• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Buitenlandse rechtsstelsels en terminologie - Rechten - prof.Goossens

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 42 pagina's

Volledige samenvatting van het vak Buitenlandse rechtsstelsels en terminologie. Alle leerstof die gekend moest worden voor het examen van juni 2025, inclusief gastcolleges en COIL.

Voorbeeld van de inhoud

Frans Recht

Deel I – Historische context van het Franse recht

A. Ancien Régime (tot 1789)

Onder het Ancien Régime was het Franse recht sterk versnipperd. Er bestond geen uniforme
rechtsorde, maar een combinatie van:

 Gewoonterecht (coutume) in het noorden,
 Romeins recht in het zuiden,
 Koninklijke ordonnanties, uitgevaardigd door de koning,
 En vooral: het feodale systeem (la féodalité)

-> In dat systeem oefenden lokale leenheren gezag uit over hun domeinen. Ze hadden
bevoegdheden inzake rechtspraak, belastingheffing en militair gezag. De koning probeerde
geleidelijk aan via ordonnanties en het instellen van "Parlements" (regionale hoven) meer
uniformiteit en centralisatie te brengen. Toch bleef de macht zeer verspreid, en de
rechtspositie van burgers hing sterk af van hun sociale klasse en lokale gewoonterecht. Het
systeem was hiërarchisch, corporatistisch en privilegiegericht.

B. Franse Revolutie (1789–1799)

De Franse Revolutie betekende een fundamentele breuk met het ancien régime. Feodale
structuren en privileges werden afgeschaft. De macht verschoof van de koning naar de natie.
Het recht werd hervormd op basis van revolutionaire principes zoals:

 Liberté, égalité, fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap),
 Volkssoevereiniteit,
 Scheiding der machten (inspiratie: Montesquieu).

Belangrijke documenten en gebeurtenissen:

 De Déclaration des droits de l’homme et du citoyen (1789): legde de basis voor
universele mensenrechten.
 De oprichting van de nationale conventie, afschaffing van de monarchie.
 De secularisatie van recht en staat.

De revolutie betekende dus de overgang naar een rationeel, gelijkheidsgericht en
gecentraliseerd rechtsbestel.

C. Napoleon en Codificatie (Consulaat en Keizerrijk)

Napoleon Bonaparte greep de macht en consolideerde de verworvenheden van de Revolutie
via codificatie. Belangrijkste verwezenlijkingen:

,  Code civil (1804): rationele en uniforme regeling van het burgerlijk recht (personen,
goederen, verbintenissen, erfrecht).
 Andere codes: Code pénal, Code de commerce, Code de procédure civile.

Kenmerken:

 Heldere structuur
 Toegankelijkheid voor elke burger
 Centrale plaats van eigendomsrecht en burgerlijke gelijkheid

De codificatie werd niet enkel in Frankrijk toegepast, maar ook verspreid naar andere landen
tijdens de militaire campagnes.

D. Vijfde Republiek (sinds 1958)

De Vijfde Republiek werd opgericht in 1958 met een nieuwe grondwet. Belangrijke
elementen:

 Sterk presidentieel regime met machtsevenwicht
 Grondwettelijke toetsing via het Conseil constitutionnel
 Erkenning van fundamentele rechten via het blok van constitutionnaliteit: naast de
Grondwet ook verwijzing naar de Déclaration van 1789, de preambule van 1946 enz.

Deze periode wordt gekenmerkt door stabiliteit, versterking van de uitvoerende macht en
toenemende invloed van het internationale en Europese recht.

Deel II – Rechtsbronnen van het Franse recht

1. Hiërarchie van rechtsnormen

Het Franse recht kent een duidelijke hiërarchie van rechtsnormen, waarbij elke lagere norm
ondergeschikt is aan een hogere norm. Dit principe garandeert de coherentie binnen de
rechtsorde. De volgorde is:

 Constitution (1958): vormt de basis van de rechtsorde. Frankrijk kent geen formele
grondrechtencatalogus zoals in Duitsland of België, maar verwijst impliciet naar
fundamentele rechten via het bloc de constitutionnalité, dat onder meer
de Préambule van 1946, de Déclaration des droits de l’homme et du citoyen
(1789) en het milieuchartra van 2004 omvat.

 Lois organiques: bijzondere wetten die de Grondwet aanvullen en vaak de
organisatie van instellingen regelen. Ze worden via een strikte procedure aangenomen
(art. 46 Const.) en zijn onderworpen aan voorafgaand grondwettelijk toezicht.
 Lois ordinaires: gewone wetten aangenomen door het parlement. Ze regelen de
materies zoals opgesomd in art. 34 Grondwet.

,  Ordonnances: tijdelijke wetgevende delegatie aan de uitvoerende macht door het
parlement (art. 38). Ze moeten bekrachtigd worden door het parlement om volledig
dezelfde waarde als een wet te verkrijgen.
 Règlements: verzamelnaam voor uitvoeringsbesluiten, onderverdeeld in:
o Règlements autonomes: worden uitgevaardigd op basis van art. 37 van de
Grondwet en behandelen onderwerpen die niet binnen het domein van de wet
vallen. Ze worden genomen door de uitvoerende macht zonder dat daar een
wet aan voorafgaat.
o Règlements d’application: hebben als doel een bestaande wet uit te voeren en
specificeren hoe de wet moet worden toegepast. Deze verordeningen zijn
ondergeschikt aan de wet waarop ze gebaseerd zijn.
o Décrets: koninklijke of regeringsbesluiten, al dan niet na advies van de
Conseil d’État. Kunnen autonoom zijn (binnen art. 37) of d’application (ter
uitvoering van een wet).
o Arrêtés: besluiten van ministers, prefecten of burgemeesters, ondergeschikt
aan décrets.
 Jurisprudentie: rechters interpreteren het recht maar mogen geen nieuw recht
creëren (le juge ne peut créer la loi). Toch speelt rechtspraak een richtinggevende
rol, vooral bij het opvangen van lacunes (leemten) of via toepassing van algemene
rechtsbeginselen (principes généraux du droit).
 Gewoonte (coutume) en doctrine: worden eerder aanvullend gebruikt; gewoonte kan
alleen als bron gelden indien de wet daar ruimte voor laat.

2. Domein van de wet en het reglement

De Franse Grondwet maakt een strikt onderscheid tussen:

 Domaine de la loi (art. 34): Wetgevende macht (parlement)= materies die exclusief
bij wet geregeld worden zoals burgerrechten, staatsstructuur, strafrecht, fiscaliteit,
media, eigendomsrecht enz.
 Domaine réglementaire (art. 37): Uitvoerende macht (president en regering) = alles
wat niet expliciet aan het parlement is toegewezen, behoort tot de uitvoerende macht
(residuaire bevoegdheid) + de regering kan door het Parl gemachtigd worden om
tijdens een beperkte periode wetgevend op te treden in een materie die behoort tot de
bevoegdheid van de WM (l’ordonnance).

Art. 41 geeft de regering de mogelijkheid om wetsvoorstellen onontvankelijk te verklaren
wanneer ze betrekking hebben op het regelgevend domein.

Art. 62 bepaalt dat de uitspraken van het Conseil constitutionnel bindend en onaanvechtbaar
zijn. Dit geeft zijn rechtspraak een bijzonder rechtsvormend karakter, ondanks het verbod op
rechtsschepping door rechters in het algemeen.

3. Rechterlijke rol en uitzonderingen

, Hoewel rechters geen wetgevers zijn, geldt het volgende:

 In geval van juridische leemtes mogen rechters rechtsregels afleiden uit algemene
rechtsbeginselen of interpretatie.
 De Conseil constitutionnel heeft een krachtige rechtsvormende rol via de question
prioritaire de constitutionnalité (QPC) en bindende uitspraken op grond van art. 62.
 Rechters mogen de wet niet toetsen aan verdragen of de Grondwet op eigen initiatief
(geen algemene toetsingsbevoegdheid zoals in België).

4. Monisme en internationaal recht

 Frankrijk hanteert het monisme: internationale verdragen hebben rechtstreekse
werking in de Franse rechtsorde na ratificatie (art. 55 Const.). Er is dus geen
omzetting nodig in een nationale wet, zoals in dualistische systemen.
 Verdragen die correct zijn geratificeerd en gepubliceerd, hebben voorrang op
gewone wetten, mits wederkerigheid van toepassing.

 Het bloc de conventionnalité: omvat het geheel van internationale en Europese
verdragen waaraan Frankrijk gebonden is. Deze normen hebben voorrang op gewone
wetten, maar niet op de Grondwet.
 Het bloc de légalité: betreft alle interne normen onder de Grondwet, zoals lois
ordinaires, ordonnances, en règlements. Binnen dit blok geldt nog steeds de
gebruikelijke onderlinge hiërarchie (wet boven ordonnantie, ordonnantie boven
reglement, enz.).

5. Vergelijking en analyse

 Frankrijk kent een duidelijke functionele scheiding tussen wet en reglement – veel
strikter dan in België.
 Jurisprudentie heeft geen formele bindende kracht, maar is wel richtinggevend.
Enkel het Conseil constitutionnel kan op bindende wijze oordelen over de
grondwettigheid van wetten.
 De afwezigheid van een formele grondrechtencatalogus wordt opgevangen via
verwijzing naar de tekstuele fundamenten van het blok constitutionnalité, die
uniek zijn binnen de Franse context.
 Het concentratiemodel (toetsing enkel via Conseil constitutionnel) verschilt van
het diffuse model in andere landen zoals de VS of Duitsland.




Deel III – Staatsstructuur en instellingen

1. Wetgevende macht (Pouvoir législatif)

Inhoudsopgave

  1. 01 Deel I – Historische context van het Franse recht 1
    1. A. Ancien Régime (tot 1789) 1
    2. B. Franse Revolutie (1789–1799) 1
    3. De Franse Revolutie betekende een fundamentele breuk met het ancien régime. Feodale structuren en privileges werden afgeschaft. De macht verschoof van de koning naar de natie. Het recht werd hervormd op basis van revolutionaire principes zoals: 1
    4. C. Napoleon en Codificatie (Consulaat en Keizerrijk) 1
    5. D. Vijfde Republiek (sinds 1958) 2
  2. 02 Deel II – Rechtsbronnen van het Franse recht 2
    1. 1. Hiërarchie van rechtsnormen 2
    2. 2. Domein van de wet en het reglement 3
    3. 3. Rechterlijke rol en uitzonderingen 3
    4. 4. Monisme en internationaal recht 4
    5. 5. Vergelijking en analyse 4
  3. 03 Deel III – Staatsstructuur en instellingen 4
    1. 1. Wetgevende macht (Pouvoir législatif) 4
    2. 2. Uitvoerende macht (Pouvoir exécutif) 5
    3. 3. Rechterlijke macht (Pouvoir judiciaire) 6
    4. 4. Vergelijking België – Frankrijk 8
  4. 04 Deel IV – Caput selectum: Laïcité (scheiding tussen Kerk en Staat) 8
    1. A. Juridische grondslagen 8
    2. B. Twee opvattingen van laïcité 8
    3. C. Praktische toepassing van laïcité 9
    4. D. Uitzonderingen op het verbod op gezichtsbedekking (volgens Wet van 2010) 9
    5. E. Structurele uitzonderingen op het laïcité-principe (Wet van 1905) 9
    6. F. Rechterlijke controle en toepassing 10
    7. G. Kernprincipes 10
    8. H. Kritiek en spanningsvelden 10
    9. I. Samenvatting 10
  5. 05 Deel 2: Rechtsbronnen 13
    1. 1. Centrale thema’s 13
    2. 2. Overzicht van de rechtsbronnen en structuur 14
    3. 3. Verhouding tussen internationaal en nationaal recht 16
    4. 4. Verhouding tussen nationaal recht en EU-recht 16
  6. 06 Deel 3: Staatsstructuur en instellingen 17
    1. 1. Federaal systeem 17
  7. 07 Wetgevende macht 17
    1. 1. Bevoegdheidsverdeling (wetgevend) 17
    2. 2. Parlementaire structuur 17
    3. 3. Grondwetswijziging 18
  8. 08 Uitvoerende macht 18
    1. 1. Federale regering (Bundesregierung) 18
    2. 2. Bundespräsident (Bondspresident) 18
    3. 3. Deelstaatregeringen 19
  9. 09 Rechterlijke macht 19
    1. 1. Structuur van de rechtspraak 19
    2. 2. Bundesverfassungsgericht (BVerfG) 19
  10. 10 Deel 4: Caput selectum – Abortus 19
    1. 1. Historische context 20
    2. 2. Arrest “Schwangerschaftsabbruch I” – BVerfG (1975) 20
    3. 3. Impact van het arrest 20
    4. 4. Duitse hereniging en nieuw wetgevend kader 20
    5. 5. Arrest “Schwangerschaftsabbruch II” – BVerfG (1993) 21
    6. 6. Huidige regeling – §§ 218 en 218a Strafgesetzbuch 21
    7. 7. Actueel debat (2024) 21
  11. 11 Taalbegeleiding – nuttige termen 21
  12. 12 Verenigd Koninkrijk 22
    1. Deel I. Historische context van het recht in het VK 22
    2. Deel II. Rechtsbronnen in het VK 23
    3. Deel III. Staatsstructuur en instellingen 25
  13. 13 Verenigde Staten 28
    1. Deel I. Historische Context 28
    2. Deel II. Rechtsbronnen 29
    3. Deel III. Staatsstructuur en instellingen 31
    4. Deel IV. Scheiding der machten en Caput Selectum: Abortus 34
    5. Gastcolleges Buitenlandse Rechtsstelsels 37

Documentinformatie

Studie
Geüpload op
5 juli 2025
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
$10.37

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Verkocht
11
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
11 maanden geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen