Basisbegrippen van het recht
Lesweek 5
Deel 2: Basisbegrippen
HB. P. 24 - 121
Hoofdstuk 6: Subjectieve rechten
Afdeling 1: Begrip en nut
BEGRIP
Subjectief recht
= Door het recht (= juridisch) bekrachtigde aanspraken en
bevoegdheden die een rechtssubject
- Op bepaalde zaken of jegens bepaalde personen
- Kan uitoefenen om zijn doelstellingen te verwezenlijken.
Aanspraak doen op zaken = zakenrecht.
Aanspraak doen op personen = vorderingsrecht.
- Twee verschillende domeinen van het recht:
o Goederenrecht verbintenissenrecht
Subjectieve rechten staan tegenover de objectieve rechten.
- Al deze rechten vallen onder het privaatrecht en niet het
publiekrecht.
Objectief recht
= Een geheel van gedragsregels van welke aard ook dat geld op een
gegeven ogenblik in een bepaald territorium.
NUT
Het belang aan subjectieve rechten in ons rechtssysteem weerspiegelt de
erkenning op juridisch vlak van de persoonlijke vrijheid van de mens.
- Het subjectief recht is een personalistisch element in het recht.
- Het erkent de autonomie en de vrijheid van zelfbeschikking van
de burger.
Waarom is het belangrijk om te spreken over de notie van subjectieve
rechten?:
- Als we ons later de vraag stellen als een bepaalde aanspraak niet
gerealiseerd kan worden zoals het rechtssubject dit wenst. Dan gaat
hij/zij een procedure willen inleiden ten einde een rechter doen
zeggen dat de aanspraak wel kan gerealiseerd worden.
o Een rechtsvordering inleiden voor een bepaalde rechtbank.
1
,Basisbegrippen van het recht
- Het onderscheid is belangrijk bij subjectieve rechten die men wil
laten gelden.
o Dan zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd (dit
gaat het Vredegerecht, rechtbank van eerste aanleg,
familierechtbank, hof van beroep, Hof van Cassatie…)
Ze zijn bevoegd bij een aanspraak van subjectieve
rechten waarover betwisting bestaat.
Maar een rechtssubject een aanspraak of bevoegdheid
wil laten gelden en de wederpartij hier niet in meegaat.
- Als er geen subjectieve rechten in het geding zitten, dan zijn het
objectief recht die moet worden getoetst.
o Dan zijn de administratieve rechtbanken bevoegd
Dan gaat het over een administratieve rechtshandeling
van de overheid rechtsgeldig krachtens het gerecht
zoals het vandaag geldt genomen of niet, of is ze niet
rechtsgeldig.
Is de beslissing van de overheid ten aanzien van het
rechtssubject wel terecht genomen.
Het administratief recht is een onderdeel van het publiekrecht.
- Raad van State (belangrijkste)
o Als er een vergunning moet verleend worden kunnen zij deze
ook vernietigen.
Vroeger als men zijn/haar familienaam wilde veranderen was het tot heel
kort zoals men deze verandering niet bekwam dan moest men naar de
Raad van State.
- Dus vroeger wel bij administratieve contentieux
- En het contentieux familienaamsverandering is nu eigenlijk een
subjectief echt geworden.
o Want de bevoegdheid is nu bij een burgerlijke rechtbank
gekomen, namelijk de familierechtbank.
Verschuiving van de administratieve contentieux naar het
gewone/burgerlijke contentieux.
Nog een voorbeeld van administratief contentieux is het aanvechten van
je GIT.
- Is deze beslissing wel in overeenstemming ten aanzien met de
regels van nu?
2
,Basisbegrippen van het recht
Afdeling 2: Indeling van de subjectieve rechten volgens het
rechtsobject
Rechtsobject (= l’object de droit)
= Het voorwerp waarover de mens rechten kan uitoefenen.
- Het is naar hun voorwerp dat de subjectieve rechten worden
ingedeeld.
INDELING SUBJECTIEVE RECHTEN
A. Politieke en burgerlijke rechten
Politieke rechten (= les droit politiques)
= Rechten en bevoegdheden die de burger heeft tot deelname aan de
uitoefening van staatsgezag. (bvb. Kiesrecht)
- Verticale verhouding
Burgerlijke rechten (= les droit civils)
= Aanspraken en bevoegdheden die men heeft met het oog op private
rechtsbetrekkingen.
- Horizontale verhouding
Patrimoniale rechten (= les droit patrimoniaux)
= rechten op geld waardeerbaar, ze hebben betrekking op het vermogen.
- Deze rechten zijn makkelijk te verkopen.
Dit is het goederenrecht
Deze patrimoniale rechten zijn onderverdeeld in:
1. Zakelijke rechten
A. Hoofdrechten
B. Zakelijk zekerheidsrechten
2. Vorderingsrechten (= verbintenissenrecht)
3. Intellectuele eigendomsrechten
Gemeenschappelijk kenmerk van patrimoniale rechten is dat men
het niet alleen kan uitoefenen, maar ook erover kan beschikken.
3
, Basisbegrippen van het recht
Extrapatriomoniale rechten (= les droits extra-patrimoniaux)
= rechten die niet raken op geld waardeerbare belangen, ze hebben geen
betrekking op het vermogen.
- Men kan niet of moeilijk afstand doen van de extrapatrimoniale
rechten om ze te verkopen.
De extrapatrimoniale rechten zijn onderverdeeld in:
1. Persoonlijkheidsrechten
2. Familierechten
Kenmerkend voor extrapatrimoniale rechten is dat zij in de regel
onvervreemdbaar zijn.
o Men kan er niet onbeperkt over beschikken.
1. Patrimoniale rechten
Patrimonium
= Het geheel van in geld waardeerbare rechten en verplichtingen.
- Alle goederen van een persoon vormen de actiefzijde van zijn
vermogen.
Iedereen heeft een patrimonium en deze bestaat uit activa en passiva (=
goederen en schulden).
- De goederen zijn niet alleen tastbare zaken maar er kunnen ook
rechten aan gekoppeld worden.
o Een recht is ook op geld waardeerbaar, maar is niet tastbaar.
Ze kunnen wel belangrijk zijn voor de mens.
ONLICHAMELIJKE GOEDEREN
o Men heeft ook tastbare goederen.
LICHAMELIJKE GOEDEREN
- De schulden vormen de passivazijde.
o Dit zijn bijvoorbeeld leningen.
o Het zekerheidsrecht is belangrijk bij mensen waarbij de
schulden groter zijn dan de activa.
BEGRIP
Deze rechten hebben betrekking tot goederen!
Goederen
= Zaken waarop de mens zijn heerschappij kan uitoefenen en die op geld
waardeerbaar zijn.
- Er zijn twee soorten goederen:
1. Lichamelijke goederen (= les bins corporels)
2. Onlichamelijke goederen (= les bins incorporels)
4
Lesweek 5
Deel 2: Basisbegrippen
HB. P. 24 - 121
Hoofdstuk 6: Subjectieve rechten
Afdeling 1: Begrip en nut
BEGRIP
Subjectief recht
= Door het recht (= juridisch) bekrachtigde aanspraken en
bevoegdheden die een rechtssubject
- Op bepaalde zaken of jegens bepaalde personen
- Kan uitoefenen om zijn doelstellingen te verwezenlijken.
Aanspraak doen op zaken = zakenrecht.
Aanspraak doen op personen = vorderingsrecht.
- Twee verschillende domeinen van het recht:
o Goederenrecht verbintenissenrecht
Subjectieve rechten staan tegenover de objectieve rechten.
- Al deze rechten vallen onder het privaatrecht en niet het
publiekrecht.
Objectief recht
= Een geheel van gedragsregels van welke aard ook dat geld op een
gegeven ogenblik in een bepaald territorium.
NUT
Het belang aan subjectieve rechten in ons rechtssysteem weerspiegelt de
erkenning op juridisch vlak van de persoonlijke vrijheid van de mens.
- Het subjectief recht is een personalistisch element in het recht.
- Het erkent de autonomie en de vrijheid van zelfbeschikking van
de burger.
Waarom is het belangrijk om te spreken over de notie van subjectieve
rechten?:
- Als we ons later de vraag stellen als een bepaalde aanspraak niet
gerealiseerd kan worden zoals het rechtssubject dit wenst. Dan gaat
hij/zij een procedure willen inleiden ten einde een rechter doen
zeggen dat de aanspraak wel kan gerealiseerd worden.
o Een rechtsvordering inleiden voor een bepaalde rechtbank.
1
,Basisbegrippen van het recht
- Het onderscheid is belangrijk bij subjectieve rechten die men wil
laten gelden.
o Dan zijn de gewone burgerlijke rechtbanken bevoegd (dit
gaat het Vredegerecht, rechtbank van eerste aanleg,
familierechtbank, hof van beroep, Hof van Cassatie…)
Ze zijn bevoegd bij een aanspraak van subjectieve
rechten waarover betwisting bestaat.
Maar een rechtssubject een aanspraak of bevoegdheid
wil laten gelden en de wederpartij hier niet in meegaat.
