Krachtgericht begeleiden
Krachtgericht werken
1. Inleiding
= het nemen van de eigen krachten en groeimogelijkheden van cliënten als vertrekpunt en
focus van de begeleiding
- Cliënten hebben, ondanks tegenslagen, de mogelijkheid om hun leven zelf vorm te geven
en te veranderen
- Orthopedagogisch begeleiders ondersteunen bij:
Inzicht krijgen in de eigen situatie en waarden
Ontwikkelen en realiseren van doelen voor een zinvol bestaan
Verbeteren van zelfregulering en veerkracht
- De focus ligt op het maximaal benutten van competenties en het inschakelen van
natuurlijke hulpbronnen (Wolf, 2016)
1.1 Positieve psychologie
= een stroming die sinds 1998, onder leiding van Martin Seligman en Mihaly
Csikszentmihalyi, de hulpverlening benadert vanuit een krachtgerichte visie
- De focus ligt op positieve elementen in het leven, ondersteund door empirisch
onderzoek
- Twee belangrijke aspecten:
1. Positieve ervaringen zoals geluk, hoop en liefde
Ruut Veenhoven (1998) onderzocht wereldwijd geluk en identificeerde drie
pijlers:
Autonomie
Waardevolle relaties/verbondenheid
Zingeving
Cliënten met hulpvragen ervaren vaak moeilijkheden in (één van) deze pijlers
2. Positieve eigenschappen of krachten zoals veerkracht, vitaliteit,
doorzettingsvermogen en wijsheid
- Krachtgericht begeleiden richt zich op het verkennen en versterken van deze pijlers en
eigenschappen
1.2 Aangeleerde hulpeloosheid versus zelfregie
- Aangeleerde hulpeloosheid (Seligman, 2016) ontstaat wanneer mensen het gevoel
verliezen controle te hebben over hun leven en hierdoor opgeven
- Dit leidt tot machteloosheid en gebrek aan vertrouwen in het eigen kunnen
- Wanneer hulpverleners de regie overnemen, kan dit afhankelijk gedrag versterken en
het zelfvertrouwen ondermijnen
- Doorbreken van aangeleerde hulpeloosheid is essentieel:
De cliënt moet gestimuleerd worden om zijn eigen krachten en mogelijkheden
opnieuw te zien en benutten
De focus ligt op het teruggeven van regie aan de cliënt
- Zelfregie betekent:
Respect voor de eigenheid en krachten van de cliënt
Minder afhankelijkheid, meer autonomie en welzijn
De vrijheid om eigen waarden en doelen te bepalen (zinontwerp)
, Het vermogen om deze doelen zelf zoveel mogelijk te realiseren (zelfrealisatie)
(Wolf, 2016)
1.3 Probleemgerichte versus krachtgerichte begeleiding
- Probleemgerichte vs. oplossingsgerichte benadering:
Vroeger lag de nadruk in de
hulpverlening op problemen,
wat het zelfvertrouwen
verzwakt en aangeleerde
hulpeloosheid versterkt
Steve De Shazer (2009) stelt:
"Praten over problemen
creëert problemen, praten
over oplossingen creëert
oplossingen."
- Krachtgericht denken:
De focus ligt op de krachten van de cliënt in plaats van op problemen
Dit bevordert zelfregie en vergroot het vertrouwen in eigen mogelijkheden
1.4 Krachtgerichte mindset
- Opvoeden is zoeken naar wat werkt: er is geen universele handleiding; wat voor de
één werkt, hoeft niet voor de ander te werken. Orthopedagogische begeleiders
twijfelen soms aan hun aanpak, maar het belangrijkste is om te blijven zoeken naar
effectieve methoden (de Bruin & Meddens, 2012)
- Falen en tegenslag horen bij het leven:
Tegenslagen zijn leermomenten voor zowel kinderen als volwassenen
Een negatieve focus kan leiden tot een self-fulfilling prophecy: als men verwacht
dat iets mislukt, beïnvloedt dit onbewust het gedrag, waardoor het ook gebeurt
Het is essentieel om deze negatieve cirkel te doorbreken en de regie terug te
nemen
- Vermijd ‘waarom’-vragen:
‘Waarom’-vragen kunnen mensen het gevoel geven dat ze zich moeten
verantwoorden en kunnen defensief maken
Dit helpt niet bij het zoeken naar oplossingen of het versterken van het
zelfvertrouwen
- Richt je op wat werkt:
“Alles wat je aandacht geeft, groeit.”
Succeservaringen versterken motivatie en het vertrouwen om door te zetten
Door te focussen op wat goed werkt, ontstaan nieuwe ideeën en creatieve
oplossingen
- Ontdek en erken je eigen krachten:
Mensen zijn vaak meer gericht op hun tekortkomingen dan op hun sterktes
Door stil te staan bij persoonlijke talenten en successen uit het verleden, wordt
het makkelijker om met vertrouwen naar de toekomst te kijken (GGZKempen,
2023)
Zelfvertrouwen groeit door het besef: “Ik ben... Ik kan... Ik weet... Ik heb... Ik
wil...”
- Vertrouw op je eigen kracht:
, Net zoals een vogel niet vertrouwt op de tak, maar op zijn vleugels, moeten mensen
vertrouwen op hun eigen kracht en mogelijkheden om vooruit te komen
2. Het opbouwen van een wederkerige relatie
- Wederkerige relatie als basis:
Voor krachtgerichte hulpverlening is een betekenisvolle relatie essentieel (Lohuis,
2018)
De ik-jij relatie (Buber) benadrukt authentieke betrokkenheid en wederzijdse
beïnvloeding
Onbevooroordeeld luisteren en erkenning geven aan de beleving van de cliënt
zorgen voor echte verbinding
- Basishouding in krachtgericht werken:
Respect, vertrouwen, eerlijkheid, openheid en optimisme staan centraal
Gelijkwaardigheid is cruciaal: alleen als de cliënt de relatie positief ervaart, heeft de
begeleiding effect (Wolf, 2016)
- Effectieve werkrelatie omvat:
Wederzijds vertrouwen (respect en trouw)
Doelgerichtheid en zingeving
Gelijkwaardigheid en wederkerigheid
Grenzen stellen (indien nodig confronteren met gedrag)
Authenticiteit (open, transparant, echt betrokken)
Versterkend en voedend (de begeleider maakt zichzelf op termijn overbodig)
- Persoonlijk, maar professioneel:
De begeleider is nabij en deelt ook iets van zichzelf, zonder dat dit een vriendschappelijke
relatie wordt
3. Beeldvorming: hechting, coping en levensverhalen
3.1 Hechting
- Hechting en probleemhantering:
In de vroege jeugd ontwikkelt een kind een stijl om met problemen om te gaan
Dit proces wordt beïnvloed door de hechting aan de ouders, die een gevoel van
veiligheid biedt (Wolf, 2016).
- Effecten van veilige hechting (Aerts, Jordens & Kortleven, 2023):
Vergemakkelijkt het aangaan van vertrouwensvolle relaties
Versterkt zelfvertrouwen en geloof in eigen kunnen
Maakt het kind weerbaar tegen veranderingen en moeilijkheden
- Copingstrategieën:
Door veilige hechting leert een kind omgaan met stress en tegenslagen
Deze strategieën helpen bij het hanteren van uitdagingen in het latere leven
3.2 Coping
- Copingmechanismen en jeugdervaringen:
Copingstijlen worden in de jeugd aangeleerd en beïnvloeden hoe iemand met stress
en problemen omgaat (Wolf, 2016)
Een breed arsenaal aan copingstijlen is nuttig om flexibel te reageren op
verschillende situaties (Schreurs et al., 1993)
- Twee hoofdtypen coping:
Probleemgerichte coping (actief oplossen van het probleem)
Emotiegerichte coping (omgaan met de gevoelens rondom het probleem)
Krachtgericht werken
1. Inleiding
= het nemen van de eigen krachten en groeimogelijkheden van cliënten als vertrekpunt en
focus van de begeleiding
- Cliënten hebben, ondanks tegenslagen, de mogelijkheid om hun leven zelf vorm te geven
en te veranderen
- Orthopedagogisch begeleiders ondersteunen bij:
Inzicht krijgen in de eigen situatie en waarden
Ontwikkelen en realiseren van doelen voor een zinvol bestaan
Verbeteren van zelfregulering en veerkracht
- De focus ligt op het maximaal benutten van competenties en het inschakelen van
natuurlijke hulpbronnen (Wolf, 2016)
1.1 Positieve psychologie
= een stroming die sinds 1998, onder leiding van Martin Seligman en Mihaly
Csikszentmihalyi, de hulpverlening benadert vanuit een krachtgerichte visie
- De focus ligt op positieve elementen in het leven, ondersteund door empirisch
onderzoek
- Twee belangrijke aspecten:
1. Positieve ervaringen zoals geluk, hoop en liefde
Ruut Veenhoven (1998) onderzocht wereldwijd geluk en identificeerde drie
pijlers:
Autonomie
Waardevolle relaties/verbondenheid
Zingeving
Cliënten met hulpvragen ervaren vaak moeilijkheden in (één van) deze pijlers
2. Positieve eigenschappen of krachten zoals veerkracht, vitaliteit,
doorzettingsvermogen en wijsheid
- Krachtgericht begeleiden richt zich op het verkennen en versterken van deze pijlers en
eigenschappen
1.2 Aangeleerde hulpeloosheid versus zelfregie
- Aangeleerde hulpeloosheid (Seligman, 2016) ontstaat wanneer mensen het gevoel
verliezen controle te hebben over hun leven en hierdoor opgeven
- Dit leidt tot machteloosheid en gebrek aan vertrouwen in het eigen kunnen
- Wanneer hulpverleners de regie overnemen, kan dit afhankelijk gedrag versterken en
het zelfvertrouwen ondermijnen
- Doorbreken van aangeleerde hulpeloosheid is essentieel:
De cliënt moet gestimuleerd worden om zijn eigen krachten en mogelijkheden
opnieuw te zien en benutten
De focus ligt op het teruggeven van regie aan de cliënt
- Zelfregie betekent:
Respect voor de eigenheid en krachten van de cliënt
Minder afhankelijkheid, meer autonomie en welzijn
De vrijheid om eigen waarden en doelen te bepalen (zinontwerp)
, Het vermogen om deze doelen zelf zoveel mogelijk te realiseren (zelfrealisatie)
(Wolf, 2016)
1.3 Probleemgerichte versus krachtgerichte begeleiding
- Probleemgerichte vs. oplossingsgerichte benadering:
Vroeger lag de nadruk in de
hulpverlening op problemen,
wat het zelfvertrouwen
verzwakt en aangeleerde
hulpeloosheid versterkt
Steve De Shazer (2009) stelt:
"Praten over problemen
creëert problemen, praten
over oplossingen creëert
oplossingen."
- Krachtgericht denken:
De focus ligt op de krachten van de cliënt in plaats van op problemen
Dit bevordert zelfregie en vergroot het vertrouwen in eigen mogelijkheden
1.4 Krachtgerichte mindset
- Opvoeden is zoeken naar wat werkt: er is geen universele handleiding; wat voor de
één werkt, hoeft niet voor de ander te werken. Orthopedagogische begeleiders
twijfelen soms aan hun aanpak, maar het belangrijkste is om te blijven zoeken naar
effectieve methoden (de Bruin & Meddens, 2012)
- Falen en tegenslag horen bij het leven:
Tegenslagen zijn leermomenten voor zowel kinderen als volwassenen
Een negatieve focus kan leiden tot een self-fulfilling prophecy: als men verwacht
dat iets mislukt, beïnvloedt dit onbewust het gedrag, waardoor het ook gebeurt
Het is essentieel om deze negatieve cirkel te doorbreken en de regie terug te
nemen
- Vermijd ‘waarom’-vragen:
‘Waarom’-vragen kunnen mensen het gevoel geven dat ze zich moeten
verantwoorden en kunnen defensief maken
Dit helpt niet bij het zoeken naar oplossingen of het versterken van het
zelfvertrouwen
- Richt je op wat werkt:
“Alles wat je aandacht geeft, groeit.”
Succeservaringen versterken motivatie en het vertrouwen om door te zetten
Door te focussen op wat goed werkt, ontstaan nieuwe ideeën en creatieve
oplossingen
- Ontdek en erken je eigen krachten:
Mensen zijn vaak meer gericht op hun tekortkomingen dan op hun sterktes
Door stil te staan bij persoonlijke talenten en successen uit het verleden, wordt
het makkelijker om met vertrouwen naar de toekomst te kijken (GGZKempen,
2023)
Zelfvertrouwen groeit door het besef: “Ik ben... Ik kan... Ik weet... Ik heb... Ik
wil...”
- Vertrouw op je eigen kracht:
, Net zoals een vogel niet vertrouwt op de tak, maar op zijn vleugels, moeten mensen
vertrouwen op hun eigen kracht en mogelijkheden om vooruit te komen
2. Het opbouwen van een wederkerige relatie
- Wederkerige relatie als basis:
Voor krachtgerichte hulpverlening is een betekenisvolle relatie essentieel (Lohuis,
2018)
De ik-jij relatie (Buber) benadrukt authentieke betrokkenheid en wederzijdse
beïnvloeding
Onbevooroordeeld luisteren en erkenning geven aan de beleving van de cliënt
zorgen voor echte verbinding
- Basishouding in krachtgericht werken:
Respect, vertrouwen, eerlijkheid, openheid en optimisme staan centraal
Gelijkwaardigheid is cruciaal: alleen als de cliënt de relatie positief ervaart, heeft de
begeleiding effect (Wolf, 2016)
- Effectieve werkrelatie omvat:
Wederzijds vertrouwen (respect en trouw)
Doelgerichtheid en zingeving
Gelijkwaardigheid en wederkerigheid
Grenzen stellen (indien nodig confronteren met gedrag)
Authenticiteit (open, transparant, echt betrokken)
Versterkend en voedend (de begeleider maakt zichzelf op termijn overbodig)
- Persoonlijk, maar professioneel:
De begeleider is nabij en deelt ook iets van zichzelf, zonder dat dit een vriendschappelijke
relatie wordt
3. Beeldvorming: hechting, coping en levensverhalen
3.1 Hechting
- Hechting en probleemhantering:
In de vroege jeugd ontwikkelt een kind een stijl om met problemen om te gaan
Dit proces wordt beïnvloed door de hechting aan de ouders, die een gevoel van
veiligheid biedt (Wolf, 2016).
- Effecten van veilige hechting (Aerts, Jordens & Kortleven, 2023):
Vergemakkelijkt het aangaan van vertrouwensvolle relaties
Versterkt zelfvertrouwen en geloof in eigen kunnen
Maakt het kind weerbaar tegen veranderingen en moeilijkheden
- Copingstrategieën:
Door veilige hechting leert een kind omgaan met stress en tegenslagen
Deze strategieën helpen bij het hanteren van uitdagingen in het latere leven
3.2 Coping
- Copingmechanismen en jeugdervaringen:
Copingstijlen worden in de jeugd aangeleerd en beïnvloeden hoe iemand met stress
en problemen omgaat (Wolf, 2016)
Een breed arsenaal aan copingstijlen is nuttig om flexibel te reageren op
verschillende situaties (Schreurs et al., 1993)
- Twee hoofdtypen coping:
Probleemgerichte coping (actief oplossen van het probleem)
Emotiegerichte coping (omgaan met de gevoelens rondom het probleem)