*** Inleiding in de filosofie – De kalme zonneschijn van de geest, Ba 2 RECHTEN – 2024 – 2025 ***
Studiewijzer bij Hoofdstuk V. Van sensibiliteit tot rede. Filosofie in de 18 de eeuw
- De syllabustekst bij Hoofdstuk 5: 5.1 tot en met 5.5 (5.6 tot 5.8 behoort niet tot de
leerstof)
- Het tijdschrift - artikel over David Hume: ‘Voorbij de kalme zonneschijn van de geest.
Hume over moraal en religie
I. Studeervragen
1. Wat verstonden respectievelijk Immanuel Kant en Moses Mendelssohn onder de
‘Verlichting’?
Kant (1724-1804): In Was heisst Aufklärung 1784 stelt Kant dat de mens zich moet
bevrijden van de zelfgekozen onmondigheid.
Kant stelt vast dat de mens de neiging heeft om niet kritisch na te denken over de
wereld waarin hij leeft en om zich aan te passen aan tradities.
Men kiest dus voor onmondigheid maar Verlichtingsmens moet daar tegen in gaan.
Als mensen de rede gebruiken zal dit leiden tot een gelijkere en vrijere samenleving.
Door kritisch na te denken (Sapere Aude, durf te denken) kan men tot persoonlijke
vrijheid en autonomie komen. Zo kan men ook de politieke samenleving hervormen
gebaseerd op het recht ‘rule of law’.
Kant ziet een band tussen de individuele ontwikkeling van de mens en de vooruitgang
van de samenleving. Iedereen kan op zijn manier bijdragen tot gelijkere, rationele
samenleving. Hij propageert dus ideaal van de verlichte rede en geeft dat aan ieder
individu mee als opdracht. De filosofie krijgt als functie om de wetenschap te
funderen en praktische kennis te vergroten.
Mendelssohn (1729-1786): verlichting is een ideaal dat intellectuele en culturele
opvoeding op het oog heeft. De Verlichting is de culture verheffing van de mens. Ze
streeft naar de verheffing van de hele mens via de ontplooiing van de wetenschap en
filosofie. Durf te denken en perfectioneer jezelf als mens door kunst, literatuur,
zelfexpressie. Emancipatie van de cultuur is ook belangrijk, niet enkel
wetenschappelijke voortuitgang en maatschappijkritiek. De idee zal in de Romantiek
ook doorwerken vb. Volksgeist.
2. Volgens Hume is de rede afhankelijk van de sensibiliteit. Leg uit. Waarom is deze
idee in de 18de eeuw vernieuwend?
David Hume stelt dat het geloof in de metafysica van de 17e eeuw onmogelijk is,
terwijl het geloof in een causaliteit een soort instinct is.
Het geloof in de a priori rede en het ideaal van de wiskunde staan niet meer centraal.
De ervaring (empiri), namelijk zintuiglijke observatie staat centraal als bron van
filosofisch inzicht en wetenschappelijke kennis. Het succes van de wetenschap is dus
afhankelijk van experimentele toetsing van zintuiglijke observatie en nomologische
(natuurwetten) verklaring van de wiskunde.
De ervaring bestaat ook uit de sensibiliteit. Namelijk gevoel, emoties en smaak. De
rede is afhankelijk van deze sensibiliteit. In The Treatise of Human Nature (1734)
beschrijft Hume de mens als zintuiglijk-sensibel organisme in plaats van een zuiver
denkend wezen. De rede is zonder de sensibiliteit machteloos, zowel in de wetenschap
als in het gewone leven.
, *** Inleiding in de filosofie – De kalme zonneschijn van de geest, Ba 2 RECHTEN – 2024 – 2025 ***
Dit is dus een breuk met de metafysica van voor de 18e eeuw. Namelijk het
rationalisme dat de rede beschouwde als bron van zekere, aangeboren kennis.
3. In het Britse empirisme wordt het ‘ik’ niet langer begrepen als het ‘cogito’ van
Descartes, maar als het ‘sensibele zelf’. Leg uit.
Hume stelt in zijn Treatise of Human Nature (1734), dat rede de functie is van de
menselijke natuur. De mens is geen zuiver denkend cogito maar een zintuiglijk-
sensibel organisme dat deel uitmaakt van de natuur.
Descartes: ‘ik’ ben een wezenlijk denkende ziel, ook al ervaar ik mezelf spontaan als
eenheid lichaam/ geest. Het onbetwijfelbare cogito, een zelfstandig, denkend subject
dat zijn eigen bestaan via rede en bewustzijn fundeert.
Het sensibele zelf kent zich niet als denkend ding of substantie maar als levend
organisme dat via zintuigen, passies, en gevoelens betrokken is op de wereld. De rede
is een functie van dat organisme.
Het sensibele zelf is, in tegenstelling tot het cogito ‘onzeker’ over zichzelf.
Volgens Locke is de spontane zelf-ervaring wat mij maakt tot persoon, sensibele zelf.
Zelf = de eenheid van sensibiliteit en de rede op basis van geheugen.
Volgens Hume is zelf een construct van de verbeelding. Trots speelt een grote rol in
die verbeelding.
4. Leg uit: ‘Hume en Reid wilden ook het onderzoek van de menselijke natuur
doorvoeren vanuit de experimentele methode van Newton’.
Hume en Reid passen het Newtonianisme toe op de studie van de menselijke natuur,
het is het nieuw fundament voor de filosofie.
Namelijk door stapsgewijs aan experimenten te doen kan je een vrij nauwkeurige
wetenschap ontwikkelen.
Het Newtonianisme komt de wetenschap erop neer om de juiste vragen te stellen
binnen een bepaald paradigma en dan over te gaan naar specifieke observaties.
Hume (in de Treatise of Human Nature) en Reid wilden in de 18e eeuw dus de
menselijke natuur bestuderen op een experimentele manier. Door aan te tonen dat er
zich in de menselijke natuur wetmatigheden voordoen. Bij de studie van de menselijke
natuur moet worden vertrokken van zorgvuldige observatie. Daaruit leidt men causale
principes en mechanismen af die een verklarende theorie geven gebaseerd op
nomologische wetten. Dit is de inductieve methode van wetenschappelijk onderzoek.
Dit leidt tot een vorm van psychologie en sociologie van moral sense en deugd,
passies en religie.
Studiewijzer bij Hoofdstuk V. Van sensibiliteit tot rede. Filosofie in de 18 de eeuw
- De syllabustekst bij Hoofdstuk 5: 5.1 tot en met 5.5 (5.6 tot 5.8 behoort niet tot de
leerstof)
- Het tijdschrift - artikel over David Hume: ‘Voorbij de kalme zonneschijn van de geest.
Hume over moraal en religie
I. Studeervragen
1. Wat verstonden respectievelijk Immanuel Kant en Moses Mendelssohn onder de
‘Verlichting’?
Kant (1724-1804): In Was heisst Aufklärung 1784 stelt Kant dat de mens zich moet
bevrijden van de zelfgekozen onmondigheid.
Kant stelt vast dat de mens de neiging heeft om niet kritisch na te denken over de
wereld waarin hij leeft en om zich aan te passen aan tradities.
Men kiest dus voor onmondigheid maar Verlichtingsmens moet daar tegen in gaan.
Als mensen de rede gebruiken zal dit leiden tot een gelijkere en vrijere samenleving.
Door kritisch na te denken (Sapere Aude, durf te denken) kan men tot persoonlijke
vrijheid en autonomie komen. Zo kan men ook de politieke samenleving hervormen
gebaseerd op het recht ‘rule of law’.
Kant ziet een band tussen de individuele ontwikkeling van de mens en de vooruitgang
van de samenleving. Iedereen kan op zijn manier bijdragen tot gelijkere, rationele
samenleving. Hij propageert dus ideaal van de verlichte rede en geeft dat aan ieder
individu mee als opdracht. De filosofie krijgt als functie om de wetenschap te
funderen en praktische kennis te vergroten.
Mendelssohn (1729-1786): verlichting is een ideaal dat intellectuele en culturele
opvoeding op het oog heeft. De Verlichting is de culture verheffing van de mens. Ze
streeft naar de verheffing van de hele mens via de ontplooiing van de wetenschap en
filosofie. Durf te denken en perfectioneer jezelf als mens door kunst, literatuur,
zelfexpressie. Emancipatie van de cultuur is ook belangrijk, niet enkel
wetenschappelijke voortuitgang en maatschappijkritiek. De idee zal in de Romantiek
ook doorwerken vb. Volksgeist.
2. Volgens Hume is de rede afhankelijk van de sensibiliteit. Leg uit. Waarom is deze
idee in de 18de eeuw vernieuwend?
David Hume stelt dat het geloof in de metafysica van de 17e eeuw onmogelijk is,
terwijl het geloof in een causaliteit een soort instinct is.
Het geloof in de a priori rede en het ideaal van de wiskunde staan niet meer centraal.
De ervaring (empiri), namelijk zintuiglijke observatie staat centraal als bron van
filosofisch inzicht en wetenschappelijke kennis. Het succes van de wetenschap is dus
afhankelijk van experimentele toetsing van zintuiglijke observatie en nomologische
(natuurwetten) verklaring van de wiskunde.
De ervaring bestaat ook uit de sensibiliteit. Namelijk gevoel, emoties en smaak. De
rede is afhankelijk van deze sensibiliteit. In The Treatise of Human Nature (1734)
beschrijft Hume de mens als zintuiglijk-sensibel organisme in plaats van een zuiver
denkend wezen. De rede is zonder de sensibiliteit machteloos, zowel in de wetenschap
als in het gewone leven.
, *** Inleiding in de filosofie – De kalme zonneschijn van de geest, Ba 2 RECHTEN – 2024 – 2025 ***
Dit is dus een breuk met de metafysica van voor de 18e eeuw. Namelijk het
rationalisme dat de rede beschouwde als bron van zekere, aangeboren kennis.
3. In het Britse empirisme wordt het ‘ik’ niet langer begrepen als het ‘cogito’ van
Descartes, maar als het ‘sensibele zelf’. Leg uit.
Hume stelt in zijn Treatise of Human Nature (1734), dat rede de functie is van de
menselijke natuur. De mens is geen zuiver denkend cogito maar een zintuiglijk-
sensibel organisme dat deel uitmaakt van de natuur.
Descartes: ‘ik’ ben een wezenlijk denkende ziel, ook al ervaar ik mezelf spontaan als
eenheid lichaam/ geest. Het onbetwijfelbare cogito, een zelfstandig, denkend subject
dat zijn eigen bestaan via rede en bewustzijn fundeert.
Het sensibele zelf kent zich niet als denkend ding of substantie maar als levend
organisme dat via zintuigen, passies, en gevoelens betrokken is op de wereld. De rede
is een functie van dat organisme.
Het sensibele zelf is, in tegenstelling tot het cogito ‘onzeker’ over zichzelf.
Volgens Locke is de spontane zelf-ervaring wat mij maakt tot persoon, sensibele zelf.
Zelf = de eenheid van sensibiliteit en de rede op basis van geheugen.
Volgens Hume is zelf een construct van de verbeelding. Trots speelt een grote rol in
die verbeelding.
4. Leg uit: ‘Hume en Reid wilden ook het onderzoek van de menselijke natuur
doorvoeren vanuit de experimentele methode van Newton’.
Hume en Reid passen het Newtonianisme toe op de studie van de menselijke natuur,
het is het nieuw fundament voor de filosofie.
Namelijk door stapsgewijs aan experimenten te doen kan je een vrij nauwkeurige
wetenschap ontwikkelen.
Het Newtonianisme komt de wetenschap erop neer om de juiste vragen te stellen
binnen een bepaald paradigma en dan over te gaan naar specifieke observaties.
Hume (in de Treatise of Human Nature) en Reid wilden in de 18e eeuw dus de
menselijke natuur bestuderen op een experimentele manier. Door aan te tonen dat er
zich in de menselijke natuur wetmatigheden voordoen. Bij de studie van de menselijke
natuur moet worden vertrokken van zorgvuldige observatie. Daaruit leidt men causale
principes en mechanismen af die een verklarende theorie geven gebaseerd op
nomologische wetten. Dit is de inductieve methode van wetenschappelijk onderzoek.
Dit leidt tot een vorm van psychologie en sociologie van moral sense en deugd,
passies en religie.