Hoofdstuk 2: gedragsmatige aspecten in het promoten
van fysieke activiteit
1. Inleiding
- Beweging is gerelateerd met ziektes, psychische aandoeningen en cognitie.
- Wij werken op:
De mensen die niet veel actief zijn om die te doen bewegen.
De mensen die veel bewegen met blessures.
- De normen van bewegen:
Kleuters: 3 uur per dag bewegen (lichte FA).
3 jaar: 1 uur per dag intensief bewegen.
6 – 18 jaar: 1 uur per dag matige tot hoge intensiteit.
Senioren: half uur per dag matig tot hoge intensiteit.
- Gemiddeld zou een mens 10 000 stappen moeten zetten per dag:
Onderverdeling:
o Normale beweging: 6000
o 30 minuten bewegen: 4000
Kinderen in de lagere school moeten er 14 000 zetten:
o Die moeten 1 uur bewegen (dus 4000 maal 2).
10 000 stappen gedurende de hele dag en niet in 30 minuten.
Soms niet haalbaar (vb. senioren):
o Algemene regel: basisniveau + streven naar verhoging.
- In het algemeen bewegen we te weinig:
In de adolescentie is er een duidelijke daling naar activiteitenniveau.
o Secundair naar hoger onderwijs (vb. niet meer met fiets naar school).
Overgang van studeren naar werk.
Overgang naar pensioen.
- Promotie van fysieke activiteit is dus nodig!
Let op: beweging, niet sport!
2. Sedentair gedrag
, - Sedentair is zittende positie en laag energieverbruik.
≤ 1,5 MET
Slaap is geen sedentair gedrag.
Het is gelinkt met hart en vaatziekten, totale mortaliteit, maar niet kanker.
o Fysieke activiteit is wel gelinkt met kanker.
Fysiologie van te veel zitten is niet hetzelfde als fysiologie van te weinig bewegen.
o Te maken met lipoproteïne lipase (LPL):
Zorgt dat je tryglyceriden op een goed peil wordt gebracht.
Verschil tussen staan en zetten verandert de concentraties.
Veel fysieke activiteit compenseert het sedentair gedrag.
Het gaat niet enkel over het hoeveelheid zitten, maar het onderbreken.
o Indien er onderbreking is, hebben mensen lagere BMI, buikomtrek, tryglyceriden.
Aan de hand van vragen word je onderverdeeld in 4 soorten profielen:
1. Laagactief en veel zitten: slecht profiel.
2. Hoogactief en veel zitten: tussen profiel.
3. Laagactief en weinig zitten: tussen profiel.
4. Hoogactief en weinig zitten: goed profiel.
- De bewegingsdriehoek:
Links zie je het sedentair gedrag.
Grootste deel van de dag moet je licht bewegen (≥ 1,5 MET en ≤ 3 MET).
o Licht FA heeft voordelen voor plasmaglucose, insuline en triglyceriden.
Een deel per dag moet je matig bewegen.
Wekelijks moet je intensief bewegen.
3. Motiveren
van fysieke activiteit
1. Inleiding
- Beweging is gerelateerd met ziektes, psychische aandoeningen en cognitie.
- Wij werken op:
De mensen die niet veel actief zijn om die te doen bewegen.
De mensen die veel bewegen met blessures.
- De normen van bewegen:
Kleuters: 3 uur per dag bewegen (lichte FA).
3 jaar: 1 uur per dag intensief bewegen.
6 – 18 jaar: 1 uur per dag matige tot hoge intensiteit.
Senioren: half uur per dag matig tot hoge intensiteit.
- Gemiddeld zou een mens 10 000 stappen moeten zetten per dag:
Onderverdeling:
o Normale beweging: 6000
o 30 minuten bewegen: 4000
Kinderen in de lagere school moeten er 14 000 zetten:
o Die moeten 1 uur bewegen (dus 4000 maal 2).
10 000 stappen gedurende de hele dag en niet in 30 minuten.
Soms niet haalbaar (vb. senioren):
o Algemene regel: basisniveau + streven naar verhoging.
- In het algemeen bewegen we te weinig:
In de adolescentie is er een duidelijke daling naar activiteitenniveau.
o Secundair naar hoger onderwijs (vb. niet meer met fiets naar school).
Overgang van studeren naar werk.
Overgang naar pensioen.
- Promotie van fysieke activiteit is dus nodig!
Let op: beweging, niet sport!
2. Sedentair gedrag
, - Sedentair is zittende positie en laag energieverbruik.
≤ 1,5 MET
Slaap is geen sedentair gedrag.
Het is gelinkt met hart en vaatziekten, totale mortaliteit, maar niet kanker.
o Fysieke activiteit is wel gelinkt met kanker.
Fysiologie van te veel zitten is niet hetzelfde als fysiologie van te weinig bewegen.
o Te maken met lipoproteïne lipase (LPL):
Zorgt dat je tryglyceriden op een goed peil wordt gebracht.
Verschil tussen staan en zetten verandert de concentraties.
Veel fysieke activiteit compenseert het sedentair gedrag.
Het gaat niet enkel over het hoeveelheid zitten, maar het onderbreken.
o Indien er onderbreking is, hebben mensen lagere BMI, buikomtrek, tryglyceriden.
Aan de hand van vragen word je onderverdeeld in 4 soorten profielen:
1. Laagactief en veel zitten: slecht profiel.
2. Hoogactief en veel zitten: tussen profiel.
3. Laagactief en weinig zitten: tussen profiel.
4. Hoogactief en weinig zitten: goed profiel.
- De bewegingsdriehoek:
Links zie je het sedentair gedrag.
Grootste deel van de dag moet je licht bewegen (≥ 1,5 MET en ≤ 3 MET).
o Licht FA heeft voordelen voor plasmaglucose, insuline en triglyceriden.
Een deel per dag moet je matig bewegen.
Wekelijks moet je intensief bewegen.
3. Motiveren