• Wrong document? Swap it for free
  • Written by students who passed
  • Immediately available after payment
  • Read online or as PDF
Sell
Where do you study
Your language
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 93 pages
Summary

Samenvatting Theoretische Criminologie en Victimologie

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 93 pages

Dit is een uitgebreide samenvatting van het vak Theoretische criminologie en Victimologie met alle inhoud van de slides + extra inhoud van de lessen en colleges.

Content preview

Theoretische criminologie en victimologie
Criminologisch wetenschappelijk denken kennen, begrijpen, situeren, gebruiken en
herkennen.

Belang van wetenschappelijke ontwikkeling: kennis die voorafgaand geproduceerd is niet
opzijzetten en doen alsof die niet bestaat.

 Wetenschap is kennisontwikkeling: kennis en inzicht krijgen in criminologische
perspectieven.

Inhoudelijk – plan cursus
1. Ontwikkeling van een wetenschap genaamd criminologie
• Wetenschap
• Criminologisch onderzoeksobject
• Historiciteit van wetenschap
2. De “canon” – klassiek overzicht criminologisch denken
• De ontwikkeling van het criminologische denken (Europees 19de en 20ste eeuw)
in de afgelopen 200 jaar (overzicht – tijdsbalk)
• Hegemonische criminologie - Klassieke/mainstream criminologische
perspectieven op het criminologische vraagstuk
• Focus oorzaken van criminaliteit, daders en slachtoffers
3. Wending in criminologisch denken: “New Criminologies”
• Criminologische verbeelding
• Kritische criminologie
• Culturele criminologie
4. Andere criminologische perspectieven op het criminologische vraagstuk
• Abolitionisme
• Victimologie – aandacht voor het slachtoffer (en niet dader zoals
vroeger)
• Feminisme
• Dekolonisme – criminologie en haar Westers centrisme
• Politieke conflicten/protest en criminalisering
• Klimaat justice beweging

Politieke conflicten/protest en criminalisering: belangrijke afbakening van het
criminologisch object is de wet. Er is geen criminaliteit als er geen wet is die zegt welk gedrag
strafbaar is.

Kapitalisme = een economisch systeem waarbij bedrijven en productie voornamelijk in
privébezit zijn en opereren met als doel winst te maken, met prijzen en productie bepaald
door vraag en aanbod op de vrije markt.




1

,Les 1 – denken als een criminoloog
Criminologisch & wetenschappelijk

Criminologie op de VUB  rechtenfaculteit
- Historische reden, maar ook affiniteit en nabijheid met juridisch perspectief
- Affiniteit heeft te maken met definiëring van criminaliteit
o Gedragingen die het strafrecht voorschrijft als zijnde strafbaar – de wet
bepaalt afbakening




Historiciteit van “fenomeen” criminaliteit & bestraffing:
Naast “popular criminology” is er een 2e belangrijk element in het criminologische denken,
dit is de historiciteit van wat we onderzoeken en de kennis die we produceren.

Een historisch perspectief:
- Criminaliteit en bestraffing doorheen de tijd = deel van geschiedenis van de
menselijke samenleving
- Politieke ontwikkeling (politieke macht)  laatste 1000 jaar
o Wat toen als criminaliteit werd gezien, is nu anders
- Maatschappelijke (sociaal en economische) ontwikkelingen
o Deze zorgen voor historische verandering van criminologisch vraagstuk
doorheen de tijd
- Culturele ontwikkelingen

Geschriften over criminaliteit zijn er altijd geweest net zoals de historiciteit van
definiëringsprocessen. Op een bepaald ogenblik is er een nieuwe vorm van kennisproductie
ontstaan  wetenschap (19e eeuw).

Criminologisch wetenschappelijk denken is niet van alle tijden. Het denken over
criminaliteit en bestraffing wel.
- Verschillende soorten kennisproductie
o Meldpunt grensoverschrijdend gedrag op VUB: meldpunt bevindt zich buiten
strafrecht, ligt buiten de klassiek criminologische demarche, maar is wel
criminologisch  kennis wordt ontwikkeld.
- Wetenschappelijke kennis = superieure kennis?
o Hier mee opletten, zeker in de criminologie


2

, o Geen hiërarchie, bedoeling is om andere kennis te begrijpen en geïnspireerd
te raken of te inspireren
- Wetenschap en wetenschappelijk denken kent ook ontstaansgeschiedenis
(wetenschap)

“Popular”  “academic” criminologisch denken
- Iedereen heeft een criminologische mening  popular criminology
- Dit is een criminologisch denken dat niet wetenschappelijk is

Het verdedigen van de disciplinaire identiteit van de criminologie tegen invallen van “elders”,
(...) is nu even onhaalbaar als onwenselijk (...). Gezien het centrale, emotionele en politieke
belang van criminaliteitskwesties vandaag de dag, kan de academische criminologie er niet
langer naar streven het 'criminologische' discours te monopoliseren of hopen de exclusieve
rechten op te eisen over de representatie en het verloop van criminaliteit.

