INLEIDING TOT DE
WIJSBEGEERTE
Julie Vanmelle
ACADEMIEJAAR 24-25
PROF PIETER ADRIAANS
Boek: Denken over denken (nieuwste editie
, Verkorte samenvatting Wijsbegeerte:
1. Wat is filosofie
inleiding
Filosofie bestaat uit een dubbele vraag dat je kunt vertalen naar een positieve & negatieve
definitie:
Pos: Welke (reeks van) kenmerken maakt filosofie uniek?
Neg: Hoe onderscheidt filosofie zich van andere domeinen?
Wetenschappers zoeken naar antwoorden op deze vragen, maar niemand weet of ze deze
zullen vinden
Pos We streven naar een einddoel/antwoord op alles
Neg We denken alles te weten
LET OP: bevindingen in de wetenschap zijn geen algemene zekerheid, na verloop van
tijd kunnen ze weerlegd worden (bv heliocentrisch wereldbeeld na eeuwen v/h
theologisch/antropocentristisch)
Taak vd filosofie: mens leren om te gaan met onzekerheid, zonder erdoor verlamd te geraken
Het is heel moeilijk om met een def vd filosofie te komen, omdat hij zo veelzijdig is en veel
raakvlakken heeft met wetenschap, religie... filosofie is anti-essentialistisch (kunt niet de
essentie eruit halen dat geldt voor alle delen vd filosofie)
3 kenmerken: attitude, methodologie, domein (hoe onderscheidt filosofie zich van andere
verwante domeinen)
Attitude:
= filosofie is kritisch denken, vragens tellen over wat als “vanzelfsprekend” gezien word
(partypoopers)
Dit kan ver gaan: bv Descartes die in vraag stelt of we wel een lichaam hebben
o Ook authoriteiten worden in twijfel getrokken is wat zij zeggen wel de
waarheid?
Authoriteit van personen
Authoriteit van eigen vermogens (zintuigen, cognitieve vermogens) (bv
optische Miller-Lyer illusie: zelf na rationeel opmeten, blijven we verschillende
lengtes zien)
Einddoel: mensen open stellen voor de mogelijkheid dat dingen anders kunnen zijn, ze
moeten zich niet neerleggen bij de status quo (niet: kritiek als einddoel)
LET OP: kritisch denken alleen maakt geen filosoof, andere domeinen (wetenschap)
moeten ook kritisch denken
Methodologie
Elke wetenschap heeft zijn eigenmethodes om theorieën te testen, de filosofie heeft er 3
Intuïtie 2 def doorheen de tijd
Kennis op onmiddelijke manier verkregen, ideeën die niemand in
twijfel kan trekken
Spontane overtuigingen die we in onze eigen geest aantreffen als we
ergens over nadenken, common sense (subjectief), niet te
veranderen ondanks bewijsmateriaal
Filosofen gaan voorzichtig om met deze methode
Conceptuele Ontrafelen & verbeteren van concepten die we in het dagelijk leven
analyse zonder nadenken gebruiken (vrijheid, liefde..)
Bv concept van psychiatrie & ziek verklaren wat houdt dat in enzo
Voordeel: kunt betere vragen stellen, die onderzoek mogelijk maken
Gedachte- Speelt zich af in de geest & wordt gebruikt om nieuwe info te verkrijgen
experiment zonder empirisch onderzoek te doen
Voordeel: vermijden problemen die zich bij fysiek onderzoek voordoen
(ethisch, financieel)
, Vb hersenen-in-een-vat experiment: stel dat onze hersenen in een vat zitten &
dat een malin génie er elektrische prikkels aan geeft waardoor wij voelen, zien,
denken.. De hersenen beschikken niet over het vermogen om na te gaan wat
de realiteit is bewijs dat onze zekerheden géén fundamentele
zekerheden zijn + kunt nooit uitsluiten dat dít niet de WH is
LET OP: deze technieken worden ook in andere domeinen gebruikt, niet uniek voor filosofie
Extra: experimentele filosofie ontstond: bouwt verder op empirische bevindingen
wetenschap <3 filosofie
Domein
= verzameling van vragen v/e bepaald type, in het geval vd filosofie zijn het onbeantwoorde
vragen (vragen die je met de middelen, kennis die je de dag van vandaag tot je beschikking hebnt
NIET kunt beantwoorden)
Bv wat is liefde?
LET OP: komt ook voor in andere domeinen
4 deeldomeinen
Filosofie is een academische discipline die 4 deeldomeinen bevat, maar ook de vraag “wat zijn
die deeldomeinen?” is moeilijk te beantwoorden
Metafysica Bestudeert aard & structuur vd wereld (waar natuurwetenschappen geen
antwoord voor heeft), de WH en wat erachter zit (wat we niet kunnen waarnemen)
Meeste vragen rond “betekenis van bestaan” wat betekent het dat
iemand bestaat?,...
Bv verhouding geest & lichaam: zijn wij meer dan onze hersenen
Fysicalisten: alles is materie: zowel hersenen, als mentale toestanden
Dualisten: mentale toestanden zijn opgebouwd uit geestenspul
Logica Kunst vh correct redeneren & argumenteren (groot deel geweid aan weerleggen van
drogredenen)
Oa slippy slope redenering: als vandaag A gebeurt, zal uiteindelijk B gebeuren en dat
willen we niet A moeten we dus ook niet doen
Bv homohuwelijken: als vandaag 2 mannen trouwen, trouwen morgen mensen met
honden
Epistemolo Kennisleer: bestrudeerd aard, structuur & mogelijkheden van kennis
gie Bv wat is kennis, wat kunnen we weten, wat is de reikwijdte van kennis...
Brain-in-a-vat: zijn we gerechtvaardigt (& in welke mate) om te geloven dat wat we
“weten” waar is
Ethiek Gaat over morele plichten (wat we wel of niet moeten doen)
≈ Normatieve universum: verzameling van rechten, plichten, aanbevelingen,
moraalfilosofie geboden & verboren; kunnen opgesplitst worden in ethische, juridische,
esthetische kwesties (deelverzamelingen vh universum)
Veel discussie in dit deeldomen: wat maakt een probleem moreel?
Een korte voorgeschiedenis vd WESTERSE filosofie
Je kunt filosofie definiëre, door naar de geschiedenis te kijken: een filosoof is iemand die zich
bezighoudt met vroegere filosofen & hun ideeën verder uitwerkt
Probleem: dit is een cirkelredenering
Daarnaast hebben ze een zeer grillige geschiedenis waarbij ze zichzelf steeds opnieuw
moesten uitvinden:
6e eeuw voor christus: Griekenlang
Wetserse filosofie ontstaat: door de omgang met andere culturen, eigen rechtspraak &
bestuur mogen bepalen, ... mensen begonnen na te denken over het leven, de
samenleving
o 1st: (natuur)filosofen gemeenschappelijk idee: levende & levenloze natuur
komen voort uit 1 stof
Thales: water anaximander: ongedefinieerde substantie > anaximenes:
lucht
, Plato & Aristoteles
Legden fundamenten voor westerse filosofie
Beide hadden visies die elkaar tegenspraken
o Plato: zintuigelijke wereld is verantwoordelijk om echte kennis te leveren,
mogelijkheid tot kennis biedt perspectief op ideale andere wereld (ideeënwereld)
o Aristtoteles: pro zintuigelijke waarneming vd wereld
Homo universali: gingen geen enkel thema uit de weg & brachten alles in verband met
een groot systeem
Duistere middeleeuwen
Middeleeuwse filosofen waren nauw verwant met christendom en zochten een band
tssn geloof & filosofie kregen tunnelvisie: alle argumenten, begrippen & theorieën
hingen samen met christendom
Baseerde zich op Plato zijn visie kwam overeen met ideologie van christendom
o Ideeënwereld = hemel zintuigelijke wereld = lichaam (afkeer hiervoor)
o Stap achteruit van natuurfilosofen: geloofsovertuigingen obv goddelijke ingeving
& niet langer obv experimenten & redeneren
Moet waarheid aanvaarden die hen overstijgd intellectuele
bescheidenheid (er zijn grenzen aan het weten, sommige waarheiden zijn van
bovennatuurlijke origine kunnen niet door het menselijk verstand begrepen
worden, moeten worden aanvaard)
Tijdperk vd Moderne wetenschap
Heropleving vd naturalistische visie tgv wetenschappelijke revolutie bovennatuurlijke
thema’s verdwijnen naar achtergrond
Veelzijdigheid vd mens als wetenschapper & filosoof
o Wetenschappers riepen nieuwe filosofische problemen op
o Filosofen losten problemen op met revolutionaire wetenschappelijke
experimenten
MAAR vele stelden wetenschap boven filosofie
o Sciëntiscme:overtuiging dat natuurwetenschappen enigste bron van echte
kennis is (over eenders welk onderwerp)
2. Descartes
Inleiding
Descartes was een curiosus (filosofie steunt op nieuwschierigheid naar nieuwe dingen,
domeinen...), die zich ergerde aan de scholastiek (middeleeuwse manier van filosoferen: bestaan
duizende ideeën over hetzelfde die allemaal uit de duim gezogen waren) . Niets dat je kon bedenken
was te zot voor woorden, maar ook niets was ondersteunt (enkel aanvaard) D leefde in de
overgang naar de moderne filosofie
Descartes wou zekerheid, geen waarschijnlijkheid
o Tegenwoordig is zekerheid een onhaalbaar ideaal: bestaat altijd kans dat
zekerheid onderuit gehaald word door nieuwe info (bv heliocentrisch wereldbeeld)
Descartes was geïnspireerd dr de wetenschappelijke revolutie
o Bv dr Erasmus: leerde mensen Latijn, Grieks & Hebreeuws, zodat ze de “echte”
bijbelteksten konden interpreteren (ipv veranderde vertalingen)
Wetenschappelijke revolutie
In de middeleeuwen: kennis bevatten gaf je authoriteit/macht, want mensen moesten die
kennis bij jou komen halen. Het probleem hiermee was dat als de authoriteit fout was,
iedereen fout was. Descartes wou een nieuwe bron van kennis: intuïtie, empirisch onderzoek,
,machines (bv telescoop), maar dit ging in tegen de authoriteit (oa christendom en de stempel dat
ze hadde achtergelaten)
Belangrijke namen
Copernicus (kosmoslogische krenking van Freud)
Fundament vd wetenschappelijke revolutie met zijn Heliocentrisme (zon is middelpunt vh
universum, niet de aarde (geocentrisme))
Geocentrisme had veel aanhangers & had een symbolische betekenis voor de kerk
(mens stond in het middelpunt)
Idee dat de mens/aarde maar een fractie was vh universum was, werd niet aanvaard
berekeningen wel
Kepler
Bouwde verder op heliocentrisch wereldbeeld, waardoor hij het steunde, maar bracht ook
aantal aanpassingen toe
1e wet van Kepler: aarde maakt ellipsvormige beweging rond de zon, geen
cirkelvormige
o Probleem: cirkel was heilig, stond voor perfectie dit ontkennen bracht opstoot
met zich mee
Toonde ook aan dat alles uit 1 materie bestond en niet uit 2 (onder- & bovenmaans)
Galilei
Bouwde verder op Copernicus & bewees Kepler + bouwde een telescoop om de
hemellichamen te bestuderen
Bleken 11 helemlichamen te zijn ipv 7 (7 dagen vd week, schepping aarde)
Galilei kreeg problemen met de kerkelijke inquisitie
Formuleerde traagheidswet: ieder lichaam behoudt bewegingstoestand (stil of bewegen) als
resulterende kracht nul is, inwendige kracht betekent verandering ( vroeger: voorwerpen
bewegen indien bezield)
Mechanisering wereldbeeld:
Traagheidswet veroorzaakte val vd scholastiek: geen bezieling nodig voor
voorwerpen/organismen te laten bewegen traagheidswet katalysator vd wetenschappelijke
revolutie: verving doeloorzaken dr mechanische oorzaken (= mechanisering vh wereldbeeld)
Doeloorzaken: oorzaken die ook dienst doen als doel, ligt in de toekomst ( bv diploma:
je wilt je diploma halen (doel) en dat is de reden dat je nu werkt (oorzaak))
Mechanische oorzaken: oorzaken die eigen zijn aan een bepaald voorwerp & die
vooraf gaan aan beweging
Invloed op descartes
Descartes had een afkeer voor de Scholastiek en keek op naar Galilei, maar had angst om
met de kerkelijke inquisitie in contact te komen door associatie met galilei’s gedachtengoed.
Toch was Descartes de eerste die een nieuwe filosofie (helemaal opnieuw begonnen) verzon obv
de wetenschappelijke revolutie & zekere kennis.
2 stappen plan om nieuwe theorie te verzinnen, elk met hun eigen methode
o Afbraak via de methode van twijfel
o Constructie via de axiomische methode
in “Discours de la methode” gebaseerd op een postmortum gepubliceerd boek “L’homme de
René Descartes”
Afbraak via twijfel
Waarop is kennis gebaseerd? Obv wat weten we iets?
Van andere kunnen zelf fouten maken (cf heliocentrisch zonnenstelsel)
Van onze zintuigen kunnen ons misleiden (cf visuele illusies)
, Ervaring geen zekere info, niet betrouwbaar (cf dromen, hallucinaties)
Als we de methoden langs waar we kennis vergaren niet mogen vertrouwen, waar stopt de
twijfel: kunnen we zeker zijn van onze zekerheden, de wiskunde, het bezitten van ons
lichaam...
Malin génie + brain-in-a-vat: wie zegt dat we niet meer dan een brein in een vat zijn,
aangestuurd door een slechterik
Van wat kun je zeker zijn als je vd zekerheden niet zeker moogt zijn?
Constructie door axiomische methode
STEL malin génie bestaat, dan enkel zeker over twijfel (minimale mentale toestand, gericht op
iets). In dit geval is twijfel = denken (als ik iets in twijfel stel, dan denk k) en als je denkt dan
ben je
Je pense, donc je suis
Dubito ergo cognito ergo sum
Conclusie: er zijn gedachten (1e zekerheid)
Uit deze 1e zekerheid volgt een 2e: ik heb in mijn hoofd een idee van volmaaktheid (God), dat
volgens het principe van oorzakelijkheid (alles heeft een oorzaak, die minstens even
groot/groter is als het gevolg) gemaakt is door de volmaaktheid zelf (oorzaak van volmaaktheid =
volmaaktheid zelf) bewijs dat God bestaat
Nu gaan alle deuren open, want God heeft dus alles gemaakt en zou niets maken zonder
zekerheid. Alles waar we onzeker over waren, wordt nu zekerheid. (God is goed en zou nooit
onze gedachten op een dwaalspoor brengen, is geen malin genie)
MAAR indien we zeker willen zijn over dingen vd buitenwereld, dan moeten we beroep doen
op de natuurwetenschappen & wiskunde (die alle kennis op voorhand kunnen geven) & niet op de
zintuigen (die enkel je eigen bestaan bewijzen).
KRITIEK:
Algemeen
Afbraakwerk is zeer goed filosofisch werk, maar contructie was niet kritisch genoeg
Identiteitsdilemma
Descartes had niet mogen spreken over een “ik”, want er is geen zekerheid dat deze “ik”
bestaat (enkel vh lichaamloze ding en de gedachten)
In het hebben v/e identiteit niet even onwaarschijnlijk als de brain-in-a-vat theorie?
o Descartes had beter gezegd “er zijn gedachten”
Toch vond Descartes identiteit belangrijk: de mens is een soort eenheid die vandaag en
bbinnen 10jr dezelfde is
o Hume dacht het tegengestelde: een baby is een onbeschreven blad, alle kennis
komt voort uit ervaring & zintuigen kind groeit: geen zekerheid dat we nu
dezelfde persoon zijn als binnen 10jr
deze waarschijnlijkheid maakte Descartes kwaad, want hij wou zekerheid
Godsbewijzen:
1. A posteriori, vanuit ervaring
o Descartes gebruikte onvolmaaktheid om bestaan van God te bewijzen
Principe van oorzakelijkheid: oorzaak moet groter zijn dan gevolg
Gevolg is volmaakt, dus oorzaak moet volmaakter zijn
Probleem: mens is onvolmaakt, dus kan niet de oorzaak zijn
Oorzaak kan enkel in volmaaktheid liggen en het enigste dat
volmaakt is, is God
o Probleem: