Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages
Exam (elaborations)

OEFENVRAGEN TENTAMEN beginselen strafrecht

Document preview thumbnail
Preview 4 out of 34 pages

Met de oefenvragen van verschillende tentamens van beginselen strafrecht, oefen jij optimaal voor het 'echte' tentamen! Het is gebaseerd op echte tentamenvragen met de uitwerkingen hoe de docent ze het liefste zou hebben.

Content preview

Vraag 1:

Issue:
Kan het bestanddeel opzet bewezen worden?

Rule:
Artikel 164 lid 1 Sr: “Hij die opzettelijk gevaar veroorzaakt voor het verkeer
door mechanische kracht over een spoorweg of voor het luchtverkeer,
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren of
geldboete van de vijfde categorie.”

Opzettelijk wordt specifiek benoemd in art. 164 lid 1 Sr, en wordt ook
benoemd in de tenlastelegging. Opzet is hier dus een bestanddeel en kan
bewezen worden.

Er bestaan verschillende gradaties van opzet, de hoogste gradatie opzet is
dan ook vol/zuiver opzet. Vol opzet is het willens en wetens handelen, met
de nadruk op de ‘wil’.

Application:
Voor vol opzet ligt de nadruk op het ‘willen’. Mathilde had niet gewild dat
de boom op het spoor zou belanden en daarmee de bovenleiding zou
raken. Mathilde heeft niet willens en wetens de boom de verkeerde kant
op willen laten gaan. Er is geen sprake van vol opzet.

Rule 2:
Arrest HIV-I, r.o. 3.6.
Arrest Blackout, r.o. 3.5, 3.7.

Nu vol opzet niet bewezen kan worden, dienen we te kijken of
voorwaardelijk opzet bewezen kan worden. Voorwaardelijk opzet is het
bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zou
intreden.

Aanmerkelijke kans (HIV-I, r.o. 3.6):
= bestaat er een aanmerkelijke kans dat het gevolg zou intreden?
- Komt toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden.
- Kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.

Bewust (willen):
= was de verdachte zich bewust van die aanmerkelijke kans?
- Wetenschap van de aanmerkelijke kans:
 Verondersteld aanwezig te zijn (criteriumfiguur).
 Aanwezig bij de verdachte.
- Aanwezig worden veroordeeld:
 Objectiveren: algemene ervaringsregels (volle wetenschap).
 Normatievere: als de gemiddelde mens het weet, dan de
verdachte ook.

Aanvaarden (weten):

,= heeft de verdachte de aanmerkelijke kans aanvaardt?
- Getuigenverklaring.
- Verklaring verdachte zelf.
- Enkele wetenschap is onvoldoende.
- Feitelijke omstandigheden (HIV-I, r.o. 3.6).

Application 2:
Aanmerkelijke kans:
Mathilde wordt opgeroepen om een 18 meter hoge boom te kappen voor
de storm, samen met haar collega Dimitri. Mathilde zorgt voor een goed
plan om samen op de juiste manier de boom te kappen. Dimitri wordt
tussendoor opgeroepen voor een andere klus en vraagt Mathilde of zij dit
alleen kan afhandelen, waarop Mathilde aangeeft wel eens voor ‘hetere
vuren heeft gestaan’ en ook aangeeft met haar ervaring precies weet waar
zij die boom neerlegt. Echter, de boom valt toch de verkeerde kant op.
Mathilde wist van de aanmerkelijke kans dat het gevolg zou intreden,
aangezien zij zelf aangeeft deskundige te zijn en wel eens voor hetere
vuren heeft gestaan. Mathilde weet dat de boom 18 meter hoog is en dat
het een klus is die voor meerdere mensen nodig is (aangezien zij ook een
plan voor twee man had klaarliggen).

Bewust (willen):
Mathilde had moeten weten dat het haar niet in haar eentje ging lukken,
zij had de wetenschap van die aanmerkelijke kans dat het verkeerd kan
aflopen. Het moet in ieder geval verondersteld aanwezig te zijn, aangezien
Mathilde dit vaker doet. De volle wetenschap (objectiveren) had Mathilde
er niet van, omdat zij dacht het echt alleen te kunnen. Maar de
gemiddelde mens weet dat dit geen klus is voor een man sterk, dus
behoorde Mathilde dit ook te weten (normatievere).

Aanvaarden (weten):
Dimitri heeft nog aan Mathilde gevraagd of hij wel naar die andere klus
kon gaan, waarop Mathilde ‘ja’ antwoordde. Zij heeft dus de aanmerkelijke
kans ook aanvaardt door het in haar eentje te doen. Als zij had
aangegeven dat Dimitri moest blijven, had hij bij de touwen kunnen blijven
staan en was de boom de goede kant op gevallen.

Uit de feiten en omstandigheden volgt niet dat Mathilde het ongewenste
gevolg heeft aanvaard: uit hetgeen zij heeft medegedeeld aan Dimitri
volgt niet een voor lief nemen van het ongewenste gevolg. De
gedragingen, waaronder het bijsturen, van Mathilde zijn naar uiterlijke
verschijningsvorm ook niet aan te merken als zo zeer gericht op het
gevolg dat het niet anders kan zij de aanmerkelijke kans op het omvallen
van de boom op het spoor heeft aanvaard. Hier lijkt sprake van ‘bewuste
schuld’ en niet van ‘voorwaardelijk opzet’. Opzet kan dus niet worden
bewezen.  Antwoord school.

Aan alle vereisten voor voorwaardelijk opzet is voldaan.

Conclusie:

,Het bestanddeel opzet kan dus bewezen worden, in de vorm van
voorwaardelijk opzet.
Het bestanddeel opzet kan niet bewezen worden, Mathilde zal worden
vrijgesproken van hetgeen strafbaar is gesteld in art. 164 Sr.


Vraag 2:

Issue:
Is Luuk rechtmatig aangehouden?

Rule:
Artikel 53 lid 1 Sv: “In geval van ontdekking op heterdaad van een
strafbaar feit is een ieder bevoegd de verdachte aan te houden.”

Artikel 53 lid 1 Sv gaat om het geval van ontdekking op heterdaad. Voor
deze casus zijn er twee smaakjes, namelijk ontdekking op heterdaad of
buiten heterdaad. We dienen daarvoor te kijken naar de 7 stappen van een
rechtmatig dwangmiddel:

1. Wat: in casu gaat het om de aanhouding, in artikel 53 lid 1 Sv gaat
het ook om de aanhouding.
2. Door wie: hier is ‘een ieder’ bevoegd aan te houden.
3. Tegen wie/wat: in dit geval de verdachte aan te houden. Het begrip
verdachte kunnen we terug leiden naar artikel 27 lid 1 Sv, het moet
(1) individualiseerbaar zijn (degene te wiens aanzien) (2) het moet
concretiseerbaar zijn (strafbaar feit) (3) het moet objectiveerbaar
zijn (feiten en omstandigheden) en (4) het moet weer
objectiveerbaar zijn (dit geval: redelijk vermoeden van schuld).
4. Wanneer: in dit geval van ontdekking op heterdaad. Artikel 128 geeft
aan dat ontdekking op heterdaad plaats vindt als het strafbare feit
ontdekt wordt terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan
is.
5. Waarom: artikel 53 lid 2 Sv geeft aan ‘verdachte ten spoedigste over
naar de plaats voor verhoor ter voorgeleiding aan de hulpofficier van
justitie of OvJ te brengen’.
6. Hoe lang: in lid 2 wordt aangegeven ‘ten spoedigste’, dus zo snel
mogelijk.
7. Welke formaliteiten: voor aanhouding dienen we te kijken naar
artikel 27c lid 1 Sv. Aan verdachte wordt medegedeeld terzake voor
welk strafbaar feit hij als verdachte is aangemerkt. Artikel 27c lid 3
Sv zegt dat aan de aangehoudene verdachte onverwijld na zijn
aanhouding, in ieder geval voorafgaand aan zijn eerste verhoor een
schriftelijke mededeling krijgt van zijn rechten.

