Jasmijn Gagroo
INLEIDING TOT WIJSBEGEERTE
VOORWOORD: ONZEKERHEID KOESTEREN
Wetenschappers zoeken naar antwoorden, maar niemand weet of ze ooit alles zullen
weten
- Streven naar einddoel: wetenschap heeft een antwoord op alles
- Te snel verleid te denken dat we alles weten
o Bevindingen van wetenschap zijn geen absolute zekerheid en kunnen
na verloop van tijd altijd weerlegd worden: we weten al veel, maar ook
nog heel veel niet
Men is in het leven op zoek naar zekerheid, maar heeft slechts onzekerheden
Taak van de filosoof: de mens leren hoe te leven zonder zekerheid, zonder
verlamd te worden door onzekerheid (Bertrand Russel) = onzekerheden
opzoeken & verdragen
HOOFDSTUK 1: WAT IS FILOSOFIE?
Filosofie is een “stelsel van vele wegen die van nergens naar niets leiden” – Bierce
- Er is geen sluitende definitie: filosofie is zeer veelzijdig + kent
verschillende raakvlakken met o.a. wetenschap en religie
o Filosofie heeft niet één enkele essentie (=anti-essentialisme): geen
kenmerken die voorkomen bij alle filosofen en enkel bij filosofen
Essentialisme overtuiging dat er voor bep. fenomenen
essentiële eigenschappen bestaan => reductionistisch
o Geschiedenis vd filosofie als verklaring voor deze veelzijdigheid en
ongrijpbaarheid
2 interpretaties
1. Positieve definitie: typische kenmerken die uniek zijn voor de filosofie
2. Negatieve definitie: filosofie verschilt van ... (blootleggen wat niet + daaruit
afleiden wat wel)
Dubbele doelstelling: enerzijds kennis maken met filosofie + anderzijds kennis
maken met manier denken
DE 3 KENMERKEN
Filosofie = ongewoon thema in die zin dat haar beoefenaars het niet eens zijn over
de vraag waarover het gaat
EEN SOORT ATTITUDE
Filosofie = liefde voor (levens)wijsheid, verlangen naar meer weten
→ MAAR alle mensen verlangen van nature naar wijsheid (Aristoteles)
→ MAAR ook religieuze leiders, politici, wetenschappers, … kunnen levenswijs zijn
→ DUS geen goede definitie: kenmerken zijn niet enkel typerend voor filosofen
Filosofie = kritisch zijn, kritisch denken (gewoontes, zekerheden,
vanzelfsprekendheden, details worden in twijfel getrokken)
- Autoriteiten worden uitgedaagd & in twijfel getrokken: niet zomaar neerleggen
bij overgeleverde inzichten (is hetgeen wij zien, denken, zeggen, … wel de
waarheid?)
o Autoriteit van personen (filosofen, politici, wetenschappers)
o Autoriteit van eigen vermogens (zintuigen, cognitieve vermogens)
1
,1ste bach Psychologie
Jasmijn Gagroo
Vb: Müller-Lyer illusie: zelfs na het rationeel opmeten, blijven
onze ogen de even lange lijnstukken als twee verschillende
lengtes waarnemen => onze zintuigen bedriegen ons misschien
vaker dan we denken (Descartes)
- (!) kritiek ≠einddoel => doel = openen van mogelijkheid dat de dingen
anders kunnen zijn, de mens moet zich niet zomaar neerleggen bij status quo
(= de bestaande toestand)
→ MAAR ook wetenschappers zijn ruimdenkend & rationeel
→ DUS geen goede definitie: kenmerken zijn niet enkel typerend voor filosofen
EEN METHODOLOGIE
Filosofisch onderzoek met:
1. Intuïtie (“spontane overtuiging’) : verschillende betekenissen
o Soort van overtuiging (‘belief’) => sommige van onze overtuigingen
zijn geen intuïties
o Een zelfstandige categorie van mentale toestanden, waarbij een bep.
propositie waar lijkt te zijn of waarbij een bewering zich voordoet als
waarheid
Mentale toestand zet druk op een pp om de bewering te geloven
Gezond verstand = verzameling van intuïties (in die 2
betekenissen)
o Andere filosofen spreken van a priori1 intuïties (= zonder voorafgaande
ervaring/observatie)
Descartes verwees hiernaar wanneer hij sprak over heldere en
welonderscheiden ideeën maw intuïties die niemand in vraag
durft te stellen
Intuïties zonder empirisch onderzoek = “fauteuilfilosofen” (‘armchair philosophers’)
- Delicaat, veel intuïties zijn erg variabel
- Filosofen springen hier vandaag voorzichtiger mee om
→ MAAR ook wetenschappers vertrekken vanuit hun intuïtie
→ DUS geen goede definitie: kenmerk is niet enkel typerend voor filosofen
2. Conceptuele analyse : analyse van begrippen/ concepten
o ‘Analyse’ => het uiteenvallen v/e complex geheel in eenvoudigere
delen
o Ontrafelen & verbeteren van concepten die we in het dagelijks leven
zonder na te denken gebruiken (liefde, tijd, vrijheid, … => vaak
afkomstig vanuit de volk psychologie2)
Vb: concept van psychiatrie en ‘ziek verklaren’: wanneer is
iemand echt ziek? Biologische factoren of statistische afwijking
tov de gemiddelde persoon of sociale oordelen of …?
o Voordeel: betere concepten leiden tot betere vragen leiden tot beter
onderzoek
Intuïtie en conceptuele analyse gaan vaak hand in hand
Conceptuele analyse kan leiden tot conceptconstructie
- Wanneer een concept niet langer meer voldoet aan de eisen van de
gebruikers kan men overwegen om het gaan te veranderen
o Niet langer meer wie of wat er onder het concept valt MAAR wel wat het
concept voor ons zou kunnen of moeten doen, gegeven een bepaalde
doelstelling
Bv. Concept v/e vrouw aan te passen om meer gelijkheid te
creëren (Haslanger)
1
A priori = wat van tevoren vaststaat
2
Een geheel aan concepten die tijdens de geschiedenis steeds werd aangepast om aan de
veranderende noden v/d beoefenaars te voldoen
2
,1ste bach Psychologie
Jasmijn Gagroo
→MAAR ook wetenschappen maken gebruik van conceptuele analyse &
conceptconstructie
→ DUS geen goede definitie: kenmerk is niet enkel typerend voor filosofen
3. Gedachte-experiment : methode die wordt gebruikt om intuïties op het
spoor te komen
o Begint vaak met ‘beeld u is in’ om zo te kijken welke intuïties we
hebben
o Een instrument van de verbeelding, speelt zich volledig af in het
laboratorium van de menselijke geest, dat wordt gebruikt om nieuwe
informatie over een thema te verkrijgen zonder gebruik te maken van
nieuwe empirische data
o Voordeel: probleem verhelderen door visualisatie, ontwikkelen van
argumenten pro/contra een theorie, omzeilen van allerlei problemen
(financieel, technologisch, …) die zich in real-life experimenten zouden
voordoen
Vb: hersenen-in-een-vat-experiment (epistemologisch gedachte-
experiment) : wat als onze hersenen zich eigenlijk op een andere
planeet bevinden waar een dolgedraaide wetenschapper allerlei
signalen geeft waardoor wij kunnen voelen, zien, denken, …?
Onze hersenen in dat vat beschikken niet over vermogen om na
te gaan of en wat de realiteit is
=> ‘bewijs’ dat onze overtuigingen geen fundamentele
zekerheden zijn
→ MAAR ook wetenschappen maken gebruik van gedachte-experimenten
→ DUS geen goede definitie: kenmerk is niet enkel typerend voor filosofen
Ontstaan experimentele filosofie: bouwt verder op empirische bevindingen,
wetenschap & filosofie hand in hand
EEN DOMEIN
Filosofische problemen zijn abstract + eigenaardig, het zijn vragen die we ons in het
dagelijks leven niet hoeven te stellen
- Onbeantwoordbare vragen
o Vb: bestaat god? Wat is ziekte? …
→ MAAR ook wetenschappers stellen fundamentele vragen + MAAR niet alle
onbeantwoordbare vragen zijn filosofisch!!
→ DUS geen goede definitie: kenmerk niet enkel typerend voor filosofen
CONCLUSIE
Het gaat over de aard van vragen & problemen waar men zich mee bezighoudt
fundamentele vragen over het leven en alles daarrond
- Sommigen beschouwen filosofie eerder als kunst dan als wetenschap
o Voorliefde voor onbeantwoordbare vragen => geen vooruitgang
mogelijk
o Steeds nieuwe manieren om oude problemen te beschrijven => geen
oplossingen
= verklaring voor afkeer van wetenschappers voor filosofie
MAAR eigenlijk géén vooruitgang in wetenschappen, want
ook wetenschappen bestaan uit verschillende
paradigma’s3 & onderzoeken die elkaar onderuithalen &
tegenspreken en eigenlijk niet met elkaar te vergelijken
zijn (massa bij Newton vs massa bij Einstein) want ze
hebben weinig/niets gemeenschappelijk, ze volgen elkaar
3
Paradigma: stelsel van afspraken die wetenschappers hanteren, fundamenteel model van waaruit men vertrekt
3
, 1ste bach Psychologie
Jasmijn Gagroo
op zonder echt op elkaar verder te bouwen, er is geen
universele standaard (Thomas Kuhn)
Paradigma’s zijn incommensurabel4: binnen een paradigma kan
er wel sprake zijn van vooruitgang maar tussen paradigma’s
onderling niet omdat ze niet met elkaar te vergelijken zijn
→ MAAR eigenlijk wél vooruitgang in filosofie, want dankzij filosofie zijn nieuwe
wetenschappen ontstaan (vb: psychologie
DE VIER DEELDOMEINEN
Filosofie = academische discipline die 4 deeldomeinen bevat
MAAR ook vraag: “wat zijn die deeldomeinen?” niet eenvoudig te beantwoorden
1. Metafysica (fundamentele kwesties)
2. Logica (correct redeneren, drogredenen) Wetenschapsfilosofie
3. Epistemologie (Kennis, waarover kunnen we zekere kennis hebben)
4. Moraalfilosofie (wat je moet doen, normen, MOETEN)
METAFYSICA
= Bestudeert aard + structuur van de wereld (waar natuurwetenschappers vaak
geen sluitend antwoord op vinden), het wezen van de werkelijkheid en wat
daarachter zit (dus niet gewoon wat we waarnemen), de problemen die voorbij de
fysica liggen
Aristoteles schreef een boek met de titel ‘metafysica’ maar niet duidelijk of
- We het op de chronologische manier moeten opvatten (werd geschreven na
het boek fysica)
- We het op een structurele manier moeten opvatten (problemen die voorbij de
fysica liggen)
o ‘Metafysica- versie Aristoteles’ => dingen die niet veranderen
(fysische fenomenen)
Nu metafysica veel breder
Algemeen: de betekenis van het bestaan : wat betekent
het dat iemand bestaat? Op basis waarvan kunnen we
zeggen dat iemand bestaat? Bestaat enkel materie of ook
niet-materiële zaken?
Voorbeeld van metafysische kwestie: verhouding lichaam – geest (zijn wij meer dan
ons brein?)
- Materialistische/fysicalistische visie: alles is opgebouwd uit materie
(=‘physical stuff’), ook ons brein
o Dus we zijn niet meer dan onze hersenen
o Dus ook mentale toestanden als emoties, herinneringen, …
Mentale toestanden = hersentoestanden
- Dualistische visie: mentale toestanden zijn opgebouwd uit ‘geestesspul’ (=
‘mental stuff’)
2e voorbeeld van metafysische kwestie: bestaat wilsvrijheid?
Wat is wilsvrijheid? : 2 voorwaarden
1. Keuzevrijheid : de persoon heeft het vermogen om iets anders te doen
2. Broncontrole / zelfbepaling : een handeling die ik zelf heb bepaald
- Dagelijkse leven gaat ervan uit dat wilsvrijheid bestaat : we houden mensen
vaak verantwoordelijk voor wat ze doen (vereist vrije wil)
- Materialistische/fysicalistische visie: vrije wil bestaat niet
(determinisme5): wij zijn ons brein, bestaande uit fysisch spul en dus
4
Incommensurabel: onderling onmeetbaar, geen gemene maat hebbend
5
Determinisme: alle gebeurtenissen & toestanden worden veroorzaakt door voorafgaande
gebeurtenissen toestanden (geen probabilistische oorzaak, maar deterministisch: een oorzaak die
4