KUNSTEDUCATIEF ONTWERPEN
3 PROCESGERICHT ONTWERPEN
3.1 INLEIDING
3.1.1 KIJKEN NAAR KUNST – BESCHOUWEN EN CREËREN
3.1.2 KIJKEN NAAR KUNST – HET BESCHOUWEND GESPREK
- Waarom wil je beschouwen in een activiteit? Wat is het DOEL van de
beschouwing?
Gericht waarnemen
(beschrijving):
- Goed kijken of luisteren
- Waarneembare
omschrijven en opsommen
- Geheel en details
Verwerking (mening-
Eerste spontane indrukken inspiratie):
(beleving):
- Appreciatie uitdrukken
- Afvuren van eerste reacties - Opborrelen van
- Spontane beleving en inspiratie
gevoel weergeven - Terugblikken op kijk-
- Associaties maken
Verder (onder)zoeken
(analyse):
- Verder fantaseren en
associëren
- Interpreteren van betekenis
- Ontleden van vormgeving
, 3.1.3 KIJKEN NAAR KUNST – ACTIEF BESCHOUWEN
Maak het ruimtelijk:
Zorg voor focus: - Maak het werk
tastbaar of
- Toon deeltjes manipuleerbaar
- Isoleer Laat vergelijken: - Perspectiefwissel
- Zintuig weghalen - Er in/op/tussen
- Kijk- en - Creaties vergelijken spelen
luistertrucjes - In eigen woorden
benoemen wat
verschillen zijn
- Laat creaties en
voorwerpen ordenen op
basis van gelijkenissen
3.2 CREATIEF PROCES
- 4 fases die we kunnen doorlopen
= uit de vorige stap
= onderzoeken, = nagaan of de
keuzes maken.
= kennismaking met mogelijkheden oplossing voldoet
Convergent denken,
de uitdaging. Weten aftasten, aan de eisen van de
vormgeven, tot een
wat er zal gebeuren uitproveren, uitdaging, het
resultaat of ervaring
divergent denken resultaat presenteren
koen
3.2.1 DE STARTFASE : INLEIDING
Het creatief proces: waarom doen we dit?
- Welke vorm je ook aanbiedt, in het begin zal je eerst sfeer scheppen om daarna met
veel zin aan de slag te gaan
- In de inleiding wil je:
o De aandacht grijpen van kleuters voor wat zal komen
o De kleuters zin geven om te starten/motiveren
o Uitleggen wat ze zullen beleven
o Activiteiten koppelen aan thema/belangstellingscentrum betekenisvol
3 PROCESGERICHT ONTWERPEN
3.1 INLEIDING
3.1.1 KIJKEN NAAR KUNST – BESCHOUWEN EN CREËREN
3.1.2 KIJKEN NAAR KUNST – HET BESCHOUWEND GESPREK
- Waarom wil je beschouwen in een activiteit? Wat is het DOEL van de
beschouwing?
Gericht waarnemen
(beschrijving):
- Goed kijken of luisteren
- Waarneembare
omschrijven en opsommen
- Geheel en details
Verwerking (mening-
Eerste spontane indrukken inspiratie):
(beleving):
- Appreciatie uitdrukken
- Afvuren van eerste reacties - Opborrelen van
- Spontane beleving en inspiratie
gevoel weergeven - Terugblikken op kijk-
- Associaties maken
Verder (onder)zoeken
(analyse):
- Verder fantaseren en
associëren
- Interpreteren van betekenis
- Ontleden van vormgeving
, 3.1.3 KIJKEN NAAR KUNST – ACTIEF BESCHOUWEN
Maak het ruimtelijk:
Zorg voor focus: - Maak het werk
tastbaar of
- Toon deeltjes manipuleerbaar
- Isoleer Laat vergelijken: - Perspectiefwissel
- Zintuig weghalen - Er in/op/tussen
- Kijk- en - Creaties vergelijken spelen
luistertrucjes - In eigen woorden
benoemen wat
verschillen zijn
- Laat creaties en
voorwerpen ordenen op
basis van gelijkenissen
3.2 CREATIEF PROCES
- 4 fases die we kunnen doorlopen
= uit de vorige stap
= onderzoeken, = nagaan of de
keuzes maken.
= kennismaking met mogelijkheden oplossing voldoet
Convergent denken,
de uitdaging. Weten aftasten, aan de eisen van de
vormgeven, tot een
wat er zal gebeuren uitproveren, uitdaging, het
resultaat of ervaring
divergent denken resultaat presenteren
koen
3.2.1 DE STARTFASE : INLEIDING
Het creatief proces: waarom doen we dit?
- Welke vorm je ook aanbiedt, in het begin zal je eerst sfeer scheppen om daarna met
veel zin aan de slag te gaan
- In de inleiding wil je:
o De aandacht grijpen van kleuters voor wat zal komen
o De kleuters zin geven om te starten/motiveren
o Uitleggen wat ze zullen beleven
o Activiteiten koppelen aan thema/belangstellingscentrum betekenisvol