Application:
1. Wat: het gaat hier om het dwangmiddel ‘aanhouding’, conform
artikel 53 lid 1 Sv. De surveillerende politieagent ziet Luuk in de auto
zitten en wil hem aanhouden.

, 2. Door wie: een ieder is bevoegd aan te houden, dus ook de
politieagent is bevoegd.
3. Tegen wie/wat: tegen de verdachte, in dit geval Luuk. Verdachte
wordt gekenmerkt door artikel 27 lid 1 Sv: het is individualiseerbaar
want er is een verdachte Luuk, er is sprake van een strafbaar feit
wat Luuk heeft begaan, namelijk mishandeling (art. 300 Sr). Uit de
feiten en omstandigheden blijkt dat Luuk Paula heeft geslagen met
een stok, te zien zijn bloeduitstortingen bij Paula. Ook is er een
redelijk vermoeden van schuld, want Paula heeft aangifte gedaan
jegens Luuk na de mishandeling. Er is dus sprake van verdachte in
de zin van art. 27 lid 1 Sv.
4. Wanneer: in geval van ontdekking op heterdaad. Artikel 128 lid 1 Sv
geeft de definitie van ontdekking op heterdaad, hier is geen sprake
van ontdekking op heterdaad. Paula heeft namelijk aangifte gedaan
wegens mishandeling door Luuk. Door bloeduitstortingen en door de
aangifte acht de politie de aanhouding noodzakelijk.

Tussenconclusie, het loopt stuk op punt 4 van de 7 vragen. Er is namelijk
geen sprake van ontdekking op heterdaad. Maar omdat er sprake is van
meerdere smaakjes dienen we ook te kijken naar een ander artikel.

Rule 2:
Artikel 54 lid 1 Sv: “Buiten het geval van ontdekking op heterdaad is de
opsporingsambtenaar op bevel van de officier van justitie bevoegd de
verdachte van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten,
aan te houden teneinde hem ten spoedigste voor te geleiden aan de
hulpofficier van justitie of de officier van justitie.”

We dienen te kijken naar de 7 stappen voor een rechtmatig dwangmiddel:

1. Wat: in casu gaat het om de aanhouding, in artikel 54 lid 1 Sv gaat
het ook om de aanhouding.
2. Door wie: hier is alleen de opsporingsambtenaar bevoegd op bevel
van de officier van justitie. Definitie van opsporingsambtenaar
vinden we terug in art. 141/142 Sv.
3. Tegen wie/wat: in dit geval de verdachte waarvoor voorlopige
hechtenis is toegelaten, aan te houden. Het begrip verdachte
kunnen we terug leiden naar artikel 27 lid 1 Sv, het moet (1)
individualiseerbaar zijn (degene te wiens aanzien) (2) het moet
concretiseerbaar zijn (strafbaar feit) (3) het moet objectiveerbaar
zijn (feiten en omstandigheden) en (4) het moet weer
objectiveerbaar zijn (dit geval: redelijk vermoeden van schuld).
Voorlopige hechtenis vinden we terug in art. 67 lid 1 Sv.
4. Wanneer: in dit geval buiten het geval van ontdekking op heterdaad.
Artikel 128 geeft aan dat ontdekking op heterdaad plaats vindt als
het strafbare feit ontdekt wordt terwijl het begaan wordt of terstond
nadat het begaan is.
5. Waarom: artikel 54 lid 1 Sv geeft aan ‘hem ten spoedigste voor te
geleiden aan de hulpofficier van justitie of de OvJ

Document information

Study
Uploaded on
June 2, 2025
Number of pages
34
Written in
2024/2025
Type
Exam (elaborations)
Contains
Questions & answers
$10.56

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
rachelplinsinga
3.8
(12)
Sold
114
Followers
61
Items
36
Last sold
2 months ago


Reviews from verified buyers




Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions