Orthopedagogische werkvelden
en beleid
Hoofdstuk 1: Vlaams Agentschap voor Personen met
een Handicap (VAPH)
Doelen:
Beschrijven de historiek van het huidige Vlaams Agentschap voor Personen met een
Handicap (VAPH)
Bespreken de krachtlijnen van het VFSIPH en de invulling ervan in het VAPH.
Beschrijven de theoretische kaders waarop het actuele beleid van het VAPH zich baseert.
Bespreken de betekenis van de doelstellingen van Perspectief 2020.
Beschrijven grondig het voortraject van de Dienst Ondersteuningsplan.
Bespreken grondig het concentrisch ondersteuningsmodel.
Passen het concentrisch ondersteuningsmodel toe op een casus.
Bespreken grondig rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH).
Bespreken grondig niet-rechtstreeks toegankelijke hulp (NRTH) voor minderjarigen.
Bespreken grondig niet-rechtstreeks toegankelijke hulp (NRTH) voor meerderjarigen.
Bespreken de kansen en uitdagingen in de begeleiding, opvang en ondersteuning van
personen met een beperking.
Historiek
Historisch overzicht (Hoe zijn we gekomen tot VAPH?)
1876: Gemeentefonds en Speciaal Onderstandsfonds
o Voor het eerst overheid georganiseerde zorg
o Gemeentefonds: Enveloppen voor gemeenten met geld voor ondersteuning te
bieden
Gemeenten hadden de opdracht te zorgen voor onderhoud en verzorging
van geestesziekten, doofstommen, blinden en andere beperkingen
Subsidiëring werd opgesplitst tussen gemeenten, provincie en staat
o Onderstandsfonds: Na de hervorming van gemeentenfonds
Accent werd verlegd naar ‘behoeftigen’ in gesloten afdelingen
Voorzag een dagprijs als tussenkomst in het onderhoud en de verzorging
Bij noodgeval kon OCMW overgaan tot plaatsing en werd het dossier binnen
10 dagen bekeken
1963: voor de Sociale Reclassering van Minder-Validen (RSRMV)
o Vanuit de tweede wereldoorlog, soldaten met beperkingen
o Intentie om werk te hebben ondanks de beperkingen
o 2 doelstellingen:
Alle nodige maatregelen voor re-integratie (economisch en maatschappelijk)
Het bevorderen van de functionele revalidatie en de sociale reclassering
1967: Fonds voor Medische, Sociale en Pedagogische Zorg voor Gehandicapten (Fonds 81)
o Onderscheid tussen ondersteuningen (Medisch, sociaal en pedagogisch)
Onderscheid tussen ziekten en mensen met een beperking
o Ter vervanging van Onderstandsfonds
, o De basis van autonome zorg
Meer specifieke aanpak mogelijk
Verruiming en verbreding van de zorg
o Bevoegd voor de opvang, behandeling en begeleiding via residentiële, semi-
residentiële en ambulante voorzieningen
1980: Vlaams Fonds voor Sociale Integratie voor Personen met Handicap (VFSIPH)
o 1984, EPOS- Steyaert: ‘Een nieuw Vlaams gehandicaptenbeleid’
o 1990, oprichting VFSIPH, bij decreet (in feite een samensmelting van RSRMV en
Fonds 81)
Aangepaste versie van nieuw Vlaams gehandicaptenbeleid
o Samen -> Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH)
Krachtlijnen VAPH
Duidelijkheid
o Administratieve vereenvoudiging en samenbrengen van
verspreide bevoegdheden.
o PEC als enige toegangspoort
Integratie/inclusie
o Integratie: verwijst naar samenleving verwacht dat de
mensen met een beperking zich aanpassen aan de normen
van de samenleving
o Inclusie: standpunt dat overheid verantwoordelijkheid
draagt om de beperkingen weg te werken zodat personen
volwaardig kunnen deelnemen
Participatie
o Deelnemen aan, actief betrokken zijn met
o Voorziet betrokkenheid door Raad van Bestuur,
adviescomités en in de PEC’s
Gezinsgerichtheid
o Ouders en leden van de familie zijn onvervangbaar
o Gezinsondersteunend, gezinsaanvullend en slechts in
laatste instantie gezinsvervangend
Basisprincipes van het Vlaams Fonds:
Administratieve vereenvoudiging
Vervangen begrip ‘reclassering’ door ‘sociale integratie’
Samenbrengen van diverse soorten hulpverlening
Evaluatie vanuit een multidisciplinaire invalshoek
Gebaseerd op ICF, DSM en AAIDD
o AAIDD: American Association on Intellectual en Developmental
DIsorder
o ICF: International Classification of Functioning, Disability and
Health
Definitie: ‘Elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon
dat te wijten is aan een combinatie tussen functiestoornissen van mentale,
psychische, lichamelijke of zintuigelijke aard, beperkingen bij het uitvoeren
van activiteiten, en persoonlijke en externe factoren.’
, o Belangrijk! Participatieprobleem van een probleem dat het gevolg is
van een functiestoornis en tegelijk beperkingen in het uitvoeren van
activiteiten
Actueel beleid
Theoretisch kader
1945: Oprichting van de Verenigde Naties, 193 landen komen op voor vrede en veiligheid en
mensenrechten
1948: Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (UVRM)
o Jean-jacques Rousseau: 18e eeuw een sociaal verdrag geschreven
o Ligt aan de oorsprong van UVRM
2006: Verdrag inzake de Rechten voor Personen met een Beperking (VRPH)
o Nauwe relatie met Kwaliteit van Bestaan (Verdugo)
5 componenten van een individueel ondersteuningsmodel (Thompson)
o Blauwdruk van toekomstig professioneel handelen
o Theoretisch kader om individueel ondersteuningsproces vorm te geven:
Component 1: Identificeer de verwachtingen en dromen
Expliciteren van de manier waarop iemand zijn leven wil vormgeven
Focus op dromen, voorkeur en interesses
o Dromen worden niet gehypothekeerd door het beperkt aanbod van voorzieningen
of andere barrières (budgettaire grenzen)
Component 2: Bepaald de aard en de intensiteit van de ondersteuningsbehoeften
Standaard meetinstrument: SIS/ Support Intensity Scale
, oMeet de individuele ondersteuningsbehoeften in verscheidene
ondersteuningsdomeinen
o Bevraagd de bijzondere medische en gedragsmatige ondersteuning
Andere meetinstrumenten kunnen ook gebruikt worden
Component 3: Ontwikkel het Individuele Ondersteuningsplan
Eenduidig, individueel plan
Activiteiten van een persoon gedurende een week en het type en de intensiteit van de
ondersteuning die daarvoor nodig is, beschrijft
Niet alle doelen kan aangepakt worden daarom worden er prioriteiten bepaalt
Component 4: Monitor de vooruitgang
Evalueren van de uitkomsten/doelen van het plan
Ondersteuningsteam waakt over de uitvoering van het plan
o Monitoren is een continu proces dat op regelmatige tijdstippen wordt bijgehouden
Component 5: Evaluatie
Geëvalueerd of de persoonlijke uitkomsten die beïnvloed worden door de uitvoering van
specifieke ondersteuningsdoelen zijn verbeterd
o Interesses, voorkeuren kunnen in loop van tijd veranderen
Individueel plan moet herzien worden als het niet meer voldoet aan de wensen en doelen
Persoonsgerichte ondersteuningsuitkomsten Schaal: Persoonlijke uitkomsten te meten
Cruciaal is het concept ‘Ondersteuning’
‘Een geheel van bronnen en strategieën dat het doel hebben om de ontwikkeling,
opvoeding, interesses en persoonlijk welzijn van die persoon te promoten en dat versterkt
het individueel functioneren’
Deze definitie overstijgt het klassiek dienstverleningsaanbod en onderstreept het belang
van het zoeken naar alternatieve strategieën
Ondersteuning: Een gezamenlijk en continu proces waarbij alle actoren een gedeelde visie
dragen waarin het welzijn en de verwachtingen van de persoon met de beperking centraal
staan
o Steunt op drie fundamenten:
1. Persoon heeft controle over zijn/haar eigen leven
De persoon wordt erkend en gewaardeerd voor zijn/haar bijdrage tot de
gemeenschap
De persoon wordt ondersteund door een netwerk van mensen
o Deze fundamenten zijn essentieel voor het welslagen van het ondersteuningsproces
Perspectief 2020
Een nieuw ondersteuningsbeleid voor personen met een beperking.
2 grote doelstellingen:
1. Zorggarantie voor personen met een beperking met de grootste ondersteuningsnood onder
vorm van zorg en assistentie in natura of in contanten
a. Concentrische cirkels, budget en prioriteit
i. Concentrische cirkels:
en beleid
Hoofdstuk 1: Vlaams Agentschap voor Personen met
een Handicap (VAPH)
Doelen:
Beschrijven de historiek van het huidige Vlaams Agentschap voor Personen met een
Handicap (VAPH)
Bespreken de krachtlijnen van het VFSIPH en de invulling ervan in het VAPH.
Beschrijven de theoretische kaders waarop het actuele beleid van het VAPH zich baseert.
Bespreken de betekenis van de doelstellingen van Perspectief 2020.
Beschrijven grondig het voortraject van de Dienst Ondersteuningsplan.
Bespreken grondig het concentrisch ondersteuningsmodel.
Passen het concentrisch ondersteuningsmodel toe op een casus.
Bespreken grondig rechtstreeks toegankelijke hulp (RTH).
Bespreken grondig niet-rechtstreeks toegankelijke hulp (NRTH) voor minderjarigen.
Bespreken grondig niet-rechtstreeks toegankelijke hulp (NRTH) voor meerderjarigen.
Bespreken de kansen en uitdagingen in de begeleiding, opvang en ondersteuning van
personen met een beperking.
Historiek
Historisch overzicht (Hoe zijn we gekomen tot VAPH?)
1876: Gemeentefonds en Speciaal Onderstandsfonds
o Voor het eerst overheid georganiseerde zorg
o Gemeentefonds: Enveloppen voor gemeenten met geld voor ondersteuning te
bieden
Gemeenten hadden de opdracht te zorgen voor onderhoud en verzorging
van geestesziekten, doofstommen, blinden en andere beperkingen
Subsidiëring werd opgesplitst tussen gemeenten, provincie en staat
o Onderstandsfonds: Na de hervorming van gemeentenfonds
Accent werd verlegd naar ‘behoeftigen’ in gesloten afdelingen
Voorzag een dagprijs als tussenkomst in het onderhoud en de verzorging
Bij noodgeval kon OCMW overgaan tot plaatsing en werd het dossier binnen
10 dagen bekeken
1963: voor de Sociale Reclassering van Minder-Validen (RSRMV)
o Vanuit de tweede wereldoorlog, soldaten met beperkingen
o Intentie om werk te hebben ondanks de beperkingen
o 2 doelstellingen:
Alle nodige maatregelen voor re-integratie (economisch en maatschappelijk)
Het bevorderen van de functionele revalidatie en de sociale reclassering
1967: Fonds voor Medische, Sociale en Pedagogische Zorg voor Gehandicapten (Fonds 81)
o Onderscheid tussen ondersteuningen (Medisch, sociaal en pedagogisch)
Onderscheid tussen ziekten en mensen met een beperking
o Ter vervanging van Onderstandsfonds
, o De basis van autonome zorg
Meer specifieke aanpak mogelijk
Verruiming en verbreding van de zorg
o Bevoegd voor de opvang, behandeling en begeleiding via residentiële, semi-
residentiële en ambulante voorzieningen
1980: Vlaams Fonds voor Sociale Integratie voor Personen met Handicap (VFSIPH)
o 1984, EPOS- Steyaert: ‘Een nieuw Vlaams gehandicaptenbeleid’
o 1990, oprichting VFSIPH, bij decreet (in feite een samensmelting van RSRMV en
Fonds 81)
Aangepaste versie van nieuw Vlaams gehandicaptenbeleid
o Samen -> Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH)
Krachtlijnen VAPH
Duidelijkheid
o Administratieve vereenvoudiging en samenbrengen van
verspreide bevoegdheden.
o PEC als enige toegangspoort
Integratie/inclusie
o Integratie: verwijst naar samenleving verwacht dat de
mensen met een beperking zich aanpassen aan de normen
van de samenleving
o Inclusie: standpunt dat overheid verantwoordelijkheid
draagt om de beperkingen weg te werken zodat personen
volwaardig kunnen deelnemen
Participatie
o Deelnemen aan, actief betrokken zijn met
o Voorziet betrokkenheid door Raad van Bestuur,
adviescomités en in de PEC’s
Gezinsgerichtheid
o Ouders en leden van de familie zijn onvervangbaar
o Gezinsondersteunend, gezinsaanvullend en slechts in
laatste instantie gezinsvervangend
Basisprincipes van het Vlaams Fonds:
Administratieve vereenvoudiging
Vervangen begrip ‘reclassering’ door ‘sociale integratie’
Samenbrengen van diverse soorten hulpverlening
Evaluatie vanuit een multidisciplinaire invalshoek
Gebaseerd op ICF, DSM en AAIDD
o AAIDD: American Association on Intellectual en Developmental
DIsorder
o ICF: International Classification of Functioning, Disability and
Health
Definitie: ‘Elk langdurig en belangrijk participatieprobleem van een persoon
dat te wijten is aan een combinatie tussen functiestoornissen van mentale,
psychische, lichamelijke of zintuigelijke aard, beperkingen bij het uitvoeren
van activiteiten, en persoonlijke en externe factoren.’
, o Belangrijk! Participatieprobleem van een probleem dat het gevolg is
van een functiestoornis en tegelijk beperkingen in het uitvoeren van
activiteiten
Actueel beleid
Theoretisch kader
1945: Oprichting van de Verenigde Naties, 193 landen komen op voor vrede en veiligheid en
mensenrechten
1948: Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens (UVRM)
o Jean-jacques Rousseau: 18e eeuw een sociaal verdrag geschreven
o Ligt aan de oorsprong van UVRM
2006: Verdrag inzake de Rechten voor Personen met een Beperking (VRPH)
o Nauwe relatie met Kwaliteit van Bestaan (Verdugo)
5 componenten van een individueel ondersteuningsmodel (Thompson)
o Blauwdruk van toekomstig professioneel handelen
o Theoretisch kader om individueel ondersteuningsproces vorm te geven:
Component 1: Identificeer de verwachtingen en dromen
Expliciteren van de manier waarop iemand zijn leven wil vormgeven
Focus op dromen, voorkeur en interesses
o Dromen worden niet gehypothekeerd door het beperkt aanbod van voorzieningen
of andere barrières (budgettaire grenzen)
Component 2: Bepaald de aard en de intensiteit van de ondersteuningsbehoeften
Standaard meetinstrument: SIS/ Support Intensity Scale
, oMeet de individuele ondersteuningsbehoeften in verscheidene
ondersteuningsdomeinen
o Bevraagd de bijzondere medische en gedragsmatige ondersteuning
Andere meetinstrumenten kunnen ook gebruikt worden
Component 3: Ontwikkel het Individuele Ondersteuningsplan
Eenduidig, individueel plan
Activiteiten van een persoon gedurende een week en het type en de intensiteit van de
ondersteuning die daarvoor nodig is, beschrijft
Niet alle doelen kan aangepakt worden daarom worden er prioriteiten bepaalt
Component 4: Monitor de vooruitgang
Evalueren van de uitkomsten/doelen van het plan
Ondersteuningsteam waakt over de uitvoering van het plan
o Monitoren is een continu proces dat op regelmatige tijdstippen wordt bijgehouden
Component 5: Evaluatie
Geëvalueerd of de persoonlijke uitkomsten die beïnvloed worden door de uitvoering van
specifieke ondersteuningsdoelen zijn verbeterd
o Interesses, voorkeuren kunnen in loop van tijd veranderen
Individueel plan moet herzien worden als het niet meer voldoet aan de wensen en doelen
Persoonsgerichte ondersteuningsuitkomsten Schaal: Persoonlijke uitkomsten te meten
Cruciaal is het concept ‘Ondersteuning’
‘Een geheel van bronnen en strategieën dat het doel hebben om de ontwikkeling,
opvoeding, interesses en persoonlijk welzijn van die persoon te promoten en dat versterkt
het individueel functioneren’
Deze definitie overstijgt het klassiek dienstverleningsaanbod en onderstreept het belang
van het zoeken naar alternatieve strategieën
Ondersteuning: Een gezamenlijk en continu proces waarbij alle actoren een gedeelde visie
dragen waarin het welzijn en de verwachtingen van de persoon met de beperking centraal
staan
o Steunt op drie fundamenten:
1. Persoon heeft controle over zijn/haar eigen leven
De persoon wordt erkend en gewaardeerd voor zijn/haar bijdrage tot de
gemeenschap
De persoon wordt ondersteund door een netwerk van mensen
o Deze fundamenten zijn essentieel voor het welslagen van het ondersteuningsproces
Perspectief 2020
Een nieuw ondersteuningsbeleid voor personen met een beperking.
2 grote doelstellingen:
1. Zorggarantie voor personen met een beperking met de grootste ondersteuningsnood onder
vorm van zorg en assistentie in natura of in contanten
a. Concentrische cirkels, budget en prioriteit
i. Concentrische cirkels: