Inhoudsopgave
6.1 ..................................................................................................................................................2
6.2 ..................................................................................................................................................3
6.3 ..................................................................................................................................................6
Deze samenvatting is gebaseerd op Feniks (4/5/6 VWO) – Tijdvakken en historische
contexten H6
ISBN: 9789006580853. 2022 3e editie
1
, 6.1
17e eeuw -> grote delen van Europa 70% werkzaam in landbouw. Bij Republiek maar 40%.
Wat is een uitzonderlijke economische structuur?
- Republiek; 40% landbouw, 17% handel, 1/3 in nijverheid.
Hoe werd akkerbouw onmogelijk?
- Door de stijgende zeespiegel en de inklinking van veengronden steeg de grondwaterspiegel. ->
Boeren stapten over van graanteelt naar rundveehouderij en verkochten boter, kaas en slachtvee.
Veel export.
Wat deden de boeren toen akkerbouw onmogelijk werd gemaakt?
1. Armere boeren
- Hadden weinig grond. Zochten een bijverdienste, verkochten garen, stoffen en turf.
2. Rijkere boeren
- Ging over op commerciële landbouw (landbouw voor nijverheid) en teelden gewassen die dienden
als grondstoffen voor de nijverheid; meekrap voor rode kleurstof, hennep voor touw.
17e eeuw -> enkele handelaren hadden zich opgewerkt tot drapeniers. (=men die het gehele proces
van de textielproductie beheersten)
Gevolg: armere bevolking die wat bijverdiende met textielproductie kwamen in manufactuur terecht.
Bedienden in loondienst spinmachines en weefgetouwen voor de drapenier.
Sociale verschillen tussen arme loonarbeiders en rijke ondernemers namen toe.
Landbouw Republiek
- Leverde steeds minder graan op, maar bevolking nam toe. -> toenemend graantekort.
Waarom was er niet genoeg eten / graan in de Republiek?
- Gewesten waar goed landbouw kon hoorde niet meer bij de Republiek. Gewesten die over waren
hadden alleen nog natte weide grond, deze was geschikt om koeien te laten grazen maar niet voor de
landbouw.
Reactie: -> handelaren kochten in goedkoopste plek, Oostzee-gebied; Noord-Duitse gebieden en in de
Baltische landen grote hoeveelheden graan op en verkochten dat in de kustgewesten van de
Republiek. -> moedernegotie.
Moedernegotie -> Graanhandel vanuit gebieden aan de Oostzee door Amsterdamse kooplieden.
Echte geld van de Gouden eeuw werd hier verdiend. Goedkoop graan werd gehaald vanwege horigen
het voor grootgrondbezitters produceerden en opgeslagen in pakhuizen. Wanneer de vraag naar
graan steeg of tekort kwam, verkochten ze de opgeslagen voorraad. (winst maken = kapitalisme)
Gevolg: schippers en handelaren uit de kustgewesten raken door moedernegotie en visvangst
vertrouwd met het varen op zee. Handelsgebied strekte zich steeds ver uit.
17e eeuw -> Hollanders begonnen aan de Straatvaart, drijven handel met de Middellandse Zee.
Succes: Schepen van de Republiek waren beter dan de Italiaanse en Spaanse.
Hoe hetgeen waarin handelaren samenwerkten voor investeringen en tegenslagen?
- handelscompagnieën
Amsterdam groeide tot het centrum van het handelskapitalisme en werd belangrijkste stapelmarkt
van Europa. De handelsproducten werden op zolders en in pakhuizen opgeslagen om ze later tegen
een hogere prijs te verkopen.
1602 -> VOC (Oost-Indische-Compagnie) (specerijen)
- Wouden op mondiale schaal een belangrijk land worden. Wilden net als Engeland en Spanje
heersen over de wereldzeeën en profiteren van de handel overzee. Wouden ook Spanje, Portugal en
Engeland dwarszitten. (had al oorlog met Spanje)
- Opgericht door Staten-Generaal (Van Oldenbarnevelt) vanwege handelscompagnieën elkaar
2
6.1 ..................................................................................................................................................2
6.2 ..................................................................................................................................................3
6.3 ..................................................................................................................................................6
Deze samenvatting is gebaseerd op Feniks (4/5/6 VWO) – Tijdvakken en historische
contexten H6
ISBN: 9789006580853. 2022 3e editie
1
, 6.1
17e eeuw -> grote delen van Europa 70% werkzaam in landbouw. Bij Republiek maar 40%.
Wat is een uitzonderlijke economische structuur?
- Republiek; 40% landbouw, 17% handel, 1/3 in nijverheid.
Hoe werd akkerbouw onmogelijk?
- Door de stijgende zeespiegel en de inklinking van veengronden steeg de grondwaterspiegel. ->
Boeren stapten over van graanteelt naar rundveehouderij en verkochten boter, kaas en slachtvee.
Veel export.
Wat deden de boeren toen akkerbouw onmogelijk werd gemaakt?
1. Armere boeren
- Hadden weinig grond. Zochten een bijverdienste, verkochten garen, stoffen en turf.
2. Rijkere boeren
- Ging over op commerciële landbouw (landbouw voor nijverheid) en teelden gewassen die dienden
als grondstoffen voor de nijverheid; meekrap voor rode kleurstof, hennep voor touw.
17e eeuw -> enkele handelaren hadden zich opgewerkt tot drapeniers. (=men die het gehele proces
van de textielproductie beheersten)
Gevolg: armere bevolking die wat bijverdiende met textielproductie kwamen in manufactuur terecht.
Bedienden in loondienst spinmachines en weefgetouwen voor de drapenier.
Sociale verschillen tussen arme loonarbeiders en rijke ondernemers namen toe.
Landbouw Republiek
- Leverde steeds minder graan op, maar bevolking nam toe. -> toenemend graantekort.
Waarom was er niet genoeg eten / graan in de Republiek?
- Gewesten waar goed landbouw kon hoorde niet meer bij de Republiek. Gewesten die over waren
hadden alleen nog natte weide grond, deze was geschikt om koeien te laten grazen maar niet voor de
landbouw.
Reactie: -> handelaren kochten in goedkoopste plek, Oostzee-gebied; Noord-Duitse gebieden en in de
Baltische landen grote hoeveelheden graan op en verkochten dat in de kustgewesten van de
Republiek. -> moedernegotie.
Moedernegotie -> Graanhandel vanuit gebieden aan de Oostzee door Amsterdamse kooplieden.
Echte geld van de Gouden eeuw werd hier verdiend. Goedkoop graan werd gehaald vanwege horigen
het voor grootgrondbezitters produceerden en opgeslagen in pakhuizen. Wanneer de vraag naar
graan steeg of tekort kwam, verkochten ze de opgeslagen voorraad. (winst maken = kapitalisme)
Gevolg: schippers en handelaren uit de kustgewesten raken door moedernegotie en visvangst
vertrouwd met het varen op zee. Handelsgebied strekte zich steeds ver uit.
17e eeuw -> Hollanders begonnen aan de Straatvaart, drijven handel met de Middellandse Zee.
Succes: Schepen van de Republiek waren beter dan de Italiaanse en Spaanse.
Hoe hetgeen waarin handelaren samenwerkten voor investeringen en tegenslagen?
- handelscompagnieën
Amsterdam groeide tot het centrum van het handelskapitalisme en werd belangrijkste stapelmarkt
van Europa. De handelsproducten werden op zolders en in pakhuizen opgeslagen om ze later tegen
een hogere prijs te verkopen.
1602 -> VOC (Oost-Indische-Compagnie) (specerijen)
- Wouden op mondiale schaal een belangrijk land worden. Wilden net als Engeland en Spanje
heersen over de wereldzeeën en profiteren van de handel overzee. Wouden ook Spanje, Portugal en
Engeland dwarszitten. (had al oorlog met Spanje)
- Opgericht door Staten-Generaal (Van Oldenbarnevelt) vanwege handelscompagnieën elkaar
2