• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages
Summary

Samenvatting Nederlands 6VWO Literatuurgeschiedenis Module 6 t/m 9

Document preview thumbnail
Preview 3 out of 26 pages

Dit document is een samenvatting van ‘Module 6 Literatuur van 1900 tot 1940’, ‘Module 7 Literatuur van de jaren 50 en 60 van de twintigste eeuw’, ‘Module 8 Literatuur van de jaren 70 en 80 van de twintigste eeuw’ en ‘Module 9 Literatuur van de jaren 90 van de twintigste eeuw tot heden’ van ‘Laagland, literatuur & lezer 4e editie Leerwerkboek B 4/5/6 vwo’. Onderwerpen zoals de avant-garde, het modernisme, de postmodernisme en literaire thrillers komen aan bod.

Content preview

Nederlands 6VWO Literatuurgeschiedenis Module 6 t/m 9
Module 6 (1900-1940)

1 Historische context

1.1:
- 1870-1914: tijdperk van de gewapende vrede (omdat nationalisme en imperialisme
steeds meer spanningen veroorzaakte)
- WOI: 1914-1918 (aanleiding was moord op aartshertog Frans Ferdinand in Serajewo
op 28 juni 1914)
- In Vlaanderen en noord-Frankrijk werden veel chemische wapens gebruikt
- 1918: Duitsland de republiek werd uitgeroepen
- 1919: Verdrag van Versailles

1.2:
- Na WOI veel totalitaire staten (systeem waarbij hele leven van burgers wordt beheerst
door staat). Kenmerken bv: 1 politieke partij, geweld, geheime politie, geen
grondrechten etc). Voorbeeld: Sovjet-Unie (1900-1940, communisme) en Duitsland.
- In Italië kwam facisme (leider kreeg al staatsgezag en staat hoger dan individu) op
(onder leiding van Mussolini)
- In Spanje grepen reactionaire militairen de macht
- Al met al dus onderdrukking democratie en individualisme
- 1917: afzetting Tsaar Rusland
- November 1917: Lenin macht (vestigde dictatuur van proletariaat en beloofde vrede)
- Na zijn dood: Stalin (gevolg: totalitaire staat)
- In Duitsland: Adolf Hitler (nationaalsocialisme, stuurde op groep ontevreden burgers)
- Hitler: rassenleer, antidemocratisch en anti-individualistisch
- Ontevredenheid Duitsland groeide na economische crisis 1929 (werkloosheid nam toe)
- 1933: Hitler werd rijkskanselier
- Jaar later president (gebruikte veel geweld propaganda)
- In Spanje was macht in handen van traditionele machthebbers (kerk, adel,
grootgrondbezitters)
- 1936: overwinning linkse Volksfront > reactionaire opstand onder leiding van generaal
Franco
- Spaanse burgeroorlogen leidde tot ondergang van Spaanse democratie
- Dit allemaal zorgde voor WOII

1.3:
- NL neutraal in WOI
- 1917: algemeen mannenkiesrecht (1919 vrouwen) en gelijkstelling openbaar en
bijzonder lager onderwijs
- Industrie: ongeschoolden tegen lage lonen aan werk gezet (bedienden machines >
basis massaproductie van goederen)
- Economische crisis 1929 > wereldwijd koopkrachtverlies en grote werkloosheid
- NL: NSB onder leiding van Anton Mussert kwam op

1.4:
- Na WOI: ontgoocheling en morele ontreddering > cultuurkritiek (angst voor massa en
verlangen bedreigde individualiteit te beschermen)

1

,- Massacultuur (grootstedelijk leven (metropolen), kapitalisme en grootindustrie)kwam
voort uit moderniteit
- Stad was voor velen nieuwe kans en bevrijding trad. knellende banden, maar voor
andere bedreiging (plek vol gevaar en anonimiteit. Monster van staal en beton met
hoogbouw)
- Technologische veranderingen (o.a. auto, machines, telefoon, vliegtuig) beïnvloede
leven steeds meer.
- Kwam meer oog voor film en foto, nieuwe danstechnieken, muziek en vrijere
omgangsvormen tussen man en vrouw
- Vrouwenbeweging werd krachtiger
- Al dit deels positieve (vooruitgang, vernieuwing, technologie) reacties en deels
negatieve (pessimisme, somberheid, cultuurkritiek)


2 Culturele context

2.1:
- Sigmund Freud publiceerde in 1900 ‘Die Traumdeutung’. Erin schreef hij dat het
grootste deel van het menselijke gedrag bepaald wordt door het onbewuste:
onbewuste verlangens, driften, obsessies, impulsieve reacties en irrationele gedachten.
- Dit onbewuste ontstond volgens hem in de oedipale fase van de ontwikkeling van een
kind. Een klein kind leert van de moeder om van lustbevrediging (warmte, voeding,
geborgenheid) af te zien. O.i.v normen en waarden van buitenwereld leert het kind dus
uit te stellen en te verdringen. Hierdoor ontstond het onbewuste.
- Oedipuscomplex: jongens zien vader als concurrent en tegenstander en verweren hun
moeder. De moeder is hun eerste lustobject.
- Onbewuste kan zich ook uiten in gedrag. Als gedrag bepaald wordt door onbewuste
strevingen, dat is dat neurotische gedrag.
- Neurose: handelingen die objectief en rationeel gezien nutteloos zijn
- Meningen Freud ondermijnden ideologie van burgerij. Mensen konden moeilijk
accepteren dat mensen niet rationeel maar door onbewuste handelde.

2.2:
- Henri Bergson zijn levensfilosofie was tegenovergestelde van exact denken. Volgens
hem was intuïtie als kennis een vorm van directe ervaring. Je kon het niet altijd met
woorden weergeven.
- Hij maakte ook onderscheid tussen meetbare tijd (opeenvolging van afzonderlijke
momenten) en de tijd als zuivere duur (duree) (de tijd die we zelf ervaren, een
opeenvolging van niet van elkaar gescheiden en te scheiden momenten)
- De duree beschouwde hij als de ware tijd. Het belangrijkste kenmerk ervan is de
continuïteit.

- 1e helft 20e eeuw waren ook filosofen die zich bezighielden met het neopositivisme
- Dit meende dat filosofe net als natuurwetenschap exacte uitspraken moest doen over
zintuigelijk ervaarbare werkelijkheid. Er moest worden gebruik gemaakt van logica en
fysica, want met taal kon je niet altijd de gehele escapade uitspraak te doen.
- Dit vormde basis van taalfilosofie.
- Taalfilosoof Ludwig Wittgenstein kwam tot conclusie: ‘van dat, waarover niet kan
worden gesproken, moet men zwijgen’. (Je kan het dus niet goed onder woorden
brengen)


2

, - Walter Benjamin vond dat door moderniteit het steeds moeilijker was om nieuwe info te
integreren in de ervaring (als info opgenomen was in persoonlijk leven en inhouden van
individuele verleden onderdeel werden van een meer collectief verleden)
- Maar nu door moderniteit gaat alles heel snel (bv shocks en kicks, sensaties) waardoor
er niet meer in persoonlijk leven kan worden verwerkt.
- Dit gebeurde ook in moderne kunst. Volgens Benjamin is kenmerk moderne kunst en
reproduceerbaarheid. Door uitvinding fotografie kon je snel en mechanisch veel
reproducties van kunstwerk worden gemaakt en verloren originaliteit en uniciteit hun
belang.
- De film was volgens Benjamin typerend voor de moderne kunst. De snelle
opeenvolgende beelden zorgde voor een andere wijze van waarnemen en beleven dan
bij traditionele kunstwerken.

2.3:
- moderne kunst werd laten zien als een radicale breuk met kunst uit voorafgaande
perioden
- Moderne kunst is de algemene naam van de vele bewegingen in 1900-1940 (bv
fascisme, dadaïsme, neo-plasticisme etc) (zogenaamde ‘ismen’)
- Deze bewegingen heten ook wel avant-garde (betekent voorlopen, dus kunstenaars
van de stroming liepen voor op de kunstwereld)
- De vele stromingen waren er om te streven naar ordineer zijn en voortdurend te willen
vernieuwen (moderniteitsgedachte = vooruitgang en geloof voortdurende vernieuwing)
- Avant-gardebeweginen had in deze periode 3 belangrijke overeenkomsten:
1. Streefden naar radicale vernieuwing van de kunsten
2. Bewegingen maakten opvattingen duidelijk in tijdschriften en manifesten
3. Ging hen niet alleen om ‘nieuwe kunst’ maar ook om een ‘nieuwe wereld’ of een
‘nieuwe mens’

2.3.1:
- traditionele vormgevingsprincipes werden verworpen!!!!!
- Kenmerk 1 avant-garde: Er werd meer geëxperimenteerd met materiaal (bv klei, staal,
kant-en-klare objecten) (originaliteit)
- Ready mades: gevonden voorwerpen die door kunstenaar tot kunst werden benoemd
- Bv Marcel Duchamp: urinoir (titel: Fountain)
- Duchamps idee was dat een voorwerp kunst wordt als kunstenaar dat beslist. Het
voorwerp hoeft niet door hemzelf gemaakt te zijn.
- In periode 1900-1940 verstopten kunstenaars het ‘lelijke’ niet langer. Ipv harmonie was
er juist aangezette lijnende en schrille kleurcontrasten.
- Portretten werden vervormde karikaturen en kleuren kregen zelfstandige functie los van
afgebeeld efoorwerp (Alexei von Jawlensky: Vrouwenkop)

- er kwamen ook nieuwe vormings- en compositietechnieken in jazz en film.
- Montagetechniek: geen echte eenheid maar losse fragmenten die in kunstwerk
toevallig bij elkaar zijn ‘gevoegd’ en ‘gemonteerd’. (Versplinterd wereldbeeld)
- Bv ‘Het team van Cardiff’ van Robert Delaunay
- vernieuwing in kunst kwam naast trad. vs montage ook in primitivisme (belangstelling
voor kunst van kinderen, psychiatrische patiënten of niet-westerse volkeren). Het was
een uiting van het zoeken naar het zuivere (datgene dat nog niet was bedorven door
westerse cultuur)
- Daarnaast ook meer nadruk op visuele en niet-verbale

3

Table of contents

  1. 01 - Daarnaast ook meer nadruk op visuele en niet-verbale 3
  2. 02 internationaler en botsten met burgerlijke waarden 4
  3. 03 veranderen zou zijn 5
  4. 04 complexe eenheid vormen als tegenwicht tegen de zeer chaotisch ervaren werkelijkheid 6
  5. 05 - Voorbeeld: Simon Vestdijk (bv ‘Meneer Visser’s hellevaart) 7
  6. 06 - Modernisme: vorm traditioneel (bv sonnet) maar inhoud vernieuwend 8
  7. 07 en daden zal hij iemand zijn en worden (existentialisme) 9
  8. 08 - Ook na het uiteenvallen van de groep (1951) bleven de kunstenaars actief 10

Connected book
 image
Gerrit van der Meulen, Willem van der Pol Laagland B Literatuurgeschiedenis 4/5/6 vwo
Publisher: Unknown ISBN: 9789006371383 Edition: 4

Document information

Level
School year
6
Summarized whole book?
No
Which chapters are summarized?
Hoofdstuk 6 t/m 9
Uploaded on
June 16, 2025
Number of pages
26
Written in
2024/2025
Type
Summary
$9.99

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
tz1
Sold
0
Followers
0
Items
14
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions