KUNSTEDUCATIEF ONTWERPEN
8 DIFFERENTIËREN IN MUZISCHE OPDRACHTEN
8.1 WAT IS DIFFERENTIËREN?
- Leerlingen hebben verschillende niveaus en onderwijsbehoeften
- Onderwijs aangepast aan verschillen tussen leerlingen
- Kinderen hebben het recht om ongelijk behandeld te worden: differentiatie
- Differentiëren = wijze waarop een leerkracht met de verschillen tussen leerlingen
omgaat en daarop zijn of haar onderwijs afstemt
o Doel: tegemoetkomen aan de verschillende leerbehoeften van alle leerlingen om
daarmee de leermogelijkheden van alle leerlingen in de klas te vergroten
8.1.1 DIFFERENTIËREN START MET EEN GOED ZICHT OP DE BEGINSITUATIE
- Heel wat ontwikkelingsregelementen kunnen de beginsituatie beïnvloeden:
o Taalvaardigheid:
Kinderen die beperkt of geen Nederlandse taal kennen = taalstimulansen
Kinderen die taalvaardig zijn meer uitdaging
o Sociale vaardigheden:
Manier waarop kinderen in interactie komen
Manier van omgaan
Niet te onderschatten
o Zelfbeeld, een positieve ingesteldheid:
Hebben ze zelfvertrouwen?
Zijn ze nieuwsgierig, gemotiveerd?
o Denkontwikkeling:
Hoe terugblikken?
Executieve functies = controlefuncties in de hersenen zijn nodig om taak
uit te voeren, organiseren, flexibel denken
o Motorische ontwikkeling:
Erg belangrijk, zowel klein, als groot-motorische handelingen komen aan
bod
8.1.2 HEEL WAT MOGELIJKHEDEN ZOWEL VERBAAL ALS NON-VERBAAL
IN SOMMIGE WERKVORMEN ZIJN TAAL NET
NON-VERBALE WERKVORMEN
HEEL BELANGRIJK
- Biedt het een context om spontaan en
op eigen niveau verbaal tot expressie
- Beeld: werken met afbeeldingen
te komen
- Drama en dans: werken vanuit je
- Passief taalgebruik =
lichaam/voorwerpen
opdrachten/instructie begrijpen en
- Muziek: werken met klanken
elkaar verstaan
- Media: werken met beeldmateriaal
- Reflectie gebeurt vaak met taal
hoeft niet altijd
8 DIFFERENTIËREN IN MUZISCHE OPDRACHTEN
8.1 WAT IS DIFFERENTIËREN?
- Leerlingen hebben verschillende niveaus en onderwijsbehoeften
- Onderwijs aangepast aan verschillen tussen leerlingen
- Kinderen hebben het recht om ongelijk behandeld te worden: differentiatie
- Differentiëren = wijze waarop een leerkracht met de verschillen tussen leerlingen
omgaat en daarop zijn of haar onderwijs afstemt
o Doel: tegemoetkomen aan de verschillende leerbehoeften van alle leerlingen om
daarmee de leermogelijkheden van alle leerlingen in de klas te vergroten
8.1.1 DIFFERENTIËREN START MET EEN GOED ZICHT OP DE BEGINSITUATIE
- Heel wat ontwikkelingsregelementen kunnen de beginsituatie beïnvloeden:
o Taalvaardigheid:
Kinderen die beperkt of geen Nederlandse taal kennen = taalstimulansen
Kinderen die taalvaardig zijn meer uitdaging
o Sociale vaardigheden:
Manier waarop kinderen in interactie komen
Manier van omgaan
Niet te onderschatten
o Zelfbeeld, een positieve ingesteldheid:
Hebben ze zelfvertrouwen?
Zijn ze nieuwsgierig, gemotiveerd?
o Denkontwikkeling:
Hoe terugblikken?
Executieve functies = controlefuncties in de hersenen zijn nodig om taak
uit te voeren, organiseren, flexibel denken
o Motorische ontwikkeling:
Erg belangrijk, zowel klein, als groot-motorische handelingen komen aan
bod
8.1.2 HEEL WAT MOGELIJKHEDEN ZOWEL VERBAAL ALS NON-VERBAAL
IN SOMMIGE WERKVORMEN ZIJN TAAL NET
NON-VERBALE WERKVORMEN
HEEL BELANGRIJK
- Biedt het een context om spontaan en
op eigen niveau verbaal tot expressie
- Beeld: werken met afbeeldingen
te komen
- Drama en dans: werken vanuit je
- Passief taalgebruik =
lichaam/voorwerpen
opdrachten/instructie begrijpen en
- Muziek: werken met klanken
elkaar verstaan
- Media: werken met beeldmateriaal
- Reflectie gebeurt vaak met taal
hoeft niet altijd