HC5 Wie ben ik in het licht van de
dood? INTRODUCTIE
A. Levenseindezorg
palliatieve zorg
benadering die kwaliteit van leven verbetert van patiënten + hun familie
die te maken hebben met problemen die gepaard gaan met
levensbedreigende ziekten, door
o voorkomen en verlichten van lijden via
vroege herkenning
zorgvuldige beoordelen
behandeling van pijn en andere problemen (fysiek,
psychosociaal en spiritueel)
…
o biedt verlichting v pijn en andere belastende symptomen
o bevestigt het leven en beschouwt sterven als normaal proces
o heeft niet als doel de dood te bespoedigen of uit te stellen
o integreert psychologische en spirituele aspecten van zorg
o biedt een ondersteunend systeem om patiënten te helpen zo actief
mogelijk te leven tot aan de dood
= levenskwaliteit zo hoog mogelijk te houden
…
o biedt een ondersteunend systeem om de familie te helpen
omgaan met ziekte v/d patiënt en met hun rouwverwerking
o gebruikt teamgerichte aanpak om in behoeften van patiënten en
hun families te voorzien, inclusief rouwbegeleiding indien nodig
o zal de kwaliteit van leven verbeteren en kan ook een positieve
invloed hebben op het verloop v/d ziekte
o is toepasbaar i/e vroeg stadium v/d ziekte, in combinatie met
andere therapieën die gericht zijn p levensverlening, zoals
chemotherapie of radiotherapie, en omvat ook onderzoeken die
nodig zijn om klinische complicaties beter te begrijpen en beheersen
psychosociale aspecten v/d zorg voor stervende, ongeacht gun diagnose,
omvatten de behoeften aan:
o begrip – van symptomen, de aard v/d ziekte en het stervenproces
o acceptatie – ongeacht stemming, sociale vaardigheden of uiterlijk
o zelfrespect – betrokkenheid bij besluitvorming
o veiligheid – gevoel van geborgenheid
o erbij horen – wens om zich nodig te voelen en geen last te zijn
o liefde – uitingen van genegenheid en menselijk cc (zoals aanraking)
o spiritualiteit – verklaring van betekenis en doel, zowel religieus en
niet-religieus
, o hoop – op verbetering in welk aspect van hun leven of bestaan dan
ook
Praten over levenseinde
vandaag: 5/10 Vlamingen overlijden medisch beïnvloed door 1 of andere
beslissing
Maar iemand die zwaar ziek of stervend is, leeft nog wel…
1. het niet opstarten of stoppen van een zinloos geworden behandeling
o kiezen of men behandeling wil starten of stoppen
behandeling niet langer zinvol of doeltreffend
behandeling levenskwaliteit v/d patiënt aantast
o zo therapeutische hardnekkigheid vermeden
o voorbeelden: niet opstarten chemotherapie bij iem met terminale
kanker
2. opdrijven v/d pijnstilling tijdens de stervenfasen en palliatieve sedatie
o opdrijven pijnstilling
enorme pijn > opdrijven > eventuele versnelling zonder
oorspronkelijke bedoeling
eventueel ook sederen > communiceren hierover
o palliatieve sedatie
opzettelijk verlagen bewustzijn > laatste levensfase
onbewust verkorting leven
3. euthanasie (of levensbeëindiging op verzoek)
> uitdrukkelijk vraag van patiënt zelf, wel aan aantal voorwaarden voldoen
o meerderjarig of wilsbekwame minderjarige
o handelingsbekwaam
o ondraaglijk fysiek (minderjarige) of psychisch lijden
o vrijwillig, duurzaam en aanhoudend verzoek uitgaan van patiënt zelf
o schriftelijk verzoek
o medisch uitzichtloze (ongeneeslijke) aandoening hebben
terminale aandoening
verplichte raadpleging 2de arts
minderjarige – kinder/jeugdpsychiater of psycholoog
niet terminale aandoening
verplichte raadpleging 2de arts + 3de arts
maand wachttijd tussen schriftelijk verzoek en
uitvoering euthanasie
alleen meerderjarigen
o voorafgaande wilsverklaring: enkel geldig bij onomkeerbare coma en
nvt voor minderjarige
4. levensbeëindiging zonder wettelijk kader
hulp bij zelfdoding
o arts geeft dodelijk middel of schrijft voor
o tijdstip zelf bepalen, arts niet verder betrokken
levensbeëindiging zonder verzoek
, o juridisch met doodslag of moord (baby’s die geboren w,
wetende dat ze alleen pijn gaan hebben of binnenkort
1.1 ACTUELE
sterven) VRAAGSTUKKEN/LIFE EVENTS
DEEL 1: MICRO
A. Rouw en verlies
rouw = verlies kind, partner, ouder, vriend(in)
o persisterende rouw (chronische rouw, complexe rouw)
o rouw bij kinderen en adolescenten
rouwproces = uniek
o verdriet, ontkenning, schuldgevoelens, woede, onzekerheid,
hulpeloosheid, verdoving en zinloosheid
o bestaat in essentie uit
willen aanvaarden en onder ogen zien v/h verlies
doorwerken van pijn en verdriet verbonden aan dat verlies
zoeken naar nieuw levensevenwicht
plaatsen van verlies in je leven waarin overledene nu andere
plaats en betekenis krijgt
rouwrituelen
o in westerse wereld komt dat op de achtergrond te staan
o is een belangrijk copingmechanisme, dus dat verdwijnt ook
traumatische/persisterende/complexe/chronische rouw
o intens verdriet na persoonlijk verlies dat normaal functioneren
chronisch verhindert of onmogelijk maakt
o blijven onvermogen om verlies te accepteren, obsessieve gedachten
aan overledenen en pogingen om die te zoeken of ‘dichtbij’ te
houden
o tot minstens 12 maanden na verlies
verlies partner
1. chronische rouwreacties (15,6%) zijn niet hetzelfde als chronische
depressie (7,8%)
2. chronische rouwende vertonen verhoogde depressie- en
rouwsymptomen 6 maanden na het verlies
3. meest voorkomende rouwpatroon was niet het zogenaamde ‘gewone’
patroon van verhoogde depressie die geleidelijk afneemt (10,7%)
maar eerder het stabiele patroon van lage depressie of
veerkracht (45,9%)
4. er was een aanzienlijke minderheid (10,2%) met hoge depressie
voor het verlies, gevolgd door verbetering tijdens de rouwperiode
5. geen duidelijk bewijs voor e vertraagd rouwpatroon, wat bijdraagt
a/h groeiende aantal studies die dit expliciet hebben onderzocht maar
geen bewijs hebben gevonden voor vertraagde rouw
uitgestelde rouw = je merkt niet dat er iets aan de hand is, na een paar maanden
kan dat wel tot uiting komen
, potentiële ondersteuners
kritiek van ondersteuners, vrienden, vertrouwenspersoon
kan iemand onzeker maken over eigen rouwervaring en rouwproces
moeilijker maken
zeker ook bij kinderen en jongeren
Rouw bij kinderen
kinderen maken enorme sprongen qua ontwikkeling op zowel sociaal,
emotioneel als cognitief gebied
belangrijk om je af te vragen
o hoe ontwikkelt mijn kind zich?
o wat is normaal in deze levensperiode?
o in hoeverre is de verwerking v/h verlies een belemmering v/h
volbrengen v/d normale ontwikkelingsprocessen
afhankelijk v/d leeftijd
o 1ste levensmaanden
huilen
behoefte aan knuffels
warmte, liefde, drinken, rust en regelmaat
gevoelig voor sfeer
minder snel getroost
o vanaf 4/5 maanden = missen
te jong om te begrijpen wat ‘dood’ zijn te begrijpen, voelen
verdriet
ze is te klein = klopt niet
baby kent geur, klein, stem en wijze waarop ze hen oppakken
o vanaf 2 – 5 jaar
verschillen reacties niet veel dan die van volwassenen
ongeloof, ontkenning en verdoving
blijvende karakter van dood begrijpen ze nog niet $
1.2 STRESSOREN,
o jonge kinderen PROTECTIEVE FACTOREN EN (IN) EFFECTIEVE
stellen veel vragenCOPING
gaan dood begrijpen door gemis te ervaren
uiten verdriet en pijn, maar gaan later door met gewone leven
nog niet voortdurend met verlies bezig
mogelijke stressoren/voorspellers verlies partner
buitensporige afhankelijkheid (= als persoonlijkheidskenmerk)
weinig instrumentele (huishoudelijke taken) steun
grotere kans verlies v/e gezonde partner
maladaptief of minder veerkrachtig profiel
onveilige hechting, trauma en eerdere psychopathologie
moeilijkheden met emotieregulatie
doodwensen en suïcide gedachten
complexe rouw (plots overlijden, zelfmoord)
onderzoek?
