Tentamen Externe Verslaggeving 3BE
Codes: EXVVS3BE01-1 en EXVVH2BE03-1
Datum: 1 juli 2011
Tijd: 14.30 – 16.30 uur
HvA – HES Amsterdam
Tentamen Externe Verslaggeving 3BE
(herkansing)
Codes:
EXVVS3BE01-1
EXVVH2BE03-1
Datum: 1 juli 2011
Tijd: 14.30 – 16.30 uur
Maximale score: (63 + 7)/7
1
,Tentamen Externe Verslaggeving 3BE
Codes: EXVVS3BE01-1 en EXVVH2BE03-1
Datum: 1 juli 2011
Tijd: 14.30 – 16.30 uur
Opgave 1 (8 punten)
Ten aanzien van de afschrijvingen op materiële vaste activa geldt volgens Art:
386, lid 2 dat:
"afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar."
Kosten voor groot onderhoud werden in het verleden vaak aan de betreffende
perioden toegerekend met behulp van een voorziening voor groot onderhoud. De
IASB staat dit echter niet meer toe, maar schrijft voor de kosten van groot
onderhoud te activeren, gevolgd door jaarlijkse afschrijvingen
(componentenbenadering).
Onderneming X past sinds 2008 de componentenmethode toe.
Zij heeft op 1 januari 2008 een machine gekocht voor een bedrag van
€ 240.000,- . Men gaat ervan uit dat er om de 2 jaar groot onderhoud (revisie)
nodig zal zijn. De kosten van deze revisie worden begroot op € 10.000,-.
De machine wordt over een periode van tien jaar afgeschreven.
a.(1p) Waarom staat de IASB het vormen van de voorziening voor groot
onderhoud niet meer toe?
b.(1p) Geef de journaalpost van de aanschaf van deze machine op 2 januari
2008.
c. Geef de journaalpost van de afschrijvingen in verband met deze machine
in het jaar 2008.
Begin januari 2010 wordt de machine, volgens de planning, gereviseerd. De
rekening bedraagt € 12.000,-.
d. Hoe wordt de factuur voor deze revisie verantwoord? (journaalpost)
e. Welke bedragen komen in verband met deze machine voor op de balans
van onderneming X per 31 december 2010?
2
, Tentamen Externe Verslaggeving 3BE
Codes: EXVVS3BE01-1 en EXVVH2BE03-1
Datum: 1 juli 2011
Tijd: 14.30 – 16.30 uur
Opgave 2 (10 punten)
Het bestendigheidsbeginsel is één van de basisbeginselen van de externe
jaarverslaggeving. Bij het bestendigheidsbeginsel onderscheidt men twee
soorten.
a. Welke twee soorten van bestendigheid worden onderscheiden? Geef van
beiden een korte omschrijving.
(3 pnt)
Andere kwantitatieve beginselen zijn o.a. het voorzichtigheidsbeginsel en het
matchingbeginsel.
b. Leg uit op welke wijze het voorzichtigheidsbeginsel en het
matschingsbeginsel elkaars tegenpolen zijn en daardoor met elkaar
kunnen botsen.
c. Welk beginsel staat in de onderstaande wettekst omschreven?
(1 pnt)
Bij de waardering van de activa en passiva wordt uitgegaan van de veronderstelling dat
het geheel der werkzaamheden van de rechtspersoon waaraan die activa en passiva
dienstbaar zijn, wordt voortgezet, tenzij die veronderstelling onjuist is of haar juistheid
aan gerede twijfel onderhevig is; alsdan wordt dit onder mededeling van de invloed op
vermogen en resultaat in de toelichting uiteengezet (art. 384, lid 3, Titel 9, BW2).
d. De bovenstaande beginselen zijn kwantitatieve beginselen. Omschrijf
duidelijk het verschil tussen kwantitatieve beginselen en kwalitatieve
beginselen.
De regels voor het opstellen van de jaarrekening die in de wet (Titel 9, BW2) zijn
opgenomen vinden hun basis in het “kapstokartikel” (artikel 362).
e. Hoe moet de jaarrekening volgens het “kapstokartikel” worden opgesteld?
