Les 1: introductie
Joodse wijsbegeerte: ontleding term
- Wat is Joods? -> identiteit? Gemeenschappelijke eigenschap?
- Algemeen antwoord: joodse moeder of een bekering
Problemen met dit antwoord:
1. Lege definitie, onevenwichtig, over de geboorte heeft men geen controle, bekering
is wil
2. Veel gecontesteerd, verschillende meningen, tegenspraak door afhankelijkheid
identiteit (identificatie, sociaal, fluïde)
3. Zegt niets over de betekenis van joods zijn, inhoud van het joods zijn (moeder =
ad infinitum, bekering = inhoud?)
Hele definitie is puur formeel = probleem
Empirische route: wat vinden joden zelf relevant aan hun joods zijn? Zoeken
gemeenschappelijk element
- Puur religieuze voorschriften, thora volgen = orthodox
- Ook atheïstische joden = etnisch, cultureel
- Burgerschap Israël (minstens 1 joodse grootouder)
- Ethisch ideaal
Valt er wel een lijn in te vinden? Lijkt van niet
- Geldt die brede definitie niet in het algemeen voor een identiteit?
- Neen, vaak wel een centrale betekenis te vinden
o Vb: christenen of moslims hebben ontdanks hun brede uitingen wel een
algemeen centrale ‘gelovige’ betekenis
o Joden daarintegen hebben ook een atheïstische, etnisch element (religie //
volk)
Bij jodendom niet zo een scheiding zoals we die gewend zijn in de Westerse cultuur,
kunnen we ‘joods’ wel conceptueel benaderen?
- We moeten het conceptuele apparaat in twijfel trekken, kritisch tegenover zijn
- De scheiding tussen religie en cultuur is namelijk een christelijk fenomeen
- Voor een zeer lange tijd en in vele andere regio’s valt dat onderscheid niet te
maken
o Naast het jodendom is dat onderscheid er ook niet bij natuurreligies,
Japanse religies, Hindoes
‘Fout’ ligt bij het begrippenapparaat, niet bij het jodendom
- Dit dus door de cultuur historische achtergrond
- Religie = christelijk begrip
Betekent niet dat we de begrippen moeten wegwerpen, we moeten ons er gewoon
bewust van zijn
1
,Jodendom omvat dus 2 clusters: religie en ethnie, maar vallen niet altijd goed te
onderscheiden, is overlap tussen beiden
- Vb: taal (meerdere talen, diasporisch volk, niet 1 taal), feestdagen (kunnen
religieus zijn of etnisch, wordt ook steeds minder duidelijk, kerstmis), Gebied
(Israël?)
De oorsprong van die vermenging zien we al in de 2de eeuw voor christus (context oude
grieken)
JUDAIOS = aanduiding voor een volk, afstamming, gebied, andere volkeren hadden ook
zo hun benaming,
- MAAR bij een volk hoort ook een specifieke manier waarop ze god eren, deel van
de cultuur, vermengd met de andere zaken (niet los van elkaar)
- MAAR de manier waarop de JUDAIOS hun god eerden was zo anders dan alle
andere volkeren dat er een aparte term ontstond
o Ze hadden 1 god, een transcendente god, van een heel andere aard dan de
mens
o Ze hadden maar 1 plaats van aanbidding, 1 plek waar men het dichts bij
god stond
o Het was een onzichtbare god, geen afbeeldingen <-> grieken
o Ook hadden ze een hele resem voorschriften
o Waar de creator chaos bij de Grieken minimaal aanwezig is in verhalen of
afbeeldingen is het net de creator die bij de joden vereerd wordt.
JUDAÏSMOS = nieuwe term die nadruk legt op hun specifieke manier van god te eren,
onderscheid
- Nederlands equivalent zou zijn: jodelijkheid <-> joods (Vb: flament)
Valt niet los te maken van elkaar maar we moeten ons ervan bewust zijn, we moeten een
nadruk leggen op één van de twee, keuze voor cursus.
Les 2: verdere info
Etnische en religieuze deel jodendom als Siamese tweeling -> kunnen we een keuze
maken?
Focus etnische: moeilijk begrip
- Associaties: genen, gebied, taal
o Taal: Hebreeuws als liturgisch, verschillende talen, diasporisch volk
o Gebied: diasporisch, ‘jood’ heeft niet pas een invulling gekregen bij
oprichting staat Israel
o Genen: heel breed, ook problematisch alsof filosofie voortkomt uit de
genen van mensen
Plaatst namen als Marx, Berlin, Freud en Maimonides onder dezelfde
koepel
Zelfde als ‘filosofie van mensen met blond haar’
2
,Focus religie: teksten, rituelen, opvattingen
- Wel zinvolle invulling? -> ja, bestaat ook een christelijke filosofie
- MAAR dan is het meer een religiefilosofie (klopt enkel voor eerste deel lessen,
verder in moderniteit zijn ze niet altijd aanhangers joodse religie)
o Bv: Walter Benjamin: was geen volger van de religie maar zijn joods zijn
heeft wel een invloed gehad op zijn filosofie
IMPASSE
Oplossing: begrip Moche Halbertal
= TEKST CENTERED COMMUNITY -> Joden als een groep die het best begrepen kan
worden als hun identiteit halend uit een tekst -> THORA
Implicaties:
(1) Groep wordt geconstitueerd door openbaring
(2) Tekst heeft bindend effect op groep (joodse wet)
(3) Bestuderen van tekst = plicht
(4) Wie de teksten interpreteert krijgt autoriteit -> Rabijn bv
Etnische en religieuze teksten komen samen -> tekst kan het religieuze overleven,
betekenis op meerdere manieren
- Bv: Benjamin hecht geen waarde aan de thora op religieuze wijze, maar heeft wel
vorm gegeven aan zijn intellectuele achtergrond
Verklaart ‘joodse filosofie’ wel!
Gaat om dat er altijd een bepaalde interactie was met de thora
- Insteek maakt minder uit
- Overstijgt dichotomie religie/ethnie
Gaat om centrale begrippen:
- Westerse filosofie = rationaliteit en universaliteit
- <-> spanning met tekst als thora = OPENBARING
o OPENBARING (verstand te boven) <-> RATIONALITEIT (kracht eigen
verstand)
o Bv: bepaalde regels in de thora die alle stappen uit leven bepalen, met
bepaald been uit bed stappen -> valt niet rationeel te verklaren
UNIVERSALITEIT <-> PARTICULARITEIT (specifieke openbaring aan groep die Joden zullen
worden, niet overtuigen andere groepen)
Hoe vallen beiden te verenigen? = centrale vraag binnen cursus voor veel figuren
Wat omvat de THORA? = gelaagd begrip, hele traditie teksten
- Tijdlijn: conflict tussen zelfperceptie joden en de wetenschappelijke tijdlijn
- Atoomstructuur begrip Thora
3
, Tijdlijn:
periode
Tweede tempel
Primordiale
geschieden Aarstvade Openbarin Eerste tempel
rs + g Mozes periode, Solomon
is
Tannaim
m
Acharoni
egypte
m
Rishoni
m
Anorai
m
Geoni
6000 BC
1000
1500
70
200
500
3000 BC
Ancient Israëliet
2000 BC
500 BC
1200 BC
religion
Babyloniërs,
vernietiging eerste
tempel
Gelaagde betekenis Thora:
(1) Sinaï openbaring Mozes, 5 boeken
(2) Tanach = revim + ketuvim -> geschreven wet
a. Nevim = profeet, niet enkel profetische
teksten, ook enkele historische werken
b. Ketuvim = geschriften met religieuze
autoriteit
Halacha (wet, alle joodse teksten) <-> aggada (al het niet
juridische)
Vanaf 2de tempelperiode -> farizeïsche beweging
- Mozes had ook mondelinge instructies gekregen bij het schrift
- Deze werden overgedragen tussen het joodse volk -> mocht niet neergeschreven
worden
- 70 -> verlies politieke structuur -> angst verloren gaan mondelinge
- Ontstaan Rabijnen, bestuderen mondelinge wet -> neerschrijven 200
(3) Compilatie rechtsregels: antwoorden op specifieke vragen van verschillende
scholen en authoriteiten = TANAIM
(4) Mischna bestuderen en becommentarieren -> alle commentaren gecompileerd =
GALAMARI (door volk amoraim)
a. 3 + 4 samen = TALMUD
4