dood? INTRODUCTIE
A. Levenseindezorg
palliatieve zorg
benadering die kwaliteit van leven verbetert van patiënten + hun familie
die te maken hebben met problemen die gepaard gaan met
levensbedreigende ziekten, door
o voorkomen en verlichten van lijden via
vroege herkenning
zorgvuldige beoordelen
behandeling van pijn en andere problemen (fysiek,
psychosociaal en spiritueel)
…
o biedt verlichting v pijn en andere belastende symptomen
o bevestigt het leven en beschouwt sterven als normaal proces
o heeft niet als doel de dood te bespoedigen of uit te stellen
o integreert psychologische en spirituele aspecten van zorg
o biedt een ondersteunend systeem om patiënten te helpen zo actief
mogelijk te leven tot aan de dood
= levenskwaliteit zo hoog mogelijk te houden
…
o biedt een ondersteunend systeem om de familie te helpen
omgaan met ziekte v/d patiënt en met hun rouwverwerking
o gebruikt teamgerichte aanpak om in behoeften van patiënten en
hun families te voorzien, inclusief rouwbegeleiding indien nodig
o zal de kwaliteit van leven verbeteren en kan ook een positieve
invloed hebben op het verloop v/d ziekte
o is toepasbaar i/e vroeg stadium v/d ziekte, in combinatie met
andere therapieën die gericht zijn p levensverlening, zoals
chemotherapie of radiotherapie, en omvat ook onderzoeken die
nodig zijn om klinische complicaties beter te begrijpen en beheersen
psychosociale aspecten v/d zorg voor stervende, ongeacht gun diagnose,
omvatten de behoeften aan:
o begrip – van symptomen, de aard v/d ziekte en het stervenproces
o acceptatie – ongeacht stemming, sociale vaardigheden of uiterlijk
o zelfrespect – betrokkenheid bij besluitvorming
o veiligheid – gevoel van geborgenheid
o erbij horen – wens om zich nodig te voelen en geen last te zijn
o liefde – uitingen van genegenheid en menselijk cc (zoals aanraking)
o spiritualiteit – verklaring van betekenis en doel, zowel religieus en
niet-religieus
, o hoop – op verbetering in welk aspect van hun leven of bestaan dan
ook
Praten over levenseinde
vandaag: 5/10 Vlamingen overlijden medisch beïnvloed door 1 of andere
beslissing
Maar iemand die zwaar ziek of stervend is, leeft nog wel…
1. het niet opstarten of stoppen van een zinloos geworden behandeling
o kiezen of men behandeling wil starten of stoppen
behandeling niet langer zinvol of doeltreffend
behandeling levenskwaliteit v/d patiënt aantast
o zo therapeutische hardnekkigheid vermeden
o voorbeelden: niet opstarten chemotherapie bij iem met terminale
kanker
2. opdrijven v/d pijnstilling tijdens de stervenfasen en palliatieve sedatie
o opdrijven pijnstilling
enorme pijn > opdrijven > eventuele versnelling zonder
oorspronkelijke bedoeling
eventueel ook sederen > communiceren hierover
o palliatieve sedatie
opzettelijk verlagen bewustzijn > laatste levensfase
onbewust verkorting leven
3. euthanasie (of levensbeëindiging op verzoek)
> uitdrukkelijk vraag van patiënt zelf, wel aan aantal voorwaarden voldoen
o meerderjarig of wilsbekwame minderjarige
o handelingsbekwaam
o ondraaglijk fysiek (minderjarige) of psychisch lijden
o vrijwillig, duurzaam en aanhoudend verzoek uitgaan van patiënt zelf
o schriftelijk verzoek
o medisch uitzichtloze (ongeneeslijke) aandoening hebben
terminale aandoening
verplichte raadpleging 2de arts
minderjarige – kinder/jeugdpsychiater of psycholoog
niet terminale aandoening
verplichte raadpleging 2de arts + 3de arts
maand wachttijd tussen schriftelijk verzoek en
uitvoering euthanasie
alleen meerderjarigen
o voorafgaande wilsverklaring: enkel geldig bij onomkeerbare coma en
nvt voor minderjarige
4. levensbeëindiging zonder wettelijk kader
hulp bij zelfdoding
o arts geeft dodelijk middel of schrijft voor
o tijdstip zelf bepalen, arts niet verder betrokken
