HOOFDSTUK 11: HET BLOED
KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
Terminologie: duidelijk kunnen omschrijven, een definitie of een synoniem
kunnen geven:
Maak voor jezelf een lijst van woorden op die je moeilijk vindt en die je nodig hebt
om een keypoint uit te werken.
Kunnen opsommen en/of uitleggen in de juiste terminologie + ook de
terminologie zelf kunnen omschrijven of er een duidelijke definitie van
kunnen geven:
- Geef het schema van de volledige samenstelling van vol bloed (geen
percenten m.u.v. bloedcellen).
, - Geef de functie van elk onderdeel van het bloed (op basis van schema
keypoint hierboven).
Transport van opgeloste gassen, voedingstoffen, hormonen en
afvalproducten
De stabilisering van de pH en ionensamenstelling van de interstitiële
vloeistof van het hele lichaam
Beperking van het vloeistofverlies bij verwondingen
Verdedigingen tegen gifstoffen en ziekteverwekkers
Stabilisering van de lichaamstemperatuur
- Verklaar de termen serum en haematocriet.
Serum: de vloeistof die overblijft nadat stollingseiwitten zijn verwijderd
Haematocriet: een maat voor de hoeveelheid( in%) rode bloedcellen in vol
bloed
- Waar worden erytrocyten, leukocyten en thrombocyten aangemaakt?
In het beenmerg vindt de aanmaak plaats van de drie verschillende soorten
bloedcellen: witte bloedcellen (leukocyten), rode bloedcellen (erytrocyten) en
bloedplaatjes (trombocyten).
- Bespreek het fysiologisch systeem van hergebruik van hemoglobine.
Hemoglobine is een eiwit wat uit vier globulaire subeenheden bestaat, die
elk aan een haem-molecuul zijn gebonden, waarmee rode bloedcellen in
staat zijn zuurstof in het bloed te vervoeren (meer dan 95ù eiwitten in een
rode bloedcel)
Haemmolecuum:
Bevat ijzer ion dat met zuurstofmolecuul kan reageren
Erytrocyten met hemoglobine gebonden aan zuurstof
helderrode kleur bloed
KEYPOINTS VAN DIT HOOFDSTUK
Terminologie: duidelijk kunnen omschrijven, een definitie of een synoniem
kunnen geven:
Maak voor jezelf een lijst van woorden op die je moeilijk vindt en die je nodig hebt
om een keypoint uit te werken.
Kunnen opsommen en/of uitleggen in de juiste terminologie + ook de
terminologie zelf kunnen omschrijven of er een duidelijke definitie van
kunnen geven:
- Geef het schema van de volledige samenstelling van vol bloed (geen
percenten m.u.v. bloedcellen).
, - Geef de functie van elk onderdeel van het bloed (op basis van schema
keypoint hierboven).
Transport van opgeloste gassen, voedingstoffen, hormonen en
afvalproducten
De stabilisering van de pH en ionensamenstelling van de interstitiële
vloeistof van het hele lichaam
Beperking van het vloeistofverlies bij verwondingen
Verdedigingen tegen gifstoffen en ziekteverwekkers
Stabilisering van de lichaamstemperatuur
- Verklaar de termen serum en haematocriet.
Serum: de vloeistof die overblijft nadat stollingseiwitten zijn verwijderd
Haematocriet: een maat voor de hoeveelheid( in%) rode bloedcellen in vol
bloed
- Waar worden erytrocyten, leukocyten en thrombocyten aangemaakt?
In het beenmerg vindt de aanmaak plaats van de drie verschillende soorten
bloedcellen: witte bloedcellen (leukocyten), rode bloedcellen (erytrocyten) en
bloedplaatjes (trombocyten).
- Bespreek het fysiologisch systeem van hergebruik van hemoglobine.
Hemoglobine is een eiwit wat uit vier globulaire subeenheden bestaat, die
elk aan een haem-molecuul zijn gebonden, waarmee rode bloedcellen in
staat zijn zuurstof in het bloed te vervoeren (meer dan 95ù eiwitten in een
rode bloedcel)
Haemmolecuum:
Bevat ijzer ion dat met zuurstofmolecuul kan reageren
Erytrocyten met hemoglobine gebonden aan zuurstof
helderrode kleur bloed