Anatomie
Spier spierbundels vezels myofilamenten, fibrillen, zenuwen
Alle spieren zijn op zelfde manier opgebouwd
Differentiatie ifv myosine heavy chain isotypes
Slow twitch type I: reageren trager, herhaaldelijke bewegingen,
werken aeroob, kunnen beweging lang aanhouden
endurance (quarter horses)
Fast twitch type II: explosief, niet lang te werken want lactaat
sprinters
Hybride vormen
I I + IIA IIA IIAX IX
Door trainen kan je van ene naar andere gaan
Door trianen kan je zorgen voor meer aerobe capaciteit
Fysiologie
Ongetraind dier: spieren = limiterende factor
Longen en hart kunnen het nog oke bijhouden
Getraind dier: longen = limiterende factor
Bloedvaten en bloedvoorziening is wel beter thv longen
Parameters om te bepalen
1/ Melkzuur
OBLA = onset of blood lactate accumulation
In rust is lactaat laag, maar naarmate meer inspanning krijg je meer
Lichaam moet lactaat voldoende nsel kunnen afvoeren en afbreken
Bij te zware inspanning gaat lactaat niet weg stijging
Hoe sneller je loopt, hoe meer lactaat – maar vanaf bep moment
maak je zoveel aan dat er omknikpunt is waar het omhoog schiet
2/ Welke snelheid kan paard lopen waarbij dat na een bep afstand, het
lactaat nog steeds onder 4 blijft (vooral bij dravers gebruikt)
3/ Kijken naar snelheid dat je kan lopen met bep hartslag (180 of 200)
Wat wil je bereiken met trainig
Hypertrofie: korte isometrische contracties snelheidstraining
Kwaliteit, aeroob metabolisme: tonisch lange contractie afstand
dan krijgt spier meer mito’s, meer capillairen, meer nutrienten
Normale spierfunctie
O2 voorziening: long – hart – bv
, Voldoende sterke spieren: oefening
Afvoer restproducten: bv
E-voorziening: glucose – VZ
Opslag: glycogeen en E-rijke verbinding in spier, glycogeen in lever
Intacte en goed functionerende cm (vit E en Se!!!)
Symptomen spieraandoeningen
Acuut
Angstig, pijnlijke, zweet, palpatie afwijkend, pigmenturie (dr myoglobine:
donkerbruin-koffiekleurig (DDX hemolyse)), koliek, fasciculaties
Subacuut
Verminderde prestatie
Chronisch
Spieratrofie door trauma of neurologisch (als zenuw weg: spier gaat altijd
atrofieren!!!)
Diagnostische mogelijkheden
Creatinine kinase CK (of CPK)
= enzyme dat in spieren zit en bij patho massaal kan vrijkomen in bloed
Normaal rond 250 – bij stijging spreek je direct over 1000’en
Specifiek voor spieren: hart en skeletspieren
myocard: nooit CK meten, wel cardiac troponine I
Korte T1/2
In vitro hemolyse: dan kan hemolyse ook optreden, fout resultaat
Aspartaat aminotransferase (AST)
Stijgt bij spieraandoening, maar ook hart en vooral lever
Lactaat dehydrogenase (LDH)
Stijgt bij spieraandoening, maar ook lever, hart, vetweefsel
CK gaat snel hoog stijgen, maar binnen 24u
ook dalen indien gn aanhoudende schade
AST stijgt trager, trager geeelimineerd – LDH
nog trager (dus CK AST LDH)
Zo kan je indicatie krijgen van: wanneer, is
het al aan het verbeteren, …
Bloedonderzoek voor hart
Cardiac troponine I (high sensitive HS)
Veel humane testen
Sommige geven foutief gestegen waarden vr paard (veel firma’s)
Je moet het altijd goed kunnen linken met symptomen
Troponine T (cTnT): altijd zelfde firma, handiger en betrouwbaarder
LDH niet gebruiken!
,Bijkomende bloedonderzoeken
Selenium: glutathionperoxidase meten
Vit E kan je meten, maar is lichtgevoelig (dus dek af) en kan fluctueren
doorheen de dag
Genetische test: sommige paarden gemakkelijker pathologie ontwikkelen
Spierbiopten
Bij sommige aandoeningen kan het bevestiging van diagnose geven
Bij aandoeningen waar we aan twijfelen
Bv: rhabdomyolyse (skeletspiermyolyse)
biopt van m semitendinosus/semimembra en m gluteus
EMND (equine motor neuron disease), gerelateerd met vit E
biopt van m sacrococcygeus dorsalis
Hoe nemen: gekoeld en vers opsturen nr labo (liefst niet formol)
Inspanningstesten
1/ Wat is rust-CK (moet laag zijn)
Als rust-CK in orde is, maar paard toch spierproblemen bij werk
Afhankelijk van wat paard moet doen van normaal werk
Ook CK meten 2-4u na inspanning: mag niet meer dan verdubbelen
Let op resultaat sterk afh van: leeftijd, type werk en intensiteit, conditie,
omgeving (longe, bereden, piste, …)
Bijkomende onderzoeken inspanningstest
Lactaat: <2mmol/l aeroob, >4mmol/l anaeroob voor en na het werk
lactaat van 4 is vooral een trainingswaarde dus)
Arteriele zuurstofspanning: ipv spierprobleem een longprobleem
Andere diagnostische testen
Urine analyse: pigmenturie
Myoglobine bekijken, hemoglobine
Atypische myopathie: dr esdoorn intoxicatie bv
Elektromyografie, thermografie, scintigrafie
Congenitale / erfelijke aandoeningen
1. Recurrent exertional rhabdomyolse (RER)
Etiologie
Vooral bij volbloeden, opgefokte nerveuze, jonge dieren
Iets meer bij merries dan hengsten/ruinen
Erfelijke aandoening, autosomaal D: ryanodine R
Geassocieerd met inspanning, is recurrent
Symptomen
Pijnlijke angstige blik, harde spieren, moeilijk stappen, hoge hartslag,
oppervlakkide ADH
Diagnose
Symptomen, ras, type dier, merrie, opgefokt dier, gestegen spierenzymen
, Spierbiopten, contractietesten
Behandeling
Geen stress, geen vervoer, rustig houden
Pijnstillers, licht sederen (zodat je gn spasmen krijgt)
Vloeistof indien veel spierschade: Hb en Mb kan glomerulus
verstoppen en nierinsufficientie geven
Spierrelaxantia; geeft Ca-regeling, kramp weg
Geen diuretica (enkel als ze goed gehydrateerd zijn)
Preventie
Dieet: vit E en selenium (maar niet te veel Se)
Dieetveranderingen: minder ZM en suikers, meer vetten en maisolie, geen
KV en haver
Training
In rustige omgeving stallen, gradueel hervatten werk, kalmeren vr
training, dagelijkse training, regelmaat, opwinding vermijden, meer
intense trainingsmomenten (vr verbruik glycogeen)
2. Polysaccharide storage myopathie (PSSM)
Te maken met glycogeenopstapeling in spieren die niet goed is
Kan bij verschillende rassen, verschillende types PSSM
Schade in spieren caviteiten opgevuld met glycogeen
1° probleem is niet glycogeen, is gevolg van myopathie
Type I PSSM: vooral bij quarter horses en verwante rassen
Door mutatie in glycogeen synthetase 1 (GYS1)
Accumulatie abnormaal gevormde glycogeen in spier (PAS-kleuring)
Genetische test beschkibaar
Vaker bij volwassen dieren
PSSM niet veroorzaakt door mutatie GYS1: type II f MFM
Testen negatief op genetische test
Vaker over myofibrillaire myopathie: warmbloed, arabisch volbloed
Symptomen PSSM 1
Acuut: werk geeft schade, rhabdomyolyse, stijf, zweten, harde spieren,; CK
verhoogd tijdens episodes, pijnlijke angstige blik, gestrekte positie
Chronisch: pijnlijke spieren, poor performance, slechte presteerders
Symptomen PSSM 2
Wordt ook PSSM2 ER (exertional rhabdomyolysis) genoemd: inspanning
symptomen: harde spieren, pijnlijk, zweten, CK verhoogd, …
Aan te raden om voeding aan te passen zoals RER
Symptomen MFM
CK verhogingen minder uitgesproken, histologie eerder probleem van
aggregaten desmine (vervangen dr glycogeen), vage symptomen, …