3
Codes: EXVVS3BE01-1 en EXVVH2BE03-1
Datum: 1 juli 2011
Tijd: 14.30 – 16.30 uur
HvA – HES Amsterdam
Tentamen Externe Verslaggeving 3BE
(herkansing)
Codes:
EXVVS3BE01-1
EXVVH2BE03-1
Datum: 1 juli 2011
Tijd: 14.30 – 16.30 uur
Maximale score: (63 + 7)/7
1
,Tentamen Externe Verslaggeving 3BE
Codes: EXVVS3BE01-1 en EXVVH2BE03-1
Datum: 1 juli 2011
Tijd: 14.30 – 16.30 uur
Opgave 1 (8 punten)
Ten aanzien van de afschrijvingen op materiële vaste activa geldt volgens Art:
386, lid 2 dat:
"afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar."
Kosten voor groot onderhoud werden in het verleden vaak aan de betreffende
perioden toegerekend met behulp van een voorziening voor groot onderhoud. De
IASB staat dit echter niet meer toe, maar schrijft voor de kosten van groot
onderhoud te activeren, gevolgd door jaarlijkse afschrijvingen
(componentenbenadering).
Onderneming X past sinds 2008 de componentenmethode toe.
Zij heeft op 1 januari 2008 een machine gekocht voor een bedrag van
€ 240.000,- . Men gaat ervan uit dat er om de 2 jaar groot onderhoud (revisie)
nodig zal zijn. De kosten van deze revisie worden begroot op € 10.000,-.
De machine wordt over een periode van tien jaar afgeschreven.
a.(1p) Waarom staat de IASB het vormen van de voorziening voor groot
onderhoud niet meer toe?
b.(1p) Geef de journaalpost van de aanschaf van deze machine op 2 januari
2008.
c. Geef de journaalpost van de afschrijvingen in verband met deze machine
in het jaar 2008.
Begin januari 2010 wordt de machine, volgens de planning, gereviseerd. De
rekening bedraagt € 12.000,-.
d. Hoe wordt de factuur voor deze revisie verantwoord? (journaalpost)
e. Welke bedragen komen in verband met deze machine voor op de balans
van onderneming X per 31 december 2010?
2
, Tentamen Externe Verslaggeving 3BE
Codes: EXVVS3BE01-1 en EXVVH2BE03-1
Datum: 1 juli 2011
Tijd: 14.30 – 16.30 uur
Opgave 2 (10 punten)
Het bestendigheidsbeginsel is één van de basisbeginselen van de externe
jaarverslaggeving. Bij het bestendigheidsbeginsel onderscheidt men twee
soorten.
a. Welke twee soorten van bestendigheid worden onderscheiden? Geef van
beiden een korte omschrijving.
(3 pnt)
Andere kwantitatieve beginselen zijn o.a. het voorzichtigheidsbeginsel en het
matchingbeginsel.
b. Leg uit op welke wijze het voorzichtigheidsbeginsel en het
matschingsbeginsel elkaars tegenpolen zijn en daardoor met elkaar
kunnen botsen.
c. Welk beginsel staat in de onderstaande wettekst omschreven?
(1 pnt)
Bij de waardering van de activa en passiva wordt uitgegaan van de veronderstelling dat
het geheel der werkzaamheden van de rechtspersoon waaraan die activa en passiva
dienstbaar zijn, wordt voortgezet, tenzij die veronderstelling onjuist is of haar juistheid
aan gerede twijfel onderhevig is; alsdan wordt dit onder mededeling van de invloed op
vermogen en resultaat in de toelichting uiteengezet (art. 384, lid 3, Titel 9, BW2).
d. De bovenstaande beginselen zijn kwantitatieve beginselen. Omschrijf
duidelijk het verschil tussen kwantitatieve beginselen en kwalitatieve
beginselen.
De regels voor het opstellen van de jaarrekening die in de wet (Titel 9, BW2) zijn
opgenomen vinden hun basis in het “kapstokartikel” (artikel 362).
e. Hoe moet de jaarrekening volgens het “kapstokartikel” worden opgesteld?
3