4.1 een stroomkring maken:
Leerdoelen:
Je kunt uitleggen hoe je een lamp laat branden.
Je kunt de verschillende onderdelen van een stroomkring benoemen en beschrijven.
Je kunt uitleggen welke stoffen geleiders en isolatoren zijn en daarvan een aantal
voorbeelden geven.
Je kunt uitleggen op welke manier je de stroomsterkte meet.
Je kunt rekenen met de eenheid van stroomsterkte.
Een gesloten stroomkring:
- Om een lampje te laten branden moet je er een elektrische stroom doorheen Laten
lopen. Dat kan alleen als je een gesloten stroomkring maakt.
- Als het lampje brandt, verbruikt het elektrische energie. Die energie wordt geleverd
door de batterij.
Isolerende en geleidende stoffen:
- Stoffen waar een elektrische stroom gemakkelijk doorheen kan lopen, worden
geleiders genoemd.
- Alle metalen zijn geleiders, maar het ene metaal geleidt beter dan de ander.
- Voorbeelden van geleiders: aluminium, ijzer, staal, koper.
- Stoffen die een elektrische stroom niet of heel slecht doorlaten, noem je isolatoren.
- Voorbeelden van isolatoren zijn: rubber, glas, plastic, lucht.
- Met een schakelaar kun je de stroom in- en uit schakelen.
De stroom meten:
- Met een stroommeter kun je meten hoe ‘sterk’ de elektrische stroom door een
stroomkring is.
- De stroomsterkte geeft aan hoeveel deeltjes er in 1 seconden voorbij komen. Hoe
meer deeltjes er per seconde voorbij komen, hoe groter de stroomsterkte.
- De eenheid van stroomsterkte is de ampère (A)
Leerdoelen:
Je kunt uitleggen hoe je een lamp laat branden.
Je kunt de verschillende onderdelen van een stroomkring benoemen en beschrijven.
Je kunt uitleggen welke stoffen geleiders en isolatoren zijn en daarvan een aantal
voorbeelden geven.
Je kunt uitleggen op welke manier je de stroomsterkte meet.
Je kunt rekenen met de eenheid van stroomsterkte.
Een gesloten stroomkring:
- Om een lampje te laten branden moet je er een elektrische stroom doorheen Laten
lopen. Dat kan alleen als je een gesloten stroomkring maakt.
- Als het lampje brandt, verbruikt het elektrische energie. Die energie wordt geleverd
door de batterij.
Isolerende en geleidende stoffen:
- Stoffen waar een elektrische stroom gemakkelijk doorheen kan lopen, worden
geleiders genoemd.
- Alle metalen zijn geleiders, maar het ene metaal geleidt beter dan de ander.
- Voorbeelden van geleiders: aluminium, ijzer, staal, koper.
- Stoffen die een elektrische stroom niet of heel slecht doorlaten, noem je isolatoren.
- Voorbeelden van isolatoren zijn: rubber, glas, plastic, lucht.
- Met een schakelaar kun je de stroom in- en uit schakelen.
De stroom meten:
- Met een stroommeter kun je meten hoe ‘sterk’ de elektrische stroom door een
stroomkring is.
- De stroomsterkte geeft aan hoeveel deeltjes er in 1 seconden voorbij komen. Hoe
meer deeltjes er per seconde voorbij komen, hoe groter de stroomsterkte.
- De eenheid van stroomsterkte is de ampère (A)