Samenvatting virologie
0.Praktische informatie
Leerdoelstellingen per hoofdstuk: scheiding hoofdzaken en bijzaken hulp voor examen
Handboek: Fenner’s Veterinary Virology
Cursus voor groot deel hierop gebaseerd
2 delen
o Deel 1: algemene virologie (deze cursus)
o Deel 2: verschillende virusfamilies en hun effecten
Handboek: how pathogenic viruses work – Lauren Sompayrac
Hoorcolleges + lesopnames!
Examen
24/04/2024
Multiple choice
1.Inleiding en korte historiek
Oudste bewijzen van virussen bij mens
Pokkenvirus: 1100 v. Chr.
Poliovirus: 1500 v. Chr.
Concept vaccinatie: ontdekt door Edward Jenner (1749-1823)
Ontwikkelde een primitief vaccin tegen pokken in 1796
Louis Pasteur: vaccin tegen Rabiës (1884)
1898: Loeffler en Frosch ontdekte dat virussen filtreerbaar zijn
Weefselmateriaal van zieke dieren filteren met filter die kleinste bacteriën kan
tegenhouden
De filtreerbaarheid is de reden dat ze zolang aan onderzoek ontsnapt zijn
Eerst ontdekte plantenvirus: takabsmozaïekvirus (TMV, 1892)
Ontdekker: Iwanovsky
Eerst ontdekte dierlijke virus: mond-en-klauwzeer virus, 1898
Eerst ontdekte menselijke virus: gele koorts, 1901
Overdracht via muggen
Ontdekt door Walter Reed en James Caroll
1
,Rous Sarcoma Virus: ontdekt door Rous, 1911
Kwaadaardig tumorproces bij kippen
Ontdekking bacteriofagen: 1915
Enkele jaren geleden: mimivirus
= virus van amoeben dat door een kleiner virus geparasiteerd kan worden
Woodruff en Goodpasture, 1931: eieren gebruiken voor viruskweek
Enders, 1949: celculturen gebruiken voor kweken poliovirus
Uiteindelijk besef: virussen zijn infectieuze agentia die specifieke kenmerken vertonen in
verband met hun manier van vermeerdering en ziekteverwekking
2.Algemene eigenschappen van virussen
2.1.Natuur van virussen
Virussen = infectieuze agentia met zeer kleine afmetingen, in nm (1 nm = 10-9 m) uitgedrukt
Voornaamste eigenschappen virussen
Belangrijkste bestanddelen
o Nucleïnezuur: bevatten slechts 1 soort: DNA of RNA
o Eiwitten
Vermeerderen uitsluitend intracellulair
o Geen eigen biosynthetisch mechanisme voor productie van energie en
macromoleculen
o Zijn volledig inert buiten gastheer
Virusinfectie van een cel = geheel van processen die zich in de cel voordoen na introductie van
viraal genoom
Verschillen virussen – bacteriën
Virussen Bacteriën
Afmetingen (nm) 15-400 >1000
Vermeerderen op synthetische Neen Ja
voedingsbodem?