Discours = geschil, gebrek aan overeenkomst, serieuze discussie over een bepaald
onderwerp

Wat is wetenschap?
Wetenschap  zoekend waarnemen
- Zoekend = selectieprincipe
o Zoeken betekent aandacht focussen
o Zoeklicht theorie (Popper)  wat zit er in de schaduw
 Zoeklicht schijnt op bepaald element, dit wordt waargenomen.
Hierdoor blijft er veel achter in de schaduw, wat niet betrokken wordt
bij de observatie.
o Ook tunnelperspectief = focus op iets, afhankelijk van de vraag
o Focus is vraag gestuurd
o Wil zeggen isoleren, afbakenen
- Wetenschap heeft dus altijd een selectieve focus
o Dat is een sterkte
 Het maakt procedure en inzichten die eruit komen robuust (stevig)
o Ook een zwakte
 Je mist informatie door naar een bepaald element te kijken
- De vraag bepaalt waar de onderzoeker naar kijkt
- Waarnemen is dus geen evidentie

Als wetenschappers bestuderen van dingen gaat gepaard met een bepaalde subjectiviteit.
Niet iedereen neemt hetzelfde waar en observeert op dezelfde manier. Toch is het bij
wetenschappelijk onderzoek de bedoeling dat onderzoekers naast elkaar op éénzelfde
manier kunnen kijken.

Wetenschap = is een praktijk van handelen  op basis daarvan kennisproductie

Klassieke visie op wetenschap
- Drie premissen  model ‘natuurwetenschapper’ – positivisme
o Orde en rationaliteit veronderstellen  wetmatigheden

3

, o Mens is enig kennend wezen
 Wij zijn alleswetend
o De scheiding tussen subject en object (waarnemer en waargenomene)
 Wat we bestuderen staat buiten ons – we gaan daar geen deel van
uitmaken  objectiviteit verondersteld een scheiding tussen subject
en object
 Problematisch: zeker in sociale wetenschappen, we bestuderen onszelf
- Wetenschapper actief opzoek  waarnemingen doen (feiten)
o Wetenschapper ondervraagt de natuur zoals een rechter een getuige
ondervraagt
o Stellen vragen aan onderzoeksobject omdat we heb nodig hebben om het
antwoord te kennen
o Systematiek en gerichtheid (vraagstelling & methode)
- Wetenschapper plaatst zich buiten gebeuren (subject/object scheiding)
o Objectief en onafhankelijk
- Controle en toetsing
o Kennis wordt enkel wetenschappelijke kennis als ze gecontroleerd en getoetst
is
o Procedure en tests
o Intersubjectiviteit
o Falsificatieprincipe (Popper)
 Houdt in dat er een situatie aantoont dat een theorie niet klopt
 Hypothese: alle zwanen zijn wit
 Wordt gefalsificeerd door een zwarte zwaan te observeren
 Falsificatie is de motor van de beweging in wetenschappelijke kennis,
hetgeen dat ons drijft

Het denken mag zich niet onderwerpen… behalve aan de feiten…

Positivisme (19e eeuw)
- Uitdrukking van klassieke wetenschapsvisie
- Illustratie sociale fysica
- Basis van het ontstaan van wetenschap

De werkelijkheid waar wij naar kijken – die waarnemingen worden feiten en op basis daarvan
gaan we denken over die werkelijkheid

Wetenschap (kennisproductie) = praktijk van handelen, ontdekken van feiten gekenmerkt
door:
- Alle waarnemingen onvoorwaardelijk meenemen
- Logica = ordening
- Classificatie = labelling (categorieën)  kwalificatie (zoals in gerechtelijke context) 
gedragingen worden misdrijven
- Ordening van classificaties  begrippen (patronen in classificaties)
- Van het particuliere naar het algemene en terug
o Veralgemening  vereenvoudiging
o De criminologische verbeelding

4

Table of contents

  1. 01 Les 1 – denken als een criminoloog 2
    1. Criminologisch & wetenschappelijk 2
    2. Wat is wetenschap? 3
  2. 02 Intermezzo – De criminologische verbeelding (Jock Young, 2011) 5
    1. Ontwikkeling criminologisch denken 6
    2. Begrip voorgesteld door Wright Mills (1959) 6
    3. De sociologische verbeelding (Jock Young) 6
    4. De sociologische verbeelding is kritiek op de mainstream sociologie/sociale wetenschap 7
    5. Criminologische verbeelding 8
    6. Tot verbeelding brengende vraagstukken 9
    7. Robert Merton – 4 normatieve principes voor wetenschappelijk handelen 9
    8. Hoe werd criminologie een wetenschap? 10
    9. Wat bestudeert de criminologie als wetenschap? 11
  3. 03 Les 2 – Wat is het onderzoeksobject van de criminologie? 12
    1. Wat is het criminologische onderzoeksobject? 14
    2. Wat is criminaliteit? 15
  4. 04 Les 3 – Ontwikkeling van het criminologisch denken 16
    1. Criminologische discipline en haar onderzoeksobject 16
    2. Criminologische benadering onderzoeksobject – welke vragen kunnen we stellen? 16
    3. Ontwikkeling van criminologisch denken 17
    4. Drie centrale kenmerken van de discipline – criminologisch denken 17
    5. Belang van kritisch criminologisch denken 18
    6. Ontwikkeling van het criminologisch denken 18
    7. Klassieke denken 19
    8. Waarom klassiek? 19
    9. Beccaria’s rechtsprincipes ( rechtsstaat) 20
    10. Jeremy Bentham: naar moderne straf 20
    11. Genealogisch positivisme (19-20e eeuw) 21
    12. 19e eeuw – eeuw van het positivisme 21
    13. 19e eeuw: ontwikkeling van een positieve wetenschap (positivisme) 22
    14. De basis van het positivistische denken 22
    15. Een positivistisch criminologisch perspectief voor 20e eeuw 23
    16. Criminologische wetenschap  criminele antropologie 23
    17. Connectie tussen positivisme en criminologisch denken (erfenis – kritiek Matza) 25
  5. 05 Les 4 – Sociologisch criminologisch positivisme 25
    1. Sociologisch positivisme 26
    2. 6 basis (denk) perspectieven van sociologische inbreng 26
    3. De “normaliteit” van criminaliteit 26
    4. Maatschappelijke/sociale functie 27
    5. Emile Durkheim: ‘suicide’ en anomie 27
    6. De Chicago school (1892) en de inbreng van stedelijkheid in het criminologisch denken 28
    7. Maatschappelijk historische context 28
    8. Chicago sociologen en denken over criminaliteit 29
    9. Methodologisch 29
    10. Criminaliteit en stedelijke ruimte (place/space) 29
    11. Ecologisch criminologisch denken 29
    12. Sociale desorganisatie 30
    13. Culturele transmissie 31
    14. Cultuur conflict 31
    15. Criminaliteit als “geleerd” gedrag: differentieel associatie denken 31
    16. Differentiële associatie 32
  6. 06 Les 5 – de ontwikkeling van het sociologisch criminologisch denken 33
    1. Lijn 2 – sociologisch positivisme (19-20e eeuw) 33
    2. Probleem met “Chicago school” denken 33
    3. Durkheim’s anomie 33
    4. Robert K. Merton (1910-2003) – lezing van het begrip anomie 34
    5. Spanningsdenken 34
    6. Merton’s perspectief = typologie van aanpassingsstrategieën (aan spanning) 34
    7. Problemen 35
    8. Delinquente subcultuurtheorie – Albert K. Cohen (1918-2014) 36
    9. Subcultuur onderzoek: gangs, jongeren en deviantie 36
    10. Differentiëel opportuniteitsdenken 36
    11. 3 soorten subculturen (strain) 37
    12. Controle als basis voor niet delinquent gedrag 37
    13. Travis Hirschi (1935-2017) – Causes of Delinquency (1969) 38
    14. Sociale binding – opgebouwd doorheen socialisatie 38
    15. Vergeten criminologische denkers 38
  7. 07 Les 6 – De radicale wending in het criminologisch denken 40
    1. Lijn 3 – symbolisch interactionisme 40
    2. W. I. Thomas (1863-1947) 40
    3. George Herbert Mead 41
    4. Herbert Blumer (1900-1987) 41
    5. Symbolisch interactionisme 42
    6. Radicale wending? 43
    7. Crime and the Community (1938) – aanzet tot andere visie op criminaliteit 43
    8. Labelling 43
    9. 2 centrale begrippen (Becker) die labelling proces belichamen 44
    10. Moral panic 44
    11. Bijdragen labelling perspectief 44
    12. Kritieken op labelling denken 45
    13. Blijvende relevante basisideeën 45
    14. Conflict denken 46
    15. Kapitalisme en het criminaliteitsvraagstuk 46
    16. Criminalisering! 46
    17. Deviant gedrag? 47
    18. Conflict criminologisch denken 47
    19. Hegemonie 47
  8. 08 Les 6b – De New Criminology en de kritische criminologie 48
    1. Conflict criminologisch denken 48
    2. The New Criminology (1973) 49
    3. New criminology 49
    4. Kritieken op new criminology 50
    5. Kritisch criminologisch denken 51
    6. Kritische criminologie (herdefiniëring in jaren 90) 51
    7. Kritisch criminologisch denken 52
  9. 09 Les 6c – Reacties op radicale school 52
    1. Realisme als reactie op radicaal criminologisch denken 53
    2. Maatschappelijke context 53
    3. Rechts realisme 53
    4. Neo-conservatief criminologisch denken 53
    5. Actuarialisme 54
    6. Administratieve criminologie 54
    7. Evoluties aan de basis van links realisme (Jock Young) 54
    8. Links realisme 55
    9. Links realisme 55
  10. 10 Les 7 – Criminologisch denken over slachtoffers en slachtofferschap 56
    1. Slacht-offer (Spalek, 2006) 56
    2. (Problematisch) begrip slachtoffer (neutraal?) 57
    3. MAAR – de constructie slachtoffer 57
    4. Nils Christie (1986) voorwaarden tot slachtoffer erkenning 57
    5. Victimologisch denken 58
    6. Individuele, maatschappelijke en politieke strijd over het slachtoffer 58
    7. Positivistische victimologie (1) 59
    8. Kritische bedenkingen bij positivistische victimologie 59
    9. Radicale victimologie (2) 60
    10. Victimologie van state crime 60
    11. Bedenkingen: victimologie van state crime 61
    12. Kritische victimologie (3) 61
    13. Feminisme en victimologie (4) 61
    14. Klassiek victimologisch denken 62
    15. Zemiologie 62
  11. 11 Les 8 – Feminisme en criminologisch denken 64
    1. Maatschappelijke context 65
    2. Lijn 3 – symbolisch interactionisme 65
    3. Feministisch perspectief = conflict perspectief 65
    4. Bouwstenen van een feministisch criminologisch perspectief 66
    5. Feministische perspectieven 66
    6. Hedendaagse relevantie? 66
    7. Criminologisch mainstream denken problematiseren 66
    8. Criminologisch mainstream denken 67
    9. Sociologische onzichtbaarheid van vrouwen in criminaliteit 67
    10. Heidensohn (1996) over redenen van criminologische onzichtbaarheid 68
    11. Criminologische onzichtbaarheid van vrouwen in criminaliteit 68
    12. Ontwikkeling feministisch denken 68
    13. Feministische démarche 68
    14. Feministisch perspectief 69
    15. Carol Smart – women, crime and criminology (1976) 69
    16. Gender (Daly, 1997) 70
    17. Hoe vrouw in criminaliteit begrijpen? 70
    18. Feministische methodologie 70
    19. Feministische bijdrage tot criminaliteit 71
    20. Feministische bijdrage aan criminologisch onderzoek 71
    21. Een feministisch geïnspireerde victimologie – femicide, geweld tegen vrouwen, gender en seksueel geweld 72
    22. Victimologisch perspectief 72
    23. Feministisch denken en de hedendaagse backlash 72
  12. 12 Les 9 – Criminologisch denken en anarchisme 73
    1. Van anarchisme, abolitionisme tot culturele criminologie 73
    2. Anarchisme 74
    3. Anarchistisch denken en handelen 75
    4. Anarchistische criminologie 75
    5. Abolitionistische criminologie en haar sleutelprincipes 75
    6. Abolitionistische criminologie 76
    7. Abolitionisme 76
    8. Hedendaagse relevantie 78
  13. 13 Les 10 – Naar een post koloniaal perspectief of het probleem van de Westerse bias in het criminologische denken 79
    1. Criminologie als wetenschap produceert universele kennis? 79
    2. Onderzoeksvraagstuk  biases 80
    3. Criminologie, een westerse discipline 80
    4. Welke criminologie 81
    5. Welke criminologie?  Post-koloniale criminologie 81
    6. Criminologisch denken en “othering” 84
    7. Criminologische agenda veranderen 85
    8. Criminologisch denken in perspectief plaatsen 85
    9. Onbekende criminologische tradities? 86
    10. Whose side are we on? (Becker, 1967) 86
  14. 14 Les 11 – De klimaatcrisis: een uitdaging voor het criminologisch denken 87
    1. Welke crisis? 87
    2. Het antropoceen 87
    3. Leven in antropoceen 87
    4. Voorbij onderscheid mens – dier 88
    5. Criminologisch denken in het antropoceen? 88
    6. Daderschap in het antropoceen? 89
    7. Individueel daderschap in het antropoceen? 91
    8. Slachtofferschap in het antropoceen 91
    9. Criminologische consequenties van “crisis” 92
    10. Uitdaging voor criminologisch denken? 92
    11. Uitdagingen voor criminologisch denken en Green criminology? 93
  15. 15 Examen 93

Document information

Study
Uploaded on
June 13, 2025
Number of pages
93
Written in
2024/2025
Type
Summary
$9.25

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
Bstudentcrimi
4.7
(7)
Sold
30
Followers
8
Items
14
Last sold
2 months ago

Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions