Diergedrag en dierenwelzijn
1. Ethiek
1.1. Korte recap van dierethiek
Wat is ethiek?
Ethiek = nadenken = reflectie
Nadenken over ‘waarom we bepaalde handelingen of acties
ondernemen’
o Gaat om eigen acties
! Ethiek is menselijk construct
Mensen: niet de enige soort met moraliteitsbesef
Wetenschap Ethiek
Observatie Reflectie
Wat is Wat zou moeten
“Ist-wert” “Soll-wert”
Ethiek: fundamenteel totaal verschillend dan exacte wetenschap
nadenken over wat we zouden moeten doen in de realiteit
PROBLEEM: in werkveld
Beginnen met identificatie probleem probleem gekend: je weet
hoe je dat moet oplossen
Echter: geen éénduidige oplossing in diergeneeskunde opties die
je informeren wat je zou kunnen doen, maar niet noodzakelijk wat je
zou moeten doen
Ethiek = kiezen tussen verschillende opties of kiezen om iets niet
te doen
De morele cirkel: menselijke handelingen, maar in relatie tot wie of wat?
= concept dat verteld waarover je ethisch moet nadenken, welke
entiteiten je als ethisch belangrijk beschouwt, en waarmee je dus
niet zomaar eender wat kan doen
Verschillende vomen
o Antropocentrisme = enkel mens relevant
Klassieke, West-Europese, Christelijke verlichtingspositie
(al eeuwenlang)
o Zoöcentrisme = alle dieren relevant (incl. mens)
1
, Puur zoöcentrisme: dieren zijn ethisch gelijkwaardig aan
de mens
💡Veel mensen beweren zoöcentrisch te zijn, maar als je
doorvraagt blijkt dit al snel niet zo te zijn.
o Biocentrisme = alle levende wezens (mens + dier + planten +
bacteriën + …)
o Ecocentrisme = heel het milieu of ecosysteem (+ mens + dier
+ planten + …)
Vnl. focus op ecosysteem
Meervoorkomend dan biocentrisme
Maatschappelijke positie: tussen antropocentrisme en zoöcentrisme
(echter nog iets dichter bij antropocentrisme)
Historisch zien we dat de maatschappelijke positie steeds meer
ethisch belangrijke entiteiten omvat.
Morele relevantie
2 types
o Morele agent / actor = moreel subject
o Morele patient = moreel object
Subject: mensen met volle vermogens tot het maken van ethische
beslissingen
o Degene die de acties uitvoert waarover we moeten nadenken
o 💡Niet alle mensen zijn subjecten: pasgeboren kinderen,
mensen met dementie, comateuze personen, …
Object: de rest van de moreel relevante entiteiten
o Degene die de handelingen ondergaat, maar op zichzelf ook
wel ethische waarde heeft (je doet er dus niet zomaar mee wat
je wilt)
o ! Definitie van ‘rest’ is afhankelijk van de morele cirkel
Hoe werkt ethiek?
“Systematische reflectie” welke systematiek?
o Geen absoluut antwoord
o Geen gouden standaard
Diverse stromingen
Diverse systemen
Hoe spreken we over ethiek: verschillende stromingen
Deugdenethiek
o Aristoteles (350 B.C.)
o Belangrijke elementen
Telos of doel van een handeling (of zelfs het leven)
Deugden ( karaktereigenschappen)
2
, o Deugd = (rationele) midden tussen 2 passies
4 belangrijkste: moed, gematigdheid, verstandigheid,
rechtvaardigheid
o A.d.h.v. het doel van de handeling bepalen of iets goed of
slecht is (ongeacht het effect van de handeling)
o In verleden niet zo belangrijk voor veterinaire sector, maar
laatste jaren mogelijks aan comeback bezig.
Gevolgenethiek = consequentialisme
o Belangrijkste versie: utilitarisme
Jeremy Bentham: ‘The greatest good for the greatest
number”
Dingen tegen elkaar afwegen
! Geen vermelding dat handelingen die voor iedereen
positief zijn, als ‘goed’ bestempeld mogen worden
💡Hierin zit verwerkt dat handelingen die slecht zijn,
aanvaardbaar zijn als ze in de meerderheid van de
gevallen positief zijn.
Vb. vaccinatie: positieve gevolgen schatten we
algemeen hoger in dan de negatieve gevolgen (zoals de
prik, …)
John Stuart Mill: opvolger Bentham maakte punt van
rassen- en gendergelijkheid
o Beslissingscriterium: gevolgen
Pijn, lijden, vreugde, …
o Dezelfde gevolgen wegen voor iedereen hetzelfde
“Equal consideration of interests”
o Positieve en negatieve gevolgen compenseren erlkaar
Proportionaliteit: iets is goed als het meer positieve dan
negatieve gevolgen heeft
o Sterk belang gehad binnen de veterinaire sector in de laatste
50 jaar
o Behoorlijk controversieel met antropocentrisme
Zoöcentrisme
o Capaciteit tot lijden
Belangrijke namen: Bentham, Singer
Basisboek: “Animal Liberation” (1975)
“Pro mens, pro dier” of “dierenbevrijding”
Oorspronkelijk weinig onderscheid pijn / lijden
“Pathocentrisme” (pathos = lijden)
Pijn / lijden alle gevoelige wezens (“sentient
beings”) betrokken partij
o Subjects of a life
Regan
3
, “The case for animal rights”
Basis: ervaringspotentieel van sommige levende wezens
Ervaren = beleven vs. Leven vs. Zijn
“Subjects of a life” vs. objecten
Iets / iemand heeft een intrinsieke waarheid als: ‘die
dingen meer zijn dan levend materiaal, ze hebben een
soort van leven-beleven’
Wel een hond, geen boom bijvoorbeeld
Dingen die in staat zijn iets te doen met hun ervaring
hebben biografie (= levensverhaal)
o Capabilities
Nussbaum
“Beyond ‘Compassion and Humanity’”
Vertaald als ‘Een waardig bestaan. Over
dierenrechten.’
Nieuw boek 2023: Justice for Animals
Basis: vermogens van sommige levende wezens om
interacties aan te gaan met omgeving
Vertrekt vanuit rechtvaardigheid: dieren hebben een
waardigheid en wat is een rechtvaardige manier om
daarmee om te gaan
Plichtethiek (= deontologie)
o Immanuel Kant
Kantiaans denken: wat zijn we verplicht om te doen, om
het goede te doen / een goede mens te zijn
Tegenwoordig: meer denken vanuit rechtendiscours
o Basis = intrinsieke waarde van een individu (= onverkleinbare
waarde)
Je hebt de plicht om op een bepaalde manier behandeld
te worden
Diverse mogelijkheden, bv. “ervaringspotentieel”
o Criterium = morele principes
“Categorische imperatieven” ( Kant)
Resulteren in rechten en plichten
o Rechten om op bepaalde manieren (niet) behandeld te worden
Zelfs als er geen lijden is, kan iets toch problematisch zijn
Impliceert niet noodzakelijk plichten bij hetzelfde individu!
Ethische kruistabel
4
1. Ethiek
1.1. Korte recap van dierethiek
Wat is ethiek?
Ethiek = nadenken = reflectie
Nadenken over ‘waarom we bepaalde handelingen of acties
ondernemen’
o Gaat om eigen acties
! Ethiek is menselijk construct
Mensen: niet de enige soort met moraliteitsbesef
Wetenschap Ethiek
Observatie Reflectie
Wat is Wat zou moeten
“Ist-wert” “Soll-wert”
Ethiek: fundamenteel totaal verschillend dan exacte wetenschap
nadenken over wat we zouden moeten doen in de realiteit
PROBLEEM: in werkveld
Beginnen met identificatie probleem probleem gekend: je weet
hoe je dat moet oplossen
Echter: geen éénduidige oplossing in diergeneeskunde opties die
je informeren wat je zou kunnen doen, maar niet noodzakelijk wat je
zou moeten doen
Ethiek = kiezen tussen verschillende opties of kiezen om iets niet
te doen
De morele cirkel: menselijke handelingen, maar in relatie tot wie of wat?
= concept dat verteld waarover je ethisch moet nadenken, welke
entiteiten je als ethisch belangrijk beschouwt, en waarmee je dus
niet zomaar eender wat kan doen
Verschillende vomen
o Antropocentrisme = enkel mens relevant
Klassieke, West-Europese, Christelijke verlichtingspositie
(al eeuwenlang)
o Zoöcentrisme = alle dieren relevant (incl. mens)
1
, Puur zoöcentrisme: dieren zijn ethisch gelijkwaardig aan
de mens
💡Veel mensen beweren zoöcentrisch te zijn, maar als je
doorvraagt blijkt dit al snel niet zo te zijn.
o Biocentrisme = alle levende wezens (mens + dier + planten +
bacteriën + …)
o Ecocentrisme = heel het milieu of ecosysteem (+ mens + dier
+ planten + …)
Vnl. focus op ecosysteem
Meervoorkomend dan biocentrisme
Maatschappelijke positie: tussen antropocentrisme en zoöcentrisme
(echter nog iets dichter bij antropocentrisme)
Historisch zien we dat de maatschappelijke positie steeds meer
ethisch belangrijke entiteiten omvat.
Morele relevantie
2 types
o Morele agent / actor = moreel subject
o Morele patient = moreel object
Subject: mensen met volle vermogens tot het maken van ethische
beslissingen
o Degene die de acties uitvoert waarover we moeten nadenken
o 💡Niet alle mensen zijn subjecten: pasgeboren kinderen,
mensen met dementie, comateuze personen, …
Object: de rest van de moreel relevante entiteiten
o Degene die de handelingen ondergaat, maar op zichzelf ook
wel ethische waarde heeft (je doet er dus niet zomaar mee wat
je wilt)
o ! Definitie van ‘rest’ is afhankelijk van de morele cirkel
Hoe werkt ethiek?
“Systematische reflectie” welke systematiek?
o Geen absoluut antwoord
o Geen gouden standaard
Diverse stromingen
Diverse systemen
Hoe spreken we over ethiek: verschillende stromingen
Deugdenethiek
o Aristoteles (350 B.C.)
o Belangrijke elementen
Telos of doel van een handeling (of zelfs het leven)
Deugden ( karaktereigenschappen)
2
, o Deugd = (rationele) midden tussen 2 passies
4 belangrijkste: moed, gematigdheid, verstandigheid,
rechtvaardigheid
o A.d.h.v. het doel van de handeling bepalen of iets goed of
slecht is (ongeacht het effect van de handeling)
o In verleden niet zo belangrijk voor veterinaire sector, maar
laatste jaren mogelijks aan comeback bezig.
Gevolgenethiek = consequentialisme
o Belangrijkste versie: utilitarisme
Jeremy Bentham: ‘The greatest good for the greatest
number”
Dingen tegen elkaar afwegen
! Geen vermelding dat handelingen die voor iedereen
positief zijn, als ‘goed’ bestempeld mogen worden
💡Hierin zit verwerkt dat handelingen die slecht zijn,
aanvaardbaar zijn als ze in de meerderheid van de
gevallen positief zijn.
Vb. vaccinatie: positieve gevolgen schatten we
algemeen hoger in dan de negatieve gevolgen (zoals de
prik, …)
John Stuart Mill: opvolger Bentham maakte punt van
rassen- en gendergelijkheid
o Beslissingscriterium: gevolgen
Pijn, lijden, vreugde, …
o Dezelfde gevolgen wegen voor iedereen hetzelfde
“Equal consideration of interests”
o Positieve en negatieve gevolgen compenseren erlkaar
Proportionaliteit: iets is goed als het meer positieve dan
negatieve gevolgen heeft
o Sterk belang gehad binnen de veterinaire sector in de laatste
50 jaar
o Behoorlijk controversieel met antropocentrisme
Zoöcentrisme
o Capaciteit tot lijden
Belangrijke namen: Bentham, Singer
Basisboek: “Animal Liberation” (1975)
“Pro mens, pro dier” of “dierenbevrijding”
Oorspronkelijk weinig onderscheid pijn / lijden
“Pathocentrisme” (pathos = lijden)
Pijn / lijden alle gevoelige wezens (“sentient
beings”) betrokken partij
o Subjects of a life
Regan
3
, “The case for animal rights”
Basis: ervaringspotentieel van sommige levende wezens
Ervaren = beleven vs. Leven vs. Zijn
“Subjects of a life” vs. objecten
Iets / iemand heeft een intrinsieke waarheid als: ‘die
dingen meer zijn dan levend materiaal, ze hebben een
soort van leven-beleven’
Wel een hond, geen boom bijvoorbeeld
Dingen die in staat zijn iets te doen met hun ervaring
hebben biografie (= levensverhaal)
o Capabilities
Nussbaum
“Beyond ‘Compassion and Humanity’”
Vertaald als ‘Een waardig bestaan. Over
dierenrechten.’
Nieuw boek 2023: Justice for Animals
Basis: vermogens van sommige levende wezens om
interacties aan te gaan met omgeving
Vertrekt vanuit rechtvaardigheid: dieren hebben een
waardigheid en wat is een rechtvaardige manier om
daarmee om te gaan
Plichtethiek (= deontologie)
o Immanuel Kant
Kantiaans denken: wat zijn we verplicht om te doen, om
het goede te doen / een goede mens te zijn
Tegenwoordig: meer denken vanuit rechtendiscours
o Basis = intrinsieke waarde van een individu (= onverkleinbare
waarde)
Je hebt de plicht om op een bepaalde manier behandeld
te worden
Diverse mogelijkheden, bv. “ervaringspotentieel”
o Criterium = morele principes
“Categorische imperatieven” ( Kant)
Resulteren in rechten en plichten
o Rechten om op bepaalde manieren (niet) behandeld te worden
Zelfs als er geen lijden is, kan iets toch problematisch zijn
Impliceert niet noodzakelijk plichten bij hetzelfde individu!
Ethische kruistabel
4