FUNCTIELEER DEEL 1
HOOFDSTUK 1: situering van psychologie als wetenschap en van functieleer als basisdomein in
de psychologie (handboek pagina 1 tot 31)
1. Situering van psychologie als wetenschap en van functieleer als basisdomein in de
psychologie
HOOFDSTUK 2: waarneming (handboek pagina 31 tot 123)
2. Waarneming
2.1. Inleiding
2.2. Basisnoties van het oog en het brein
TOT HIER ALLES IN PAPIEREN SAMENVATTING (TOT EN MET LES 4)
1
,FUNCTIELEER DEEL 1
2.3. Perceptuele organisatie
2.3.1. Probleemstelling en definitie
je moet gefragmenteerde input organiseren tot een interpretatie mogelijk iets
2.3.2. Perceptuele groepering
Demonstratie vanuit de klassieke gestaltpsychologie (Wertheimer, 1923) met
groeperingsprincipes of gestaltwetten:
Illustratie: als alle stippen op dezelfde afstand staan zie je ze apart, als er sommige dichter bij
elkaar staan, dan ga je die groeperen en als samen zien
groepering obv nabijheid (proximiteit): als de verticale/horizontale afstanden kleiner zijn
groepering obv gelijkenis (similariteit): als er gelijkenissen zijn (kleur, grootte, afstand)
onderling en verschillen met anderen
strijd met elkaar (interactie tussen groeperingswetten): eigen keuze hoe je groepeert, is
persoonlijk
Groepering obv gemeenschappelijk lot = dynamisch principe
bewegende illustratie: een aantal stippen ondergaan hetzelfde lot (worden bewogen) dus
worden als ene geheel gezien, verschillende van de andere stippen die statisch in de
achtergrond blijven staan
Groeperingswet van continuïteit (good continuation): 2 kronkels zie je als 2 aparte banen, want
de kromming loopt op die punten het meest continu door (hoewel ze ook zouden kunnen
afbreken en de andere kant opgaan)
geeft mogelijkheid tot conflict/strijd tussen verschillende principes:
waarneming kan ook veranderen vanaf het beeld is opgedeeld of samengevoegd
strijd continuïteit vs symmetrie: als aparte figuren overheerst symmetrie, als samengevoegde
figuren overheerst continuïteit
2
,FUNCTIELEER DEEL 1
Het visuele systeem houdt niet van toeval: daarom zien als een nieuw geheel (ipv
samengevoegde symmetrische figuren)
Problemen met klassieke gestaltpsychologie van perceptuele groeperingen:
- er zijn teveel verschillende gestaltwetten, het kan niet zijn dat het systeem achter
perceptuele groepering aan zoveel verschillende gestaltwetten onderhevig is
o oplossing: aanleiding gegeven voor beter nadenken over een theoretisch
kader, het zijn allemaal varianten van hetzelfde theoretisch principe
- veel van de principes zijn onvoldoende precies geformuleerd, je kan ze moeilijk
kwantitatief uitdrukken
o oplossing: zoveel mogelijk kwantitatieve formuleringen te geven voor de
groeperingswetten
- veel van de principes komen samen voor, in veel van de demonstraties worden ze uit
elkaar getrokken en tot 1 principe te reduceren, zodat er maar 1 principe een rol kan
spelen en om aan te tonen dat het e ectief ook een rol speelt, maar in de realiteit
komen ze vaak samen voor, en dan is het moeilijke zonder kwantitatieve
onderbouwing om te voorspellen welke van de principes de waarneming en
perceptuele groepering zullen bepalen
o oplossing: aanleiding gegeven tot onderzoek waarin men in experimenten
goed gecontroleerde stimuli gebruikt waarbij 1 of 2 van de principes
gecombineerd worden en waarbij resulterende perceptuele groepering
gemeten wordt
- vaak enkel gedemonstreerd met simpele voorbeelden
o oplossing: echte experimenten te doen
- geen goede verklaring van de gestaltwetten, hoewel er vaak wel onderliggende
verklaringen konden zijn, maar die werden vaak niet gegeven
o oplossing: te wijzen op het ecologische nut (aangeven waarom ze in ons
dagelijkse leven ook nuttig zijn) en er is een neurowetenschappelijke basis
aan gegeven (bevindingen uit de neurofysiologie die aan de basis lijken te
liggen van de groeperingsprincipes)
(Bravais, 1848):
- taxonomie van stippenrasters gebaseerd op kristallografie
- 5 verschillende soorten stippenrasters
3
, FUNCTIELEER DEEL 1
(Wagemans & Kubovy, 1995):
- parameterisatie, experimenteel en theoretisch werk
- classificatie van Bravais onderzocht om te achterhalen wat de onderliggende
principes zijn van die classificatie
- gekeken naar welke parameters bepalen in welk raster je beland
resultaat: basis paralellen, waarbij de kortste afstand bij convectie A genoemd
wordt, de tweede kortste afstand B en de hoek daartussen Y (gamma)
- je kan alle stippenrasters classificeren in functie van de lengteverhouding van A en B
en de tussenliggende hoek gamma
- resultaat:
o the space of lattices (ruimte van stippenrasters)
o = visuele voorstelling van alle mogelijke stippenrasters in een 2 dimensionele
ruimte (met 2 parameters)
o eerste parameter: de relatieve lengte van B gedeeld door de relatieve lengte
van A (verhouding, hoeveel langer B is dan A)
o tweede parameter: gamma (de hoek tussen A en B)
o wiskundig aangetoond dat alle stippenraster in het gekleurde vak liggen
o hebben alle 5 rasters van Bravais hierin geplaatst
- hun onderzoek: geven een groot stippenraster met 4 antwoordmogelijkheden (of een
5de lege), waarbij proefpersonen moeten aangeven welke het meest overeenkomt
- elke antwoordmogelijkheid is een bepaalde vector:
o A kortste
o B tweede kortste
o C diagonaal tussen A en B
o D lange diagonaal
Kwantificeren van perceptuele groepering:
- aantrekkingskracht van de stippen neemt af bij de toenemende afstand (= essentie
groepering obv nabijheid)
- onderzoek naar het verloop (hoeveel het daalt in functie van de afstand):
o A B C D (in volgorde steeds minder aantrekkingskracht en meer afstand)
- grafiek:
o relatieve lengte van vector V gedeeld door de lengte van de kortste vector A
o dus: alle vectoren worden berekent tov de lengte van kortste vector A
4
HOOFDSTUK 1: situering van psychologie als wetenschap en van functieleer als basisdomein in
de psychologie (handboek pagina 1 tot 31)
1. Situering van psychologie als wetenschap en van functieleer als basisdomein in de
psychologie
HOOFDSTUK 2: waarneming (handboek pagina 31 tot 123)
2. Waarneming
2.1. Inleiding
2.2. Basisnoties van het oog en het brein
TOT HIER ALLES IN PAPIEREN SAMENVATTING (TOT EN MET LES 4)
1
,FUNCTIELEER DEEL 1
2.3. Perceptuele organisatie
2.3.1. Probleemstelling en definitie
je moet gefragmenteerde input organiseren tot een interpretatie mogelijk iets
2.3.2. Perceptuele groepering
Demonstratie vanuit de klassieke gestaltpsychologie (Wertheimer, 1923) met
groeperingsprincipes of gestaltwetten:
Illustratie: als alle stippen op dezelfde afstand staan zie je ze apart, als er sommige dichter bij
elkaar staan, dan ga je die groeperen en als samen zien
groepering obv nabijheid (proximiteit): als de verticale/horizontale afstanden kleiner zijn
groepering obv gelijkenis (similariteit): als er gelijkenissen zijn (kleur, grootte, afstand)
onderling en verschillen met anderen
strijd met elkaar (interactie tussen groeperingswetten): eigen keuze hoe je groepeert, is
persoonlijk
Groepering obv gemeenschappelijk lot = dynamisch principe
bewegende illustratie: een aantal stippen ondergaan hetzelfde lot (worden bewogen) dus
worden als ene geheel gezien, verschillende van de andere stippen die statisch in de
achtergrond blijven staan
Groeperingswet van continuïteit (good continuation): 2 kronkels zie je als 2 aparte banen, want
de kromming loopt op die punten het meest continu door (hoewel ze ook zouden kunnen
afbreken en de andere kant opgaan)
geeft mogelijkheid tot conflict/strijd tussen verschillende principes:
waarneming kan ook veranderen vanaf het beeld is opgedeeld of samengevoegd
strijd continuïteit vs symmetrie: als aparte figuren overheerst symmetrie, als samengevoegde
figuren overheerst continuïteit
2
,FUNCTIELEER DEEL 1
Het visuele systeem houdt niet van toeval: daarom zien als een nieuw geheel (ipv
samengevoegde symmetrische figuren)
Problemen met klassieke gestaltpsychologie van perceptuele groeperingen:
- er zijn teveel verschillende gestaltwetten, het kan niet zijn dat het systeem achter
perceptuele groepering aan zoveel verschillende gestaltwetten onderhevig is
o oplossing: aanleiding gegeven voor beter nadenken over een theoretisch
kader, het zijn allemaal varianten van hetzelfde theoretisch principe
- veel van de principes zijn onvoldoende precies geformuleerd, je kan ze moeilijk
kwantitatief uitdrukken
o oplossing: zoveel mogelijk kwantitatieve formuleringen te geven voor de
groeperingswetten
- veel van de principes komen samen voor, in veel van de demonstraties worden ze uit
elkaar getrokken en tot 1 principe te reduceren, zodat er maar 1 principe een rol kan
spelen en om aan te tonen dat het e ectief ook een rol speelt, maar in de realiteit
komen ze vaak samen voor, en dan is het moeilijke zonder kwantitatieve
onderbouwing om te voorspellen welke van de principes de waarneming en
perceptuele groepering zullen bepalen
o oplossing: aanleiding gegeven tot onderzoek waarin men in experimenten
goed gecontroleerde stimuli gebruikt waarbij 1 of 2 van de principes
gecombineerd worden en waarbij resulterende perceptuele groepering
gemeten wordt
- vaak enkel gedemonstreerd met simpele voorbeelden
o oplossing: echte experimenten te doen
- geen goede verklaring van de gestaltwetten, hoewel er vaak wel onderliggende
verklaringen konden zijn, maar die werden vaak niet gegeven
o oplossing: te wijzen op het ecologische nut (aangeven waarom ze in ons
dagelijkse leven ook nuttig zijn) en er is een neurowetenschappelijke basis
aan gegeven (bevindingen uit de neurofysiologie die aan de basis lijken te
liggen van de groeperingsprincipes)
(Bravais, 1848):
- taxonomie van stippenrasters gebaseerd op kristallografie
- 5 verschillende soorten stippenrasters
3
, FUNCTIELEER DEEL 1
(Wagemans & Kubovy, 1995):
- parameterisatie, experimenteel en theoretisch werk
- classificatie van Bravais onderzocht om te achterhalen wat de onderliggende
principes zijn van die classificatie
- gekeken naar welke parameters bepalen in welk raster je beland
resultaat: basis paralellen, waarbij de kortste afstand bij convectie A genoemd
wordt, de tweede kortste afstand B en de hoek daartussen Y (gamma)
- je kan alle stippenrasters classificeren in functie van de lengteverhouding van A en B
en de tussenliggende hoek gamma
- resultaat:
o the space of lattices (ruimte van stippenrasters)
o = visuele voorstelling van alle mogelijke stippenrasters in een 2 dimensionele
ruimte (met 2 parameters)
o eerste parameter: de relatieve lengte van B gedeeld door de relatieve lengte
van A (verhouding, hoeveel langer B is dan A)
o tweede parameter: gamma (de hoek tussen A en B)
o wiskundig aangetoond dat alle stippenraster in het gekleurde vak liggen
o hebben alle 5 rasters van Bravais hierin geplaatst
- hun onderzoek: geven een groot stippenraster met 4 antwoordmogelijkheden (of een
5de lege), waarbij proefpersonen moeten aangeven welke het meest overeenkomt
- elke antwoordmogelijkheid is een bepaalde vector:
o A kortste
o B tweede kortste
o C diagonaal tussen A en B
o D lange diagonaal
Kwantificeren van perceptuele groepering:
- aantrekkingskracht van de stippen neemt af bij de toenemende afstand (= essentie
groepering obv nabijheid)
- onderzoek naar het verloop (hoeveel het daalt in functie van de afstand):
o A B C D (in volgorde steeds minder aantrekkingskracht en meer afstand)
- grafiek:
o relatieve lengte van vector V gedeeld door de lengte van de kortste vector A
o dus: alle vectoren worden berekent tov de lengte van kortste vector A
4