Thermische energie: installatiecomponenten
Oefeningenles 6: Bevuiling
Oefening 1:
Een warmtewisselaar met een onbevuilde warmtedoorgangscoëfficiënt van 400 W/m²K, wordt
bevuild door afzettingen van kolen rookgas (Rf = 0.00018 m²K/W).
Hoeveel bedraagt de bevuilde warmtedoorgangscoëfficiënt?
Met hoeveel procent moet het oppervlak vergroten om dezelfde warmteoverdracht te realiseren?
Oefening 2:
Een platenwarmtewisselaar (dwarsstroom, F=0.85) heeft 20 platen van 0.3m op 0.6m, en heeft een
warmteoverdracht van 30 kW. Na verloop van tijd, daalt dit vermogen tot 28 kW. Aan beide zijden
stroomt water (cp=4186 J/kgK) met een debiet van 360 kg/h.
De inlaattemperaturen van beide stromen zijn 10°C en 90°C.
Wat is de thermische weerstand van de bevuiling?
Oefening 3:
De prestaties van de warmtewisselaar uit les 5 oefening 6 verminderen door bevuiling. De
bevuilingslagen aan de olie en waterzijde hebben een weerstand van respectievelijk 0.0005 m²K/W
en 0.0001 m²K/W.
Wat zijn de nieuwe uitgangstemperaturen?
Hoeveel zou het warmtewisselend oppervlak moeten worden vergroot om de oorspronkelijke
uitgangstemperaturen te behalen (bij constante warmtedoorgangscoëfficiënt).
,
Oefeningenles 6: Bevuiling
Oefening 1:
Een warmtewisselaar met een onbevuilde warmtedoorgangscoëfficiënt van 400 W/m²K, wordt
bevuild door afzettingen van kolen rookgas (Rf = 0.00018 m²K/W).
Hoeveel bedraagt de bevuilde warmtedoorgangscoëfficiënt?
Met hoeveel procent moet het oppervlak vergroten om dezelfde warmteoverdracht te realiseren?
Oefening 2:
Een platenwarmtewisselaar (dwarsstroom, F=0.85) heeft 20 platen van 0.3m op 0.6m, en heeft een
warmteoverdracht van 30 kW. Na verloop van tijd, daalt dit vermogen tot 28 kW. Aan beide zijden
stroomt water (cp=4186 J/kgK) met een debiet van 360 kg/h.
De inlaattemperaturen van beide stromen zijn 10°C en 90°C.
Wat is de thermische weerstand van de bevuiling?
Oefening 3:
De prestaties van de warmtewisselaar uit les 5 oefening 6 verminderen door bevuiling. De
bevuilingslagen aan de olie en waterzijde hebben een weerstand van respectievelijk 0.0005 m²K/W
en 0.0001 m²K/W.
Wat zijn de nieuwe uitgangstemperaturen?
Hoeveel zou het warmtewisselend oppervlak moeten worden vergroot om de oorspronkelijke
uitgangstemperaturen te behalen (bij constante warmtedoorgangscoëfficiënt).
,