RNA + DNA Neen Ja
Ribosomen Neen Ja
Metabolisme Neen Ja
Gevoelig aan IFN = eiwit aangemaakt Ja Neen
door geïnfecteerde viruscellen
Gevoelig aan antibiotica Neen Ja
2.2Morfologie en structuur van diervirussen
Algemene structuur
2
, Centraal nucleïnezuur = nucleoïed
Kapsied = eiwitmantel: omgeeft nucleoïed
o Nucleoïed + kapsied = nucleokapsied
Soms bijkomende envelop = lipoproteïnemembraan rond nucleokapsied
o ! virussen met envelop zijn kwetsbaarder dan naakte virussen omdat envelop
makkelijk aangetast raakt door alcoholen, zepen en detergenten
Belangrijke definities
Virion = extracellulair viruspartikel
Virus = intra- en extracellulaire virus(partikels)
Viroid = plantenvirus
Kapsomeren = identieke, morfologische eenheden waaruit het kapsied is opgebouwd
o Kunnen bestaan uit één of een combinatie van virale eiwitten
Peplomeren = uitsteeksels op het oppervlak van virussen met een envelop
o Synoniem: spikes
o Bevatten specifieke virale eiwitten
Nucleokapsied = geheel van nucleïnezuur en eiwitomhulsel binnenin virion
2.2.1.Methoden voor studie van morfologie en structuur van virussen
Elektronenmicroscoop: verantwoordelijk voor bijna volledige huidige kennis van afmeting en
structuur virussen
Elektronen worden elektrisch versneld door geleiding in luchtledige kolom
Elektronen komen op materiaal verstrooiing naargelang atoom- of moleculair gewicht
Projectie op fluorescerend scherm / fotografische plaat contrastbeeld
‘gridje’ = minuscuul metaal roostertje met plastic film over waarop preparaat wordt
aangebracht (draagglaasjes zijn te dik)
Virussen bestuderen met
o Negatieve kleuring: meest gebruikt voor bepalen virusmorfologie
Fosfotungsteenzuur: sterke verstrooiing elektronen mengen met
virussuspensie virussen: niet gekleurd, niet-virus: gekleurd
Ook gebruiken voor diagnose
o Ultradunne sneden: virusgrootte, intracellulaire lokalisatie en morfogenese van
virus bepalen
o Schaduwtechniek: virussuspentie onder vacuüm in evaporatietoestel brengen
Cryo-elektronenmicroscopie = viruspreparaat snel invriezen (-80°C) op gekoeld gridje voor
elektronenmicroscopisch onderzoek bevindt zich in glasachtig, niet-kristallijn waterlaagje
Geen gebruik kleurstoffen of zware metalen: viruspartikels structureel beter bewaard
Hogere resolutie
Elektronenmicroscopisch onderzoek: verschil in elektronendensiteit tussen eiwitten en
lipiden van viruspartikels en omgevende watermatrix
Reeks 2D-beelden 3D-reconstructie virus via computergestuurde mathematische
modellen en beeldanalyse
x-straal kristallografie = virussen bestuderen tot op atomisch niveau
3
, Viruskristallen maken
Kristallen van virus bestralen met X-stralen
Atomen uit kristal buigen X-stralen af met specifiek patroon vingerafdruk van
moleculaire structuur van viruseiwitten
3D-beelden als resultaat
Geleidt tot nieuwe inzichten
o Organisatie en assemblage van virussen
o Locatie van antigene gebieden aan buitenzijde virus
o Bepaalde aspecten van virusadhesie en penetratie in cellen
2.2.2.Symmetrie van virussen
Symmetrie bij virussen: dankzij geringe genetische informatie slechts coderen voor kleine
hoeveelheid bouwstenen die telkens op dezelfde manier gebruikt worden
Meeste virussen: sferisch of bolvormig
Poxviridae: balkvormig
Rhabdoviridae: kogelvormig
2 soorten virussen op basis van structuur en symmetrie
Kubische / eicosahedrale symmetrie
Schroefvormige symmetrie
Kubische / eicosahedrale symmetrie
Kapsomeren rond nucleoïd geordend gesloten vorm van eicosaheder
Eicosaheder = gesloten figuur met
o 20 vlakken: gelijkzijdige driehoeken
o 12 hoekpunten
o 30 ribben
Symmetrie tegenover
o 2-voudige as: 180°C draaien
o 3-voudige as: 120°C draaien
o 5-voudige as: 72°C draaien
Meestal wordt kapsied gevormd door meerdere eiwitten
o Desmodium yellow motte virus: kapsied gevormd
door 1 soort eiwit
Vb. Picornavirus: bevat poliovirus, mond-en-klauwzeer, rhino
o Viruspartikels: klein (20 nm) en eenvoudig
o Kapsied: 60 kapsomermen, elke bestaande uit
complex van 4 virale proteïnen
VP1, VP2, VP3: vormen de buitenzijde, de
driehoeken
VP4: binnenzijde kapsied
Vb. Adenovirus
o Viruspartikels: groter (80 nm), meer complex, kubische symmetrie
o Kapsied: 252 kapsomeren
240 kapsomeren op vlakken
4
0.Praktische informatie
Leerdoelstellingen per hoofdstuk: scheiding hoofdzaken en bijzaken hulp voor examen
Handboek: Fenner’s Veterinary Virology
Cursus voor groot deel hierop gebaseerd
2 delen
o Deel 1: algemene virologie (deze cursus)
o Deel 2: verschillende virusfamilies en hun effecten
Handboek: how pathogenic viruses work – Lauren Sompayrac
Hoorcolleges + lesopnames!
Examen
24/04/2024
Multiple choice
1.Inleiding en korte historiek
Oudste bewijzen van virussen bij mens
Pokkenvirus: 1100 v. Chr.
Poliovirus: 1500 v. Chr.
Concept vaccinatie: ontdekt door Edward Jenner (1749-1823)
Ontwikkelde een primitief vaccin tegen pokken in 1796
Louis Pasteur: vaccin tegen Rabiës (1884)
1898: Loeffler en Frosch ontdekte dat virussen filtreerbaar zijn
Weefselmateriaal van zieke dieren filteren met filter die kleinste bacteriën kan
tegenhouden
De filtreerbaarheid is de reden dat ze zolang aan onderzoek ontsnapt zijn
Eerst ontdekte plantenvirus: takabsmozaïekvirus (TMV, 1892)
Ontdekker: Iwanovsky
Eerst ontdekte dierlijke virus: mond-en-klauwzeer virus, 1898
Eerst ontdekte menselijke virus: gele koorts, 1901
Overdracht via muggen
Ontdekt door Walter Reed en James Caroll
1
,Rous Sarcoma Virus: ontdekt door Rous, 1911
Kwaadaardig tumorproces bij kippen
Ontdekking bacteriofagen: 1915
Enkele jaren geleden: mimivirus
= virus van amoeben dat door een kleiner virus geparasiteerd kan worden
Woodruff en Goodpasture, 1931: eieren gebruiken voor viruskweek
Enders, 1949: celculturen gebruiken voor kweken poliovirus
Uiteindelijk besef: virussen zijn infectieuze agentia die specifieke kenmerken vertonen in
verband met hun manier van vermeerdering en ziekteverwekking
2.Algemene eigenschappen van virussen
2.1.Natuur van virussen
Virussen = infectieuze agentia met zeer kleine afmetingen, in nm (1 nm = 10-9 m) uitgedrukt
Voornaamste eigenschappen virussen
Belangrijkste bestanddelen
o Nucleïnezuur: bevatten slechts 1 soort: DNA of RNA
o Eiwitten
Vermeerderen uitsluitend intracellulair
o Geen eigen biosynthetisch mechanisme voor productie van energie en
macromoleculen
o Zijn volledig inert buiten gastheer
Virusinfectie van een cel = geheel van processen die zich in de cel voordoen na introductie van
viraal genoom
Verschillen virussen – bacteriën
Virussen Bacteriën
Afmetingen (nm) 15-400 >1000
Vermeerderen op synthetische Neen Ja
voedingsbodem?
RNA + DNA Neen Ja
Ribosomen Neen Ja
Metabolisme Neen Ja
Gevoelig aan IFN = eiwit aangemaakt Ja Neen
door geïnfecteerde viruscellen
Gevoelig aan antibiotica Neen Ja
2.2Morfologie en structuur van diervirussen
Algemene structuur
2
, Centraal nucleïnezuur = nucleoïed
Kapsied = eiwitmantel: omgeeft nucleoïed
o Nucleoïed + kapsied = nucleokapsied
Soms bijkomende envelop = lipoproteïnemembraan rond nucleokapsied
o ! virussen met envelop zijn kwetsbaarder dan naakte virussen omdat envelop
makkelijk aangetast raakt door alcoholen, zepen en detergenten
Belangrijke definities
Virion = extracellulair viruspartikel
Virus = intra- en extracellulaire virus(partikels)
Viroid = plantenvirus
Kapsomeren = identieke, morfologische eenheden waaruit het kapsied is opgebouwd
o Kunnen bestaan uit één of een combinatie van virale eiwitten
Peplomeren = uitsteeksels op het oppervlak van virussen met een envelop
o Synoniem: spikes
o Bevatten specifieke virale eiwitten
Nucleokapsied = geheel van nucleïnezuur en eiwitomhulsel binnenin virion
2.2.1.Methoden voor studie van morfologie en structuur van virussen
Elektronenmicroscoop: verantwoordelijk voor bijna volledige huidige kennis van afmeting en
structuur virussen
Elektronen worden elektrisch versneld door geleiding in luchtledige kolom
Elektronen komen op materiaal verstrooiing naargelang atoom- of moleculair gewicht
Projectie op fluorescerend scherm / fotografische plaat contrastbeeld
‘gridje’ = minuscuul metaal roostertje met plastic film over waarop preparaat wordt
aangebracht (draagglaasjes zijn te dik)
Virussen bestuderen met
o Negatieve kleuring: meest gebruikt voor bepalen virusmorfologie
Fosfotungsteenzuur: sterke verstrooiing elektronen mengen met
virussuspensie virussen: niet gekleurd, niet-virus: gekleurd
Ook gebruiken voor diagnose
o Ultradunne sneden: virusgrootte, intracellulaire lokalisatie en morfogenese van
virus bepalen
o Schaduwtechniek: virussuspentie onder vacuüm in evaporatietoestel brengen
Cryo-elektronenmicroscopie = viruspreparaat snel invriezen (-80°C) op gekoeld gridje voor
elektronenmicroscopisch onderzoek bevindt zich in glasachtig, niet-kristallijn waterlaagje
Geen gebruik kleurstoffen of zware metalen: viruspartikels structureel beter bewaard
Hogere resolutie
Elektronenmicroscopisch onderzoek: verschil in elektronendensiteit tussen eiwitten en
lipiden van viruspartikels en omgevende watermatrix
Reeks 2D-beelden 3D-reconstructie virus via computergestuurde mathematische
modellen en beeldanalyse
x-straal kristallografie = virussen bestuderen tot op atomisch niveau
3
, Viruskristallen maken
Kristallen van virus bestralen met X-stralen
Atomen uit kristal buigen X-stralen af met specifiek patroon vingerafdruk van
moleculaire structuur van viruseiwitten
3D-beelden als resultaat
Geleidt tot nieuwe inzichten
o Organisatie en assemblage van virussen
o Locatie van antigene gebieden aan buitenzijde virus
o Bepaalde aspecten van virusadhesie en penetratie in cellen
2.2.2.Symmetrie van virussen
Symmetrie bij virussen: dankzij geringe genetische informatie slechts coderen voor kleine
hoeveelheid bouwstenen die telkens op dezelfde manier gebruikt worden
Meeste virussen: sferisch of bolvormig
Poxviridae: balkvormig
Rhabdoviridae: kogelvormig
2 soorten virussen op basis van structuur en symmetrie
Kubische / eicosahedrale symmetrie
Schroefvormige symmetrie
Kubische / eicosahedrale symmetrie
Kapsomeren rond nucleoïd geordend gesloten vorm van eicosaheder
Eicosaheder = gesloten figuur met
o 20 vlakken: gelijkzijdige driehoeken
o 12 hoekpunten
o 30 ribben
Symmetrie tegenover
o 2-voudige as: 180°C draaien
o 3-voudige as: 120°C draaien
o 5-voudige as: 72°C draaien
Meestal wordt kapsied gevormd door meerdere eiwitten
o Desmodium yellow motte virus: kapsied gevormd
door 1 soort eiwit
Vb. Picornavirus: bevat poliovirus, mond-en-klauwzeer, rhino
o Viruspartikels: klein (20 nm) en eenvoudig
o Kapsied: 60 kapsomermen, elke bestaande uit
complex van 4 virale proteïnen
VP1, VP2, VP3: vormen de buitenzijde, de
driehoeken
VP4: binnenzijde kapsied
Vb. Adenovirus
o Viruspartikels: groter (80 nm), meer complex, kubische symmetrie
o Kapsied: 252 kapsomeren
240 kapsomeren op vlakken
4