). We
bedoelen dus niet het recht van andere Europese organisaties, zoals de Raad van Europa, de OVSE
(Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) of de Benelux. Dit deel gaat alleen over
het recht van de EU. Toch komt onder punt IV kort ‘HUDOC’ aan bod, omdat de uitspraken van het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens belangrijk zijn voor de rechtspraktijk.
De Europese Unie is ontstaan uit een lange en ingewikkelde geschiedenis. Daarom volgt eerst een
korte uitleg over hoe de EU in elkaar zit.
Op 18 april 1951 sloten België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg het Verdrag voor
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Dit verdrag was geldig voor 50 jaar en trad in
werking op 23 juli 1952.
Later, op 25 maart 1957, sloten dezelfde 6 landen nog twee verdragen:
het Verdrag voor de Europese Economische Gemeenschap (EEG),
en het Verdrag voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom).
Deze traden op 1 januari 1958 in werking. Deze drie verdragen samen worden de
Gemeenschapsverdragen genoemd.
Gemeenschapsrecht
Het gemeenschapsrecht bestaat uit gemeenschapsverdragen, regels en wetten die op basis van
gemeenschapsverdragen zijn opgemaakt en bestaat uit een uitleg van deze regels door het Hof van
justitie van de EU.
De EU werd gecreëerd in 1992 door het EU-verdrag.
De EU kan worden gezien als een overkoepelende internationale organisatie zonder
rechtspersoonlijkheid, waarin verschillenden gemeenschappen en het gemeenschapsrecht een
belangrijke rol speelden in deze unie.
Vóór het Verdrag van Lissabon ( 1 dec 2009), bestond de EU uit 3 pijlers:
- de gemeenschapsrecht vormde de eerste pijler.
- De tweede pijler bestond uit bepalingen inzake het gemeenschappelijk Buitenlands en
veiligheidsbeleid. ( GBVB)
- Derde pijler bestond uit de bepalingen over samenwerking tussen politie en justitie in
strafzaken.
Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon werd de pijlerstructuur afgeschaft. En werd
de structuur van de EU vereenvoudigd.
Na het verdrag van lissabon heeft het EU-verdrag en de EG-verdrag gewijzigd:
- Het EU-verdrag wordt het verdrag betreffende de Europese Unie ( VEU)
- Het EG-verdrag wordt het verdrag betreffende de werking van de EU. ( VWEU)
Samen worden ze “de Verdragen” genoemd. De Verdragen hebben dezelfde juridische waarde. De
Euratom-verdrag blijft naast de Verdragen bestaan.
,Bronnen van Primair en Secundair Unierecht
Sinds het Verdrag van Lissabon is ingegaan, bestaan de oude pijlerstructuur en de Europese
Gemeenschap niet meer. Daarom is het niet juist om nog te spreken van gemeenschapsrecht of EG-
recht.
In plaats daarvan gebruiken we nu de term Unierecht. Dit zijn alle regels en wetten die door de
Europese Unie gemaakt worden.
Het Unierecht bestaat uit twee delen:
1. Primair Unierecht: omvat alle bepalingen van het VWEU en de VEU. Ook de grondrechten en
het aantal algemene rechtsbeginselen horen hier ook bij.
2. Secundair (of afgeleid) Unierecht: dit zijn regels die zijn gemaakt op basis van het primaire
Unierecht, zoals verordeningen, richtlijnen en besluiten.
Het secundaire unierecht moet in overeenstemming zijn met het primaire unierecht.
Primair unierecht
Het primair Unierecht Unierecht bestaat uit de verdragen die de grondslag vormen van de Europese
Unie. Deze verdragen worden vastgelegd door de lidstaten wanneer ze optreden als
grondwetgevende macht of verdragsluitende partijen. Deze verdragen kunnen alleen worden
aangepast via een gewone of vereenvoudigde wijzigingsprocedure, zoals beschreven in artikel 48
van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Ook de protocollen horen bij het primair
Unierecht. Ze zijn een officieel onderdeel van de verdragen.
Het primair Unierecht bestaat vooral uit:
1. Oprichtingsverdragen: Deze vormen de basis van de EU en bepalen haar doelen en
bevoegdheden.
2. Wijzigingsverdragen: Deze passen de oprichtingsverdragen en de EU-structuur aan.
3. Toetredingsverdragen: Deze regelen de toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU.
4. Protocollen: Deze worden aan de verdragen gehecht en maken integraal deel uit van het
primair Unierecht.
Op Eur-lex kan je deze verdragen consulteren !!!
Momenteel telt de EU 27 lidstaten.
Soms worden er ook verklaringen toegevoegd aan verdragen, maar deze zijn geen deel van het
primair Unierecht en zijn dus minder belangrijk dan protocollen.
, Het secundair Unierecht
bestaat uit de regels die de instellingen van de EU (zoals de Europese Commissie, het Europees
Parlement en de Raad) opstellen op basis van het primair Unierecht. DUS Secundair Unierecht bevat
de normen die zijn aangenomen op basis van het primair Unierecht.
Het primair Unierecht bestaat uit de verdragen die de grondslag vormen van de Europese Unie. Deze
verdragen, zoals het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie (VWEU), leggen de bevoegdheden, doelstellingen en organisatie van
de EU vast. De verdragen kunnen uitsluitend gewijzigd worden door een gewone herzieningsproces.
De hoofdkenmerken zijn:
Kenmerk Uitleg
Grondslag Bepaalt de basisregels van de EU
Verdragen Hoofdzakelijk VEU en VWEU
Bevoegdheden Definieert de bevoegdheden van de EU-instellingen
Rechten en plichten Kent rechten toe aan burgers en legt plichten op aan
lidstaten
Bijvoorbeeld, art. 3 VEU stelt de doelstellingen van de EU vast, waaronder het bevorderen van vrede,
veiligheid en welvaart. Dit is een essentieel element van het primair Unierecht.
Primair Unierecht bestaat uit de verdragen die de grondslag vormen van de EU, zoals het VEU en
VWEU. Secundair Unierecht bevat de normen die zijn aangenomen op basis van het primair
Unierecht.
Primair Secundair Unierecht
Unierecht
Definitie Verdragen Normen aangenomen op basis van primair Unierecht
die de EU
grondvesten
Voorbeelden VEU, VWEU Verordeningen, richtlijnen, besluiten
Status Hoogste Ondergeschikt aan primair Unierecht
rechtsorde
binnen de
EU
e.g. Het VEU is een voorbeeld van primair Unierecht, terwijl een verordening een voorbeeld is van
secundair Unierecht.
Het primair unierecht bestaat vooral uit:
Als we het over ‘Europees recht’ hebben, bedoelen we het recht van de Europese Unie (EU). We
bedoelen dus niet het recht van andere Europese organisaties, zoals de Raad van Europa, de OVSE
(Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa) of de Benelux. Dit deel gaat alleen over
het recht van de EU. Toch komt onder punt IV kort ‘HUDOC’ aan bod, omdat de uitspraken van het
Europees Hof voor de Rechten van de Mens belangrijk zijn voor de rechtspraktijk.
De Europese Unie is ontstaan uit een lange en ingewikkelde geschiedenis. Daarom volgt eerst een
korte uitleg over hoe de EU in elkaar zit.
Op 18 april 1951 sloten België, Nederland, Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg het Verdrag voor
de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Dit verdrag was geldig voor 50 jaar en trad in
werking op 23 juli 1952.
Later, op 25 maart 1957, sloten dezelfde 6 landen nog twee verdragen:
het Verdrag voor de Europese Economische Gemeenschap (EEG),
en het Verdrag voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom).
Deze traden op 1 januari 1958 in werking. Deze drie verdragen samen worden de
Gemeenschapsverdragen genoemd.
Gemeenschapsrecht
Het gemeenschapsrecht bestaat uit gemeenschapsverdragen, regels en wetten die op basis van
gemeenschapsverdragen zijn opgemaakt en bestaat uit een uitleg van deze regels door het Hof van
justitie van de EU.
De EU werd gecreëerd in 1992 door het EU-verdrag.
De EU kan worden gezien als een overkoepelende internationale organisatie zonder
rechtspersoonlijkheid, waarin verschillenden gemeenschappen en het gemeenschapsrecht een
belangrijke rol speelden in deze unie.
Vóór het Verdrag van Lissabon ( 1 dec 2009), bestond de EU uit 3 pijlers:
- de gemeenschapsrecht vormde de eerste pijler.
- De tweede pijler bestond uit bepalingen inzake het gemeenschappelijk Buitenlands en
veiligheidsbeleid. ( GBVB)
- Derde pijler bestond uit de bepalingen over samenwerking tussen politie en justitie in
strafzaken.
Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon werd de pijlerstructuur afgeschaft. En werd
de structuur van de EU vereenvoudigd.
