Samenvatting JASP-tentamen
Inhoud
Stap 1: Databestand opslaan als MS-DOS-tekst (.csv)..........................................................................2
Stap 2: Databestand openen in JASP.................................................................................................... 2
Stap 3: Data gebruiksklaar maken !........................................................................................................ 2
Stap 4: Meetniveaus aanpassen !........................................................................................................... 2
Stap 5: Missing values (ontbrekende waarden) aanpassen !.................................................................2
Stap 6: Toetskeuze................................................................................................................................. 2
Signaalwoorden...................................................................................................................................... 3
Correlatie................................................................................................................................................ 5
Betrouwbaarheid (Chronbach’s Alpha)................................................................................................... 7
T-toets..................................................................................................................................................... 9
ANOVA................................................................................................................................................. 12
One-way ANOVA.............................................................................................................................. 14
Two-way, factoriële, ANOVA............................................................................................................. 15
Chi kwadraat......................................................................................................................................... 18
Tabellen................................................................................................................................................ 21
Stabiliteit, homogeniteit, convergent en divergent................................................................................23
Getallen afronden en termen schrijven................................................................................................. 25
1
,Stap 1: Databestand opslaan als MS-DOS-tekst (.csv)
Stap 2: Databestand openen in JASP
Stap 3: Data gebruiksklaar maken !
Geef de data labels, indien mogelijk:
Bijvoorbeeld:
• Geslacht: 1 = Jongens, 2 = Meisjes)
• Conditie: 1 = Onderdompelingsconditie, 2 = Zelfstudieconditie, 3 =
Traditioneelonderwijsconditie
Stap 4: Meetniveaus aanpassen !
Nominaal: categorieën, waarbij er geen rangorde is tussen de categorieën,
zoals: geslacht, nationaliteit, smaken ijs, conditie, leerling, proefpersoon (1,2,3 ..)
Ordinaal: categorieën, waarbij er wel een rangorde is tussen de categorieën,
zoals: opleidingsniveau, leeftijd, ervaring
Schaal: een getal op een continue schaal met of zonder nulpunt,
zoals: score, beoordeling
Stap 5: Missing values (ontbrekende waarden) aanpassen !
Missing values aangeven door:
NA of NAN in vullen op de plek waar de variabele ontbreekt BIJ VALUE (niet bij label) & in de cel
Stap 6: Toetskeuze
Kies welke toets je gaat uitvoeren
• Eerst bedenken of t gaat om ‘correlatie of betrouwbaarheid’
• of ‘moet ik een statistische toets doen om te kijken naar een verschil
2
,Signaalwoorden
Signaalwoorden bij correlatie (pearson of spearman)
twee beoordelaars/ begripsvragen/ toetsvragen
• Samenhang tussen X en Y
• Verband tussen X en Y
• Convergente validiteit (divergente validiteit: meet niet hetzelfde (kan niet bij betrouwbaarheid))
• Met elkaar eens zijn (overeenstemming tussen twee beoordelaars)
• Hetzelfde construct meten
• Betrouwbaarheid (maar alleen bij twee variabelen!)
• Relatie tussen X en Y
• Associatie
• Invloed op
Signaalwoorden bij betrouwbaarheid (Cronbach’s Alpha)
drie beoordelaars/ begripsvragen/ toetsvragen
• (interbeoordelaars)Betrouwbaarheid
• Met elkaar eens zijn (overeenstemming tussen meerdere beoordelaars)
• Op een lijn
• Convergente validiteit
• Hetzelfde construct meten
• Samenhang tussen meerdere variabele
• Interne consistentie
Statistische toets: bij een verschil:
Signaalwoorden bij T-toets
gemiddelde van twee groepen vergelijken (een verschil)
• Verschil: X verschilt voor ...
• Vergelijken: X gelijk is voor …
• Gelijkwaardig
• Gelijk verdeeld over …
• Toename/ afname
3
, • X invloed heeft op Y
• X afhankelijk van Y
• Interne validiteit checken (bijv. twee onderzoekscondities vs. leeftijd)
Signaalwoorden bij ANOVA
gemiddelde van drie of meer groepen vergelijken
• Verschil: X verschilt voor ...
• Vergelijken: X gelijk is voor …
• Gelijk verdeeld over …
• X invloed heeft op Y
• Is het effect van X op Y afhankelijk van Z twoway ANOVA (interactie)
• Controleer of ... vergelijkbaar zijn op X, Y en Z twoway ANOVA (interactie)
• Interactie (voor variabele X, tussen Y en Z)
Signaalwoorden bij Chi-kwadraat
aantallen in groepen vergelijken (nominale variabelen!)
• Verschil (tussen X en Y)
• Vergelijken (X en Y)
• Gelijk verdeeld over …
• Beter/ slechter dan … (jongens betere lezers dan meisjes?)
• X afhankelijk van Y
• X invloed heeft op Y
• Interne validiteit checken (bijv. twee condities vs. geslacht of twee condities vs.
opleidingsniveau (waarbij je twee niveaus hebt))
Bijvoorbeeld: - jongens vs. meisjes in favoriete sport
- jongens vs. meisjes hun favoriete krant
4
, Correlatie
Hoe? Regression; Classical; Correlation
Aanvinken
Pearson’s r OF spearman’s rho
Correlated
Display pairwise
Report significance
Flag significant correlations
(Scatter plots)
De p-waarde geeft aan of de gevonden correlatie significant is (dus niet op toeval berust).
Als p < .05, betekent: statistisch significant. Dit betekent dat de kans klein is dat de correlatie in de
populatie eigenlijk 0 is.
Als p ≥ .05, betekent niet significant, wat betekent dat je er geen conclusies over mag trekken.
Kiezen voor
1) Pearson r (productmomentcorrelatie) 2x Schaal getal tussen -1 en +1
2) Spearman’s rho ρ 1x Ordinaal getal tussen -1 en +1
Bekijk de correlatiecoëfficiënt (r)
Pearson r Interpretatie
tussen -0.1 en 0.1 Verwaarloosbare (geen) correlatie
tussen -0.3 en -0.1 of 0.1 en 0.3 Zwakke correlatie
tussen -0.7 en -0.3 of 0.3 en 0.7 Matige correlatie
r < -0.7 of r > 0.7 Sterke correlatie
Positieve of negatieve correlatie?
+ of -?
Rapporteren als
• (r = pearson’s r, p = p-value) Pearson r
• (rho = spearman’s rho, p = p-value) Spearman’s rho
5
Inhoud
Stap 1: Databestand opslaan als MS-DOS-tekst (.csv)..........................................................................2
Stap 2: Databestand openen in JASP.................................................................................................... 2
Stap 3: Data gebruiksklaar maken !........................................................................................................ 2
Stap 4: Meetniveaus aanpassen !........................................................................................................... 2
Stap 5: Missing values (ontbrekende waarden) aanpassen !.................................................................2
Stap 6: Toetskeuze................................................................................................................................. 2
Signaalwoorden...................................................................................................................................... 3
Correlatie................................................................................................................................................ 5
Betrouwbaarheid (Chronbach’s Alpha)................................................................................................... 7
T-toets..................................................................................................................................................... 9
ANOVA................................................................................................................................................. 12
One-way ANOVA.............................................................................................................................. 14
Two-way, factoriële, ANOVA............................................................................................................. 15
Chi kwadraat......................................................................................................................................... 18
Tabellen................................................................................................................................................ 21
Stabiliteit, homogeniteit, convergent en divergent................................................................................23
Getallen afronden en termen schrijven................................................................................................. 25
1
,Stap 1: Databestand opslaan als MS-DOS-tekst (.csv)
Stap 2: Databestand openen in JASP
Stap 3: Data gebruiksklaar maken !
Geef de data labels, indien mogelijk:
Bijvoorbeeld:
• Geslacht: 1 = Jongens, 2 = Meisjes)
• Conditie: 1 = Onderdompelingsconditie, 2 = Zelfstudieconditie, 3 =
Traditioneelonderwijsconditie
Stap 4: Meetniveaus aanpassen !
Nominaal: categorieën, waarbij er geen rangorde is tussen de categorieën,
zoals: geslacht, nationaliteit, smaken ijs, conditie, leerling, proefpersoon (1,2,3 ..)
Ordinaal: categorieën, waarbij er wel een rangorde is tussen de categorieën,
zoals: opleidingsniveau, leeftijd, ervaring
Schaal: een getal op een continue schaal met of zonder nulpunt,
zoals: score, beoordeling
Stap 5: Missing values (ontbrekende waarden) aanpassen !
Missing values aangeven door:
NA of NAN in vullen op de plek waar de variabele ontbreekt BIJ VALUE (niet bij label) & in de cel
Stap 6: Toetskeuze
Kies welke toets je gaat uitvoeren
• Eerst bedenken of t gaat om ‘correlatie of betrouwbaarheid’
• of ‘moet ik een statistische toets doen om te kijken naar een verschil
2
,Signaalwoorden
Signaalwoorden bij correlatie (pearson of spearman)
twee beoordelaars/ begripsvragen/ toetsvragen
• Samenhang tussen X en Y
• Verband tussen X en Y
• Convergente validiteit (divergente validiteit: meet niet hetzelfde (kan niet bij betrouwbaarheid))
• Met elkaar eens zijn (overeenstemming tussen twee beoordelaars)
• Hetzelfde construct meten
• Betrouwbaarheid (maar alleen bij twee variabelen!)
• Relatie tussen X en Y
• Associatie
• Invloed op
Signaalwoorden bij betrouwbaarheid (Cronbach’s Alpha)
drie beoordelaars/ begripsvragen/ toetsvragen
• (interbeoordelaars)Betrouwbaarheid
• Met elkaar eens zijn (overeenstemming tussen meerdere beoordelaars)
• Op een lijn
• Convergente validiteit
• Hetzelfde construct meten
• Samenhang tussen meerdere variabele
• Interne consistentie
Statistische toets: bij een verschil:
Signaalwoorden bij T-toets
gemiddelde van twee groepen vergelijken (een verschil)
• Verschil: X verschilt voor ...
• Vergelijken: X gelijk is voor …
• Gelijkwaardig
• Gelijk verdeeld over …
• Toename/ afname
3
, • X invloed heeft op Y
• X afhankelijk van Y
• Interne validiteit checken (bijv. twee onderzoekscondities vs. leeftijd)
Signaalwoorden bij ANOVA
gemiddelde van drie of meer groepen vergelijken
• Verschil: X verschilt voor ...
• Vergelijken: X gelijk is voor …
• Gelijk verdeeld over …
• X invloed heeft op Y
• Is het effect van X op Y afhankelijk van Z twoway ANOVA (interactie)
• Controleer of ... vergelijkbaar zijn op X, Y en Z twoway ANOVA (interactie)
• Interactie (voor variabele X, tussen Y en Z)
Signaalwoorden bij Chi-kwadraat
aantallen in groepen vergelijken (nominale variabelen!)
• Verschil (tussen X en Y)
• Vergelijken (X en Y)
• Gelijk verdeeld over …
• Beter/ slechter dan … (jongens betere lezers dan meisjes?)
• X afhankelijk van Y
• X invloed heeft op Y
• Interne validiteit checken (bijv. twee condities vs. geslacht of twee condities vs.
opleidingsniveau (waarbij je twee niveaus hebt))
Bijvoorbeeld: - jongens vs. meisjes in favoriete sport
- jongens vs. meisjes hun favoriete krant
4
, Correlatie
Hoe? Regression; Classical; Correlation
Aanvinken
Pearson’s r OF spearman’s rho
Correlated
Display pairwise
Report significance
Flag significant correlations
(Scatter plots)
De p-waarde geeft aan of de gevonden correlatie significant is (dus niet op toeval berust).
Als p < .05, betekent: statistisch significant. Dit betekent dat de kans klein is dat de correlatie in de
populatie eigenlijk 0 is.
Als p ≥ .05, betekent niet significant, wat betekent dat je er geen conclusies over mag trekken.
Kiezen voor
1) Pearson r (productmomentcorrelatie) 2x Schaal getal tussen -1 en +1
2) Spearman’s rho ρ 1x Ordinaal getal tussen -1 en +1
Bekijk de correlatiecoëfficiënt (r)
Pearson r Interpretatie
tussen -0.1 en 0.1 Verwaarloosbare (geen) correlatie
tussen -0.3 en -0.1 of 0.1 en 0.3 Zwakke correlatie
tussen -0.7 en -0.3 of 0.3 en 0.7 Matige correlatie
r < -0.7 of r > 0.7 Sterke correlatie
Positieve of negatieve correlatie?
+ of -?
Rapporteren als
• (r = pearson’s r, p = p-value) Pearson r
• (rho = spearman’s rho, p = p-value) Spearman’s rho
5