levensbeëindiging zonder verzoek
, o juridisch met doodslag of moord (baby’s die geboren w,
wetende dat ze alleen pijn gaan hebben of binnenkort
1.1 ACTUELE
sterven) VRAAGSTUKKEN/LIFE EVENTS
DEEL 1: MICRO
A. Rouw en verlies
rouw = verlies kind, partner, ouder, vriend(in)
o persisterende rouw (chronische rouw, complexe rouw)
o rouw bij kinderen en adolescenten
rouwproces = uniek
o verdriet, ontkenning, schuldgevoelens, woede, onzekerheid,
hulpeloosheid, verdoving en zinloosheid
o bestaat in essentie uit
willen aanvaarden en onder ogen zien v/h verlies
doorwerken van pijn en verdriet verbonden aan dat verlies
zoeken naar nieuw levensevenwicht
plaatsen van verlies in je leven waarin overledene nu andere
plaats en betekenis krijgt
rouwrituelen
o in westerse wereld komt dat op de achtergrond te staan
o is een belangrijk copingmechanisme, dus dat verdwijnt ook
traumatische/persisterende/complexe/chronische rouw
o intens verdriet na persoonlijk verlies dat normaal functioneren
chronisch verhindert of onmogelijk maakt
o blijven onvermogen om verlies te accepteren, obsessieve gedachten
aan overledenen en pogingen om die te zoeken of ‘dichtbij’ te
houden
o tot minstens 12 maanden na verlies
verlies partner
1. chronische rouwreacties (15,6%) zijn niet hetzelfde als chronische
depressie (7,8%)
2. chronische rouwende vertonen verhoogde depressie- en
rouwsymptomen 6 maanden na het verlies
3. meest voorkomende rouwpatroon was niet het zogenaamde ‘gewone’
patroon van verhoogde depressie die geleidelijk afneemt (10,7%)
maar eerder het stabiele patroon van lage depressie of
veerkracht (45,9%)
4. er was een aanzienlijke minderheid (10,2%) met hoge depressie
voor het verlies, gevolgd door verbetering tijdens de rouwperiode
5. geen duidelijk bewijs voor e vertraagd rouwpatroon, wat bijdraagt
a/h groeiende aantal studies die dit expliciet hebben onderzocht maar
geen bewijs hebben gevonden voor vertraagde rouw
uitgestelde rouw = je merkt niet dat er iets aan de hand is, na een paar maanden
kan dat wel tot uiting komen
, potentiële ondersteuners
kritiek van ondersteuners, vrienden, vertrouwenspersoon
kan iemand onzeker maken over eigen rouwervaring en rouwproces
moeilijker maken
zeker ook bij kinderen en jongeren
Rouw bij kinderen
kinderen maken enorme sprongen qua ontwikkeling op zowel sociaal,
emotioneel als cognitief gebied
belangrijk om je af te vragen
o hoe ontwikkelt mijn kind zich?
o wat is normaal in deze levensperiode?
o in hoeverre is de verwerking v/h verlies een belemmering v/h
volbrengen v/d normale ontwikkelingsprocessen
afhankelijk v/d leeftijd
o 1ste levensmaanden
huilen
behoefte aan knuffels
warmte, liefde, drinken, rust en regelmaat
gevoelig voor sfeer
minder snel getroost
o vanaf 4/5 maanden = missen
te jong om te begrijpen wat ‘dood’ zijn te begrijpen, voelen
verdriet
ze is te klein = klopt niet
baby kent geur, klein, stem en wijze waarop ze hen oppakken
o vanaf 2 – 5 jaar
verschillen reacties niet veel dan die van volwassenen
ongeloof, ontkenning en verdoving
blijvende karakter van dood begrijpen ze nog niet $
1.2 STRESSOREN,
o jonge kinderen PROTECTIEVE FACTOREN EN (IN) EFFECTIEVE
stellen veel vragenCOPING
gaan dood begrijpen door gemis te ervaren
uiten verdriet en pijn, maar gaan later door met gewone leven
nog niet voortdurend met verlies bezig
mogelijke stressoren/voorspellers verlies partner
buitensporige afhankelijkheid (= als persoonlijkheidskenmerk)
weinig instrumentele (huishoudelijke taken) steun
grotere kans verlies v/e gezonde partner
maladaptief of minder veerkrachtig profiel
onveilige hechting, trauma en eerdere psychopathologie
moeilijkheden met emotieregulatie
doodwensen en suïcide gedachten
complexe rouw (plots overlijden, zelfmoord)
onderzoek?