#1 Aarderijkskunde notitieboek
, Aardrijkskunde samenvatting Hoofdstuk 1 Steden
Paragraaf 2
1. Kenmerken van een stad:
A, een stad heeft een hogere bevolkingsdichtheid dan in een dorp
- bevolkingsdichtheid = de hoeveelheid mensen per km2
B. een stad heeft stedelijke functies voor de bewoners en voor mensen in
van de stad. Voorbeelden zijn: kantoren, ziekenhuis, warenhuis, uitgaanscen
bedrijven en scholen.
stedelijke functie = de taak van de stad voor zijn inwoners en een groot ge
omgeving
C. Een stad heeft meer dan 50.000 inwoners
2. Hoe steden zich hebben ontwikkeld in Nederland
A. Middeleeuwen: voor het jaar 1000 woonde bijna iedereen op het plattela
Vanaf het jaar 1000 onstaan steden langs handelsroutes. Maar een middele
had gemiddeld 5000 inwoners. Alleen als een dorp stadsrechten kreeg, moc
muur bouwen en markten houden.
B. Urbanisatie 1850 - 1950 : landarbeiders verhuizen naar de stad omdat e
meer is op het platteland door de uitvinding van stoommachines. Net buite
stad onstaan industriewijken met fabrieken en arbeiderswoningen. Er kom
spoorlijnen voor grondstoffen.
- Urbanisatie = de trek van het platteland naar de stad.
C. Suburbanisatie 1950 - 1985:
de verstedelijking ging door. Rondom de idustriewijken
onstonden nieuwe wijken voor grotere gezinnen en
Arbeide
goedkope flats. Vanaf 1960 kregen meer mensen een
, Aardrijkskunde samenvatting Hoofdstuk 1 Steden
Paragraaf 2
1. Kenmerken van een stad:
A, een stad heeft een hogere bevolkingsdichtheid dan in een dorp
- bevolkingsdichtheid = de hoeveelheid mensen per km2
B. een stad heeft stedelijke functies voor de bewoners en voor mensen in
van de stad. Voorbeelden zijn: kantoren, ziekenhuis, warenhuis, uitgaanscen
bedrijven en scholen.
stedelijke functie = de taak van de stad voor zijn inwoners en een groot ge
omgeving
C. Een stad heeft meer dan 50.000 inwoners
2. Hoe steden zich hebben ontwikkeld in Nederland
A. Middeleeuwen: voor het jaar 1000 woonde bijna iedereen op het plattela
Vanaf het jaar 1000 onstaan steden langs handelsroutes. Maar een middele
had gemiddeld 5000 inwoners. Alleen als een dorp stadsrechten kreeg, moc
muur bouwen en markten houden.
B. Urbanisatie 1850 - 1950 : landarbeiders verhuizen naar de stad omdat e
meer is op het platteland door de uitvinding van stoommachines. Net buite
stad onstaan industriewijken met fabrieken en arbeiderswoningen. Er kom
spoorlijnen voor grondstoffen.
- Urbanisatie = de trek van het platteland naar de stad.
C. Suburbanisatie 1950 - 1985:
de verstedelijking ging door. Rondom de idustriewijken
onstonden nieuwe wijken voor grotere gezinnen en
Arbeide
goedkope flats. Vanaf 1960 kregen meer mensen een