1848
1848 willem 2 koning en liet grondwet wijzigen door thorbecke
voor 1848 mocht koning alles beslissen (absolute vorst)
na 1848 had koning geen macht meer doordat er op veel plekken opstand
was en daardoor bang was voor een revolutie in zijn land en dan vermoord
werd
5 dingen die gewijzigd werden grondwet
1. klassieke grondrechten=bescherming tegen overheid(vrijheid van)
2. censuskiesrecht=alle mannen boven 25 die belasting betalen mogen
stemmen (rijk).
3. districtenstelsel=
4. koning is onschendbaar/ministeriële verantwoordelijkheid =koning kan
niks gebeuren minister schuldig
5. trias politica=scheiding der machten( wetgevende,
rechterlijke ,uitvoerende macht (voorkomen van een dictatuur
● 5 rechten 2 de kamer heeft alle rechten
1e kamer
1.recht van enquête
2. recht van budget
3. recht van interpellatie
2de kamer
1. recht van initiatief=wetten maken
2. recht van budget=waaraan geld besteeds word
3. recht van amendement=wetsvoorstel mogen wijzigen
4. recht van enquête=recht voor belangrijke onderzoeken
5. recht van interpellatie=vragen stellen aan kabinet
willem 3=
1 luxemburgse kwestie=1867 Frankrijk is bang voor duitsland dus wil frankrijk
luxemburg van nederland kopen voor meer macht hier ging nederland mee
akkoord,koning willem 3 is namelijk baas van luxemburg maar luxemburg is
ook lid van de noord duitse bond allereerst is duitsland er oké mee en stuurt
willem 3 zijn zoon naar parijs om de verkoop te regelen. Maar Bismarck wou
het ineens niet meer en dreigt als ze het verkopen krijg nederland oorlog dus
verkoopt nederland luxemburg toch niet.Nederland hoor achteraf dat er een
, dreiging is geweest en vind het parlement dat alle minister weg moeten maar
dat willen zij niet en willem 3 wil dat ook niet dus keurt het parlement alles wat
de ministers zeggen af dus moeten ze wel weg sindsdien neemt regering
ontslag als meerderheid van het parlement dat wil
2 caoutchouc artikel 1887 opvolger censuskiesrecht (rubberen artikel iedereen
met een bepaald bedrag en goede opleiding heeft gedaan mag je stemmen
gemeente bepaalde dat zelf)
willem 1
willem 2
willem 3
regentes emma
koningin wilhelmina
koningin juliana
koningin beatrix
koning willem alexander
3 stromingen
liberalen leider=thorbecke) komen op voor rijken )willen vrijheid in de politiek
en economie(niet met elkaar bemoeien)
protestanten confessionele(geloof)=abraham kuyper
katholieken confessionele(geloof)=Herman schaepman (leider kerk paus
woont in rome vaticaanstad)
socialisten= pieter jelles troelstra) willen gelijkheid) verschil tussen arm en rijk
niet te groot )komen op voor arbeiders
1849 willem 2de dood
willem 3 wilde geen koning worden omdat door grondwetswijziging minder
macht
2e kamer 150 zetels) rechtstreekse verkiezing
1e kamer 75 zetels)Indirecte verkiezing door provinciale staten bepaald maar
bevolking bepaald wie in provinciale staten komt
1848 willem 2 koning en liet grondwet wijzigen door thorbecke
voor 1848 mocht koning alles beslissen (absolute vorst)
na 1848 had koning geen macht meer doordat er op veel plekken opstand
was en daardoor bang was voor een revolutie in zijn land en dan vermoord
werd
5 dingen die gewijzigd werden grondwet
1. klassieke grondrechten=bescherming tegen overheid(vrijheid van)
2. censuskiesrecht=alle mannen boven 25 die belasting betalen mogen
stemmen (rijk).
3. districtenstelsel=
4. koning is onschendbaar/ministeriële verantwoordelijkheid =koning kan
niks gebeuren minister schuldig
5. trias politica=scheiding der machten( wetgevende,
rechterlijke ,uitvoerende macht (voorkomen van een dictatuur
● 5 rechten 2 de kamer heeft alle rechten
1e kamer
1.recht van enquête
2. recht van budget
3. recht van interpellatie
2de kamer
1. recht van initiatief=wetten maken
2. recht van budget=waaraan geld besteeds word
3. recht van amendement=wetsvoorstel mogen wijzigen
4. recht van enquête=recht voor belangrijke onderzoeken
5. recht van interpellatie=vragen stellen aan kabinet
willem 3=
1 luxemburgse kwestie=1867 Frankrijk is bang voor duitsland dus wil frankrijk
luxemburg van nederland kopen voor meer macht hier ging nederland mee
akkoord,koning willem 3 is namelijk baas van luxemburg maar luxemburg is
ook lid van de noord duitse bond allereerst is duitsland er oké mee en stuurt
willem 3 zijn zoon naar parijs om de verkoop te regelen. Maar Bismarck wou
het ineens niet meer en dreigt als ze het verkopen krijg nederland oorlog dus
verkoopt nederland luxemburg toch niet.Nederland hoor achteraf dat er een
, dreiging is geweest en vind het parlement dat alle minister weg moeten maar
dat willen zij niet en willem 3 wil dat ook niet dus keurt het parlement alles wat
de ministers zeggen af dus moeten ze wel weg sindsdien neemt regering
ontslag als meerderheid van het parlement dat wil
2 caoutchouc artikel 1887 opvolger censuskiesrecht (rubberen artikel iedereen
met een bepaald bedrag en goede opleiding heeft gedaan mag je stemmen
gemeente bepaalde dat zelf)
willem 1
willem 2
willem 3
regentes emma
koningin wilhelmina
koningin juliana
koningin beatrix
koning willem alexander
3 stromingen
liberalen leider=thorbecke) komen op voor rijken )willen vrijheid in de politiek
en economie(niet met elkaar bemoeien)
protestanten confessionele(geloof)=abraham kuyper
katholieken confessionele(geloof)=Herman schaepman (leider kerk paus
woont in rome vaticaanstad)
socialisten= pieter jelles troelstra) willen gelijkheid) verschil tussen arm en rijk
niet te groot )komen op voor arbeiders
1849 willem 2de dood
willem 3 wilde geen koning worden omdat door grondwetswijziging minder
macht
2e kamer 150 zetels) rechtstreekse verkiezing
1e kamer 75 zetels)Indirecte verkiezing door provinciale staten bepaald maar
bevolking bepaald wie in provinciale staten komt