2.2 Aardrijkskunde
A. In tropische landen zijn de dagen het hele jaar door ongeveer even lang. Op d
gaat de zon een half jaar niet onder en is het daarna een half jaar nacht.
B. De aarde draait 24 uur om haar as, de aardas. Het is aan de kant waar de zo
kant is het nacht. Omdat de aarde van west naar oost draait, komt de zon op in
onder in west. In het oosten van Nederland is het later en in het westen van Ned
De dagen zijn langer in de winter en de zon staat de hoger in de zomer. De versc
seizoenen ontstaan doordat de aardas 23,5 graden scheef staat. De aarde draai
zon. In onze zomer (21 juni t/m 20 september) staat het noordelijk halfrond naar
Winter (21 december t/m 21 maart) staat het zuidelijk halfrond naar de zon. In de
maart) en in de herfst (vanaf 21 september) ontvangen het noordelijk en het zuid
ongeveer evenveel warmte.
C. Rond de evenaar is het warmer dan bij de polen. Dat komt door de invalshoe
zonnestralen. Bij de evenaar is de invalshoek groot: de zonnestralen vallen bijna
aardoppervlak. Op hoge breedte is de invalshoek veel kleiner. Hoe lager de zon
warmte er verloren gaat. Dat heeft twee oorzaken:
• de zonnestralen leggen een langere weg af door de atmosfeer. De laag gasse
Tijdens die lange weg gaat veel energie van de zon verloren.
• de zonnestralen worden verspreid over een veel groter gebied dan bij de evena
schuin houd is de vlek groter en vager. Dezelfde hoeveelheid lich (en warmte) wo
een veel groter gebied.
, D. Het noordelijkste en zuidelijke punt op aarde waar de zon recht boven je hoo
Noem je keerkringen. Het zijn de breedtecirkels op 23,5 graden. Rond 21 juni s
De noordelijke keerkring. Dat is de langste dag op het noordelijk halfrond. Die en
Op 66,5 graden noorderbreedte zelfs niet onder. De cirkel op deze breedte noem
Een half jaar later gebeurd hetzelfde op het zuidelijke halfrond: de zon staat rech
Keerkring en gaat niet onder op de poolcirkel.
E. De breedte
plaats bepaal
de zon heeft o
En de lengte v
daarvan onde
grote luchtstr
• tropische luchtstreek: het gebied tussen de keerkringen. In dit gebied op aa
hoogste stand. Daar is het dus warm.
• gematigde luchtstreek: het gebied tussen de keerkringen en de poolcirkels. H
Niet heel warm en niet heel koud.
A. In tropische landen zijn de dagen het hele jaar door ongeveer even lang. Op d
gaat de zon een half jaar niet onder en is het daarna een half jaar nacht.
B. De aarde draait 24 uur om haar as, de aardas. Het is aan de kant waar de zo
kant is het nacht. Omdat de aarde van west naar oost draait, komt de zon op in
onder in west. In het oosten van Nederland is het later en in het westen van Ned
De dagen zijn langer in de winter en de zon staat de hoger in de zomer. De versc
seizoenen ontstaan doordat de aardas 23,5 graden scheef staat. De aarde draai
zon. In onze zomer (21 juni t/m 20 september) staat het noordelijk halfrond naar
Winter (21 december t/m 21 maart) staat het zuidelijk halfrond naar de zon. In de
maart) en in de herfst (vanaf 21 september) ontvangen het noordelijk en het zuid
ongeveer evenveel warmte.
C. Rond de evenaar is het warmer dan bij de polen. Dat komt door de invalshoe
zonnestralen. Bij de evenaar is de invalshoek groot: de zonnestralen vallen bijna
aardoppervlak. Op hoge breedte is de invalshoek veel kleiner. Hoe lager de zon
warmte er verloren gaat. Dat heeft twee oorzaken:
• de zonnestralen leggen een langere weg af door de atmosfeer. De laag gasse
Tijdens die lange weg gaat veel energie van de zon verloren.
• de zonnestralen worden verspreid over een veel groter gebied dan bij de evena
schuin houd is de vlek groter en vager. Dezelfde hoeveelheid lich (en warmte) wo
een veel groter gebied.
, D. Het noordelijkste en zuidelijke punt op aarde waar de zon recht boven je hoo
Noem je keerkringen. Het zijn de breedtecirkels op 23,5 graden. Rond 21 juni s
De noordelijke keerkring. Dat is de langste dag op het noordelijk halfrond. Die en
Op 66,5 graden noorderbreedte zelfs niet onder. De cirkel op deze breedte noem
Een half jaar later gebeurd hetzelfde op het zuidelijke halfrond: de zon staat rech
Keerkring en gaat niet onder op de poolcirkel.
E. De breedte
plaats bepaal
de zon heeft o
En de lengte v
daarvan onde
grote luchtstr
• tropische luchtstreek: het gebied tussen de keerkringen. In dit gebied op aa
hoogste stand. Daar is het dus warm.
• gematigde luchtstreek: het gebied tussen de keerkringen en de poolcirkels. H
Niet heel warm en niet heel koud.