- Als er geen subjectieve rechten in het geding zitten, dan zijn het
objectief recht die moet worden getoetst.
o Dan zijn de administratieve rechtbanken bevoegd
Dan gaat het over een administratieve rechtshandeling
van de overheid rechtsgeldig krachtens het gerecht
zoals het vandaag geldt genomen of niet, of is ze niet
rechtsgeldig.
Is de beslissing van de overheid ten aanzien van het
rechtssubject wel terecht genomen.
Het administratief recht is een onderdeel van het publiekrecht.
- Raad van State (belangrijkste)
o Als er een vergunning moet verleend worden kunnen zij deze
ook vernietigen.
Vroeger als men zijn/haar familienaam wilde veranderen was het tot heel
kort zoals men deze verandering niet bekwam dan moest men naar de
Raad van State.
- Dus vroeger wel bij administratieve contentieux
- En het contentieux familienaamsverandering is nu eigenlijk een
subjectief echt geworden.
o Want de bevoegdheid is nu bij een burgerlijke rechtbank
gekomen, namelijk de familierechtbank.
Verschuiving van de administratieve contentieux naar het
gewone/burgerlijke contentieux.
Nog een voorbeeld van administratief contentieux is het aanvechten van
je GIT.
- Is deze beslissing wel in overeenstemming ten aanzien met de
regels van nu?
2
,Basisbegrippen van het recht
Afdeling 2: Indeling van de subjectieve rechten volgens het
rechtsobject
Rechtsobject (= l’object de droit)
= Het voorwerp waarover de mens rechten kan uitoefenen.
- Het is naar hun voorwerp dat de subjectieve rechten worden
ingedeeld.
INDELING SUBJECTIEVE RECHTEN
A. Politieke en burgerlijke rechten
Politieke rechten (= les droit politiques)
= Rechten en bevoegdheden die de burger heeft tot deelname aan de
uitoefening van staatsgezag. (bvb. Kiesrecht)
- Verticale verhouding
Burgerlijke rechten (= les droit civils)
= Aanspraken en bevoegdheden die men heeft met het oog op private
rechtsbetrekkingen.
- Horizontale verhouding
Patrimoniale rechten (= les droit patrimoniaux)
= rechten op geld waardeerbaar, ze hebben betrekking op het vermogen.
- Deze rechten zijn makkelijk te verkopen.
Dit is het goederenrecht
Deze patrimoniale rechten zijn onderverdeeld in:
1. Zakelijke rechten
A. Hoofdrechten
B. Zakelijk zekerheidsrechten
2. Vorderingsrechten (= verbintenissenrecht)
3. Intellectuele eigendomsrechten
Gemeenschappelijk kenmerk van patrimoniale rechten is dat men
het niet alleen kan uitoefenen, maar ook erover kan beschikken.
3
, Basisbegrippen van het recht
Extrapatriomoniale rechten (= les droits extra-patrimoniaux)
= rechten die niet raken op geld waardeerbare belangen, ze hebben geen
betrekking op het vermogen.
- Men kan niet of moeilijk afstand doen van de extrapatrimoniale
rechten om ze te verkopen.
De extrapatrimoniale rechten zijn onderverdeeld in:
1. Persoonlijkheidsrechten
2. Familierechten
Kenmerkend voor extrapatrimoniale rechten is dat zij in de regel
onvervreemdbaar zijn.
o Men kan er niet onbeperkt over beschikken.
1. Patrimoniale rechten
Patrimonium
= Het geheel van in geld waardeerbare rechten en verplichtingen.
- Alle goederen van een persoon vormen de actiefzijde van zijn
vermogen.
Iedereen heeft een patrimonium en deze bestaat uit activa en passiva (=
goederen en schulden).
- De goederen zijn niet alleen tastbare zaken maar er kunnen ook
rechten aan gekoppeld worden.
o Een recht is ook op geld waardeerbaar, maar is niet tastbaar.
Ze kunnen wel belangrijk zijn voor de mens.
ONLICHAMELIJKE GOEDEREN
o Men heeft ook tastbare goederen.
LICHAMELIJKE GOEDEREN
- De schulden vormen de passivazijde.
o Dit zijn bijvoorbeeld leningen.
o Het zekerheidsrecht is belangrijk bij mensen waarbij de
schulden groter zijn dan de activa.
BEGRIP
Deze rechten hebben betrekking tot goederen!
Goederen
= Zaken waarop de mens zijn heerschappij kan uitoefenen en die op geld
waardeerbaar zijn.
- Er zijn twee soorten goederen:
1. Lichamelijke goederen (= les bins corporels)
2. Onlichamelijke goederen (= les bins incorporels)
4