Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 100 pages
Summary

les notities, oefeningen, boek verwerkt in samenvatting

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 100 pages

Samenvatting over ondernemingsrecht/vennootschapsrecht. De werkingen van deze rechtszaken, oprichting, fusie, commissarissen, maatschap, einde van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, VOF en CommV met mogelijkheid tot landbouwonderneming, Nv Bv Cv, algemene vergadering van aandeelhouders, herstructurering van vennootschappen, verenigingen en stichtingen, Europese vennootschappen

Content preview

1



Ondernemingsrecht les 1
1 inleiding
1.1 Rechtsbronnen
Er is een hoofdelijkheid die automatisch bestaat, in het burgerlijk recht
staat dit in de wet of een contract.

1.2 Rechtbanken
Er zijn specifieke rechtbanken, de ondernemingsrechtbank. Die
samengesteld is uit een voorzitter en 2 lekenrechters uit het bedrijfsleven.
Je kan hierbij in beroep gaan bij het hof van beroep.

1.3 Bewijs voor ondernemingen
Het bewijs is soepeler en vrijer dan in burgerlijk recht, als je maar 1 kopie
of een mail als bewijs hebt is dit voldoenden. Verbintenissen van
ondernemingen mogen bewezen worden met getuigenbewijs en
vermoedens als rechter dit toestaat en behoudens anders bepaald. Vb een
opgenomen telefoongesprek kan gelden als bewijs.

Sommige bijzondere wetten vragen wel (altijd) schriftelijk bewijs (vb.
verzekeringen) of specifieke vermeldingen

Bijzondere bewijsmiddelen :
Ondermiddel van de boekhouding of aanvaarde factuur:

Procedure gebruik van de boekhouding is speciaal gereglementeerd
omwille van vertrouwelijk en eenzijdig karakter van boekhouding.

1.4 Toepassingsgebied
Wie is een onderneming, een natuurlijk persoon met een zelfstandige
beroepsactiviteit.

- Natuurlijk persoon vb slager
- Vrij beroep vb tandarts
- Bestuurder/zaakvoerder van vennootschap

Privaatrechtelijke rechtspersoon: NV, BV, CV, VOF, CommV, vereniging,
stichting

Iedere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid die (winst)uitkering aan
vennoten tot doel heeft is een maatschap.

Vb

Ondernemingsrecht

, 2

Bakker VOF ja is een onderneming

Zelfstandige fietsenmaker ja is een onderneming

Feitelijke vereniging van de scouts nee is geen onderneming want er wordt
geen winst uitgekeerd aan de leden, de winst wordt gebruikt voor de
scouts zelf

Bestuurder van een NV

Maatschap (= vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid) van 2
bouwbedrijven ja is een onderneming

NV KBC ja

Vlaanderen nee

Wat zijn de speciale regels?

- Automatisch hoofdelijk gehouden
- Het bewijs is soepel en vrij
- Ondernemingsrechtbank
- Reddingsmiddel voor als de onderneming slecht gaat of faillissement

1.5 Statuut van onderneming
In principe is er vrije toegang voor rechtspersonen en voor natuurlijke
personen die meerderjarig zijn, ook als ze gehuwd zijn.

Sommige natuurlijke personen mogen bepaalde activiteiten niet uitvoeren
omwille van:

- Onverenigbaarheden met bepaalde ambten
- Verbod opgelegd door rechter als sanctie
Bij ernstige fraude of oplichting

1.5.1 Verplichtingen
Inschrijving bij KBO = Kruispuntbank van Ondernemingen /
ondernemingsnummer. Dit is verplicht voor alle ondernemingen
(natuurlijke personen, rechtspersonen, maatschap) vooraleer ze hun
activiteit starten.

Dit gebeurd voor natuurlijke personen via het ondernemingsloket, voor
rechtspersonen via de griffie van de ondernemingsbanken.

- Deze beheert het Rechtspersonenregister dat deel uitmaakt van KBO
én geeft het ondernemingsnummer.
- De rechtspersoon met ondernemingsnummer kan nadien terecht bij
het ondernemingsloket voor verdere begeleiding bij start van de
onderneming.

Ondernemingsrecht

, 3

Is er een verschil tussen het ondernemingsnummer en de BTW nummer?
Neen het is het zelfde nummer.



Als we een onderneming starten moeten we;

- Een ondernemingsnummer hebben
- Houder zijn van financiële rekening
- Boekhouding voeren
- Inschrijving bij de BTW administratie;
- Sociale zekerheid: zelfstandigen/vennootschappen
- Vergunningen
- Vroeger moest je ook bedrijfsbeheer hebben of beroepskennis

Vb Irou begint als fietsenmaker,

Is hij een onderneming? Als hij een ondernemingsnummer aanvragen bij
KBO

Wat moet hij in orde brengen? Hij moet een bankrekening hebben, een
boekhouding, sociale zekerheid, mogelijks vergunning


2. De handelszaak
Deze kan uitgebaat worden door een zelfstandige of een vennootschap.

= Geheel van goederen samengebracht met als doel een onderneming
met klanten uit baten. Bevat onlichamelijke elementen vb. klanten,
intellectuele eigendomsrechten én lichamelijke elementen.

Er is een mogelijke waarborg op een handelszaak in zijn geheel of
onderdelen vb pand.

Welke elementen maken deel uit van de handelszaak?

- Locatie huren of kopen
- Klanten
- Handelsnaam
- Voorraad
- Materieel om uw voorraad op te kunnen stockeren
- Tegoeden of schulden (wisselgeld)

Welke elementen zijn onmisbaar? De klanten de handelsnaam en de
locatie, deze ga je mee overgeven als je de zaak verkoopt.




Ondernemingsrecht

, 4


3. Waarborg
Op onroerend goed noemt hypotheek, heeft een authentieke akte via een
hypotheekkantoor voor 30 jaar.

Op roerend goed noemt pand, vb een duur schilderij of een belegging.

Een pand = een waarborg van schuldeiser met als voorwerp

- Een roerend lichamelijk of onlichamelijk goed of een bepaald geheel
van dergelijke goederen.
 Een pand kan dus ook de handelszaak (niet op het onroerend)
gevestigd worden.

• Het is mogelijk ten gunste van elke schuldeiser.

• Er bestaan twee mogelijkheden om een pand te vestigen.

Een pand is minder waard dan een hypotheek, een huis blijft een huis
maar het klantenbestand kan weg gaan en de meubels kunnen kapot
gaan.

Twee mogelijkheden om een pand te vestigen
- De registratie van een pandrecht van lichamelijke of onlichamelijke
roerende goederen in het Nationaal Pandregister. De registratie van
het pandrecht vervalt na verloop van tien jaar. (herhaalde
vernieuwing voor een nieuwe termijn van tien jaar is mogelijk) Dit
veronderstelt een schriftelijke pandakte.
- Het pand van een lichamelijk roerend goed kan ook gevestigd
worden door buitenbezitstelling. Het verpande goed wordt
afgegeven aan de schuldeiser of een overeengekomen derde.

Een onderneming baat zijn handelszaak uit in zijn eigen onroerend goed.
Welke waarborg(en) kan een bank vragen tot zekerheid van de
kredietverlening aan deze onderneming?  De bank kan een hypotheek
vragen want hij heeft een onroerend goed, ze kunnen ook uw zaak in pand
vragen via nationaal pand register.

Een onderneming baat zijn handelszaak uit in een gehuurd onroerend
goed. De onderneming heeft een grote voorraad dakpannen en
bouwmateriaal. Ze heeft ook een bouwkraan en stellingen. Welke
waarborg(en) kan een bank vragen tot zekerheid van de kredietverlening
aan deze onderneming?  het gebouw is gehuurd dus geen hypotheek, er
kan wel een pand gevestigd worden door een inschrijving in het nationaal
pand register want anders ben je uw handelsgoederen kwijt.




Ondernemingsrecht

Table of contents

  1. 01 1 inleiding 1
    1. 1.1 Rechtsbronnen 1
    2. 1.2 Rechtbanken 1
    3. 1.3 Bewijs voor ondernemingen 1
    4. 1.4 Toepassingsgebied 1
    5. 1.5 Statuut van onderneming 2
  2. 02 2. De handelszaak 3
  3. 03 3. Waarborg 4
    1. Twee mogelijkheden om een pand te vestigen 4
  4. 04 4. Handelstussenpersonen 5
    1. 4.1 handelsagent 5
    2. 4.2 commissionair 5
    3. 4.3 makelaar 5
  5. 05 5. Intellectuele eigendomsrechten 6
    1. 5.1 begrip 6
    2. 5.2 bescherming 6
    3. 5.3 Indeling intellectuele eigendomsrechten 6
  6. 06 6. ondernemingen in moeilijkheden 9
    1. 6.1 toepassingsgebied 9
    2. 6.2 twee luiken van de wet 9
    3. Mogelijkheden om de onderneming nog te redden 10
  7. 07 7. Faillissement 12
    1. 7.1 toepassingsvoorwaarden 12
    2. 7.2. procedure: inleiding 13
    3. 7.3. vonnis van faillietverklaring 13
    4. 7.4. gevolgen van het faillissement 13
    5. 7.5. rol van de curator 14
    6. 7.6. verdeling en sluiting van het faillissement 14
    7. 7.7. kwijtschelding van de restschulden voor de gefailleerde: 14
    8. 7.7 kwijtschelding van de schulden voor de borg: 15
  8. 08 Inleiding 16
    1. Waarom kies je voor een vennootschap 16
  9. 09 Bronnen van vennootschapsrecht 16
  10. 10 Begrip vennootschap 16
    1. Definitie of materiële geldigheidsvereisten van vennootschap 16
    2. 1. De vennootschap wordt opgericht door een contract/rechtshandeling 17
    3. 2. Door twee of meer personen 17
    4. 3. Er gebeurt een inbreng in de gemeenschap door de oprichters 17
    5. 4. Elke vennootschap heeft een vermogen 17
    6. 5.De vennootschap heeft bepaalde activiteiten (=statutair doel) 18
    7. 6. De vennootschap streeft een vermogensvoordeel of winstoogmerk na voor de vennoten 18
  11. 11 Begrip rechtspersoon 19
    1. Een rechtspersoon ontstaat 19
  12. 12 Indeling vennootschappen op basis van rechtspersoonlijkheid 20
  13. 13 Types vennootschappen 20
    1. Kapitaal vennootschap 21
    2. Personenvennootschap 21
    3. Gemengde vennootschap 21
  14. 14 Begrip vereniging 22
  15. 15 Begrip stichting 22
  16. 16 UBO-register (regels over melding in de WVV) 23
  17. 17 Vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid 23
    1. Bij een “stille” maatschap zijn er ook “stille“ vennoten 23
    2. “Tijdelijke” maatschap 23
    3. Overzicht 23
  18. 18 Gemeenschappelijke bepalingen voor alle rechtspersonen 26
    1. Verbintenissen in naam van een rechtspersoon in oprichting 26
    2. Naam van de rechtspersoon/Vermelding van het gewest 27
    3. De oprichting en de openbaarmakingsformaliteiten 27
    4. Taal 29
    5. Bestuursorganen 30
    6. Commissaris 31
    7. Einde van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid 31
  19. 19 Commissaris 32
    1. Wie 32
    2. Duur van de benoeming en bezoldiging 32
    3. In welke vennootschappen moet geen commissaris benoemd worden 33
  20. 20 Einde van vennootschappen met rechtspersoonlijkheid 34
    1. Ontbinding = beslissing tot stopzetting 34
    2. Nietigheid van een rechtspersoon 34
    3. Na ontbinding of nietigverklaring wordt de vennootschap vereffend. 35
  21. 21 De vennootschappen 36
  22. 22 VOF en CommV vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap 36
    1. Oprichting grondvoorwaarde 36
    2. Afgescheiden vermogen maar 36
    3. Inbreng is verplicht. Mogelijke inbrengen? 37
    4. Oprichting: vormvoorwaarden 37
    5. Mogelijke effecten en overdraagbaarheid van effecten 37
    6. Organen van de VOF CommV 37
  23. 23 Zaakvoerders 37
    1. Stille vennoot in CommV mag geen zaakvoerder zijn en niet deelnemen aan het bestuur. 38
    2. Algemene vergadering van aandeelhouders (AV) 38
  24. 24 Commissaris 38
  25. 25 Winst verdeling 39
  26. 26 Mogelijkheid voor VOF, CommV om erkend te worden als “landbouwonderneming” - VOFLO en CommVLO 39
  27. 27 Einde van VOF en CommV 39
    1. Einde van de VOF en de CommV: ontbinding 39
  28. 28 De authentieke oprichtingsakte 40
  29. 29 Verplicht financieel plan met minimuminhoud voor 2j 40
    1. De verplichte vermeldingen financieel plan: 40
  30. 30 Controle voor inbreng in geld 41
    1. Inbreng in natura 41
  31. 31 Hoofdelijke aansprakelijkheid van de oprichters = oprichters-aansprakelijkheid 42
  32. 32 Nietigheidsgronden staan in wetsartikel 42
  33. 33 Nv naamloze vennootschap 42
    1. Algemene kenmerken 43
    2. Oprichting nv grondvoorwaarden buiten de gezamenlijke 43
  34. 34 Mogelijke effecten in de NV 46
    1. Aandelen 46
    2. Winstbewijzen 46
  35. 35 Certificaten (aandeel, winstbewijs, converteerbare obligatie of inschrijvingsrecht) 47
  36. 36 Obligaties 47
  37. 37 Inschrijvingsrecht (vroeger warrant) 47
  38. 38 Overdracht en overgang van effecten 48
  39. 39 Organen van de NV 48
    1. Bestuursorgaan: bevoegdheid 49
  40. 40 Mogelijkheid 1: Monistisch bestuur met een raad van bestuur als college 49
    1. Ontslag van bestuurders 50
    2. Werking van de raad van bestuurd 50
    3. Procedure belangenconflicten bij tegenstrijdige belangen 50
    4. Vertegenwoordigingsclausules kunnen bepalen hoeveel bestuurders de NV moeten vertegenwoordigen 51
    5. Oprichting van comités binnen de raad van bestuur 51
  41. 41 Mogelijkheid 2: De enige bestuurder. 53
    1. Eén statutaire of niet-statutaire bestuurder 53
    2. Speciale kenmerken 53
    3. Speciale kenmerken (vetorecht) 53
  42. 42 Mogelijkheid 3: Het duaal bestuur 54
    1. Raad van toezicht en directieraad 54
    2. Raad van toezicht = college 54
    3. Taken 54
    4. Directieraad 54
    5. Taken van directieraad 54
  43. 43 Mogelijkheid om een dagelijkse bestuurder aan te stellen 55
    1. Definitie dagelijks bestuur bij NV 55
    2. Bestuurs-en vertegenwoordigingsbevoegdheid 56
    3. Kwijting 56
  44. 44 1. Bevoegdheden van de algemene vergadering van aandeelhouders 57
  45. 45 2. Soorten algemene vergaderingen 57
    1. Gewone of jaarlijkse AV 57
    2. Bijzondere AV 57
    3. Buitengewone AV: voor statutenwijzigingen 58
  46. 46 3. Bijeenroeping van de algemene vergadering 58
  47. 47 4. Deelnemers aan de algemene vergadering 59
  48. 48 5. Verloop algemene vergadering 59
    1. Verloop 60
  49. 49 6. Wijzigingen in het kapitaal = statutenwijziging 61
    1. Kapitaalverhoging (volstorting: idem als bij oprichting) 62
    2. Kapitaalvermindering (altijd beslist door een buitengewone AV) 62
  50. 50 7. Winstverdeling 65
    1. Jaarlijks dividend (winst vorig boekjaar) 65
    2. Interimdividenden (in principe winst huidig boekjaar) 66
  51. 51 8. Verkrijging door NV van eigen effecten (aandelen, winstbewijzen, certificaten) 66
  52. 52 9. Verlies van kapitaal 67
    1. 3 drempels 67
  53. 53 10. Duur NV: in principe voor onbepaalde duur 67
  54. 54 11. Einde NV 68
  55. 55 Les 9 BV 68
    1. Algemene kenmerken 68
    2. De oprichting van de bv, grondvoorwaarden 68
    3. Toereikend aanvangsvermogen 69
    4. Inbreng in geld of natura 69
    5. Wettelijke regels over de volstorting van het vermogen 69
    6. Vormvoorwaarde oprichting 70
    7. Mogelijke effecten in de BV 70
    8. Overdraagbaarheid van effecten 71
    9. Wettelijke regeling indien er niets anders bepaald is in de statuten 71
    10. Afwijken van de wettelijke regeling in de statuten 74
    11. Organen van de BV 74
    12. Ontslaan 74
  56. 56 Wijzigingen in het vermogen 76
    1. Bijkomende inbreng door inbreng in geld of natura 77
  57. 57 Winstverdeling – regels voor instandhouding vermogen 77
    1. Nettoactieftest (verantwoordelijkheid AV) 78
    2. Liquiditeitstest (verantwoordelijkheid bestuursorgaan) 79
    3. Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurders inzake liquiditeitstest 79
  58. 58 10. Verkrijging door BV van eigen effecten (aandelen, certificaten) 80
  59. 59 Nettoactief is of dreigt negatief te worden of de schulden zullen de komende 12 maanden niet kunnen betaald worden. 80
  60. 60 Uittreding en uitsluiting van aandeelhouder lastens het vennootschapsvermogen 80
    1. Uittreding (indien het voorzien is in de statuten) 80
    2. Uitsluiting door AV(indien het voorzien is in de statuten) 81
    3. Zowel bij uittreding als uitsluiting betaalt de BV een scheidingsaandeel lastens het vennootschapsvermogen 81
  61. 61 Erkenning als landbouwonderneming =BVLO 82
  62. 62 Duur BV: in principe voor onbepaalde duur 82
  63. 63 Einde BV 82
  64. 64 Algemene kenmerken 83
    1. Wettelijke definitie: een CV moet een echte coöperatie zijn 83
    2. Oprichting CV: grondvoorwaarden 84
    3. Mogelijke effecten in de CV 85
    4. Overdraagbaarheid van effecten 86
    5. Organen van de CV (zie BV) 86
    6. Wijzigingen in het vermogen 86
    7. Winstverdeling – regels voor instandhouding vermogen 86
    8. Netto actief is of dreigt negatief te worden of de schulden zullen de komende 12 maanden niet kunnen betaald worden. 86
    9. Uittreding en uitsluiting van aandeelhouder lastens het vennootschapsvermogen (bestaat altijd, kan niet uitgesloten worden in statuten) 87
    10. Erkenningen 87
    11. Duur CV: in principe voor onbepaalde duur 89
  65. 65 Fusie 91
    1. Basisdefinitie fusie 91
    2. Fusie door overneming 91
    3. Fusie door oprichting 92
  66. 66 Splitsing 92
    1. Splitsing door overneming 92
    2. Splitsing door oprichting 92
    3. Gemengde splitsing 93
  67. 67 Inbreng van een algemeenheid 93
  68. 68 Inbreng van een bedrijfstak 93
    1. Fusie, splitsing, inbreng algemeenheid of bedrijfstak 93
  69. 69 Begrip vereniging 95
    1. Soorten 95
  70. 70 Vereniging zonder winstoogmerk (VZW) 96
    1. VZW is volkomen rechtspersoon 96
    2. Oprichting door minimum 2 leden 96
    3. VZW heeft eén of meer activiteiten tot voorwerp 96
    4. VZW heeft een onbaatzuchtig doel 96
  71. 71 Begrip stichting 97
    1. Van openbaar nut of private stichting 97
    2. Oprichting door één of meer stichters 97
    3. Vermogen wordt aangewend voor onbaatzuchtig doel 98
    4. Europese vennootschap - SE 100
    5. Europese coöperatieve vennootschap - SCE 100
    6. Europees economisch samenwerkingsverband (EESV) 100

Document information

Study
Uploaded on
June 11, 2025
Number of pages
100
Written in
2024/2025
Type
Summary
$190.18

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Sold
0
Followers
0
Items
2
Last sold
-



Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions