NEUROANATOMIE
HOOFDSTUK 1: ONTWIKKELING VAN DE HERSENEN EN HERSENAFWIJKINGEN
ONTWIKKELING VAN DE NEURALE BUIS Rugzijde
3de week van de ontwikkeling
Afbeelding: doorsnede embryo 3 weken, vrouw is nu 1 week over tijd
Buikzijde
Embryo bestaat uit 3 kiembladen
• Ectoderm (blauw)
• Mesoderm (rood)
• Endoderm (geel)
Ectoderm is cruciaal voor de ontwikkeling van het CZS
Afbeeldingen A
• Ectoderm (blauwe gebied) vormt groef (primitieve streep) van kopeinde naar staarteinde
Afbeeldingen B
• De inplooi in het ectoderm sluit en krijgt een buisvorm
• = vorming neurale buis
• Buis gaat zich sluiten over het hele embryo , van kop tot staart
Dus: door verdikking ectoderm sluit de neurale plaat en ontstaat de
neurale buis, crysta neuralis (lichtblauw) splitst zich van deze buis af en
zal aanleiding geven tot perifeer zenuwstelsel en andere weefsels
Christa neuralis legt zich links en rechts
van de neurale buis
Sluiting neurale buis te vergelijken met
sluiten rits (voor nr achter)
• Neuroporus anterior (gelegen aan
hersenen) sluit op dag 24/25
• Neuroporus posterior (gelegen
aan ruggenmerg) sluit op dag
26/27
Het embryo ontwikkelt zich dus van een
platte structuur naar iets wat cilindrisch is
, Uiteindelijk is het de bedoeling dat vanuit die neurale buis, het centrale zenuwsteles ontstaat
We maken een onderscheid tussen het drie- en vijf vesikel stadium
1. Drie vesikel stadium (= +/- 4 weken)
o Neurale buis toont craniaal verwijdingen = 3 hersenblaasjes
a) Prosencephalon (voorhersenen)
b) Mesencephalon (middenhersenen)
c) Rhombencephalon (achterhersenen)
o Onderste gele gedeelte groeit uit tot ruggenmerg
o Neurale buis ligt in de embryo niet in één rechte lijn: buigingen
a) Cefale flexuur = buiging tussen mesencephalon en rhombencephalon
b) Cervicale flexuur = buiging tussen rhombencephalon en ruggenmerg
2. Vijf vesikel stadium (= +/- 6 weken)
o Vijf hersenblaasjes
a) Prosencephalon splitst op in telencephalon en diencephalon
1. Zijn met elkaar verbonden door interventriculair foramen
b) Mesencephalon blijft zo goed als ongewijzigd
c) Rhombencephalon splitst op in metencephalon (pons) en myelencephalon
(medulla)
o Holte ruggenmerg wordt dunner en nauwer
o Nieuwe flexuur = pontine flexuur = tussen myelencephalon en metencephalon
HOOFDSTUK 1: ONTWIKKELING VAN DE HERSENEN EN HERSENAFWIJKINGEN
ONTWIKKELING VAN DE NEURALE BUIS Rugzijde
3de week van de ontwikkeling
Afbeelding: doorsnede embryo 3 weken, vrouw is nu 1 week over tijd
Buikzijde
Embryo bestaat uit 3 kiembladen
• Ectoderm (blauw)
• Mesoderm (rood)
• Endoderm (geel)
Ectoderm is cruciaal voor de ontwikkeling van het CZS
Afbeeldingen A
• Ectoderm (blauwe gebied) vormt groef (primitieve streep) van kopeinde naar staarteinde
Afbeeldingen B
• De inplooi in het ectoderm sluit en krijgt een buisvorm
• = vorming neurale buis
• Buis gaat zich sluiten over het hele embryo , van kop tot staart
Dus: door verdikking ectoderm sluit de neurale plaat en ontstaat de
neurale buis, crysta neuralis (lichtblauw) splitst zich van deze buis af en
zal aanleiding geven tot perifeer zenuwstelsel en andere weefsels
Christa neuralis legt zich links en rechts
van de neurale buis
Sluiting neurale buis te vergelijken met
sluiten rits (voor nr achter)
• Neuroporus anterior (gelegen aan
hersenen) sluit op dag 24/25
• Neuroporus posterior (gelegen
aan ruggenmerg) sluit op dag
26/27
Het embryo ontwikkelt zich dus van een
platte structuur naar iets wat cilindrisch is
, Uiteindelijk is het de bedoeling dat vanuit die neurale buis, het centrale zenuwsteles ontstaat
We maken een onderscheid tussen het drie- en vijf vesikel stadium
1. Drie vesikel stadium (= +/- 4 weken)
o Neurale buis toont craniaal verwijdingen = 3 hersenblaasjes
a) Prosencephalon (voorhersenen)
b) Mesencephalon (middenhersenen)
c) Rhombencephalon (achterhersenen)
o Onderste gele gedeelte groeit uit tot ruggenmerg
o Neurale buis ligt in de embryo niet in één rechte lijn: buigingen
a) Cefale flexuur = buiging tussen mesencephalon en rhombencephalon
b) Cervicale flexuur = buiging tussen rhombencephalon en ruggenmerg
2. Vijf vesikel stadium (= +/- 6 weken)
o Vijf hersenblaasjes
a) Prosencephalon splitst op in telencephalon en diencephalon
1. Zijn met elkaar verbonden door interventriculair foramen
b) Mesencephalon blijft zo goed als ongewijzigd
c) Rhombencephalon splitst op in metencephalon (pons) en myelencephalon
(medulla)
o Holte ruggenmerg wordt dunner en nauwer
o Nieuwe flexuur = pontine flexuur = tussen myelencephalon en metencephalon