1.1 Korte historiek forensisch DNA-onderzoek
1987 eerste gerechtelijke zaak in België waar DNA-fingerprinting werd toegepast
1995 discussie rond DNA-menprofielen in OJ Simpson zaak
1997 parlementaire onderzoekscommissie ‘Dutroux’ geeft de aanbeveling voor een
wettelijke regeling voor DNA-onderzoek en databanken in Belgie
1999 eerste Belgische wetgeving voor DNA in strafzaken
2003 oprichting nationale DNA databanken Belgie
2011 aanpassing DNA wet 1999
1.2 Toepassing van forensisch DNA-onderzoek
DNA-identificatie laat ons toe na te gaan of een verdachte donor is van biologische
sporen, sporen te linken aan andere feiten of veroordeelden (databank),
verwantschapsonderzoek (is juridische vader de biologische vader?), personen van
rampen en oorlogen identificeren, historisch onderzoek,…
2 Staalopname en bewaring
2.1 Belang van biologische sporen in forensisch DNA onderzoek
Bewijsmateriaal op het plaats delict is de objectieve getuige, wordt meegenomen door
CSI. Principe van Locard = bij elk contact tussen personen, of tussen persoon en een
voorwerp, of tussen voorwerpen kan er uitwisseling van materiaal plaatsvinden. Kan
dus van dader naar objecten/locatie of het slachtoffer en omgekeerd, maar ook van
getuige op slachtoffer of dader of object/locatie. Ook rekening houdend met secundaire
of tertiaire transfer (ene voorwerp naar andere)
Chain of custody van een bewijsstuk = chronologische documentatie (papieren of
elektronisch) van de ‘whereabouts’ (waar, wanneer en hoe) van een voorwerp of spoor.
Vindplaats collectie transfer onderzoek en rapportage. Belangrijk voor DNA
deskundige die moet neerschrijven wat er mee gebeurd is (van waar komt spoor, hoe
gevonden, hoe veilig gesteld?)
OJ Simpson zaak door onzekere chain of custody (fouten) bleek hij onschuldig (bv.
niet correct verzameld van bewijs).
Crime scene investigation onderzoek plaats delict (locatie, lichaam), documentatie
(foto’s, video’s, 3D scan) en opsporen en beveiligen van bewijsmateriaal zoals
voorwerpen (sporen), biologische sporen (bloed), afdrukken (oren, vinger, schoen).
2.1.1 Stappenplan forensisch DNA-onderzoek
,2.2 Opname en bewaring van sporen
2.2.1 Type sporen
Macrosporen = (on)zichtbare biologische sporen zoals haren, vlekken met geur (urine),
vlekken zoals bloed en speeksel, sigarettenpeuken en gebruikt kauwgom (speeksel).
Microsporen = vermoeden van aanwezigheid van biologisch materiaal (bv. vermoede
van speeksel op een bierglas, huid- en vingersporen op een schroevendraaier of pet)
Mens verliest ongeveer 400.000 epitheelcellen per dag (sommige zijn good shedder en
verliezen er veel, andere bad shadder en dus weinig), gemiddelde epitheelcel blijft 1
maand op de epidermis voor ze wordt afgescheiden.
De handen zijn belangrijk een transfervehikel voor epitheelcellen naar andere zaken.
Bv. naar een voorwerp (poreuze oppervlakten nemen meer cellen op), type opp. is dus
van belang bv. hout (poreuzer) van een hamer gaat makkelijker ivm. aluminium staaf.
Secundaire transfer = transfer van epitheelcellen van 1 voorwerp naar een ander door
middel van de handen.
2.2.2 Collectie van sporen
Optimale procedure voor het afnemen van sporen is via een bevochtigd (steriel fysio
water of vloeistof met bewaarmiddel) DNA-vrij wattenstaafje biologisch spoor
bevochtigen met een gehele oppervlak van het staafje cellen nemen vocht op, komen
los van het oppervlak en blijven vasthangen aan het wattenstaafje. Double swab
techniek = eventueel een tweede droog wattenstaafje om het resterende vocht op het
opp. op te nemen. Vochtig wattenstaafje wordt gedroogd in een koker en individueel
verpakt in een papieren envelop (of per twee indien double swab). Teveel vocht =
schimmelvorming met afbraak van cellen en DNA.
Procedure kledij traditioneel wordt een stuk kleding met biologisch spoor verwijdert.
Soms via wattenstaafjes indien gladde synthetische of lederen kledij. Inefficiënt bij
ruwe (wol, katoen). Nieuwe procedure omvat het gebruik van zelfklevende folie
voordelen = bemonstering grote opp., secties van grote opp. en het afgenomen
celmateriaal is geconcentreerd.
Seksuele agressie set of SAS afnamekit voor biologische sporen op het lichaam van
een slachtoffer van seksuele agressie (met handleiding arts en info brochure
slachtoffer). Er zijn ook centrale zorgcentra voor gepersonaliseerde afname: klacht bij
politie nodig voor SAS kit <-> geen aangifte nodig voor zorgverlening en afname bij
centrale zorgcentra + forensische sporen worden daar wel afgenomen door opgeleide
forensische verpleegkundigen (minderjarige = 50 jaar bewaring). Daarnaast ook
medische en psychologische opvolging.
2.2.3 Bewaren van biologisch celmateriaal
Wordt afgeschermd voor contaminatie in papieren envelop, papieren zak of kartonnen
doos. Indien voorwerp te groot, te zwaar of vast geankerd : steriel wattenstaafje.
Optimale bewaring in diepvries (-20 °C) maar geeft logistieke problemen (oa transport)
dus bij kamertemperatuur + droog mag ook. Autopsie zaken wel in de diepvries!