Na het verdrag van lissabon heeft het EU-verdrag en de EG-verdrag gewijzigd:
- Het EU-verdrag wordt het verdrag betreffende de Europese Unie ( VEU)
- Het EG-verdrag wordt het verdrag betreffende de werking van de EU. ( VWEU)
Samen worden ze “de Verdragen” genoemd. De Verdragen hebben dezelfde juridische waarde. De
Euratom-verdrag blijft naast de Verdragen bestaan.
,Bronnen van Primair en Secundair Unierecht
Sinds het Verdrag van Lissabon is ingegaan, bestaan de oude pijlerstructuur en de Europese
Gemeenschap niet meer. Daarom is het niet juist om nog te spreken van gemeenschapsrecht of EG-
recht.
In plaats daarvan gebruiken we nu de term Unierecht. Dit zijn alle regels en wetten die door de
Europese Unie gemaakt worden.
Het Unierecht bestaat uit twee delen:
1. Primair Unierecht: omvat alle bepalingen van het VWEU en de VEU. Ook de grondrechten en
het aantal algemene rechtsbeginselen horen hier ook bij.
2. Secundair (of afgeleid) Unierecht: dit zijn regels die zijn gemaakt op basis van het primaire
Unierecht, zoals verordeningen, richtlijnen en besluiten.
Het secundaire unierecht moet in overeenstemming zijn met het primaire unierecht.
Primair unierecht
Het primair Unierecht Unierecht bestaat uit de verdragen die de grondslag vormen van de Europese
Unie. Deze verdragen worden vastgelegd door de lidstaten wanneer ze optreden als
grondwetgevende macht of verdragsluitende partijen. Deze verdragen kunnen alleen worden
aangepast via een gewone of vereenvoudigde wijzigingsprocedure, zoals beschreven in artikel 48
van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Ook de protocollen horen bij het primair
Unierecht. Ze zijn een officieel onderdeel van de verdragen.
Het primair Unierecht bestaat vooral uit:
1. Oprichtingsverdragen: Deze vormen de basis van de EU en bepalen haar doelen en
bevoegdheden.
2. Wijzigingsverdragen: Deze passen de oprichtingsverdragen en de EU-structuur aan.
3. Toetredingsverdragen: Deze regelen de toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU.
4. Protocollen: Deze worden aan de verdragen gehecht en maken integraal deel uit van het
primair Unierecht.
Op Eur-lex kan je deze verdragen consulteren !!!
Momenteel telt de EU 27 lidstaten.
Soms worden er ook verklaringen toegevoegd aan verdragen, maar deze zijn geen deel van het
primair Unierecht en zijn dus minder belangrijk dan protocollen.
, Het secundair Unierecht
bestaat uit de regels die de instellingen van de EU (zoals de Europese Commissie, het Europees
Parlement en de Raad) opstellen op basis van het primair Unierecht. DUS Secundair Unierecht bevat
de normen die zijn aangenomen op basis van het primair Unierecht.
Het primair Unierecht bestaat uit de verdragen die de grondslag vormen van de Europese Unie. Deze
verdragen, zoals het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de
werking van de Europese Unie (VWEU), leggen de bevoegdheden, doelstellingen en organisatie van
de EU vast. De verdragen kunnen uitsluitend gewijzigd worden door een gewone herzieningsproces.
De hoofdkenmerken zijn:
Kenmerk Uitleg
Grondslag Bepaalt de basisregels van de EU
Verdragen Hoofdzakelijk VEU en VWEU
Bevoegdheden Definieert de bevoegdheden van de EU-instellingen
Rechten en plichten Kent rechten toe aan burgers en legt plichten op aan
lidstaten
Bijvoorbeeld, art. 3 VEU stelt de doelstellingen van de EU vast, waaronder het bevorderen van vrede,
veiligheid en welvaart. Dit is een essentieel element van het primair Unierecht.
Primair Unierecht bestaat uit de verdragen die de grondslag vormen van de EU, zoals het VEU en
VWEU. Secundair Unierecht bevat de normen die zijn aangenomen op basis van het primair
Unierecht.
Primair Secundair Unierecht
Unierecht
Definitie Verdragen Normen aangenomen op basis van primair Unierecht
die de EU
grondvesten
Voorbeelden VEU, VWEU Verordeningen, richtlijnen, besluiten
Status Hoogste Ondergeschikt aan primair Unierecht
rechtsorde
binnen de
EU
e.g. Het VEU is een voorbeeld van primair Unierecht, terwijl een verordening een voorbeeld is van
secundair Unierecht.
Het primair unierecht bestaat vooral uit: